+ Meer informatie

Heeft de gereformeerde theologie bestaansrecht en toekomst?

37 minuten leestijd

I

De geschiedenis van de kerk in West Europa sinds de Reformatie is niet denkbaar zonder de gereformeerde theo logie.

Is het niet wat vreemd een vraagteken te zetten achter het bestaansrecht van een theologie die een geschiedenis van vier eeuwen achter de rug heeft ? Het feit dat ze het zolang uitgehouden heeft, wijst er toch op dat ze recht van be staan heeft, zou men denken.

Niettemin is het bestaansrecht van de gereformeerde theologie in het geding. Dat hangt samen met de historische ma nier van denken die in onze tijd opgang maakt. Onder dat historische denken verstaan we die benadering van de wer kelijkheid, die de dingen en denkbeelden betrokken ziet in het grote proces van de geschiedenis. Daarin heeft alles zijn plaats. Daaruit komt alles op. Wat er eenmaal was, behoeft nog niet deswege te blijven. Het historische denken heeft oog voor de afwisseling en de voortgang. Men zegt: juist omdat de dingen histo risch zijn, moeten ze veranderen. Niets kan blijven zoals het was. De hang naar het nieuwe wordt in niet geringe mate door dit historische denken bevorderd. De gereformeerde theologie mag dan be staansrecht gehad hebben, dat betekent niet dat ze bestaansrecht houdt.

We staan als kerken van gereformeerd belijden midden in deze tijd. We kunnen ook als ambtsdragers niet aan deze pro blematiek voorbij gaan. Het is om die reden dat vandaag dit onderwerp be handeld wordt. Natuurlijk willen we er geen specifiek theologische uiteenzet ting van maken. Maar er is niet weinig gemoeid met de vraag, of de gerefor meerde theologie zal voortbestaan dan wel zal verdwijnen.

Er dient onderscheid te blijven tussen kerk en theologie. Men kan niet op re kening van de kerk schrijven al datgene wat er in de theologie geponeerd wordt. Maar de kerk heeft wel groot belang bij het gereformeerd karakter van de theologie. Wanneer deze theologie zou verdwijnen zal het voor de kerk uiter mate moeilijk zijn om in haar prediking en pastoraat, in haar catechese en ver woording van het geloof gereformeerd te blijven.

De driedeling van ons onderwerp ligt voor de hand. We willen ons een ogen blik bezinnen op de erfenis uit het ver leden, daarna letten op de aanvechting in het heden om dan te denken over het perspektief voor de toekomst.

De Reformatie is in twee stromingen uiteengevallen: de lutherse en de ge reformeerde. Er waren tussen Luther en Calvijn meer punten van overeenstem ming dan van verschil. Men heeft Cal vijn meermalen gezien als de man die het werk van Luther heeft voortgezet en op eigen wijze uitgebouwd. Dat lijkt ons een niet onjuiste typering. Niette min is er de eeuwen door een accent verschil gebleven tussen de reformatie in haar lutherse en in haar calvijnse stroming. Het is met name door het werk van Calvijn in Genève, dat de ge reformeerde reformatie zich over heel Europa heeft uitgebreid. De driedelige studie van dr. A. A. van Schelven „Het Calvinisme gedurende zijn bloeitijd” heeft de brede beweging die de calvijnse reformatie in Europa ontketend heeft, boeiend beschreven.

Daarnaast zijn de onderscheiden geloofs belijdenissen uit de 16e en 17e eeuw er een bewijs van, hoezeer de kerken in Europa door de calvijnse reformatie be ïnvloed zijn geworden. Ze hebben, met enkele nuanceringen, hun geloof bele den in bewoordingen en gedachtepatro nen die nauwe verwantschap vertonen met wat Calvijn in zijn Institutie en commentaren aan de kerk heeft ge schonken. Dat is via gereformeerde theo logen, oude schrijvers, de mannen van de Nadere Reformatie, en bewegingen in de vorige en deze eeuw, bewaard ge bleven.

Hendrik de Cock is niet denkbaar zon der zijn verworteling in de gereformeer de theologie. Hetzelfde zou te zeggen zijn van andere voormannen uit de af gescheiden kerken in de vorige eeuw. Theologen als Kuyper en Bavinck, maar ook Barth en Berkouwer, zijn zonder die verwantschap niet te verstaan. Het moeilijke punt bij de laatste twee na men is natuurlijk de vraag in hoeverre deze theologen de lijn hebben doorge trokken dan wel omgebogen. Men kan immers niet zeggen dat de crisis van de gereformerde theologie alleen maar van buitenaf veroorzaakt is. Er zijn in die theologie ook symptomen van om buiging naar een ander spoor. We ko men daarop nog terug. Voorshands me nen we te mogen volstaan met de con clusie dat de geschiedenis van de refor matorische kerk in West-Europa niet denkbaar is zonder de gereformeerde theologie. Dan denk ik natuurlijk aan Nederland. Graag betrek ik ook Schot land en Engeland, Frankrijk en Zwit serland, Duitsland en Hongarije erin. De sporen mogen niet overal even duidelijk zijn, men kan ze toch terugvinden.

II

Haar kernpunten zijn: De belijdenis van de souvereiniteit van God en van het goddelijke gezag van de Schrift; van de uitverkiezing en van de noodzakelijk heid van de wedergeboorte; van het plaatsvervangend offer van Christus en van de Heilige Geest die ons de gerech tigheid en de heiligheid van Christus deelachtig maakt.

