+ Meer informatie

BIJBELKUNDE

6 minuten leestijd

De Bijbel is voor velen een onbekende grootheid.

Ook hier geldt het spreekwoord: „Onbekend maakt onbemind."

In deze rubriek willen we trachten meerdere kennis bij te brengen betreffende: Het Boek der boeken.

De volledige titel van onze Bijbel in dc aloude Statenvertaling luidt: Bijbel, dat is de ganse Heilige Schrift, bevattende al de canonieke boeken des Ouden en Nieuwen Testaments, op last van de Hoogmogende Heren, Staten Generaal der Verenigde Nederlanden, volgens besluit van de Synode Nationaal gehouden te Dordrecht in de jaren 1618 en 1619 uit de oorspronkelijke talen in onze Nederlandse getrouwelijk overgezet.

Wij willen een en ander schrijven over de titels, de oudheid, de voortreffelijkheid en de bestemming en cle eigenschappen van de Bijbel.

Voorts vragen we cle aandacht voor cle verdeling cle inspiratie, de canonvorming der overzettingen en tenslotte de afzonderlijke boeken van de Bijbel.

Wanneer wij het woord: „Bijbel" horen denken we onwillekeurig aan een enkelvoud, aan één boek.

Dit is echter niet juist.

Het Hollandse „Bijbel" is afgeleid van het Grieks: Biblia, dat boeken beduidt. Wij denken daarbij aan het woord: bibliotheek (boekenkast). Bijbel wil dus niets anders zeggen dan, verzameling van boeken.

Dat wij in alle Christelijke volkeren inplaats van een meervoudsvorm een enkelvoud gebruiken, komt, omdat men in die verschillende boeken toch één lijn heeft bespeurd.

Die eenheid komt ook uit in cle omschrijving, die op het schutblad aan 't woord Bijbel wordt toegevoegd; clat is de ganse Heilige Schrift, niet heilige Schriften. De betekenis van het woord heilig is, afgezonderd, aan God gewijd in tegenstelling van profaan.

De «Gereformeerde belijdenis zet die eenheid der heilige boeken in het licht en op de voorgrond.

Zij spreekt in Art. 2—7 van: het Woord Gods, en de heilige Schriftuur.

De zes en zestig bijbelboeken vormen een organische eenheid en in dat verband gaat onze Ned. Gel. Bel. uit van het geheel der Schrift en belijdt zij de veelheid en verscheidenheid der Schriften. Vele volken hebben ook een boek of verzameling van boeken clie als regel gelden van leer en leven.

De Chinezen, cle Indiërs, de Buddhisten, cle Perzen, cle Mohammedanen, de Joden en cle Christenen hebben hun boeken der openbaring.

De godsdiensten dezer zeven volken zijn wel met de naam van boekgodsdiensten aangeduid.

De samenhang van godsdienst, openbaring, woord en Schrift heeft dus niets bevreemdends.

Godsdienst heeft in de eerste plaats voorstellingen, een leer, een dogma tot inhoud welke zij dankt aan openbaring, in woorden uitgedrukt, door overlevering van geslacht tot geslacht overgeplant en eindelijk in het schrift vastgelegd en verduurzaamd.

Het woord is de tot volle wasdom gekomen klare gedachte; een onontbeerlijk hulpmiddel voor het bewuste denken.

Gelijk cle gedachte zich belichaamt in het woord, zo het woord wederom in het schrift.

De taal is een organisme van tekens, maar van hoorbare tekens.

Het hoorbare teken zoekt vastheid in het zichtbare teken, in de schrift.

In een tijdsverloop van ongeveer vijftien eeuwen heeft God onder cle leiding van Zijn voorzienig bestel en onder inspiratie van Zijn Geest ons in zes en zestig Bijbelboeken Zijn openbaring geschonken, waarvan het eeuwige Woord, cle Zone Gods de kernachtige inhoud is. In Psalm 25 vraagt de dichter: Maak mij Uwe wegen door Uw Woord en Geest bekend.

