+ Meer informatie

Dr. J. Stolk: „Voor de gezagscrisis moeten we niet terug naar de jaren '60, maar naar het paradijs"

Het gezag ter discussie. Deel 1 van een driedelige serie over het gezag in gezin, school en kerk

13 minuten leestijd

De gezagsverhoudingen zijn de achterliggende 25 jaar ingrijpend veranderd. Ook de gereformeerde gezindte is er niet aan ontkomen. De omgang tussen ouders en kinderen is amicaler geworden. Het ontzag voor leerkrachten is verminderd. Het voetstuk waarop ambtsdragers staan, verschrompelt. Is er sprake van een crisis? Een driedelige analyse door een pedagoog, een rector en een predikant.

Over de volle breedte van het maatschappelijke en kerkelijke leven is het gezag niet meer wat het geweest is. Zeker in de gereformeerde gezindte is dat een punt van zorg. De uitholling van het gezag wordt vooral op rekening van de jongeren gezet. Ongezeglijke kinderen, brutale leerhngen, rebelse catechisanten.

Dr. J. Stolk, universitair hoofddocent orthopedagogiek aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, speelt de bal liever terug naar de gezagsdragers zelf. Hij is ervan overtuigd dat het probleem vooral aan die kant van de lijn ligt. Essentieel is voor Stolk dat het gezag van mensen altijd een afspiegeling moet zijn van Gods gezag. „Dat is meteen een corrigerende factor in ons denken over dit onderwerp."

In het bijbelse gezag onderscheidt de reformatorische pedagoog drie elementen: macht, wijsheid en liefdevolle dienstbaarheid. „Met deze begrippen hebben we ook de kern van het gezag in de opvoeding te pakken. Die drie horen met elkaar in evenwicht te zijn.

Door de zonde slaat de balans echter altijd door, of naar de ene, of naar de andere kant. Denk aan Nabal. Die had wel macht, maar geen gezag. Hij was niet wijs (zijn naam zegt het al) en tegenover David schoot hij schromelijk te kort in liefde."

Alibi
Voor Stolk heeft slechts één mens volmaakt gezag gedragen. Hij Die God en mens tegelijk was. „Christus sprak als machthebbende. Reeds als kind nam Hij toe in wijsheid. Maar de kern van Zijn gezag lag toch vooral in de dienende liefde. Bij Hem was alles in balans.

Heel duidelijk komt dat naar voren in Zijn ontmoeting met de Samaritaanse vrouw. Hoe wijs, geduldig, liefdevol, maar ook machthebbend sprak de Heiland met deze vrouw. Zo zouden ook ouders met hun kinderen moeten omgaan. Werkelijk gezag lijkt op het gezag zoals de Heere Jezus dat uitoefende. Dat is de spits van Paulus' betoog, als hij in Efeze 5 spreekt over gezagsverhoudingen."

Ontbreekt in deze visie niet dat gezag van God gegeven is en overeind blijft wanneer de door u gestelde criteria worden gemist? Petrus vermaant de dienstknechten niet alleen de goede, maar ook de harde heren te gehoorzamen.
„Op zichzelf is dat waar. Kinderen kunnen niet zeggen: Mijn vader en moeder schieten in liefde te kort, dus ik hoef niet naar hen te luisteren. Maar mijn bezwaar tegen deze benadering is, dat veel ouders er een alibi in vinden. 'Als ik het druk heb wals ik weleens over de kinderen heen, dat moet je me niet kwalijk nemen. Een mens is nu eenmaal zondig.' Dat soort uitvluchten. Daarom benader ik het gezag veel liever vanuit het perspectief van de ouders."

Wijsheid
Vangt u dergelijke geluiden vooral in de gereformeerde gezindte op?
„In het geheel van de maatschappij is het gezag versmald tot het element van de "liefde", toegeeflijkheid, zonder dat er disciplinering is. De brokken daarvan liggen voor het oprapen. Mensen kunnen een leven zonder grenzen niet aan. In de gereformeerde gezindte zie ik vaker een ontsporing naar de andere kant: een overaccentuering van het machtselement. Door beide houdingen wordt het gezag aangetast.

Opvallend is dat bij het uitoefenen van gezag het element van de wijsheid gemakkelijk over het hoofd wordt gezien. Geen wijsheid in de betekenis van intelligentie, maar wijsheid die voortkomt uit een leven bij Gods Woord. In onze tijd hebben jongeren vooral behoefte aan deze wijsheid. Van mensen die bevindelijk weten waar het in het leven op aankomt. Dat geeft zeggingskracht.

