+ Meer informatie

TER OVERWEGING

20 minuten leestijd

H.J. Hegger, Vader, ik klaag u aan. Uitg. Kok Kampen 2003, 262 blz. € 22,90.

Ds. Hegger heeft zich genoodzaakt gezien ten strijde te trekken tegen - samenvattend - de systeemdwang in prediking en pastoraat, zoals we die aantreffen in sommige reformatorische kerken. Hij doet dit - dat is boven alle twijfel verheven - uit bewogenheid met hen die met deze prediking geconfronteerd worden. En ook bij ons zal er veel zorg zijn over de wijze waarop - vaak met grote klem en met dreiging van de eeuwige verlorenheid - dit bekerings- en geloofssysteem in stand wordt gehouden. Daarover geen misverstand. Het is echter de vraag of ds. Hegger zal bereiken wat hij bedoelt. Is hij echt in gesprek met degenen die hij bestrijdt - hoezeer hij ook gewag maakt van briefwisselingen e.d.? Op blz. 27 e.V. beschrijft hij het ontstaan van het boek: het is min of meer buiten hem om ontstaan. Dat komt dicht bij het begrip inspiratie en het nodigt niet uit tot discussie. Ook inhoudelijk is de auteur soms echt te scherp; als voorbeeld noem ik blz. 133, waar-in hij een lichaam ‘een lijk in verregaande staat van ontbinding’ noemt met het oog op een gemeente waar slechts een miniem aantal avondmaalsgangers is. Hoe zorgelijk dat feit op zichzelf ook is, deze manier van schrijven schept afstand. Ook de vergelijking met Allah, wanneer ds. Hegger het Godsbeeld in de door hem bekritiseerde prediking typeert (blz. 143), nodigt niet uit tot gesprek. Tenslotte vind ik de titel slecht gekozen (ondanks de uitleg, blz. 55 e.v.). Wanneer men ooit een boek heeft geschreven waarin de kerk ‘moeder’ wordt genoemd, komt men bij de naam ‘Vader’ uit bij de Here. Ik vrees dat door dit boek niet het doel bereikt zal worden dat beoogd wordt.

drs. P.J. Vergunst (red.), Licht op de kerk. Uitg. Boekencentrum Zoetermeer 2003, 172 blz. € 13,50.

Aan het eind van dit jaar staat het fusiebesluit van de SoW-kerken geagendeerd. Bekend is dat de Geref. Bond in de Ned. Herv. Kerk grote moeite heeft met dit besluit, maar dat hij tegelijk na een jarenlange innerlijke worsteling toch heeft besloten de leden op te roepen het niet tot een breuk te laten komen. Over de verschillende aspecten van deze oproep en de achtergronden ervan (gebed, verbond, belijdenis, eenheid, volk en overheid, ware en valse kerk enz.) zijn in De Waarheidsvriend, het weekblad van de Bond, in het recente verleden artikelen verschenen. Die zijn nu gebundeld. Zodoende wil men leiding geven aan kerkenraden en gemeenteleden, in de hoop dat er toch ooit een voluit gereformeerde kerk zal ontstaan. Maar de broeders realiseren zich heel goed dat er dan eigenlijk iets heel anders moet gebeuren dan het proces dat nu gaande is. Gespreksvragen aan het eind van elk hoofdstuk prikkelen tot onderling gesprek en doorden-king van het geheel. Uiteraard leven wij in onze afgescheiden positie met de broeders mee. Wij bidden voor hen, zoals ook voor andere gereformeerde belijders.

Gerben Heitink en Hijme Stoffels, Niet zo’n kerkganger. Zicht op buitenkerkelijk geloven. Uitg. Ten Have Baarn 2003, 219 blz. € 14,90.

De titel van dit boek herinnert aan woorden, gesproken tijdens de uitvaart van Prins Claus vorig jaar. De ondertitel spreekt van een onmogelijke mogelijkheid. Onmogelijk, want ‘buiten de kerk geen zaligheid’. Mogelijk, want wie kent ze niet: die kennis die om wat voor reden dan ook vervreemd is geraakt van het kerkelijk leven, maar toch nog op de een of andere manier niet los is van God? En hoe krijg je met die mensen (Nederland is er vol van) weer contact, hoe krijgen ze weer een dieper contact met God en zijn gemeente?

