+ Meer informatie

De waarheid van schepping en val

6 minuten leestijd

8

Een gevaarlijke uitvalspoort

Een en ander hebben we vorige keer naar voren gebracht over de inspiratie, deingeving van de Heilige Schrift. Daarbij hebben we in het laatste gedeelte van dit artikel ook iets geschreven over de z.g.n. organische inspiratie. De inspiratie is een grote verborgenheid in de wijze waarop de Heilige Geest deze tot stand heeft gebracht. Het is daarom ook onmogelijk, zelfs onjuistomtemenen met ons verstand deze verborgenheid te doorgronden. We kunnen dit nooit genoeg benadrukken.

Gebruiken we echter de uitdrukking „organische inspiratie”, dan gaat het over hetmenselijk instrument dat God gebruikt heeft. Tegelijkertijd blijft het dan waar, dat en de persoonlijkheid van debijbelschrijvers nietuitgewist, maar geheiligd is en de Heilige Geest de eigenlijke Spreker en Zegsman vande Heilige Schrift is. Nimmer kan en mag deze uitdrukking gebruikt worden om ook maar iets tekort te doen aan de geheel enige betekenis en werkzaamheid van de Heilige Geest.

’t Lijkt ook goed hier te schrijven, dat dr. H. Bavinck nimmer aan het laatste tekort heeft willen doen. Het zal sommigen van ons bekend zijn, hoe voorzichtig deze bekwame dogmatikus gewoon was te schrijven. Hieren daar wel eens al te voorzichtig, waardoor de tegenstanders van de leer der inspiratie zijn woorden gebruiken om er wapenen van te smeden. En dan natuurlijk tegen hen, die de Heilige Schrift als Gods Woord belijden. Het behoeft geen betoog dat dit gebruik van Bavincks woorden in feite misbruik is. Al te duidelijk stelde hij de inspiratie als een werk van de Heilige Geest op de voorgrond. Zo schrijft hij dat de taal van de Heilige Schrift de taal is „van de beste Prediker, van de enige Leraar van de Heilige Geest”.

Juist daarom is de inspiratie voor hem een waarborg van de zuivere overlevering van de openbaring Gods.

Hieruit — uit dit misbruik — blijkt het reeds hoe men in onze tijd de gedachte vande organische inspiratie tot een uitvalspoort maakt naar een nieuwe benadering van de Heilige Schrift.

U zult misschien zeggen: hoe is dit mogelijk? U zult het begrijpen, dat de inspiratie-leer een doom in het oog is van alien, die Gods

Woord niet of niet ten voile aanvaarden. We kunnen de waarheid van de Heilige Schrift niet verduisteren als we geloven, dat de Heilige Geest deze Schrift heeft ingegeven. In de gedachte van ne organische inspiratie komt echter naar voren dat God Zich van mensen bediend heeft. Zo licht wordt nu het menselijke op de voorgrond geschoven, terwijl op de achtergrond komt het werk van de Heilige Geest. De bijbelschrijver komt in het middelpunt niet alleen in taal en stijl, maar ook in zijn tijd, zijn milieu, zijn ontwikkeling en zijr voorstelling van b.v. het wereldbeeld. Zc wordt deze gedachte misbruikt en gemaakt tot een uitvalspoort naar de verduistering van Gods Woord.

Opmerkelijk is in dit verband, hoe over de inspiratie-leer gesproken wordt in het geschrift, aanvaard door de Generale Synode van de Ned. Hervormde Kerk, over geschiedenis, geheim en gezag van de Bijbel en uitgegeven onder de titel „Klare wijn”.

Hoe weinig „klaar” of de wijn wel was, blijkt uit de aanvallen op de inspiratie-leer. Eerst wordt betoogd, dat dereformatoren deze leer niet gekend hebben. „ Luther en Calvijn gaan van de Bijbel eenvoudig uit, zonder meer. Zo ook de belijdenisgeschriften. Zij Iaten het hierbij aankomen op de beslissende overmacht van de Bijbel zelf. Hij overtuigt door zijn inhoud, door de boodschap die hij laat horen... Mooie woorden! De vraag komt hier op, of de reformatoren dan niet nadrukkelijk de inspiratie gesteld hebben. Lees echter verder hoe deze woorden bedoeld worden.