We willen voorop stellen dat de gere formeerde theologie geen sectarische aangelegenheid is, die het verband met de theologie uit voorgaande eeuwen verloren heeft, of voor heel specifieke dingen opkomt, waaraan men in het verleden nooit gedacht heeft. Van Ruler heeft dat op een vergadering van onze predikantenvereniging eens heel mooi gezegd: Calvijn was zich ervan bewust dat de reformatie geen verhuizing en nieuwbouw betekende, maar slechts grote schoonmaak. Daarom is de refor matie een moment in de traditie van de kerk der eeuwen, die hij bij voorkeur catholica noemde. Zo ziet Van Ruler de gereformerde theologie ook als een mo ment in de traditie van de universeel christelijke theologie.

Dus geen isolement vergeleken met wat vroeger en elders aan de orde kwam of komt. We willen als gereformeerde theologen daar juist midden in staan. We willen ons niet afsluiten voor de vragen van de kerk in de wereld. We willen het oog niet toedoen voor de problemen waarmee kerkleden gecon fronteerd worden bij hun dienst aan de wereld.

Dat heeft de reformatie in het verleden niet gedaan. Zij heeft de openheid naar het leven midden in de wereld veeleer bevorderd. Dat moet de gereformeerde theologie nu ook doen.

Wel mogen we — weer met Van Ruler — zeggen dat de gereformeerde theolo gie de Reformatie het verst doorgevoerd heeft en daarom de meest oecumenische vorm van christendom moet zijn. De ge reformeerde theologie heeft de schatten van Gods openbaring heel diep door dacht en het breedst ontwikkeld. Zij is in de ontvouwing van het heil het verst gegaan. Waar anderen halt hielden, heeft zij het gewaagd de woorden van de Schrift nog verder na te spreken.

Wil men nu in heel kort bestek weten hoe dat is toegegaan, dan zou ik op het volgende willen wijzen: De gereformeer de theologie heeft erop gestaan te be lijden dat God God is en dat de mens alleen door de genade van God behou den wordt. Zij heeft de radikaliteit van het verderf nooit verbloemd. Zij heeft gejubeld over de macht van Jezus’ over winning en de kracht van zijn vernieu wing. Zij heeft dat gedaan door vol strekte ernst te maken met de belijdenis van de triniteit: God de Vader, die de oorsprong van alle dingen is, en tegen wiens wil de mens zich in zijn zonde als een rebel verzet. God de Zoon, die door de Vader gezonden is in deze wereld, en die de plaats inneemt van de zondige, opstandige mens. Hij draagt de schuld in plaats van de zijnen en Hij brengt terecht wat mensen nooit meer terecht zouden kunnen brengen. Het is God Zelf die in de Zoon naar deze aarde komt en het heilswerk historisch maakt. God de Heilige Geest die het door Christus verworven heil persoonlijk toepast en uitdeelt. Het was niet genoeg dat Chris tus de zaligheid verwierf. Ze moet ook door God Zelf ons deel worden. Daartoe dient de belijdenis van het werk van de Heilige Geest. Hij neemt het uit Chris tus en deelt het ons toe. Persoonlijker, direkter, genadiger en afhankelijker kan het niet.

En dat alles binnen de machtige cirkel van de eer van God, welke nooit concur reert met het welzijn van de mens, maar die in het behoud van een mens op het hoogst geprezen wordt. God moet er zelf aan te pas komen. Dat erkennen we in de belijdenis van de schepping. We zijn er niet door onze eigen keus, maar door het welbehagen van God. Dat er kennen we ook in de belijdenis van de verlossing. Gods Zoon kwam op aarde om te doen wat geen mens kon doen: als een heilig en onbesmet offerlam zich zelf te geven, tot voldoening van de eis, die het recht Gods aan ons stelt.

Dat erkennen we in de belijdenis van het werk van de Heilige Geest. Het ge loof komt niet op uit het kunnen van mensen, nog minder uit het denken van mensen. Het is volstrekt gave van God, die als de Heilige Geest het gepredikte woord gebruikt om mensen tot geloof te brengen en zo in het heil van Christus te doen delen. De drieënige God heeft zich voor de mens ingezet. Hij leidt de schepping door de geschiedenis naar de voleinding, die Hij bepaald heeft.

Deze algemene typering wil ik nu op enkele punten nog wat aanscherpen. De souvereiniteit van God wordt in de ge reformeerde theologie op een ongeëve naarde manier erkend. God is Zichzelf. Hij is niet door mensen gebonden of be paald. Hij bepaalt Zichzelf en bindt daar in mensen. Een humanisering van God wordt geblokkeerd door de belijdenis van zijn souvereiniteit. Wij hangen radikaal af van het welbehagen van God.

Die souvereiniteit vindt haar uitdruk king in het gezag van de Heilige Schrift. De openbaring is door God bepaald. Mensen dragen niet het hunne bij aan de kennis van God. Het is Gods privi lege om Zichzelf te openbaren. Het op komen voor het gezag van de Heilige Schrift is geen pleidooi voor een formele of papieren autoriteit. Het is correlaat met de erkenning van Gods souvereini teit. Als God werkelijk souverein is, dan heeft Hij Zelf en Hij alleen te zeggen, hoe Hij is en wat Hij wil. Dan is het uitgesloten dat we voor de kennis van Hem aangewezen zijn op bronnen als menselijke ervaring of schepselmatig denken of creatuurlijke fantasie. Zijn souvereiniteit betekent niet dat Hij bui ten deze wereld blijft en zich aan haar geschiedenis onttrekt. Juist het tegen deel is het geval. Als de souvereine schept Hij deze wereld en komt Hij de geschiedenis binnen. Daarin neemt Hij het Woord en spreekt Hij zijn gebod. Wij weten daarvan in de tijd na Pink steren niet anders dan door de Heilige Schrift, waarin zijn spreken ons be trouwbaar en gezaghebbend is overge leverd. In de erkenning van het Schrift gezag gaat het ons om de erkenning van de souvereiniteit van God. Hij openbaart Zich. Hij neemt het woord en Hij geeft het woord.

