+ Meer informatie

Man van het midden

Nieuwe Chinese premier Hwa kwo Feng:

5 minuten leestijd

PEKING — Hwa kwo Feng, die woensdag werd benoemd tothpremier en eerste vice-voorzitter van de Chinese communistische partij, is nu na voorzitter Mao de tweede man in de Chinese hiërarchie.

De fors gebouwde glimlachende Hwa heeft vooral de laatste zeven jaar opmerkelijk snel carrière gemaakt. Zijn benoeming tot waarnemend premier, op 7 februari jl, kwam voor de buitenwereld volkomen onverwacht. Algemeen werd de benoeming verwacht van Teng hsiao-Ping, die woensdag uit al zijn officiële functies is gezet.

De basis van Hwa's machtspositie ligt in de provincie Hoenan, de streek waar ook Mao tse Toeng uit afkomstig is. Over Hwa is nog minder bekend dan over de meeste ander Chinese leiders. Het begin van zijn carrière is in nevelen gehuld, en sommige perioden uit zijn politieke loopbaan zijn slechts af te leiden uit lijsten met officiële personen.

Lin Piao en Tsjoe

Zijn snelle opkomst uit de provincie naar de op een na hoogste post in China hield nauw verband met de dood van twee leidende figuren in" de hedendaagse Chinese geschiedenis. De in ongenade gevallen minister van defensie Lin Piao en de eind vorig jaar overleden Tsjoe-en-Lai. Lin Piao, die steeds was gezien als Mao's kroonrpins, kwam om het leven toen hij met een vliegtuig de wijk wilde nemen naar de Sowjet-Unie, na een mislukte machtsgreep.

Na de dood van Tsjoe-en-Lai werd vice-premier Teng hsiao Ping onverwacht aan de kant geschoven door toedoen van de uiterst linkse stroming in de partijtop. Hwa bleek de aangewezen man om het politieke vacuum te vullen. Hij had niet het etiket van de ,,radicaal", en evenmin dat van de ,,gematigde", maar als onomstreden, zelfs wat saaie tacticus leek hij een ideaal compromis-figuur in de politieke strijd.

Politieke start

In de jaren dertig of het begin van de jaren veertig verhuisde hij naar de provincie Hoenan. Het eerst verschijnt Hwa in de officiële documenten in 1955, als hij partijsecretaris wordt in het district Hsiangtan in Hoenan.

Tijdens de graantekorten van 1959 — de nasleep van ongunstige weersomstandiheden en de „grote sprong voorwaarts" kreeg hij de leiding van de voedseldistributie in Hoenan. In 1964 werd hij gekozen als afgevaardigde naar het Volkscongres, het parlement in Peking. In deze periode vestigde hij een reputatie als landbouwdeskundige, toen hij de leiding kreeg van een belangrijk irrigatieproject in Mao's geboorte\plaats Sjaosjan.

In de turbulente jaren van de culturele revolutie, steeg zijn ster in het provinciaal bestuur, waarbij in 1968opgeklommen was tot tweede man in het bcr stuur van de provincie Hoenan. Toch was hij in de begintijd van de culturele revolutie mikpunt van de radicale rode gardisten. In de plaatselijke muurkranten werd zijn beleid aangevallen. Hij wist echter tijdig de bakens te verzetten, en mocht in 1967 Mao ontvangen in de provinciehoofdstad Sjangsja. Hwa is een van de weinige provinciale leiders die vrijwel zonder kleerscheuren dewoelige jaren van de culturele revolutie overleefde.

Nationale politiek

Zijn entree op het nationale politieke toneel maakte hij in april 1969 toen hij werd benoemd in het centraal comité van de communistische partij. In 1970 was Hoenan de eerste provincie die na de culturele revolutie de partijstructuur weer opbouwde. Hwa werd gekozen tot eerste secretaris, en tot politieke commissaris voor het militaire district Hoenan.

In dat jaar bevond hij zich in een nogal penibele positie omdat Lin Piao twee van zijn medestanders benoemd had weten te krijgen in het provinciale partijcomité van Hoenan. Mei 1971 betekende een keerpunt voor Hwa kwo Feng. Toen, enkele maanden voor de val van Lin Piao, werd hij in de officiële stukken voor het eerst beschreven als „partij en regeringsleider".

Onderzoek

Hwa bleef in Peking na de mislukte machtsgreep van Lin Piao. Na diens val was hij secretaris van de commissie die een onderzoek naar de samenzwering instelde daardoor kreeg hij zijn eerste ervaring in het werk van veiligheidsen inlichtingendiensten. Na een periode terug in Hoenan verscheen hij in 1973 weer in Peking, waar hij met name was belast met de ontvangst van buitelandse delegaties van landbouw-experts. In augustus 1973 werd hij gekozen in het politburo. Zijn eigenlijke functie was onduidelijk, maar had mogelijk te maken met veiligheidswerk.

Beschuldigingen

In de zomer van 1974, tijdens de campagne van kritiek op Lin Piao en de wijsgeer Confucius werd Hwa gekritiseerd op de muurkranten in Peking. Hem werd „onderdrukking van de revolutionaire massa's" en sabotage van de campagne tegen Confucius en Lin Piao" verweten. Niettemin werd hij in het voorjaar van 1975 vice-premier en minister van openbare veiligheid. Veel aandacht kreeg zijn redevoering op een landbouwconferentie in Peking, en in de Tibetaanse hoofdstad Lhasa, waar hij Peking vertegenwoordigde bij de viering van het tienjarig bestaan van Tibet als „autonoom gebied" binnen de Chinese volksrepubliek.

Geen loze leuzen

 Diplomaten hebben uit gesprekken met Hwa de indruk gekregen dat hij volledig doordrongen is van de noodzaak van goede betrekkingen met het buitenland, en niet erg hamert op uiterst- linkse leuzen. Die houding van realisme waarbij de leerstellingen op de achtergrond blijven, onderscheidt Hwa' van de zogenoemde „radicalen" in de partijtop. Evenals zijn eminente voorganger Tsjoe en Lai heeft Hwa kwo Feng veel bekwaamheid aan de dag gelegd in het sluiten van compromissen en de kunst van politiek overleven

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.