Vragen te over, en dit boek zet ze op een rij, zoekend naar antwoorden. De affiniteit met het or-thodox geloven en belijden is daarbij slechts aan de rand aanwezig: aandacht voor de sterk groeiende vrije baptistengemeente in Drachten (blz. 120 e.V.), voor het verdiepingsmodel van Christiaan Schwarz (blz. 168). De auteurs zijn uiteindelijk op zoek naar een ‘open kerk’. Daarbij klinkt de vraag - en terecht -: wat blijft er dan over van het geheimenis dat in de kerk weerklinkt en dat de eigenlijke reden vormt van haar bestaan (blz. 185)? Daar ligt de kern van de zaak, volgens mij. En die vraag had meer de kern van het hele boek moeten zijn. Nu is er wel veel informatie (en daarvoor zou u het kunnen lezen), maar te weinig diepgang.

Guurtje Leguijt, De luistervogel. Roman,

Randy Singer, Het vonnis.Thriller,

Jake Thoene, Vuurproef. Thriller. Uitg. Kok Kampen 2003, 231, 415 en 350 blz. € 14,90, € 18,95 en € 18,95.

Gezien het karakter van ons blad een korte aankondiging van deze drie boeken (misschien voor een ‘alternatief’ geschenk?). De roman van Leguijt verhaalt van een studente die een contact krijgt met een studiegenoot. Ze heeft het er moeilijk mee diepe contacten, waarin ze haar gevoelens uit, te leggen. Het tweede boek is het verslag van de wijze waarop de weduwe van een Amerikaans zendeling, die vermoord is in Saoedi-Arabië, haar financiële en inhoudelijk-principiële recht krijgt (waarbij de vraag aan het eind rijst of dat nu het punt is waar het boek om draait, of de overwinning van de advocaten). Het derde boek gaat over de gevolgen van aan aanslag in San Francisco. Van dit boek is te zeggen dat het te waarderen is dat iemand een thriller schrijft waarbij bij de inhoud christelijke terughoudendheid wordt betracht; nadeel is dan wel dat de vaart er helemaal uit gaat; het ‘thrillt’ niet meer, zogezegd.

ds. Evert Jan Hempenius en ds. Gert Hutten, Staat er wat er staat? Bijbels dagboek voor jongeren. Uitg. Barnabas Heerenveen 2003, 168 blz.€ 12,50.

Dit dagboek stelt zich ten doel jongeren met minder bekende bijbelboeken/gedeelten in aanraking te brengen (Jeremia, het geheel van Daniël, Kronieken enz.). Dat is een goede zaak. De opzet is bijzonder: in twee weken leest men de hoofdzaak van het bijbelboek door. Er staan bij de lezingen - na een inleiding op het boek - heel korte toelichtingen. Dat roept wel de vraag op of er met deze opzet voldoende houvast in het gebruik wordt geboden. Men zou dat eens moeten onderzoeken. Dwars door het dagboek heen vindt men een toelichting op het Onze Vader. Soms kan de inhoud zorgvuldiger; ik denk aan blz. 21, waar gezegd wordt: ‘Gods toorn is gestild door Jezus’. Hoe waar ook, er is ook nog zoiets als Joh. 3:36. En de uitdrukking ‘Je paspoort is je doopbewijs’ op blz. 41 lijkt mij ook te kort door de bocht.

Pieter Dingemanse, Wat burnout met je doet,

Arthur Hegger, Wat borderline met je doet. Uitg. Boekencentrum 2003, 177 en 149 blz., ieder € 13,50.

Uitgeverij Groen heeft al een aantal jaren een serie ‘Praktisch & pastoraal’. Daarin komt naast allerlei andere onderwerpen o.a. de omgang met psychische problemen aan de orde. Uitgeverij Boekencentrum is nu daarnaast met een nieuwe serie gestart, waarin zij over een aantal ziekten op het psychische vlak achtergrondinformatie én ervaringsverhalen gaat geven. De eerste deeltjes zijn inmiddels verschenen, met de bovengenoemde titels. De diepte-interviews zijn verzorgd door studenten van de Chr. Hogeschool Ede. De boekjes geven een helder inzicht in de aard van de ziekten en in de moeite die zij bij de patiënten en hun omgeving geven. Voor allen die met pastoraat te maken is dit een serie om in het oog te houden; het is immers van enorm belang om bij het pastoraat te weten wat er met de ‘pastorant’ aan de hand is!

E.Th. Thijs, Als de jaren gaan tellen. Teksten bij het ouder worden. Uitg. Kok Kampen 2003, 175 blz. € 19,90.

