+ Meer informatie

Kijk eens goed naar PADDESTOELEN

Er is meer te ontdekken dan "rood-met-witte-stippen"

6 minuten leestijd

Wie in dit jaargetijde gaat wandelen in het bos, zal ze vast en zeker tegenkomen: paddestoelen. Ze zijn er in allerlei soorten en maten, soms heel herkenbaar, soms moelijk thuis te brengen. Wie goed kijkt zal heel wat meer ontdekken dan de vliegenzwam van kabouter Spillebeen.

In de middeleeuwen werden paddestoelen gelijkgesteld met slangen en padden, die te maken hadden met hekserijen. De term "heksenkring" is daarvan overgebleven en wijst op het groeien in kringen van paddestoelen in weiden en bossen. Dat waren heksensporen, want waar de heksen hun rondedans hielden, kwamen de paddestoelen uit de grond op de plaatsen waar de heksen met hun voeten de grond hadden geraakt.

Aan paddestoelen werd ook lange tijd een bovennatuurlijke oorsprong toegedicht, want men begreep niet waar ze vandaan kwamen, omdat de sporen die voor de verspreiding van paddestoelen zorgen microscopisch klein zijn en met het blote oog niet te zien. Pas aan het einde van de 16e eeuw ontstond een aparte wetenschap, de mycologie of leer der schimmels, onder invloed van de geschriften van Dodonaeus en Clusius.

De betekenis van paddestoelen in de kringloop van de natuur is heel groot. Zelfs de kleinste exemplaren hebben een belangrijke taak. Zonder paddestoelen -of schimmels- zouden allerlei voedingsmiddelen als brood, kaas, wijn en bier niet bestaan. Dat roept de vraag op wat een paddestoel nu eigenlijk is en waar hij van leeft.

Zwamvlok
Als we een paddestoel voorzichtig uitgraven, vinden we aan de onderkant dikwijls witte strengen van schimmelachtige draden die zich in de grond verspreiden. Ook onder de schors van boomstronken en takken waar paddestoelen op groeien vinden we zulke schimmeldraden. Je mag daaruit concluderen dat paddestoelen de vruchtlichamen zijn van schimmels.

We kunnen dat vergelijken met appels aan een boom: de boom is een plant en de appel is daarvan de vrucht. Zo is de paddestoel het vruchtlichaam van de schimmelplant, die bestaat uit een uitgebreid stelsel van heel dunne draden. Dat stelsel noemen we mycelium of zwamvlok.

Paddestoelen worden gerekend tot het plantenrijk, maar anders dan bij gewone planten zie je alleen de vrucht en niet de plant. Om nu nog even op de heksenkring terug te komen, die ontstaat heel eenvoudig door de kringvormige groei van het mycelium, waarbij de vruchtlichamen, de paddestoelen dus, verschijnen op de rand van de kring.

Kringloop
Waar leeft een paddestoel van? Alle levende wezens, dus ook paddestoelen, hebben om te kunnen leven en groeien twee essentiële dingen nodig: energie en bouwstoffen. De paddestoel haalt alles wat hij nodig heeft uit doodgegaan materiaal. Zo'n exemplaar heet dan een saprofiet.

In de natuur doen paddestoelen heel nuttig werk, want zij zien kans om samen met bacteriën alle dode bladeren en takken af te breken. Planten hebben tijdens hun groei allerlei zouten en mineralen uit de bodem opgenomen; ze hebben suiker en zetmeel gemaakt en hieruit hebben ze weer verbindingen gemaakt als eiwit, cellulose en houtstof.

Als ze doodgaan en op de grond vallen moet er wel iets gebeuren om al die grondstoffen weer in de bodem terug te brengen. Het dode materiaal moet afgebroken worden en daar zorgen paddestoelen nu voor. Zo ontstaat er een kringloop in de natuur.

Wortels
Veel bomen leven in symbiose met een schimmel, waarbij de laatste met zijn mycelium de worteluiteinden van de boom omspint. De zwamdraden onttrekken voedingsstoffen aan de gastheer, maar doordat zij zich veel verder in de grond uitstrekken dan de boomwortels kunnen zij de water- en mineraalvoorziening van de boom beter verzorgen.

