+ Meer informatie

Prins der puriteinse godgeleerden

"Bij William Perkins treedt in alle geschriften de opbouw van het innerlijke leven naar voren"

11 minuten leestijd

In de rij van beroemde Engelse puriteinse godgeleerden neemt William Perkins een uitzonderlijke plaats in. Sommigen willen hem boven een man als John Owen doen uitstijgen. Anderen, zoals M. Knappen, vinden hem "geen grote denker, maar een groot prediker." Zijn invloed op de puriteinse beweging mag niet worden onderschat. Of sprak hij door zijn praktische boeken meer het gewone volk aan?

De kracht van Perkins geschriften, waarvan een flink aantal ook in Nederland gedrukt en herdrukt werd, ligt ontegenzeggelijk in de piëtistische boventoon die in vele vrome harten aansluiting vond. In dit opzicht merkt dr. W. J. op 't Hof terecht op dat "Perkins de belangrijkste vertegenwoordiger was van het puritanisme, die door de vele honderden uitgaven van zijn geschriften een ongelooflijke invloed, zowel in Engeland als in de rest van de wereld, heeft gehad." Als zodanig spreekt hij nog nadat hij in 1602 stierf.

Zijn geboortejaar 1558 vormde de grens tussen twee tijdperken. Het sterven van "Bloody Mary", die de aanhangers van de Reformatie te vuur en te zwaard vervolgd had, gaf nieuwe perspectieven. Haar halfzuster Elizabeth bleek antirooms te zijn, maar wilde niet in alles met het verleden afrekenen. Zij koos voor het kerkmodel dat door haar wrede vader Hendrik VIII werd aangehangen, waarbij de vorst het hoofd van de kerk is dat de geestelijke taken delegeert aan door hem benoemde aartsbisschoppen. Ook handhaafde zij het ritueel in de eredienst, dat duidelijk roomse elementen bevatte. Alleen de vastgestelde genadeleer was voluit reformatorisch.

Deze gedwongen twee-eenheid was in veler ogen een beeld van ijzer en leem, stoffen die zich nooit laten mengen. Door deze strijd tegen de opgelegde regels werden de contouren van de puriteinse beweging zichtbaar. Met harde hand werden deze 'vernieuwers' onderdrukt omdat zij een drastische herstructurering naar Geneefs model voorstonden Uiteindelijk liep hun verzet in de eeuw die volgde uit op een bloedige strijd, die in de tijd van Karel I door de puriteinen werd gewonnen.

Gematigd en voorzichtig

Wat was het aandeel van Perkins in deze strijd? Dat was eigenlijk minimaal. Als het puritanisme alleen als ecclesiologische (kerkelijke) beweging wordt aangeduid, valt hij buiten dit bestek. Wel sympathiseerde hij met meer doortastende puriteinen, zonder hen in hun militantie te volgen. Hij bleek gematigd en voorzichtig, probeerde zich zo veel mogelijk te conformeren aan de anglicaanse orde en hield zich wat dat betreft op de achtergrond. Hij vond meer aansluiting bij "The Brotherhood", de generatie van predikers die zich ten doel stelden primair de puriteinse vroomheid in de staatskerk te bevorderen en zich, voorzover mogelijk, afzijdig te houden van daadwerkelijk verzet tegen de leiding van kerk en staat.

Zij vormden het zaaibed van de volgende generatie, waartoe Laurence Chaderton, Richard Rogers en Perkins zelf behoorden. Hun werkgebied lag voornamelijk in de graafschappen ten noorden en noordoosten van Londen. Velen onder het volk, van hoog tot laag, werden door hun prediking in het hart geraakt. Op deze wijze verspreidde het puritanisme, als vroomheidsbeweging, zich als een olievlek over veel gebieden in het land.

Geboren uit een gegoede familie in Bulkington in Warwickshire, kreeg Perkins gelegenheid om aan het Christ's College in Cambridge zijn studie te volgen. Hier maakte hij kennis met de indringende prediking van Chaderton. Hier vond ook zijn bekering plaats, die radicaal was.

Kasteelgevangenis

Van "dronken Perkins", zoals hij bekendstond, werd hij een veelbelovende jongeman, bedeeld met een intense belangstelling voor het koninkrijk van God. Tot zijn eerste taken in dienst van zijn Meester behoorde het preken tot veroordeelde gevangenen in de kasteelgevangenis. "Het was de gewoonte van Perkins met de gevangenen die veroordeeld waren om te sterven, naar de plaats van executie te gaan" Dit werk was niet geheel vruchteloos, maar leidde tot bekering van criminelen.