Juist op dit punt ontstaan veel conflicten. Ouders stellen regels, maar de kinderen voelen aan dat die niet doorleefd zijn. Of dat de bron onzuiver is. Neem een gezin waar alles perfect in orde is. Zondags gaat iedereen op de juiste tijd, met de juiste kleding, in de juiste pas naar de kerk. Maar als die disciplinering enkel berust op uiterlijkheden, kun je niet verwachten dat kinderen ervan onder de indruk zijn.

Heel anders is het als ze voelen: Dit is voor vader en moeder een bijzondere dag. Vaak zijn niet de regels zelfde oorzaak van het conflict, maar het feit dat ouders ze niet willen motiveren. De wijsheid ontbreekt."

Gezagscrisis
Is er in onze tijd sprake van een gezagscrisis?
„Dat geloof ik niet. Het is altijd al zo geweest dat men òf alles verwacht van de macht, òf alles maar op z'n beloop laat met een beroep op de liefde."

Relativeert u daarmee de opvatting dat het sinds de jaren zestig bergafwaarts is gegaan met het gezag?
„Ja, ik denk niet dat we kunnen zeggen: In 1960 kwam de omslag. Ik zie veel meer een slingerbeweging tussen de twee uiterste polen van brute machtsuitoefening, denk aan Nabal, en alles accepterende toegeeflijkheid, denk aan Eli.

Als christenen weten we dat de omslag in het paradijs plaatsvond. Sindsdien is het nooit meer goed geweest. Tenzij we deel krijgen aan de dienende liefde van de Heere Jezus, Die voor zondaren stierf op Golgotha. Dat is het enige keerpunt van betekenis."

Dat neemt toch niet weg dat in de westerse samenleving de visie op gezag ingrijpend is veranderd?
„Jawel, maar die verandering moeten we vooral zien als een reactie op de voorgaande periode, waarin de gezagsuitoefening behoorlijk autoritair was."

Gehoorzaam
Hoe ziet u in dit verband de vermaning van Paulus dat kinderen hun ouders hebben te gehoorzamen? Waaraan hij dan wel toevoegt: "in de Heere"?
„Preciés! Daar zit het 'm nou juist in. Kinderen moeten hun ouders onderdanig zijn, opdat ze daarin leren Hem onderdanig te zijn. Het leven van een christen is niet een leven waarin je alles kunt begrijpen en verklaren.

De liefde tot God vraagt overgave aan Hem, ook als ik niet begrijp waarom Hij deze weg met mij gaat. En daarvoor is het gezin de oefenschool. Kinderen worden geroepen tot gehoorzaamheid, ook wanneer ze iets niet begrijpen. En ouders hebben gehoorzaamheid te vragen vanuit liefde, wijsheid en de macht die ze ontlenen aan God. Dat bewaart voor een egocentrische gezagsuitoefening. Al te vaak beroepen ouders zich op hun éigen gezag, zonder te beseffen dat ze dat gezag ook maar van God gekregen hebben."

Wat zijn kenmerken van een straf die in overeenstemming is met dit bijbelse gezag?
„Ook daarin zullen macht, wijsheid en liefde samen moeten gaan. Waarbij het goed is om een strafte zoeken die past bij de overtreding. Die daarmee ook in verhouding is. Veel ouders maken de fout dat ze te lang wachten en vervolgens met te zwaar geschut komen."

Luisteren
Hoe moeten de bijbelse principes over gezag praktisch gestalte krijgen in de opvoeding van kinderen?
„Ouders moeten niet onredelijk zijn. Ze moeten bij een conflict ook oor hebben voor de overwegingen van de kinderen. Ik besef dat ik de ideale situatie schets, waaraan ik ook zelf vaak niet voldoe, maar het is wel wezenlijk.

Niet meteen de regels herhalen, maar eerst eens goed naar je kind luisteren. Dat heeft alles met gezagsuitoefening te maken. We kunnen heel algemeen en abstract over gezag praten, maar laten we niet vergeten dat het zeker in een gezin in de kleine dingen zit. Hoe veel kinderen voelen zich niet onbegrepen, omdat ouders de regel hebben: gelijke monniken, gelijke kappen. Terwijl het wijsheidselement in het gezag juist naar voren komt in onderscheidingsvermogen.