Ds. Thijs (het meest bekend van de Elisabethbode) schreef een fijnzinnig boekje over het onder-werp dat in titel en ondertitel vermeld staat. ‘Ouder worden’ mag men ruim nemen: boven de 50. Van verschillende kanten wordt dat proces belicht; en zo valt er christelijk licht op deze fase van het leven. Daarbij mag bedacht worden, en dat gebeurt ook in dit boek, dat aan ouder worden - wanneer het in christelijk geloof gebeurt - nog een ándere kant zit: het steeds dichter komen bij het moment van de grote vernieuwing.

Cees Hoogendoorn, Nochtans. Werk en leven van ds. J.J. Poort. Uitg. De Groot Goudriaan-Kampen 2002, 331 blz. €24,90.

Velen zullen de naam van ds. Poort, in leven predikant van de Ned. Herv. Kerk kennen. Hetzij door preken die zijn blijven haken (die immer een sterk meditatieve inslag hadden, dat zat er bij zijn proefpreek al in, blz. 65), hetzij door zijn bijbelse reisbeschrijvingen, die wijd verspreid zijn geraakt, hetzij door de wijze waarop hij het verwerken van zijn eigen ziek-zijn beschreef, in de ja-ren negentig van de vorige eeuw. In dit boek over zijn leven en werk kan men de gaven (en soms eigenaardigheden, zoals bij ieder mens) van deze karakteristieke dienaar van God nog eens op zich in laten werken. Hij nam geen blad voor de mond, en heeft daarvan de nodige moeiten on-dervonden (ik noem uit de Kamerikse periode de avondmaalsmijding van ambtsdragers en de verzwegen vragen rond seksualiteit). Dat hij daarna als legerpredikant in de bloei van zijn werk is gekomen, verrast daarom niet: eerlijk, onomwonden, scherp en rechtuit. Maar uiteindelijk ging het hem om de eer van zijn Zender. Over Hem preekte hij en over Hem schreef hij.

J.P. Balkenende, R. Kuiper en L. La Rivière, De kunst van het leven. De cultuuruitdaging van de 21e eeuw, Boekencentrum Zoetermeer z.j., 227 blz. € 20,-.

In deze bundel schrijven 22 auteurs over de uitdagingen van de 21ste eeuw, zoals die zich vanuit christelijk perspectief voordoen. Het is een gemêleerd gezelschap van wetenschappers, mensen uit de wereld van de kunst en de media, en enkele predikanten. De bijdragen zijn gerubriceerd onder economie en politiek, techniek en communicatie, samenleving en cultuur en kerk. Binnen het bestek van een recensie is het niet mogelijk aan een zo grote veelheid recht te doen. Ik volsta daarom met te vermelden, dat de schrijverskring een wel erg grote verscheidenheid vertoont, en dat de helderheid van wat een christelijk antwoord op de cultuuruitdaging van de 21ste eeuw zou kunnen en moeten zijn daarmee niet is gediend. Maar wie boeiende en stimulerende gedachten zoekt, komt hier niet tekort!

George Harinck (red.), Alles of niets. Opstellen over prof. dr. K. Schilder, (AD Chartas-reeks nr. 6), De Vuurbaak Barneveld 2003, 173 blz. € 14,75.

Op 23 maart 2002 was het vijftig jaar geleden dat prof.dr. K. Schilder overleed. Ter gelegenheid daarvan is dit bundeltje opstellen over zijn werk verschenen. Er worden diverse thema’s in aangesneden, waarbij de blik vooral naar buiten gericht is. De redacteur van de bundel heeft een uitvoerig en boeiend artikel geschreven over Duitsland en Schilder in 1933, en dr T.G. van der Linden haalt de discussie Schilder-Noordmans uit 1935 nog eens naar voren, die daarmee in verband staat. Het ging daarin om de vraag hoe men in de cultuur staat. In zijn proefschrift, dat Schilder in 1933 in Erlangen (Duitsland) verdedigde, beriep hij zich tegenover Barth op Calvijn. Had hij de Reformator echt aan zijn zijde? Aan die kwestie is de bijdrage van prof.dr. W. van ‘t Spijker gewijd. Verder is er een bijdrage over de eerste zelfstandige publicatie van de jonge Schilder, die gewijd was aan het Darbisme, en het is niet verbazingwekkend dat die van de hand van dr W.J. Ouweneel is. Tenslotte noem ik nog de bijdragen van J. Smelik over Schilder en het kerklied en R.J. Mouw over Schilder als theoloog van de samenleving. Kortom: boeiende thematieken, en geen ‘heiligenverering’, maar echte discussie!