Wortels kunnen voor een groot deel uit water bestaan, maar dan moet er voldoende vocht aanwezig zijn om ze te laten groeien. Bovendien moet de temperatuur niet te hoog, maar ook niet te laag zijn en daarom is de herfst hèt seizoen voor veel paddestoelsoorten. Waar planten zaden maken en die verspreiden om zich voort te planten, doen paddestoelen dat door middel van sporen. Zoals gezegd zijn sporen microscopisch klein en alleen in grote hoeveelheden met het blote oog te zien.

Miljoenen sporen
Als je de onderkant van een paddestoel bekijkt met behulp van een zakspiegeltje, zie je bij voorbeeld bij de vliegenzwam loodrecht naar beneden hangende plaatjes, lamellen, die straalsgewijs van de steel naar de hoedrand lopen. Andere soorten hebben aan de onderkant van de hoed geen plaatjes maar buisjes en in dat geval zie je een heleboel gaatjes. Aan die plaatjes en in die buisjes worden de sporen gevormd.

Om u een idee te geven van de hoeveelheden: een paddestoel met een hoed van 10 cm middellijn maakt gedurende een dag of zes zo'n 160.000.000.000 (160 miljard) sporen; dat betekent ongeveer honderd miljoen sporen per uur! Een duidelijk beeld van plaatjes geeft de Breedplaatwortelzwam, en voor de buisjes is de kastanjeboleet een goed voorbeeld.

De bekendste paddestoel is wel de vliegenzwam, met zijn opvallende rode hoed. De witte spikkels op die hoed zijn overblijfsels van het witte vlies dat het nog kleine paddestoeltje helemaal omsloot. Het paddestoeltje groeide, maar het vlies kon niet mee groeien en dus barstte het paddestoeltje op een gegeven moment uit z'n vel. De vlokjes liggen tamelijk los op de hoed, een flinke regenbui kan ze er zo afspoelen.

Stinkzwam
Een beruchte parasiet van allerlei loof- en naaldbomen is de honingzwam. Hij groeit meestal in grote bundels aan de voet van zieke of halfdode bomen. Speciaal op beuken groeit de porseleinzwam, een heel mooie paddestoel, die doorschijnend wit of crèmekleurig is en glanzend door de slijmlaag die de hoed bedekt. Ook vaak in bundels groeiend, maar dan soms tot hoog in de bomen.

Het kleverige koraalzwammetje kun je al van verre herkennen, want de oranje kleur en de vorm geven de illusie van kleine vlammetjes. Deze soort vind je vooral op stobben van dennebomen en hij zorgt voor de uiteindelijke vernietiging daarvan.

Tijdens een wandeling in het bos kan het gebeuren dat je ineens een zeer onaangename lucht ruikt: hoogstwaarschijnlijk een grote stinkzwam. Deze paddestoel heeft een witte steel met een vingerhoedachtige hoed, die eerst bedekt is met een donkergroene slijmmassa. In die slijmmassa zitten de sporen; doordat vliegen het slijm oplikken zorgen ze voor de verspreiding van de sporen.

Als het slijm is opgelikt blijft er een wafelvormig hoedstructuur over. Deze paddestoel komt te voorschijn uit het zogenaamde duivelsei, dat verder gevuld is met een geleiachtige massa.

75 cm hoog!
Soms zijn op dode takjes die op de grond liggen kleine schelpvormige zwammetjes te vinden. Dat zijn witte oorzwammetjes; ze zitten vaak zonder steekje meteen op het hout met de plaatjes naar boven. Een heel mooi gevormd zwammetje, dat eerst wit en later bruinroze gekleurd is.

Geschubde inktzwammen kun je op vele plaatsen tegenkomen; meestal zijn ze ongeveer 20 cm hoog, maar in de bossen van Flevoland kwam ik ze tegen van wel 75 cm hoog! De hoed is klokvormig, bedekt met witte, wollige schubben, die al snel zwart verkleuren en ten slotte helemaal vervloeien.

Goed kijken
Het op naam brengen van paddestoelen is geen eenvoudige zaak, omdat ze er jong vaak heel anders uitzien dan wanneer ze oud zijn en omdat in de boekjes meestal maar één stadium afgebeeld wordt. Door goed te kijken naar de omgeving waar ze groeien, het soort bomen waarop of waaronder ze voorkomen en niet te vergeten de plaatjes of gaatjes aan de onderkant, kun je toch wel een heel eind komen.

Maar ook alleen het kijken naar en het ontdekken van de geweldige vormenrijkdom op de grond en in de bomen kan al veel voldoening geven op een wandeling in het herfstbos.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.