De orthodoxe theologen gaan dan echter nog een stap verder. Afgezien van de inhoud van de Bijbel, willen zij een garantie dat de Bijbel Gods Woord is. Deze vinden zij in de leer dat de Bijbel destijds ingegeven en geschreven moet zijn door en onder de leiding van Gods Geest. Zo bouwen zij om de Bijbel hun inspiratie-leer, die een zekering moet aanbrengen voor het theologisch beroep op de Schrift”. („Klare wijn”, biz. 34)

Elders wordt in ditzelfde geschrift het lezen van de Heilige Schrift met deze inspiratie-leer vergeleken met „een autotocht met vast gezet stuur”, (biz. 85). Dit beeld is wel zeer ongepast. Het zou gepast kunnen heten voor hen, die niet ten voile de inspiratie van Gods Woord aanvaarden. Zij gaan namelijk met de Heilige Schrift alle kanten uit.

Het valt echter op hoe in prijzende woorden van de organische inspiratie in „Klare wijn” gesproken wordt. Daarin komt het uit, dat de opstellers in deze gedachte een uitvalspoort gezien hebben om aan de druk van de inspiratie-leer te ontkomen. En dat we hier niet te veel zeggen als we van „druk” spreken, blijkt wel uit het noemen van de gevolgen die deze inspiratie-leer zou hebben. Dit geschrift spreekt van wettisch bijbelgebruik, fanatisme, het ongenuanceerd lezen en tegen zijn verstand in buigen voor het gezag van de Bijbel bij konflikten tussen de Bijbel en de wetenschap. Het is wel een vreemde zaak, dat dit geschrift destijds met algemene stemmen is aanvaard (november 1966).

Helaas gebeurt dit niet alleen binnen de Nederlandse Hervormde Kerk, waar tegen de belijdenis in de verwerping van de Heilige Schrift als Gods Woord geduld wordt. De stemmen, die daar nog gehoord zijn en worden, ook tegen het voornoemde geschrift, mogen tot dankbaarheid stemmen, maar hebben niet de overhand.

In de Gereformeerde Kerken is de gedachte van de organische inspiratie misbruikt om de menselijke faktor van de Heilige Schrift te benadrukken. Het is mede van invloed geweest op het loslaten van Assen.

Op ons erf sprak prof. dr. B. J. Oosterhoff in het referaat op de laatste predikantenvergadering over een onder ons al-te-mechanischeopvatting van de inspiratie. Ik weet niet beter en op katechisatie en op de theologische school onderwezen te zijn in de organische opvatting. Echter niet in e6n, die als brug kan dienen naar deze nieuwe benadering van Genesis 2-3.

Reeds eerder was deze zaak door prof. dr. B. J. Oosterhoff aan de orde gesteld in zijn beschouwing over „Schriftkritiek en Schriftgezag in de 19e en 20ste eeuw (O.T.)”. Deze beschouwing is eerst gegeven voor de radio en is nu verschenen in een bundel beschouwingen over Schriftkritiek en Schriftgezag onder de titel „De Bijbel in geding”. In dit boek valt dus de mening van prof. dr. B. J. Oosterhoff rustig te lezen. Hij schrijft daar: „Toch zal, dacht ik, ook in de gereformeerde theologie de menselijke faktor in de Schrift nog konsekwenter genomen moeten worden dan vaak geschied is. Er is vaak de vrees geweest, dat door een testerke aanvaarding van de menselijke faktor in de Schrift de Goddelijke faktor in gevaar zou komen. Ook door een bepaalde inspiratie-theorie dacht men vaak het Goddelijk karakter van de Schrift te moeten verdedigen”.

Even verder schrijft deze hoogleraar, dat dit konsekwenties heeft voor het verstaan van de oud-testamentische geschiedschrijving, detaal van de Psalmen en de profeten en ook van Genesis 1-3. Welke konsekwenties is ons duidelijk geworden: deze hoofdstukken zijn een symbolische weergave van de werkelijkheid!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.