A. van den Beukei, Waarom ik blijf. Gedachten over geloof, theologie en wetenschap. Ten Have Baarn 2003, 176 blz. € 14,90.

De emeritus-hoogleraar aan de TU-Delft heeft ons al met enkele prikkelende boeken gediend. Nu is er weer een, een bundeling van elders gepubliceerde artikelen, én een nog niet eerder gepubliceerde bijdrage ‘Een leek in theologenland’. In dat uitvoerige artikel legt hij de veranderingen in denken over fundamentele zaken die zich de laatste tien jaar bij H.M. Kuitert en C.J. den Heyer hebben voorgedaan bloot. Daarbij gaat hij niet zachtzinnig te werk. Als ze hun ideeën zouden hebben uitgedragen voor een natuurwetenschappelijk forum, zou er geen spaan van heel gelaten zijn. Zijn verwijt is dat ze hun subjectieve opvattingen trakteren als wetenschappelijke inzichten, en er dan ook nog eens een rommeltje van maken. Vooral Kuitert zal het niet leuk vinden blz. 22vv te lezen.. Ook heel andere blijken van wetenschappelijkheid moeten het bij Van den Beukei ontgelden. Prachtig steekt hij de spot met de ‘n’ in zielenheil en kerkenraad (121).

Het is ook in dit boek weer warm en goed, zoals Van den Beukei over het geloof van zijn vader schrijft. Hij weet het allemaal wat minder zeker, maar in zijn rouwdienst moet Psalm 103,1 vv centraal staan.

Dietrich Bonhoeffer, Verborgen omgang. Gemeenschapsleven en Gebedenboek van de Bijbel, Ten Have Baarn 2003, 150 blz. € 22,95.

De laatste tijd worden diverse boeken van Dietrich Bonhoeffer opnieuw uitgebracht, niet zelden ook helemaal opnieuw vertaald. Dat geldt ook van deze twee boeken, die allebei al eerder apart in ons taalgebied uitgebracht werden. Het eerste boek is een verantwoording van de spiritualiteit, zoals die door Bonhoeffer werd beoefend met zijn studenten in het Predigerseminar van de Belijdende Kerk. De sluiting daarvan door de Gestapo noopte Bonhoeffer het boekje ‘Leven in gemeenschap’ te schrijven, waarin hij aangaf waarop het stoelde. Daarnaast is het laatste boekje dat Bonhoeffer zelf voor publicatie heeft klaargemaakt opgenomen: ‘Bidden met de Psalmen’. Ik heb dat altijd één van de mooiste boeken van Bonhoeffer gevonden, waarin hij laat zien dat we de Psalmen alleen met Christus kunnen méébidden. Hij heeft ze vervuld, door dat Hij de Rechtvaardige was die de Vader op het oog had. Deze twee ‘bevindelijke’ boeken in één band vormen een aanrader.

H. Burger, De zandloper van Genesis. De visie van Benno Jacob op Genesis 22 in het licht van zijn tijd en van de Traditie, Boekencentrum Zoetermeer 2002, 256 blz. € 24,90.

De joodse geleerde Benno Jacob (1862-1945) heeft o.a. een commentaar op het bijbelboek Genesis geschreven, met daarin bijzondere aandacht voor hoofdstuk 22. In dat hoofdstuk lezen we van het offer van Abraham en de binding van Izaäk. Mevrouw Burger heeft in dit boek, dat als proefschrift diende, nagegaan hoe Jacob tot zijn visie kwam, hoe zich dat verhield tot zijn tijdgenoten (o.a. H. Gunkel) en tot de joodse traditie.

De uitleg van Jacob is weliswaar origineel, maar niet zonder lijnen naar de traditie. Vaak wordt gezegd, dat het in dit hoofdstuk slechts zou gaan om het verzet tegen kinderoffers. Abraham zou nog bevangen geweest zijn in de sfeer van een godheid die kinderoffers vraagt, en de functie van Genesis zou zijn daarmee eens en voorgoed af te rekenen. Dat betekent dan dat men dit hoofd-stuk maar één keer echt kan lezen…

Benno Jacob leest Genesis 22 in lijn met de traditie die dit hoofdstuk naast het begin van het bij-belboek Job heeft gelegd (224). De God, die Abraham hier verzoekt is ‘Satan’, en als God niet ingrijpt zal Abraham Izaäk doden, zij het onder protest (175). Abraham staat op het punt een moord te plegen, en God laat hem tot het uiterste gaan. Maar Abraham wist van meet af aan, dat het niet God was die dit offer wilde - de woorden ‘voor mij’ ontbreken in vers 1.