Waarom reageert dit kind zo? Waarom willen de anderen in de zomervakantie wel met het kerkelijk jeugdkamp mee, en hij niet? Ouders die niet proberen de diepere oorzaak daarvan te ontdekken, maar kort en goed stellen dat hij net als de anderen mee gaat, ondermijnen hun eigen gezag. Zo prikkel je kinderen tot verzet, iets waar Paulus ernstig tegen waarschuwt."

Nooit vernederen
„Heel belangrijk is ook dat je je kinderen nooit mag vernederen. Een praktisch voorbeeld. Een meisje is vervelend in gezelschap, op een verjaardag bij de familie. Moeder ergert zich en voelt zich vooral in haar eigen eer aangetast. Ze laat zich gaan, pakt dat kind beet en geeft het ter plekke een pak slaag.

Die moeder heeft op dat moment alle macht, maar zij heeft in mijn ogen geen gezag. Voor haar kind is het geweldig vernederend, want alle nichtjes en neefjes staan erbij. Wijs zou ik vinden, en in bijbelse zin gezaghebbend, wanneer je dat kind bij je roept en zegt: „Nu hou je op, anders krijg je straf We zullen hier thuis over doorpraten."

Daarmee geef je een duidelijk signaal, waardoor je macht uitoefent en grenzen stelt, zonder dat je verzeilt in een liefdeloos vernederen van het kind. Komt nogal eens voor!

Het derde wat ik zou willen aangeven, is dat je als ouders fouten moet kunnen erkennen. Dat werkt echt niet gezagsondermijnend. Integendeel. Ouders zijn door God over hun kinderen gesteld. Ze moeten iets te zeggen hebben en het vóór het zeggen hebben.

Maar bij alle verschillen staan ze ook naast hun kinderen, in hun zondigheid tegenover de Heere. Wezenlijk voor gezagsuitoefening is dat er momenten zijn waarop zowel ouders als kinderen hun schuld belijden."

Amicaler
Hoe waardeert u de vrijere omgang tussen ouders en kinderen?
„In de eerste plaats positief Ik vind het fijn dat kinderen eerder zeggen wat ze op hun hart hebben, eerder protesteren ook."

Dat heeft voor u niet met tanend gezag te maken?
„Absoluut niet. Pedagogisch gezien geeft het juist unieke mogelijkheden om als ouder je gezag te tonen. Dat wil zeggen: om dat wat jij de jongere generatie te zeggen hebt, door te geven."

Hoe beoordeelt u het als kinderen die amicalere omgang tot uitdrukking brengen door hun ouders hij de voornaam of met "je" en "jij" aan te spreken?
„Daarmee wordt volgens mij een grens overschreden."

Emotioneel of principieel?
„Voor mij ligt dit principieel. Om dezelfde reden waarom ik de Heere Jezus niet met "je" en "jij" aanspreek. De uitdrukking van eerbied en respect gaat daarmee verloren."

Is dat niet grotendeels cultureel bepaald? Op de Veluwe kent men niet anders dan "jie" en "joe".
„Dat is waar. Maar ik heb te maken met de cultuur van mijn eigen gezin. Daarin zoek je een uitdrukkingswijze voor je respect en dan kan ik het niet anders overdragen dan ik het zelfgevoel. Zonder dat ik daarmee de uitdrukkingswijze binnen andere culturen verwerp."

Principe
Welke uitingen van gezag hebben geldingskracht voor alle tijden en plaatsen en welke zijn tijd- en cultuurgebonden?
„Dat is een heel moeilijke vraag. In het algemeen moet je denk ik zeggen dat de principes vast staan, maar dat de uitdrukkingswijze cultuurgebonden is. We hebben daar net al een voorbeeld van gehad.

Het tonen van respect voor gezagsdragers is niet cultuurgebonden, de uitdrukkingswijze ervan wel. Het gebruik maken van de levenswijsheid van ouders bij de keuze van een man of vrouw is niet cultuurgebonden, de oosterse gewoonte om de levensgezel voor je kinderen te kiezen wel.

Bij al de bekende vragen over kleding, beroepskeuze en noem maar op, is heel belangrijk dat we eerst het achterliggende principe helder voor ogen hebben. Dan mag een nieuwe generatie het wat mij betreft wat anders vormgeven dan mijn eigen generatie. Als het principe maar tot uiting blijft komen."

Het principe moet worden geconcretiseerd in bepaalde regels. Hoe kijkt u daar tegenaan?
„Daar is geen eenduidig antwoord op te geven. In het algemeen zou ik willen zeggen: Pas op voor dwingen, probeer je kinderen altijd te winnen. Tegelijk besefik dat dit antwoord naar concrete gevallen niet helemaal bevredigend is."

