+ Meer informatie

Feestelijke chaos en groot enthousiasme tijdens Koninginnedag in Rotterdam

6 minuten leestijd

Oranje en rood-witblauw versierde gebouwen, oranje water uit de fontein, oranje kruitdampen, een aubade van een kilometer lang, volop koorzang en trompetterkorpsen, politie-optreden dat geen naam mag hebben, maar vooral: overenthousiaste, luid joelende mensenmassa's waartegen geen dranghekken bestand zijn; dat is Koninginnedag in Rotterdam. Eén groot volksfeest, al is het soms wel erg chaotisch, zodat de Koningin nauwelijks kan zien wat ze volgens het programma zou moeten zien. Over de oranjegezindheid der blanke en gekleurde bewoners van de grootste havenstad bestaat op 30 april echter geen twijfel. „Ik heb 'r een hand gegeve, wil-u een interview met mij?"

In de smalle straatjes van Overschie staan duizenden mensen opeengepakt tegen de huizen. Een bandje speelt een vlotte deun en een man klapt enthousiast mee. „Goed tegen kouwe handen", verklaart hij. „'k Sta hier al vanaf halluf zeven." Gebeier van kerkklokken wedijvert met geronk van helikopters. Zoals gebruikelijk wordt de Koningin verwelkomd met bloemen, een zanghulde van kinderen en een woordje door burgemeester Peper. Dan mag ze enkele historische taferelen bekijken, waaronder een met oude voertuigen. De kroonprins mag het startsein voor een ook al historische klompenrace geven. Zodra dat is gebeurd klepperen vele kinderklompjes door de Overschiese Dorpsstraat. De prinsen krijgen elk een stel klompen uitgereikt. Plotseling racen Johan-Friso en Constantijn er in noodtempo vandoor op het houten schoeisel, vastgeklemd om hun keurige stappers. Een veiligheidsman zet direct ook de sokken erin, evenals een paar fotografen. Dat stond niet op het programma! Dat de prinsen in 't voorbijgaan een oudere verslaggever ondersteboven lopen vindt het slachtoffer prachtig. En dat hij niet in het persvak stond kan hem niet kwalijk worden genomen: dat staat stampvol publiek. Tussen het publiek staat een piano met Japanse pianist op een verhoging. Praktisch voor de mensen: je gaat gewoon ook op die verhoging staan óf je khmt over de hekken, de meest gekozen oplossing.

Oranje saluut
Als de Koningin in zicht komt laat de Japanner enkele toepasselijke klanken horen: Wilhelmus, Oranje boven, en dergelijke. Een spontane actie, in het boekje staat niets vermeld. De Koningin kan het wel waarderen. Een overslaande stem: „Ik heb haar gezien, o jongens, ik heb haar gezien!" Het bezoek aan Overschie schiet op; na de overhandiging van een geschenk (aquarel van Overschie) kan men vanaf de Hoge Brug nog een blik werpen op historische tafereeltjes in de Delfshavense Schie. Ondertussen deelt de kroonprins links en rechts handen uit. Er wordt een boot met zakken meel gelost en een geuzenschip lost enige saluutschoten, die een oranje kruitdamp achterlaten. De blusboot heeft geluk: het omhoogspuitende water waait niet naar het gezelschap op de brug toe. Uit het gedrang op de brug stijgt opeens een hartverscheurend gejammer op: de papieren feestmuts van een klein meisje is in de strijd deerlijk gehavend. Mega-aubade Via een route waarlangs van alles te zien en te horen is vertrekt de koninklijke bus. Meer dan drie kwartier is men onderweg, dwars door het centrum. Er is een bloemenmozaïek, gebouwen zijn met draperieën en sjerpen versierd, de fontein op het Hofplein spuit oranje water, er staan de nodige muziekkorpsen opgesteld, maar toppunt voor de feestcommissie is wel de mega-aubade. Van Hofplein tot Eendrachtsplein, over ruim één kilometer, wordt door de toeschouwers gezongen. Bekende liederen, maar ook een uniek, door luisteraars van radio Rijnmond geschreven lied op de melodie van "Ketelbinkie" (een Rotterdamse smartlap). Via de destijds door prins Willem-Alexander geopende, nu uitbundig versierde Willemsbrug arriveert men in Zuid.