Na het behalen van zijn graad werd hij benoemd tot "fellow" van zijn college, waarbij hij de gelegenheid kreeg het Woord van God te preken. Als "lecturer" van de Great St. Andrews in Cambridge trok hij veel hoorders, zowel uit het gewone volk als onder de studenten. Zijn betekenis was groot; velen dankten hun bekering aan zijn indringende prediking. Hij wist ook de gewetens van lichtvaardige zondaren open te leggen, wat niet door iedereen in dank werd aanvaard. De bekende John Cotton was als student blij dat de doodsklok Perkins begrafenis inluidde, want nu hoefde hij diens preken niet meer te horen! En tien jaar later, toen de twaalfjarige Thomas Goodwin naar Cambridge kwam, bevond hij dat "de stad vervuld was met de kracht van Perkins, wiens bediening nog vers in het geheugen van het volk lag."

Toetssteen

Wat maakte zijn bediening zo bijzonder? Volgens Thomas Fuller waren het niet zozeer zijn gaven of zijn voordracht die hem zo beroemd maakten, maar zijn wijze van argumenteren om dingen te benadrukken. Hij verstond de kunst om dit in eenvoudige taal te doen. Hij geloofde in de prediking als een belangrijk instrument om mensen van de eeuwige waarheden te overtuigen, waarbij als toetssteen geldt wat de apostel Paulus "de openbaring der waarheid" noemt tegenover de tendens om gepolijste woorden te gebruiken om de realiteit van zonde en genade te verbloemen.

Een duidelijke weergave van de bedoeling van de prediker is volgens Perkins van groot belang. In zijn "The Art of Prophesying", dat in 1592 van de drukpers kwam, breekt hij een lans voor een eenvoudige bijbelse prediking. Hij is een voorstander van "expounding scripture", een gedegen uitleg van de Heilige Schrift, als belangrijkste inhoud van een preek. Maar ook aan de "use and application", gebruik en toepassing van het uitgelegde schriftwoord, moet veel aandacht besteed worden. "De toepassing is strikt genomen het nut dat de leer uit de Schrift trekt"

Juist deze persoonlijke toepassing biedt de ziel voedsel naar haar eigen gesteldheid en omstandigheden. En dan volgt een karakteristiek puriteinse opmerking: "Het grondbeginsel in de toepassing is te weten of de verklaring een verklaring van de wet is of van het Evangelie. Want wanneer het Woord gepreekt wordt, zijn wet en Evangelie verschillend werkzaam. De wet laat de kwaal van de zonde zien, en stimuleert en maakt deze als neveneffect gaande. Maar zij voorziet niet in een geneesmiddel voor de kwaal. Het Evangelie, echter, leert ons niet alleen wat eraan gedaan kan worden, maar laat ook de kracht van de Heilige Geest hieraan verbonden zijn. Wanneer wij door Hem worden wedergeboren, ontvangen wij de kracht die wij nodig hebben, zowel om het Evangelie te geloven als om te doen wat het gebiedt. Daarom is in de orde van het onderwijs eerst de wet en daarna komt het Evangelie."

Gesel

Deze volgorde, de wet eerst en daarna van het Evangelie, hanteert Perkins in al zijn geschriften. Niet dat hij eerst de gesel van de eisende wet over de hoorders laat gaan en in een later stadium de liefelijke tonen van het Evangelie doet klinken, nee, hij brengt beide zaken naar voren, maar wil de volgorde niet omkeren.

Hoe functioneerde de volgorde van wet en Evangelie in zijn pastorale werk? Het is bekend dat Perkins in de casuïstiek, het begeleiden van zielen, uniek was. Zijn "Treatise of Conscience", een lijvig boekwerk dat na zijn sterven verscheen, getuigt van de eerlijke, bewogen en troostrijke manier waarop hij met zielen omging.

Hetzelfde geldt voor zijn boekje over het mosterdzaad, dat door toedoen van de bekende krankenbezoeker Uylenbroek ook in onze taal verscheen. Het is vooral bedoeld voor zoekende zielen en kleingelovigen om hen een hart onder de riem te steken. Wat voor een pastorale toonzetting ademt de eerste zin: "Het is zeer nodig te weten wat de minste mate van genade is" Het spreekt van "de eerste beginselen van het geloof en van de bekering", vanaf de "eerste trap, wanneer de Heilige Geest door middel van het Woord hem aanblaast met enige geestelijke bewegingen"

Geweten

Perkins beklemtoont dat "in de allereerste daad van zijn bekering" de zondaar "gerechtvaardigd, tot een kind van God aangenomen, en het geestelijke lichaam van Christus ingelijfd wordt."

Het begin van de bekering is volgens Perkins niet de overtuiging van zonden door de wet; dit zijn "beginselen van voorbereiding." "Want hoewel zij voorafgaan om een zondaar voor te bereiden tot zijn volgende bekering, zijn het toch geen genaden van God, maar vruchten van zowel de wet, die de bediening des doods is, en van een beschuldigend geweten."