Het lijken mij geen gedachten om zomaar over te nemen, maar ze leggen wel getuigenis af van een serieus bezig zijn met de tekst én de vragen, waarvoor dit hoofdstuk ons stelt. En dat is meer dan van veel moderne protestantse uitleg gezegd kan worden…

G.H. Cohen Stuart, Joodse feesten en vasten. Een reis over de zee van de Talmoed naar de wereld van het Nieuwe Testament, Ten Have Baarn 2003, 381 blz. € 24,90.

De schrijver van dit boek heeft jaren in Israël gewoond en gewerkt, als theologisch adviseur van de Ned. Herv. Kerk. Hij promoveerde destijds bij prof. Boertien op een thema uit de rabbijnse traditie. Nu heeft hij dit boek het licht doen zien, waarin hij aan de hand van joodse feesten en thematieken vanuit de rabbijnse traditie naar het Nieuwe Testament gaat. Dat levert een veelheid aan verrassende en verhelderende inzichten op, die het bijbellezen kunnen corrigeren, verrijken en verdiepen. Tegelijk echter roept het boek ook op veel plaatsen tegenspraak op. Ik denk aan de opmerking over erfzonde, die het Nieuwe Testament onbekend zou zijn (208), en ook aan de gedachte dat de man in Joh. 5 op een heidense cultusplaats zou verblijven (de recente commentaar van K. Wengst laat het vanuit rabbijnse bronnen heel anders zien). Zou het scheuren van het voorhangsel van de tempel werkelijk alleen maar duiden op de rouw van God, en niet van oordeel over de tempel (148)? In het gedeelte over Grote Verzoendag en Nieuwjaar miste ik de verwijzing naar de ‘laatste bazuin’ in 1 Kor. 15,52. In de literatuurlijst valt op, dat veel - recent en ouder - materiaal ontbreekt, uit ons land en daarbuiten.

Het boek moet dus met enig kritisch onderscheid gebruikt worden, maar dan valt er veel aan te ontlenen.

C.J. Haak, Metamorfose. Intercultureel begeleiden van kerken in een niet-christelijke omgeving, Boekencentrum Zoetermeer 2002, 319 blz. € 20,-.

Drs Haak is universitair docent zendingswetenschap, godsdienstwetenschap en evangelistiek aan de Theologische Universiteit van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt). In dit boek levert hij een bijdrage aan de discussie over de methode van zending en evangelisatie. Met vele anderen onderstreept hij, dat er iets als contextualisatie nodig is. Het evangelie is geen tijdloze boodschap, hoewel het van en voor alle tijden is. Maar het kan alleen gehoord worden en werken, waar het echt ingaat in het concrete menselijk bestaan. Toch valt Haak niet zomaar de hoofdlijn in de dis-cussie bij. Hij pleit voor een heel bepaalde contextualisatie, nl. vanuit de ‘metamorfose’, de totale vernieuwing van de mens door de Geest van Christus. De kerk wordt in Rom 12,1 opgeroepen zich te läten veranderen door de vernieuwing van het denken. Als een kerk die daar ernst mee maakt in de cultuur staat, kan zij ook die cultuur heel gericht oproepen zich gewonnen te geven aan het koninkrijk van God.

Ik acht dit een goede lijn, die het waarheidsgehalte van de roep om de boodschap echt in de context te horen en te vertolken honoreert, maar dan zó, dat er geen aanpassing van de boodschap aan de mens van vandaag plaatsvindt, maar - uitdagend gezegd - aanpassing van de mens aan de boodschap. Dr Spijkerboer geeft ergens gezegd: ‘Als een bijbelgedeelte u niet ligt, moet u anders gaan liggen.’

Bij de uitwerking laat zich een aantal vragen niet onderdrukken. Ik denk aan de manier waarop Handelingen 15 ter sprake komt (66). Haak gaat hier compleet voorbij aan de betekenis van de oud-testamentische wetgeving, zoals Israël die heeft verstaan. En op blz. 92v zegt hij wel erg gemakkelijk dat de bijbel geen heilige tijden kent. Maar Grote Verzoendag is de meest heilige dag van het jaar? En is de ‘adem van het jaar’ niet van groot belang? Is het wel zo goed geweest dat we het Loofhuttenfeest - en andere najaarsfeesten uit het Oude Testament - hebben afgeschaft? Wat mij betreft zou drs Haak er goed aan doen zich nog eens af te vragen of hij niet nóg aandachtiger naar de Schrift moet luisteren dan hij zelf doet en bepleit.