Die souvereiniteit wordt beleden in wat we de Schrift nazeggen over de uit verkiezing. Gods handelen is niet het scheppen van mogelijkheden, waarbij de realisering aan ons wordt overge laten. Zijn doen is niet het oprichten van een kader waarbinnen dan naar ons wel gevallen het één en ander tot stand komt. of niet. Neen, Hij kiest mensen uit de verloren massa van het mensen geslacht, en Hij kiest ze bij name. Het heil ligt in deze souvereine keus van God verankerd. Dieper zekerheid kunnen we niet krijgen dan welke rust in de raad van God. Hoger kunnen we ook niet opklimmen dan tot waar God zijn plan nen ons bekend maakt. Ons leven staat te trillen op de spits van zijn welbe hagen. De uitverkiezing is zozeer het werk van Gods genade dat het nodig is voor het deelhebben daaraan dat een mens wedergeboren wordt. We zijn niet in het heil krachtens het feit dat we geschapen zijn. We komen er alleen door het wederbarende en vernieuwende werk van de Geest. Het is de wedergeboorte die onderscheidt tussen de mensen, ter wijl er van nature geen onderscheid is. Het verkiezend voornemen van onze God realiseert zich binnen de bedding van de geschiedenis in het wederbaren de werk van de Heilige Geest.

Het is geen mens, die als zondig Adams kind de verlossing brengt. De last van de schuld is voor hem te zwaar en de onmacht ten goede te sterk dan dat Hij God kon behagen. We zijn aangewezen op de Ander, op Jezus Christus, die ons van God geworden is: wijsheid, recht vaardigheid, heiliging en verlossing (1 Kor. 1 : 30). Hij is waarachtig mens ge weest. Hij was geen vreemde verschij ning in ons mensengeslacht, inzoverre Hij kwam zoals ieder onzer geboren wordt. Hij is tegelijk waarachtig God. Daarin handhaaft God zijn souvereini teit, dat Hij voor de Verlosser, de plaats bekleder zorgt. Hij doet dat zo, dat aan de rechtvaardige eis van zijn wet niet voorbijgegaan, maar juist voldaan wordt. Vandaar dat de Zoon Zelf zijn lijden als in de Schriften voorzegd, aan de discipelen uitlegt.

De souvereiniteit van Gods verlossings werk komt uit in het plaatsbekledend werk van de Zoon. Vader en Zoon sa men zorgen er voor. Daarbij voegt zich het werk van de Geest.

Wij moeten weten, schrijft Calvijn in zijn Institutie (III, I, 1), dat al wat Christus tot zaligheid van het menselijk geslacht geleden en gedaan heeft, voor ons zonder nut en van geen gewicht is, zolang Christus buiten ons is en wij van Hem gescheiden zijn. Wie zal Christus in ons brengen dan de Geest van God ? Zo roept het werk van de Zoon om dat van de Geest. Men kan het ook anders zeggen: Het werk van de Geest is be sloten in dat van de Zoon. Als eerste gave heeft Hij de Geest verworven. In verwerving en toepassing van het heil toont God drieënig Zich de souvereine. De Geest maakt ons de gerechtigheid en de heiliging van Christus deelachtig. Vergeving van zonden ontvangen we al leen doordat we in het geloof op Chris tus plaatsbekledend werk ons vertrou wen stellen. Dan zij we zo één met Christus, dat we door de Vader in Hem worden aangezien en zonder Hem niet meer gedacht worden. We worden an dere mensen. Geen zondaar wordt kind van God, zonder dat hij ook het hart van een kind krijgt. Voor beide is de Geest nodig, die ons het heil in Christus toedeelt !

III

Deze erfenis is weersproken en betwist, maar tot op heden gebleven. Nimmer was zij in een crisis als zij nu is.

De geschiedenis laat zien hoe deze erfe nis is aangevochten. Zij heeft vooral te lijden gehad onder de invloed van de West-Europese wijsbegeerte sinds Des cartes. Zowel in de 18e als in de 19e eeuw heeft de moderne wijsbegeerte in vloed geoefend op kerk en theologie. Het verval van de vaderlandse kerk in de vorige eeuw moet in niet geringe mate daaraan worden toegeschreven. Toch is zij gebleven. Meer nog dan aan Kuyper is het aan Bavinck, de wijze schriftge leerde en bezonnen theoloog te danken dat er in Nederland en het Nederlandse taalgebied een stuk gereformeerde dog matiek is tot op de dag van heden.

Intussen is de crisis waarin de gerefor meerde theologie terecht gekomen is, naar mijn oordel nooit zo hevig geweest als thans. Dat hangt daarmee samen dat in het verleden de aanvechting van bui tenaf kwam. Toen kon men de stromin gen herkennen, die zich opmaakten om de gereformeerde theologie te vellen. Het was duidelijk dat het verzet tegen het waarlijk gereformeerde uit een an dere geest kwam. Men denke bijvoor beeld aan het dogmatisch ontwerp van de grote Leidse theoloog J. H. Scholten. Nu is de gereformeerde identiteit zelf in het geding Nu zijn het niet enkel de krachten van buitenaf, bijvoorbeeld het bondgenootschap van moderne existen tialistische wijsbegeerte en marxistische maatschappijkritiek. Nu is het gerefor meerde kamp zelf in verwarring om trent wat gereformeerd is. Voor wat de situatie in onze eeuw betreft, meen ik, dat in niet geringe mate daaraan de theologie van Karl Barth heeft bijge dragen. Hij is geëerd als de kerkvader van de twintigste eeuw. Intussen is hij ook de man die de brug vormt naar de huidige theologie. Graaf land heeft daar op nog onlangs in zijn boekje „Waarom nog gereformeerd ?” gewezen. Ik ben het daarin van harte met hem eens. Men moet er bijvoorbeeld ook eens op letten dat het proefschrift van Kuitert van Barths theologie doortrokken was. Hij is nu ver voorbij Barth uitgekomen. Dat is echter niet denkbaar zonder zijn Barthiaanse fase.

