+ Meer informatie

„Rechters zouden geen commerciële nevenfuncties moeten hebben"

4 minuten leestijd

DEN HAAG - Rechters en dus ook raadsheren bij de Hoge Raad zouden bij voorkeur geen commerciële nevenfuncties moeten hebben. Het gevaar bestaat dat justitiabelen —mensen die met Justitie te maken hebben— dan geen vertrouwen in de rechter hebben.

Dit zegt de procureur-generaal bij de Hoge Raad mr. J. Remmelink in een reactie op de commotie die is ontstaan rond benoemingsprocedures van leden van de Hoge Raad. Aanleiding hiertoe was de mening van het CDA-kamerlid Van der Burg over de in zijn ogen te summiere informatie die de Tweede Kamer krijgt over te benoemen raadsheren bij de Hoge Raad.

Remmelink is het in grote lijn eens met president mr. S. Royer van de Hoge Raad dat bij benoemingen meer gekeken zou kunnen worden naar andere activiteiten van de rechters dan alleen hun juridisch werk. Die andere activiteiten echter zouden geen commerciële functies mogen zijn. „Een rechter als commissaris van Philips: daarover sta ik niet te juichen. Je moet alle schijn vermijden van partijdigheid, hoe te goeder trouw de rechter ook is", aldus Remmelink.

Zijn zin krijgt hij niet: uit de lijst met nevenfuncties van leden van de Hoge Raad blijkt dat vier van de 25 raadsheren bij de Hoge Raad commerciële bijbaantjes als commissaris hebben. Het zijn commissarissen van de Nutsspaarbank in Den Haag (mr. Ch. Th. Hermans), de Onderlinge Levensverzekeringmaatschappij 's-Gravenhage (mr. S. Stoffer), het Nederlands Centraal Instituut voor Giraal Effectenverkeer BV (mr. F. H. J. Mijnssen) en de Holding/Beleggingsmaatschappij P. P. de Leeuw en Zoon BV in Bussum (mr. A. E. de Moor). Verder werken de rechters van het hoogste rechtscollege vooral op juridisch en cultureel gebied.

Verschonen
Rechters die te veel betrokken zouden kunnen zijn bij het belang dat in het geding is, kunnen zich zelf verschonen en de zaak aan een ander overlaten. Daarnaast kan de rechter door de justitiabele gewraakt worden als men partijdigheid vermoedt. „Het probleem is dat de justitiabele dat dan wel moet weten en dit is niet altijd zo", aldus dePG.

De nevenfiincties van leden van de rechterlijke macht zijn overigens geen geheim. Sinds een paar jaar worden die ter inzage gelegd op de griffies van rechtbanken, hoven, andere rechterlijke colleges en ook de Hoge Raad. Dit gebeurde op advies van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (NVvR) nadat er in 1986 problemen waren geweest rond de president van de rechtbank in Almelo. Deze deed toen een geruchtmaREMMELINK ...schijn vermijden... Foto ANP kende uitspraak waardoor een transportbedrijf twee stakende chauffeurs sancties mocht opleggen. Korte tijd later bleek de rechter ook commissaris te zijn bij een vleesbedrijf dat door de staking schade had geleden. Kritische vragen over de mogelijke partijdigheid van de rechter waren het gevolg.

Gevolg gegeven

Volgens de NVvR heeft het merendeel van alle rechterlijke colleges gevolg gegeven aan het advies en zijn de nevenfuncties openbaar. Soms zelfs worden ze gepubliceerd in kranten, maar meestal liggen ze op de griffie ter inzage voor wie wil. Of er veel commerciële nevenfuncties zijn kon een woordvoerder van de Vereniging niet zeggen: er is geen centraal overzicht.

Naast zijn antipathie over commerciële bijbaantjes vindt Remmelink ook dat rechters zich niet actief met de politiek moeten bezighouden. „Dan krijg je Amerikaanse toestanden. Bovendien kunnen ook rechters van politieke kleur veranderen maar worden ze tegelijkertijd wel voor het leven benoemd.

Volgens Remmelink zijn er over commerciële bijbaantjes van rechters nooit klachten bij hem binnengekomen. Remmelink is als PG als enige bevoegd klachten over rechters te bekijken en eventueel door te sturen naar een speciale kamer van de Hoge Raad die daar dan over oordeelt.

Het aantal klachten over rechters ligt de laatste jaren rond de negentig per jaar. Daarmee is het aantal, dat aanvankelijk voortdurend steeg, gestabiliseerd. Zelden echter vindt Remmelink de klacht de moeite waard te laten beoordelen door het hoogste rechtscollege en nog minder noemt de Hoge Raad een klacht inderdaad gegrond.

Vorig jaar stuurde de PG een klacht over een persrechter naar de Hoge Raad. De man had samen met de officier van justitie een persconferentie gegeven voordat de rechtbank hierover een oordeel had geveld. De Hoge Raad onderzocht de zaak en noemde de klacht ongegrond. Het was de eerste principeuitspraak van de Hoge Raad over de bevoegdheden van een persrechter.

Bescherming

Remmelink is niet anti-persrechter -een inmiddels volstrekt ingeburgerd begrip— maar vindt wel dat er geen commentaar op een uitspraak gegeven mag worden door dezelfde rechter als die het vonnis wees. De bescherming van het geheim van raadkamer zou daarmee, volgens de PG, in het geding kunnen komen. Het gebeurt echter vaak dat een rechterlijk college dat een uitspraak doet in een publiciteitgevoelige zaak tegelijkertijd een persbericht afgeeft over de zaak. Dat zou, volgens Remmelink, de griffie moeten doen, zoals dat ook door de Hoge Raad en het Europese Hof in Straatsburg gebeurt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.