F.G. Immink, In God geloven. Een praktisch-theologische reconstructie, Meinema Zoetermeer 2003, 290 blz. € 27,50.

Dit is een belangrijk boek, en het lijkt me goed voor iedere predikant er kennis van te nemen. Het is een ontwerp voor het vak Praktische Theologie, dat ervoor pleit daarin niet alleen onze eigen godsdienstigheid te onderzoeken en in kaart te brengen, maar dat zijn vertrekpunt neemt in het geloof in God, en dat is dan ook: dat Hij in de gemeente van Jezus Christus zijn werkplaats heeft en van daaruit ook zijn sporen trekt in deze wereld. Wie enkel de menselijke religiositeit als voor-werp van onderzoek neemt, en wie de vraag of er sprake is van een reëel betrokken zijn op God die leeft en spreekt en handelt, buiten haakjes plaatst, heeft daarmee het geheim van de kerk al prijsgegeven.

Het eerste en meest fundamentele vertrekpunt voor Immink is: er zijn mensen die geloven, en hun geloof is er dankzij de God die spreekt en die in de communicatie het eerste woord neemt en heeft. We antwoorden ook op Gods spreken, en dat antwoord doet er ook toe. Er vallen beslissingen, er gebeurt echt iets waar God met zijn Woord tot mensen komt. En - dat vooral: het wordt echt iets van de mens zelf. Hij leert de HERE kennen, vertrouwen, liefhebben.

Alleen al daarom dient er ook de ‘check’, de contra-expertise van de sociale wetenschappen te zijn. Het is dus niet maar een kwestie van niet-anders-kunnen, wil je jezelf niet uit de wetenschappelijke markt prijzen. Het is ook en eerder: we mogen de ontmoeting van ons moderne mens-zijn, zoals dat ook is neergeslagen in onderzoeksmethoden en resultaten van sociale wetenschappen, met het leven dat uit God is niet uit de weg gaan. Het zou niet sterk zijn als we alleen ons eigen gelovige verhaal zouden vertellen, en niet zouden ingaan op kritische vragen die gesteld worden door hen die onze vooronderstellingen niet delen. En er is ook de andere kant. De sociale wetenschappen - Immink zegt het niet met zoveel woorden - hebben het ook nodig, dat ze op de idee gebracht worden dat deze werkelijkheid van elders bewogen wordt, niet door een deus ex machina, maar door een God die spreekt, en een gemeente die zich door dat spreken laat terugroepen, tot inkeer en omkeer komt, zich laat vernieuwen, de Geest in zich laat werken. Zó verstaan is Praktische Theologie niet beschrijving en duiding van wat is, maar een zoeken en in kaart brengen van het nieuwe, oordelende en reddende dat van God uitgaat. In de optiek van Immink heeft Praktische Theologie zich dáárop te richten. Het zal duidelijk zijn waarom ik enthousiast ben over dit boek.

Gerrit Jan van der Kolm, De verbeelding van de kerk. Op zoek naar een nieuw-missionaire ec-clesiologie, Boekencentrum Zoetermeer 2001, 274 blz. € 29,50.

Dit boek heeft gediend als proefschrift aan de RU Groningen. De schrijver geeft zich in dit boek rekenschap van de weg die hij is gegaan. Na zijn theologiestudie in Leiden heeft hij gezocht naar een plaats om het leven van en met de mensen aan de onderkant van de samenleving te leven. Daarin was hij niet de enige. Bekend zijn de zgn. ‘priester-arbeiders’, die Van der Kolm hebben geïnspireerd. Hij is vanuit zijn eigen ervaringen in Dordrecht op zoek gegaan naar - wat hij zelf noemt - een ‘nieuw-missionaire ecclesiologie’. Dat is: een ‘verbeelding’ van de kerk, die op een nieuwe wijze missionair is in de huidige context. Hij komt uit bij ‘de gemeente als contextueel-eschatologisch leerproces’. De missionaire werker is niet degene, die aan de mensen de bekende boodschap brengt, maar die samen met anderen het evangelie als ‘vreemde boodschap’ ontdekt. Dat is dan in feite een hermeneutisch proces. Het lijkt me dat er veel voor te zeggen is, dat je het evangelie samen met anderen ontdekt, maar wordt het evangelie in deze benadering niet verregaand van zijn gezaghebbende en bevrijdende inhoud ontdaan?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.