Als men tegenwoordig over gerefor meerd spreekt, moet men al een nadere onderscheiding aanbrengen. Persoonlijk spreek ik over klassiek gereformeerd, wanneer ik de synthese tussen gerefor meerd denken en modern denken afwijs. Om het heel concreet te stellen: is de theologie die aan de VU bedreven wordt, zoals we haar in de geschriften van de meest talentvolle woordvoerders op tafel krijgen, nog gereformeerd ? Anderzijds: is een boek als dat van de ethicus uit Kampen, Rothuizen, „Wat is ethiek ?” voluit gereformeerde ethiek ?

Er is geen diepere crisis in een mensen leven dan die welke het besef van eigen identiteit betreft: Wie ben ik eigenlijk ? Waar kom ik vandaan en waarheen ben ik op weg ? In die identiteitscrisis ver keert de 20e eeuwse gereformeerde theo logie. Dat hangt samen met de uitda ging waarvoor ze zich gesteld ziet.

IV

Het bezwaar tegen de gereformeerde theologie is dat ze geacht wordt niet opgewassen te zijn tegen de moderne vragen en dat ze geen aansluiting heeft bij het levensgevoel van de moderne mens.

De zware aanklacht tegen de gerefor meerde theologie is dat ze onze tijd niet verstaat.

Ze wordt voorgesteld als een theologie die enkel conservatief is, dus slechts uit is op bewaren. Ze stelt zich daarmee buiten het historisch proces. Zo mist ze de aansluiting bij onze tijd. Ze zou de mens niet toespreken en geen vrucht baar alternatief bieden voor de proble men van heden. De moderne vragen weet ze niet te beantwoorden en op het le vensgevoel van de moderne mens weet ze niet in te spelen.

Dat is geen geringe aanklacht. Het is een vernietigend vonnis, wanneer het waar zou zijn. Ik kan me voorstellen dat er mensen, onder de indruk van deze bezwaren, zeggen: zo gaat het niet langer. Ik kan me geen theoloog voor stellen die de innerlijke aanvechting om het tot een synthese te laten komen met het moderne denken, niet kent. Het is immers niet weinig aanlokkelijk om van dat odium van starheid en strak heid af te komen, en tegelijk voor je zelf de overtuiging te hebben dat je het wezenlijke en daarmee het meest waar devolle uit het gereformeerde denken vasthoudt. Je behoeft dan niet in het isolement te staan. Je bent dan geen man die altijd maar haaks op het nieu were theologische denken behoeft te staan. Je kunt meelopen met de grote schare. Wie dat uit eigen overtuiging niet kan noch wil, maakt de indruk dat hij een blaffende hond is, terwijl de ka ravaan verder trekt. Men heeft daarvoor het prachtige woord: achterhoedegevech ten leveren. Het eigenlijke front heeft zich verplaatst. Wie nog opkomt voor de gereformeerde theologie in haar klassieke gestalte, doet vergeefse moei te. Hij kan wel inpakken.

Wie zal immers iets kunnen verwachten te bereiken, wanneer hij weet dat hij buiten de stroom van de tijd spreekt; en wanneer hij moet horen: je hebt geen aansluiting bij de mensen.

Men krijgt vaak de indruk dat wat de gereformeerde theologie verdedigt, werk is van sectaristen of hobbyisten. Maar het is niet wezenlijk meer voor de mens van vandaag. Het geeft geen antwoord op zijn problemen. Wie op deze proble men geacht wordt geen antwoord te vinden, moet als gereformeerd theoloog, en als ambtsdrager in een kerk die naar de gereformeerde belijdenis wil spreken en leven, wel gefrustreerd raken. Hij staat voor de keus te geloven dat hij als een oud man buiten het leven staat. Theologie van 65 plussers. Ze kunnen leuke klusjes doen; soms verdienstelijk hand- en spandiensten verrichten. Maar ze staan er toch eigenlijk buiten. Ze hebben hun tijd gehad. Of: hij moet het roer omgooien. Hij moet koste wat het kost, de aansluiting die hij dreigt te ver liezen of die hij reeds bezig is te missen, alsnog leggen. Hij moet overstag gaan. Misschien niet zo radikaal als de voor mannen. Hij zal met wat vertraagde tred hen toch moeten volgen. Anders is zijn rol uitgespeeld. Ik geloof dat er op dit punt een geweldig stukje psycholo gie meespeelt. Zoals in de oorlogvoering de psychologie een niet te onderschatten wapen is, zo ook in deze strijd.

V

Deswege wordt de noodzaak bepleit van een synthese met nieuwere denkmodel len en dogmatische ontwerpen. Dan al leen zou zij de crisis van deze tijd te boven kunnen komen.

Welke zijn de overgangen die bepleit worden ? Welke zijn de synthesen die tot stand gebracht moeten worden? Een grandioos voorbeeld daarvan is de nieu we dogmatiek van Berkhof. Hij heeft een geweldige synthese tot stand weten te brengen tussen de erfenis van de Re formatie en het denken en aanvoelen van de mens van vandaag. Berkhof heeft een scherpe pen, een geweldig gevoel voor verhoudingen, een machtige kracht tot synthese. Hij heeft zijn hele dogma tiek getoonzet op het thema van de evo lutie: de ontwikkeling van lager naar hoger. Dat is een koene inzet, die direkt aanslaat. Men kan dezelfde aanpak in een groot deel van de nieuwe rooms katholieke theologie zien (onder invloed van Teilhard en Chardin). Hij ziet in die ontwikkeling telkens breuken. Het is geen ononderbroken voortgang. Er zijn storingen en stremmingen. Er zijn fasen die de zaak schijnen terug te buigen; er zijn ook voortgangen die men niet verwacht had. Hij heeft het dan over sprongvariaties. Zo is Jezus in zijn op standing een sprongvariatie. Men kan de opstanding niet zomaar uit de schep ping afleiden. Datzelfde is met de ge boorte van Jezus het geval. Hij is een nieuwe schepping van God. Dat wel. Maar Hij is niet meer dan mens. De titel God mag Hij alleen hebben van wege het geheel eigene, het unieke dat zijn relatie tot de Vader typeert. Hij is de grote voorloper, die de zijnen mee trekt. Door het geloof in Hem komen ze ook op die weg en hebben ze de garantie dat ze er komen.

