+ Meer informatie

Generale Synode

5 minuten leestijd

6

We zouden nog verschillende andere zaken kunnen bespreken, die op de synode aan de orde kwamen, maar we willen ons beperken. Er is echter een zaak, die we hier niet zonder meer voorbij kunnen gaan en dat is de verhouding tot de vrijgemaakten buiten verband. Het standpunt, dat sommige gemeenten innemen en wat daaruit al voortgevloeid is en nog verder dreigt voort te vloeien, vervult velen met grote zorg.

Deze zaak was vroeger al op de synode geweest. Toen zijn er enkele bepalingen vastgesteld, waaraan de gemeenten zich moesten houden. In enige gemeenten zijn er sedert korter of langer tijd contacten met vrijgemaakten. In het noorden gingen enkele gemeenten besluiten en maatregelen nemen, die niet in overeenstemming waren met de generale bepalingen. Men handelde naar eigen inzicht. Classicale en provinciale vergaderingen steunden de gemeenten. Een paar kerkeraden gingen in beroep. Zodoende kreeg de generale synode er mee te maken.

Het hek is van de dam. Zo schreven we al geruime tijd geleden. Het hek moest nodig weer gesloten worden. De synode had daar gelegenheid toe. De gevaren waren zichtbaar. De verdeeldheid in het kerkelijke leven moet zoveel mogelijk geweerd worden. De afwijkende kerken hadden tot de orde moeten worden geroepen. Dat had gekund aan de hand van de vroegere synodale bepalingen. Rechtens was er geen enkele vrijheid om tot kanselruil enz. over te gaan. We schreven daar vroeger al over.

Maar wat doet de synode? Ze besluit de bepalingen aan te vullen, dat wil zeggen aan te passen aan de situatie, die bepaalde kerken veroorzaakt hebben. Dat is gelegenheidswetgeving. Dat doet denken aan de uitspraak ten aanzien van de nieuwe psalmberijming.

En intussen gaan de gemeenten door. Alle mogelijke vrijgemaakte predikanten komen op onze kansels, aangekondigd in de kerkbladen. Het hek is werkelijk van de dam. Dat is weer eens goed gebleken. Het blijft niet bij kanselruil. In Ons Kerkblad, orgaan van de classis Utrecht, van 7 januari jl. staat te lezen, dat de vrijgemaakte predikant van Eindhoven bereid is mee te helpen aan de preekvoorziening door enkele keren als gastpredikant in Den Bosch voor te gaan, welk aanbod graag werd aanvaard. In aansluiting daarop staat in het nummer van 4 februari onder ’s-Hertogenbosch o.a. het volgende. „Zoals in het verleden ds. v. d. Brink ook wel in de diensten van onze wijk voorging, zo is de kanselruil gecontinueerd met ds Postma. Hij zal zo mogelijk ook af en toe helpen in de ‘tweede dienst’ en 13 februari voor het eerst ons voorgaan. Wij hopen dat de band. daarmee weer gelegd is voor een ervaring van geestelijke eenheid, die eerlang ook een echte kerkelijke eenheid zou kunnen worden.” Van kerkrecht blijft zo met veel over. Het is ons meermalen opgevallen, dat van bepaalde zijde gauw gegrepen wordt naar kerkorde en kerkelijke bepalingen, wanneer gemeend wordt dat van andere zijde iets verkeerds gedaan of gezegd is, maar zelf gaat men zijn gang alsof er geen recht en geen orde is.

Er wordt steeds weer gewezen op de kerkelijke eenheid. Die is er inderdaad. We hebben dezelfde belijdenis. Maar dat zegt met alles. Dat kunnen we ook bij andere kerken zien. Bij uitwendige eenheid is er lang niet altijd innerlijke eenheid. Alleen als die er is kan een belijdenis goed functioneren. Tegenwoordig doet een belijdenis vaak denken aan een personele unie. Twee landen hebben dezelfde vorst, maar het gezag van die vorst is niet in beide landen even groot. Die landen zelf hebben alleen door de vorst met elkaar te maken en hebben overigens hun eigen bestaan.

We menen te moeten constateren, dat er innerlijke verschillen zijn, die in allerlei nieuwigheden enz. openbaar komen. Er wordt wel gezegd, dat het om uitwendige dingen gaat, maar dan is niet te begrijpen, waarom men met zoveel volharding de ene nieuwigheid na de andere zoekt door te voeren. Men laat zich daarvan niet afhouden door bezwaren, die er bij anderen leven. De redenering is dan, dat men niet ter wille van een bepaalde groep van alle veranderingen kan afzien. Het komt met voor, dat men ter wille van de behoudenden afziet van het streven naar veranderingen. Met het gevolg, dat de gebrokenheid van het kerkelijk leven bevorderd wordt.

Met leedwezen moeten we deze dingen constateren. Zo graag zouden we het anders zien. In de weg van wederkeer tot God is er alleen verwachting. Dat hebben we allen nodig te beoefenen, kerkelijk en persoonlijk.

We zijn afgedwaald van de vrijgemaakten. We komen daar nog even op terug. In het Kerkblad van het Noorden schreef Ds. K. J. Velema in zijn jaaroverzicht o.a. het volgende: „Onze kerken worden steeds meer geconfronteerd met de gereformeerde kerken vrijgemaakt, buiten verband. Er zijn hier en daar contacten. Het is moeilijk te zeggen hoe deze zich zullen ontwikkelen. We gaan er vanuit dat onzerzijds (zo heb ik het steeds aangevoeld) de begeerte er is om in de gebrokenheid van de gereformeerde gezindte in Nederland iets te doen. Vandaaruit is de sympathie van sommigen onzer voor deze kerken te verklaren. Wanneer deze contacten echter zouden moeten resulteren in het losweken van verschillende kerken van ons van het eigen kerkverband hebben we toch wel ernstige bezwaren. We weten dat de zelfstandigheid van de plaatselijke kerk een kostbaar goed is. Dat mogen we niet aantasten. Maar we gevoelen helemaal niets voor een situatie waarin we in feite een aantal los naast elkaar staande kerken krijgen met alle gevaren en bezwaren van dien.”

Dit is een waarschuwend woord, dat we graag doorgeven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.