Het gaat om de wedergeboorte en vernieuwing van het hart. Perkins wist uit zijn pastorale praktijk hoeveel schuchtere zielen die een betrekking hebben op Christus, Hem toch niet volmondig durven te belijden. Toch hebben zij een beginsel van genade. Hij zegt zelfs: "Een volhardende en ernstige begeerte om met God verzoend te worden, om te geloven en om zich te bekeren, als het in een getroffen hart is, is aangenaam bij God, evenals de verzoening, het geloof en de bekering zelf." "De begeerte naar verzoening is de verzoening zelf!" De begeerte om te geloven, is -tenminste als het een "bestendige begeerte"-, is het geloof zelf! Op deze wijze komt Perkins de zwakke zielen tegemoet en probeert hij hun licht over hun weg te geven.

Hoewel Perkins leert dat er sprake is van een graduele opwas in de genade, gaat hij niet zover de heilsorde uiteen te rafelen en in tijd van elkaar te scheiden. Hij noemt bijvoorbeeld "vier verschillende werken der genade in ieder kind van God": "Zijn vereniging met Christus, zijn aanneming tot kind, de rechtvaardiging en de bekering, en deze vier worden alle op één ogenblik gewrocht." Zo beschouwt Perkins "een zondaar in de allereerste daad van zijn bekering" als een kind van God.

Zelfkennis

Het is leerzaam te lezen hoe hij deze zielen confronteert met hun heil in Christus. Hoewel hij veel aandacht schenkt aan de kenmerken van genade, gaat dit niet ten koste van het functioneren van de beloften in het leven van het geloof. Steeds houdt hij de onvaste zielen de barmhartigheid van God voor. Hij schrijft in dit verband: "Indien het geloof niet dwaalt in zijn eigen voorwerp, maar de belofte van God navolgt - hoewel het deze maar zwak aangrijpt, of tenminste een mens alleen doet pogen en begeren om aan te grijpen, zo is het een waar geloof en rechtvaardigt het."

Perkins was een zielzorger van wie veel te leren valt. Hij pleisterde niet met loze kalk; hij zocht het snode van het kostelijke te onderscheiden en wees ook op het gevaar van zelfbedrog. Zijn drijfveer in dit alles was niet mensen af te stoten, maar hen ertoe op te wekken tot God te gaan. Hij wees op de noodzaak van kennis van zonden, ook na ontvangen genade, en tegelijkertijd op de noodzaak om God in Christus te kennen. Zijn leven wordt getekend door een diepe zelfkennis en Godskennis.

Het bleef zijn gehele leven gelden, wat van zijn eerste bekering is opgemerkt: "De kennis van de zonde bracht hem weldra tot verheerlijking van de barmhartigheid van God." Diep was hij in zijn studententijd aan zijn verlorenheid ontdekt, en zo stierf hij, maar niet zonder de hoop, als het anker van de zielen dat hij buiten zichzelf had mogen werpen. Zijn laatste opgetekende woorden waren: "Gena, o God, gena!" Hij was er diep van doordrongen dat genade geen prijs is die de mens heeft betaald, maar een onverdiende gave geschonken aan een goddeloze.

Zijn invloed op het Engelse puritanisme was groot. Maar ook op het Europese vastenland is zijn invloed enorm geweest. Zijn werken zijn in verscheidene talen vertaald en vele malen uitgegeven. Vooral zijn boekje over de predestinatie, dat hij in het Latijn schreef en dat voor het eerst in 1598 werd uitgegeven, heeft veel stof doen opwaaien. Jacobus Arminius heeft het bestreden, wat aanleiding gaf tot het grote conflict met de contraremonstranten.

Leer en visie

Perkins zette in zijn verkiezingsleer en visie op de heilsorde de lijn voort die door Theodorus Beza was ingezet. In zijn voetspoor gingen Perkins' discipelen, Paul Baynes en Richard Sibbes. En niet te vergeten William Ames, die op de dogmatische leest van zijn leermeester voortbouwde. William Perkins is volgend H. Heppe in zijn "Geschichte des Pietismus" "de theoloog die als op de voorgrond tredende kerkleraar deze piëtistische godsdienst, die in Engeland tot herleving gekomen was, voor het eerst wetenschappelijk aanpakte, en ze systematisch en met het bewustzijn van een hervormer van de theologie op de academiestoel en in geschrift vertegenwoordigde."

Maar met deze definitie is nog niet alles gezegd. Meer dan een theoloog, was hij een zielzorger, of, om met dezelfde Heppe te besluiten: "Bij William Perkins treedt in alle geschriften de opbouw van het innerlijke leven naar voren." Evenals bij Owen en andere puriteinen ging het hem ten diepste om de gemeenschap met God in Christus.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.