Jezus is hier niet de plaatsbekleder die het gericht van God draagt. De term straf moeten we zelfs laten vallen. De notie van de eer en het recht van God verdwijnen uit het gezichtsveld. Ze funk tioneren niet meer. Daarvoor in de plaats komt een God die niet zonder de mensen wil, en daarom niet zonder hen kan. Hij maakt zelfs voor zichzelf ge schiedenis door de geschiedenis van men sen. God Zelf is er nog niet. Hij is nóg weerloos. Hij is nóg niet almachtig. Dat komt voor Hem nog wel. Het zal het resultaat zijn van de geschiedenis die Hij met de mensen aangaat.

Essentiële momenten uit het klassiek gereformeerde Godsbeeld zijn hier ver vallen. Andere noties zijn zo vervormd dat ze de oude klank en kleur niet be houden kunnen. Deze dogmatiek is het voorbeeld van een humanisering van de hele theologie. God en mens als part ners. Alle onderdelen worden opnieuw geschreven vanuit dit gezichtspunt. Da is het verrassende in het boek van Berk hof. Er blijft niets van het bekende on gemoeid overeind staan. Het is het knap ste boek dat sinds 1945 verschenen is op dit gebied. Het is het boek dat ge weldig aanslaat; dat — naar te ver wachten en te vrezen valt — het leer boek zal worden voor mensen die het christelijk geloof wat willen bestuderen. Hier valt de eigenheid van God, de sou vereiniteit, de majesteit, de onafhanke lijkheid, de vrijmacht, zijn recht en zijn genade weg, doordat ze in een heel an dere kontekst geplaatst worden. Het is ten diepste de mens — zij het dan ook de mens als een nieuwe schepping — die de mens verlost. Het is een echte synthese-theologie.

Een ander model is dat van de kombi natie met het neomarxistische denken. Daarin wordt de zaak aldus gesteld: het christelijk geloof moet zijn waarheid kunnen bewijzen. Wie zich aan de plicht tot bewijs onttrekt, speelt geen fair play. Hij beroept zich op een instantie die bij voorbaat gelijk heeft. Wie dat als chris ten doet, claimt zijn gelijk zonder dat hij met anderen over dat gelijk wil pra ten. Het geloof moet geverifieerd wor den, zo noemt men dat. Welnu, hoe is verificatie mogelijk ? Doordat het ge loof zijn kracht bewijst in de werkelijk heid. Men kan het lezen in het laatste boek van Kuitert. Of het christelijk ge loof waar is, hangt niet af van wat we de Bijbel naspreken omtrent Jezus Chris tus. Het hangt niet af van het bijbels gehalte van de Godsleer. Het staat of valt met de betekenis die het christelijk geloof heeft voor de samenleving. Een waar geloof is een goed geloof, een nut tig geloof, een werkzaam geloof. Wat dat nut inhoudt, wordt in deze kringen dan geheel en al bepaald door marxis tische termen. Kuitert zegt: vrijheids schenkende liefde. Waar mensen uit on derdrukking bevrijd en tot vrijheidsbele ving gebracht worden, daar is het ware geloof. Het is duidelijk dat dit effekt niet alleen aan het christelijk toe te schrijven is. Kuitert vindt dan ook men sen die zonder persoonlijk geloof in Je zus hetzelfde beogen en bewerken, niet minder christelijk dan christenen.

Dit zijn twee voorbeelden van een po ging tot synthese. Er zijn natuurlijk ook allerlei tussenliggende posities. Laten we ons op deze tussenvormen niet ver kijken. Men bedenke dat het geen on schuldige bezigheid is om een deel van de erfenis los te maken. In discussie met predikanten uit andere kerken valt het mij steeds op dat er onder hen zijn die één of twee stappen met de nieuwe denk beelden mee willen gaan. Zit er toch niet iets in dat gelijk heeft en daarom waardering verdient, is dan steevast de vraag. Ik kom op deze poging tot een gematigde synthese nog terug. Nu reeds wil ik stellen dat het gereformeerde den ken zulk een totaliteit is dat men niet het risico kan lopen er enkele stenen uit te halen en die door materiaal van andere makelij te vervangen. Wie zich daartoe zet, moet merken dat dat over de hele linie consequenties heeft. De dogmatiek van Berkhof is er het voor beeld van dat een synthese met nieuwe denkvormen alle hoofdstukken nieuw ge schreven doet worden.

VI

De gereformeerde theologie zou haar waarde moeten bewijzen door zich in een groter geheel vruchtbaar te maken en niet zo op haar stuk te blijven staan.