Als wij in onze voorstelling dat Woord los maken van de Geest, vervallen we in letterknechterij.

Vooral het verstandschristendom dweept met cle Bijbel, maar is vreemd van de Geest die alleen in al cle Waarheid leiden kan.

De mensen van de valse mystiek spreken vaak verachtelijk van een papieren Bijbel en van een dode letter.

Zij beroemen zich op hun inwendig licht en verzinken zonder het te beseffen in het moeras van een gevaarlijk subjectivisme.

In dezen tijd van verwarring kunnen we niet genoeg de nadruk leggen op de noodzakelijkheid van de verkondiging van het Woord van God, nml. Wet en Evangelie, als de objectieve maatstaf van geloof en leven.

De Heilige Geest gebruikt de Wet om cle zondaar te ontdekken, en het Evangelie om het geloof te werken. Onze Bijbel wordt ook genoemd: „Het Woord Gods."

Dat wil niet zeggen dat elk woord in de Bijbel door God gesproken is, want we vinden in de H. Schrift ook woorden van Satan, van Bileam, van Simon de Tovenaar. Toch moet men waken voor cle misvatting dat Gods Woord in de Bijbel

staat, inplaats van, de Bijbel is Gods Woord.

Sommigen maken onderscheid tussen Woord Gods en Heilige Schrift en zeggen dat de Heilige Schrift niet het Woord Gods is, maar dat het Woord Gods in de Heilige Schrift is vervat.

Wij geloven aan een woordelijke inspiratie. Dus ook de woorden van Satan, Bileam en Simon de Tovenaar zijn onder leiding van Gods Geest beschreven. Als we maar goed onderscheiden tussen historisch en normatief gezag.

Ook de zonden van David en Petrus heeft God getrouwelijk laten optekenen, maar zij zijn voor ons geen regel om naar te leven, ze hebben wel historisch maar geen normatief gezag.

Wijlen ds. G. H. Kersten schrijft in zijn dogmatiek, bladz. 32: Enkele malen heeft God zelfs gesproken door hen, die de werking des Heiligen Geestes ter zaligheid misten.

De Heere legde bij herhaling het Woord in Bileams mond, tot zegening van het volk Israëls, Num. 23 : 5, 16, hij was een hoorder der redenen Gods. Gods Woord is een levende organische eenheid en we mogen er niets af doen en niets aan toevoegen.

De Heilige Schrift verklaart herhaaldelijk en nadrukkelijk dat zij het Woord Gods is, en zij treedt op met Goddelijk gezag.

We maken echter onderscheid tussen historisch en normatief gezag.

Normatief gezag wil zeggen, dat de Heere in Zijn Woord ons geeft een regel des levens.

God heeft door Zijn Geest heilige mannen geïnspireerd om ons Zijn wil bekend te maken.

Die inspiratie is niet mechanisch maar organisch. De leiding van Gods Geest in de inspiratie heeft de zelfwerkzaamheid der schrijvers niet vernietigd, maar juist bevestigd en versterkt.

God behandelt de mensen niet als stokken en blokken, maar als verstandelijke redelijke wezens.

Het was God die door hen sprak, maar tevens waren zij het zelf, die spraken en schreven.

De Geest des Heeren heeft hun persoonlijkheid tot verhoogde werkzaamheid gebracht.

Hun aangeboren aanleg en aard, hun karakter en neiging, hun verstand en ontwikkeling, hun gemoedsaard en wilskracht werden door de latere roeping niet te niet gedaan, maar door de Geest in dienst genomen en gebruikt.

Er is dan ook ondanks de diepere eenheid een opmerkelijk verschil tussen hetgeen Jesaja schrijft en tussen hetgeen Amos zegt.

Dat verschil merkt ge ook in de brieven van Paulus en van Petrus.

Over de eigenschappen der Heilige Schrift, nml. het gezag, de noodzakelijkheid, de duidelijkheid en de genoegzaamheid de volgende maal.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.