Winnen
Laten we een concreet voorbeeld nemen: de kerkgang. Moeten ouders hun kinderen daarin vrij laten, onder het motto: niet dwingen maar winnen?
„Bij dit voorbeeld praat je over een zaak van leven en dood. Als ik daar zelf mee te maken had, zou ik de regel stellen: Zolang je hier in huis bent, ga je mee. En dan maar hopen en bidden dat het Woord niet ledig weerkeert. Een onderwerp als kleding is van een andere orde. Het principe is duidelijk. Er hoort onderscheid te zijn tussen de kleding van de man en de vrouw. In die zin heb ik met kledingregels geen moeite.

Wel heb ik moeite met de plaats die ze hebben gekregen in de gereformeerde gezindte. Worden kledingregels in het reformatorisch onderwijs wel altijd met gezag, dat wil zeggen met de nodige wijsheid en liefde, aangegeven? Soms lijkt het of die regels niet meer zijn dan een groepscode. Dan is het hart eruit. Jongeren voelen dat feilloos aan."

Zondag
In hoeverre is het verdedigbaar om in de gezagsuitoefening en de daaraan verbonden regels rekening te houden met de visie daarop in je eigen omgeving?
„Van ouders die hun kinderen christelijk willen opvoeden mag verwacht worden dat ze zich voor alles aan de Bijbel houden. Maar je ontkomt niet helemaal aan de invloed van de omgeving.

Neem de zondagsbesteding. Dat is typisch zo'n punt waarbij het probleem speelt. Waarom mogen de kinderen van de buren op zondag dit wel en wij niet? Je zult dan de bijbelse achtergrond van de regel duidelijk moeten maken. In die uitleg moet iets doorklinken van de liefde tot Gods wet, waardoor een christen andere keuzes maakt..."

Maar nu zitten de buren bij ons in de kerk. Want ook binnen de gereformeerde gezindte lopen de opvattingen op dit punt inmiddels behoorlijk uiteen.
„Dan zou ik eerder geneigd zijn tot een compromis. Tenzij het de spuigaten uit loopt."

Is dat consequent?
„Het probleem is dat vaak nog niet zo makkelijk is uit te leggen waarom je het ene wel toelaat en het andere niet. Ik kan mijn kinderen uitleggen waarom ze zondags niet naar het strand mogen. Bij fietsen ligt dat al veel moeilijker.

Lloyd Jones waarschuwt mensen die tot geloof zijn gekomen er uitdrukkelijk voor, dat ze hun gezins- en familieleden die de Heere Jezus nog niet kennen geen last moeten opleggen die zij zelf hebben leren kennen als een regel der dankbaarheid. We kunnen kinderen op zo'n wijze met Gods wet confronteren, dat ze enkel tot dwarsheid worden geprikkeld."

Zeggingskracht
Hoe ziet u de verhouding tussen enerzijds de uitoefening van het ouderlijk gezag en aan de andere kant het opvoeden tot zelfstandigheid?
„Het laatste moet geleidelijk meer nadruk krijgen. Zelf ben ik nogal nieuwsgierig, dus ik wil alles van m'n kinderen weten. Als ze gebeld worden, vraag ik steevast: Wie was het? M'n vrouw tikt me dan weleens op de vingers. Terecht.

Kinderen moeten langzamerhand iets van een privé-leven kunnen opbouwen. Niet in de moderne betekenis van het woord, maar in de zin van ruimte, waar vader niet te pas en te onpas indringt. 'O, belde die op. Wat zei die? En waarom heb je toen niet dat gezegd.' Dat is een verkeerde gezagsuitoefening, waaraan ik me nogal eens schuldig maak.

In de drieslag die we steeds onderscheiden hebben, wordt bij het ouder worden van de kinderen de zeggingsmacht van ouders minder. Ik vind het niet wijs als ze zich ongevraagd met de gang van zaken in het gezin van getrouwde kinderen bemoeien.

Aan de andere kant zie je steeds meer, ook in onze gezindte, dat gezinnen een eilandje op zich worden, en dat geen gebruik meer wordt gemaakt van de wijsheid en levenservaring van ouders. Opa en oma mogen nìks meer zeggen. Terwijl hun zeggingskràcht als het goed is niet vermindert."

Volgende keer: rector J. Molenaar.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.