De pointe van de zesde stelling heb ik eigenlijk al in het voorgaande behan deld. Nu moge nog eens onderstreept worden, dat men de gereformeerde theo logie niet waardeloos acht. Maar haar kracht en toekomst ligt alleen in de be reidheid om zich in een groter geheel te laten opnemen; bijna had ik gezegd: op smelten. Men kan hier ter vergelijking aanvoeren het argument dat vaak ge bruikt wordt om kerken van gerefor meerde confessies in de Wereldraad van Kerken te krijgen. Wat zal uw inbreng vruchtbaar kunnen zijn in het grotere geheel van de Wereldraad, wordt dan altijd gezegd. Resultaat tot heden is dat voor iedere kerk een verarming aan identiteit te bespeuren valt ten gunste van een oecumenisch denken en geloven. De documenten van de grote assemblees van de Wereldraad van Kerken zijn even zovele punten ter markering van de ont wikkeling van deze oecumenische theo logie. Terloops moge vermeld worden dat het nieuwe boek van Berkhof niet verstaan kan worden buiten deze stroom van oecumenisch denken.

We staan dus voor een dilemma: òf ophouden voort te bestaan omdat de ge reformeerde theologie haar tijd als zelf standig bestaande theologie gehad heeft; òf zich voegen in een groter geheel.

Dit is echter een onderneming die te hachelijker is naarmate deze oproep niet los te denken is van de reeds gesigna leerde identiteitscrisis. De vraag rijst dan onherroepelijk hoe men zichzelf kan blijven, wanneer men zich voegt in een groter geheel. Verder kan niet voorbij gegaan worden aan de vraag, wat men wél en wat men niét kan opgeven. Ten slotte moet overwogen worden of men terecht kan vragen een deel op te geven, zonder te moeten vrezen dat het over blijvende deel door deze amputatie niet meer gereformeerd is.

Conclusie uit deze vragen is, dat het óns er niet maar om gaat op ons stuk te blijven staan. Het komt niet aan op een stuk eigenzinnigheid of het handhaven van inzichten die we vanwege de vrees voor gezichtsverlies niet kwijt willen. Het gaat in dit alles om de ware iden titeit van de gereformeerde theologie. Dat is eigenlijk wat voor ons de diepte van de huidige aanvechting is: wat is gereformeerd ? In hoeverre is men nog gereformeerd als men het tot een syn these laat komen ? In hoeverre is men niet bezig de erfenis van de Reformatie aan moderne inzichten uit te leveren, wanneer men probeert deze in een gro ter geheel in te voegen ?

Er moge nog opmerkzaam op gemaakt worden, dat deze vragen eigenlijk op vele terreinen spelen in onze tijd. Men denke aan fusies, samensmeltingen en federaties. Naast een psychologisch as pect is er ook een sociaal en sociolo gisch aspect.

VII

De gereformeerde theologie heeft de Re formatie het verst doorgevoerd (Van Kuier). Daarom heeft zij recht en plicht haar identiteit te bezwaren. Zo alleen kan ze vruchtbaar zijn in deze tijd.

We komen nu aan het perspectief toe. Men kan dat woord op verschillende manier opvatten. Wat verwacht u van de toekomst voor de gereformeerde theo logie ? Hoe zal het de gereformeerde theologie vergaan ? Men kan het ook omgekeerd stellen: wat verwacht u voor de toekomst van de gereformeerde theo logie ? Wat is haar roeping ? Bij dit laatste wil ik het liever houden dan bij het eerste. Niemand van ons kan voor spellen hoe het de gereformeerde theo logie in de toekomst zal vergaan. Nie mand kan zeggen of ze nog weer een bloeiperiode tegemoet gaat en een tijd waarin ze haar kracht en vruchtbaar heid mag tonen in het midden van het volksleven. Daarvan zeker te zijn is niet nodig om van onze roeping overtuigd te zijn. Dan wil ik graag als mijn vaste overtuiging stellen dat het de roeping van de gereformeerde theologie is ge reformeerd te blijven. Ze zal dat niet meesmuilend of wanhopig moeten doen. Ze zal haar gereformeerde identiteit moeten bewaren. Zo alleen kan ze vruchtbaar zijn.

Wanneer ze tot een synthese komt, zal blijken dat haar kracht weg is. Dat wat haar wezen uitmaakte: de volstrekte souvereiniteit van God te belijden in de erkenning van het Schriftgezag en van de predestinatie, in de noodzakelijkheid van het werk van Christus en van de Heilige Geest, kan ze niet verliezen zon der haar gereformeerd-zijn te verliezen.

Wanneer de stelling van Van Ruler waar is dat zij de Reformatie het verst door gevoerd heeft, betekent het verliezen van een aantal punten tegelijk het ver liezen van de Reformatie in haar gere formeerde gestalte. Dat staat op het spel.

Is het niet verschrikkelijk pretentieus om zo te spreken ? Maken we dan niet de indruk dat wij het weten en dat wij het voor het zeggen hebben ? Het is volstrekt onjuist om het hebben van een vaste overtuiging gelijk te stellen met eigenwijs te zijn. Helaas wordt die ge lijkstelling in onze dagen wel voltrok ken. Dat gebeurt echter geheel ten on rechte. Of je eigenwijs bent hangt er van af, of je meent zelf de wijsheid in pacht te hebben. Daartegen heeft zich nu juist het gereformeerde denken verzet. Het heeft zich afhankelijk willen belijden van de verlichting van de Geest en van het Woord van de levende God. Dat zullen we moeten vasthouden. Wie een vaste overtuiging heeft, behoeft niet deswege eigenwijs te zijn. We zouden zeggen: waren er maar meer mensen met een vaste overtuiging. Alles wat de gere formeerde theologie zich laat afnemen, betekent verlies van haar identiteit en daarmee tegelijk van haar dienstbaar kunnen zijn. We behoeven er niet over te speculeren wat er dan wel overblijft. In elk geval geen gereformeerde theo logie. Wij zouden als perspectief willen stellen haar roeping om te bewaren wat haar uit de schat van het verleden is meegegeven.