Geen volwassenen...
In het parkje op het Afrikaanderplein heeft een groot kinderfeest plaats, dat "Oranjepret" heet. En pret is er, voor blank en bruin. „Ouders en andere volwassenen worden op het feestterrein niet toegelaten", vermeldt de officiële informatie. Slechts bejaarde wijkbewoners kunnen een toegangskaart krijgen. Maar waar komen al die mensen dan vandaan? Er staan weliswaar een paar dranghekken, maar nog voor de Koningin passeert staat men er al minstens zes rijen dik voor. De boomplanting door kinderen verloopt nog rustig. Na afloop krijgt de Koningin een briefje in handen geduwd; het blijkt bestemd voor Johan-Friso. Die opent het, leest, en geeft het document dan grijnzend aan iemand van het gevolg. Wanhoopspoging van een verliefd hart? Agenten spreiden de armen voor de mensendrommen, maar zodra Hare Majesteit in zicht komt is er geen houden aan. De speelveldjes stromen massaal vol en geen kind kan zijn spelletje doen, laat staan dat het koninklijke gezelschap of de bejaarden er iets van zien. De geestdrift is groot, het gejuich is niet van de lucht en de chaos is compleet. Waar de Koningin iets zal bekijken is wel een open ruimte, maar zodra ze die betreedt staat het er op slag bomvol mensen. De agenten kijken toe. „Hier wonen allemaal etnische minderheden, die hou je niet achter een dranghek", verklaart iemand, waarop een kleurlingagent vriendelijk repliceert: „Die Hollanders daar deden anders de hekken open!"

 Kakafonie
Opnieuw rijdt de stoet via een versierde route, over de Willemsbrug, nu via het Churchillplein naar de Coolsingel. De bus kan hier nauwelijks passeren; waarschijnlijk worden velen over de tenen gereden. Maar achteruit kunnen ze niet, men dringt steeds verder op. De klokken van de Laurenskerk luiden en het beurscarillon speelt, het gesnor van heli's klinkt erdoorheen. De kakafonie is compleet als ter hoogte van Beursgebouw WTC het hoge gezelschap uitstapt. Uit duizenden kelen klinkt gejuich en geschreeuw, waarin soms iets te herkennen is ("Oranje boven"), maar dat meestal onbestemd blijft. Tussen de kraampjes van de jaarlijkse vrijmarkt door wandelt de Koningin met de haren over de Coolsingel. Kunstenaars en scholieren hebben portretten van de koninklijke familie nagetekend. Sommige lijken opvallend goed. Maar wie ze nu getekend hebben... een jongen van pakweg 16 jaar weet het niet. „Die middelste geloof ik", aarzelt hij. Het blijkt Constantijn te moeten voorstellen. Een als clown verklede jongen gilt het uit: „Ik heb 'm een hand geschud! Ik vroeg haar: mag ik u een hand geven. Nee, zei ze. En toen gaf hij me een hand." „Wie?" „Eh... eh... die pas 25 jaar is geworden. Wil-u soms een interview, en m'n handtekening?"

 Lang zal ze leven
Inmiddels is de Koningin voor het stadhuis gearriveerd. Tussen haar en het publiek is een ruimte van ongeveer een rijbaan breed. Te veel. Spontaan vallen de dranghekken op de grond en een enorme massa kolkt naar voren, juichend en joelend en schreeuwend. Een viertal koren zingt toepasselijk: „Dat kan alleen in Rotterdam". Snel verdwijnt het gezelschap in het stadhuis. Een onbestemd, oorverdovend geluid gaat op als de balkondeuren opengaan. Sommigen proberen nog "Peper" of "Maurits" te scanderen, maar het gejoel, gefluit en geschreeuw overstemt alles. De Koningin lacht en zwaait, prins Claus lacht en zwaait, het hele gezelschap lacht en zwaait. <

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.