VIII

De gereformeerde theologie is het best van alle opgewassen tegen de vloedgolf van de neomarxistische theologie, die de bijbelse boodschap verbuigt en vervoegt naar de grammatica van Karl Marx. Zij immers houdt vast aan de belijdenis van de verlorenheid van de mens en van het particulier zijn van de genade, welke door de kracht van de Heilige Geest machtig is in het volle leven.

Dan staan we direkt voor de vraag, of dat eigenlijk niet betekent dat we alleen maar repeteren. Komt het er niet op neer dat we enkel het oude, reeds be kende herhalen; dat we zwaaien met ci taten uit de Institutie en oude schrij vers, zonder dat we in het heden onze plaats innemen. Ik zou me met Graaf land tegen een houding van herhalen of herkauwen van de oude waarheden willen verzetten. We moeten de erfenis vruchtbaar maken voor onze tijd. Er is geweldig veel verschoven in deze eeuw. Daarvoor hebben we de ogen niet dicht. We kunnen moeilijk zeggen dat die ver schuivingen theologisch en kerkelijk ge zien zoveel winst hebben gebracht. De situatie is alleen maar moeilijker ge worden. Wie dat ziet, mag toch wel met vaste overtuiging stellen dat er in de gereformeerde theologie een schat ligt die voor vandaag nog kracht heeft. Hij mag toch zeker wel zeggen, dat er in de gereformeerde theologie als gegrond op en geput uit het Woord van God kracht ligt om de huidige secularisatie te weerstaan. De kracht van de secula risatie is zo groot, dat we haar alleen kunnen weerstaan met een duidelijke overtuiging omtrent wat de Reformatie in het verleden heeft beleden. Het is de eerste verloren ronde wanneer we menen dat we wel veranderen moeten,

Ik denk aan de gedachte, beter nog: het dogma van de evolutie. Er zijn velen die daarvoor menen te moeten wijken. Dat het wetenschappelijk een hypo these is, een basis zonder bewijs van waaruit men redeneert, verzwijgt men gemakshalve. Dat men bij een evolutio naire visie op het ontstaan van de mens niet kan vasthouden aan wat de Bijbel wezenlijk noemt: dat de mens beeld Gods is en dat hij in zonde is gevallen na een periode van goed geschapen te zijn geweest, laat men niet tot zich doordringen. Men heeft vóór het tot een discussie komt de wapens al ingeleverd of neergelegd. Hoeveel ontwikkeling er ook in de schepping moge zijn, daaruit is het verschijnsel mens niet te verkla ren. De relatie tot God is niet van ons uit gelegd, maar door God bij onze schepping gewild en bevolen.

Ik denk ook aan de geweldige invloed van het (neo-)marxisme. Dat stelt eigen lijk dat de mens veranderd wordt en gelukkig wordt doordat de maatschap pelijke omstandigheden veranderen, respectievelijk veranderd moeten wor den. Zolang het paradijs er nog niet is kan elk mens zich dus door de omstan digheden, in casu de inrichting van de maatschappij tekort gedaan voelen. Hij heeft dan natuurlijk ook het recht zich daartegen te verzetten, door ertegen te schoppen; en mocht dat niet helpen, er tegen in revolutie te komen. Het prag matische levensgevoel dat het nu tot norm verheft, is vanuit deze instelling te verklaren.

Daartegen heeft juist de gereformeerde theologie een geweldige mogelijkheid van verzet. Het ligt immers niet pri mair aan de omstandigheden, noch aan de stof of de structuren, maar aan het hart van de mens. Daar is het verderf begonnen. Vandaaruit moet het herstel ook komen. God heeft dat herstel be werkt in Jezus Christus. Hij wil het ook uitwerken door de Heilige Geest. Welnu, deze boodschap verdraagt zich niet met het neo-marxisme. Ze staan tegenover elkaar als exclusief, het is òf - òf.

Het komt er inderdaad op aan, wat zon de is en wat verlossing is; waar vandaan het heil komt; wie het bewerkt en op wie we daarvoor aangewezen zijn. De gereformeerde theologie heeft daarvoor exclusief naar God, de Drieënige, ver wezen. Van deze belijdenis kunnen we niet afstappen. Dat kunnen we niet kom bineren met een andere aanpak. Wie de weg van een synthese opgaat, moet tot zijn schade ontdekken, dat hij bezig is het hart te verliezen.

Wat is eigenlijk het boeiende en het be vrijdende in de gereformeerde theolo gie ? Dat ligt in de heilsboodschap, in de tijding dat God verloren mensen in genade aanneemt. Het evangelie is de kracht van de gereformeerde theologie. God meent het met de mens. God zoekt de mens. God wil het leven en het heil van de mens. God schuift de mens niet terzijde. Hij werpt hem niet in de af grond. God wil de mens doen leven. Dat is het bevrijdende van de gereformeerde theologie. Waar een wettische geest gaat heersen, daar komt de starheid die men vaak aan de gereformeerde theologie toeschrijft. Ze behoort er niet bij. Zij is eigen aan de deformatie in plaats van aan de reformatie.

Het gaat in de gereformeerde theologie om de persoonlijke kennis van de leven de en genadige God; om het leven voor zijn aangezicht en in zijn dienst; om de worsteling tegen de duivel en het eigen hart; om de vreugde die de ken nis van God brengt en om het leven dat in die kennis gelegen is; om het mogen ademen in de vrije luchten van Gods liefde en om het weten van de grote toekomst.

Er is geen boodschap die zo ruim en zo bevrijdend is dan deze van Gods souve reine genade. Er is geen wereldbeschou wing die zo hecht is, als deze. God is geen concurrent van de mens. Hij maakt het de mens niet moeilijk. De mens maakt het zichzelf en zijn naaste moei lijk. Wie daarvan verlost wordt, komt in de open ruimte van Gods liefde. Hij wordt gewonnen voor het heil en de aar de, voor de wet en de toekomst. Dat is gereformeerde theologie op zijn best en zijn breedst en in haar meest eigen ge stalte.

Nergens wordt de nood van de mens zo diep gepeild als in de gereformeerde theologie. Zij ligt immers in zijn schuld, in zijn verlorenheid. Nergens wordt het heil zo hoog bezongen en komt het van zo ver als in de gereformeerde theolo gie. Het ligt immers in Gods initiatief tot verlossing. Daarom durven we met de gereformeerde theologie het leven aan en de wereld in. Daarom durven we ook de vragen van het milieu en van de abortus, van de euthanasie en van de democratie onder ogen te zien. We zijn ervan overtuigd dat we ook in zulke vragen dingen zeggen die het heil van het volk beogen, omdat ze naar het Woord van de levende God zijn.

Er moet toch wel een geweldige ver blinding onder de kerkmensen zijn, wan neer ze deze vreugden van de gerefor meerde theologie minachten en hun heil zoeken bij het platvloerse marxisme of bij een levensinstelling die geen andere waarde kent dan het nut of de huma niteit.

We moeten inderdaad tegen de stroom op. Het is de moeite waard zich daarbij te voegen.

En wanneer dit nu niet (meer) verstaan wordt ? Wanneer dit nu volslagen vreemd is aan het moderne levensge voel ? Dan zou ik daarvoor nog niet op zij gaan. De vraag is gewoon of we de overtuiging hebben dat dit naar het Woord van God is. Daarmee kun je al tijd toe. Daarmee moet je het wagen.

Wanneer de gereformeerde theologie een specialiteit van deze of gene was, bijvoorbeeld van Apeldoorn, dan zou ik vrezen. Ik zou er voor terug huiveren om te spreken zoals ik vanmorgen doe. Het is mijn vaste overtuiging dat we een boodschap hebben die naar het Woord van God is, en die daarom ook de moeite van het doorgeven en de vreugde van de verdediging waard is.

Men lette er wel op: het dogma van de historische gang der dingen laat niets op zijn plaats staan. Wat Paulus in Efeze 6 en de pastorale brieven voor houdt: te blijven bij wat men geleerd heeft en bij wat overgeleverd is, zal geen stand kunnen houden, wanneer we het dogma van de veranderingen aan vaarden. Het betekent tegelijk dat we dan aan die opdracht van Paulus on trouw zijn.

IX

Haar toekomst ligt in de belijdenis van het Rijk Gods. Daarop concentreert zich haar wezenlijke inhoud. Van die belijde nis uit wordt de christen in zijn belijden en beleven en in de verwachting van Christus' komst op de juiste spanning gehouden.

Toch wil ik aan het eind spreken van een perspectief, dat meer nog omvat dan de roeping. Dat perspectief is het Rijk van God. De komst van Jezus Christus. Daarop zal de gereformeerde theologie zich moeten richten in deze eeuw. In de verwachting van Gods rijk bij de komst van Jezus Christus ligt alles opgesloten en samengetrokken, wat we hierboven hebben weergegeven. We mogen hopen op de komst van Je zus Christus, met de zekerheid welke in het Nieuwe Testament aan de hoop eigen is.

De verwachting van Christus’ komst houdt belijden en beleven op de juiste spanning. We leren het niet af om te belijden, want we weten: Jezus komt. We laten het er in het leven niet bij zitten, want we geloven: Jezus komt. We gaan moedig verder. Het heeft zin. Het is de moeite waard om trouw te zijn, want Jezus komt. In de verwach ting van het Rijk zijn horizontaal en verticaal op de juiste wijze verbonden. Het is aan u ambtsdragers in de kerk van Jezus Christus om dit gereformeer de karakter in de prediking te herken nen. Het is aan u om erover te waken en om te spreken, wanneer het mocht gebeuren dat dit gereformeerde karak ter de prediking niet meer kenmerkt. We behoeven in één preek niet alle stukken van het gereformeerde belijden te horen opsommen. We moeten wel de toonhoogte van de gereformeerde belij denis, van het werk van God de Vader en dat van God de Zoon en dat van God de Heilige Geest kunnen opvangen. Waar die toonhoogte verlaagd wordt naar de melodie van wat de mens doet, is het mis.

Ik eindig niet in mineur. Ik eindig in het vaste geloof dat de gereformeerde theologie een taak en daarom toekomst heeft. Of die toekomst rooskleurig zal zijn dan wel armetierig, zullen we heb ben over te laten aan God onze hemel se Vader. Hij vraagt alleen dat we staan voor onze taak. Welnu, u als ambtsdra gers hebt daarbij een voor de theologen stimulerende en tegelijk op hen toezien de taak. U kunt niet in alle opzichten haar activiteiten en resultaten beoor delen. Maar één ding is u wel mogelijk: waar het groot geld van de gereformeer de theologie in de pasmunt van de pre diking aan de gemeente wordt toege reikt hebt u opzieners te zijn, op de kud de en op degenen die haar met u lei den. Tot hen behoren ook de gerefor meerde theologen.

Wie van God recht kreeg om te werken, om er te zijn, die moet het perspectief aan Hem overlaten. Dat is goed gere formeerd.

Enige literatuur:

J. Calvijn, Institutie. Meinema, Delft.

H. Berkhof, Christelijk geloof. Een in leiding tot de geloofsleer. Nijkerk 1974.

C. Graafland, Waarom nog gerefor meerd ? Kampen 1973.

H. M. Kuitert, Zonder geloof vaart nie mand wel. Baarn 1974.

L. Lagerweij e.a., Reformatie: Blijvende opdracht. Kampen 1973.

A. A. van Ruler, Perspectieven voor de gereformeerde theologie, in: Theo logisch werk, II, Nijkerk 1971. W. H. Velema, Aangepaste Theologie. Amsterdam 1971.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.