+ Meer informatie

Arabische invloed op Westerse talen

8 minuten leestijd

ledereen spreekt en leest vrijwel altijd weer over de Arabieren. Het is mooi dat we die in deze rubriek zo goed ter sprake kunnen brengen, want de Arabieren zijn voor ons van belang omdat het veelal vijanden van Israël zijn en omdat ze de benzine zo duur maken. Maar dat niet alleen, ook omdat we veel woorden aan hen te danken hebben (harem, zenit, hegira, algebra en tarief o.a.). Ze hebben er veel meer in omloop gebracht dan de Turken en de Perzen, om maar eens een paar andere Vooraziatlsche volken te noemen. (Toch ontbreken ook de Turkse en Perzische invloeden al evenmin in onze woordenschat.)W aar komt deze overheersende positie van de Arabieren toch vandaan en wie zijn eigenlijk Arabieren?

Arabieren in de engere zin van het woord zijn natuurlijk inwoners van Arabië. Daar is het echter niet bij gebleven, want op het ogenblik heet iedere Marokkaan, Syriër en Soedanees ook een Arabier. Ieder van hen heet naar het grote, woestijnachtige eiland in Voor-Azië. (Iets vergelijkbaars vinden we in ons land, waar ieder, ook een Zeeuw en een Groninger, in het buitenland als Hollander wordt betiteld.)

Lezers die van geschiedenis houden, zullen direct begrijpen dat dit te danken is aan Mohammed (of liever: te wijten aan Mohammed), de grote Arabische profeet. Want 622 was het jaar van de vlucht van Mohammed uit Mekka naar Medina. Dit leek Mohammeds fiasco, maar het was in werkelijkheid het begin van zijn onvoorstelbare succes. In Medina kreeg hij snel veel aanhangers voor zijn nieuwe godsdienst, waarvan Allah de God was (Allah betekent God) en waarvan Mohammed optrad als de Profeet.

Heilige oorlog

De nieuwe godsdienst heette islam (d.w.z. onderwerping) en de aanhangers ervan moslims (d.w.z. onderwerpenden). Inderdaad gingen deze moslims de wereld onderwerpen, zoals hun naam zei. Deze ,,Heilige Oorlog", om de term van Mohammed te gebruiken, brak in volle hevigheid los na 632, het jaar van de dood van de Profeet. Niet alleen werd een groot deel van Voor-Azië (waaronder Palestina) in een snel tempo veroverd, maar ook Egypte en de Noordafrikaanse kust tot aan de oevers van de Atlantische Oceaan.

Hoe de Arabieren (ook wel Moren genoemd) toen bijna heel Spanje veroverd hebben, daar ga ik op het ogenblik niet op in. Wat ons thans het meest interesseert is hun, weinig bekende maar zeer belangrijke, verovering van Sicilië. Sicilië neemt een strategische positie in in de Middellandse Zee (het is thans een steunpunt voor de Amerikaanse Navy). Voor een rijk, handeldrijvend en dapper volk als de Arabieren was dit een begerenswaardig bezit.

Het was niet eens de eerste maal dat een Afrikaans volk Sicilië als springplank wilde gebruiken om Italië te veroveren. In de derde eeuw voor Christus heeft Hannibal, de Carthager, dit ook geprobeerd. En hoe belangrijk Sicilië (met het vlakbij gelegen Syracuse) ook in vreedzaam opzicht is geweest, blijkt wel uit het feit dat het nog weer enkele eeuwen voor Hannibal al een bloeiende Griekse kolonie is geweest. Grote Griekse denkers zoals Archimedes en Platp hebben hier kort of lang gewoond.

Emir

Evenals de Grieken heel vroeger, wilden ook de Arabieren in de achtste en negende eeuw van Sicilië een kolonie maken. In 831 namen ze, ha eèn lang beleg, Palermo in. Hoe fel de tegenstand was die de Arabieren ondervonden blijkt o.a. hieruit dat ze er nog een halve eeuw voor nodig hadden om het sterke Syracuse te overmeesteren, terwijl Syracuse toch vlak bij Palermo ligt.

Het Arabische opperhoofd dat Sicilië voortaan ging besturen droeg de titel emir. De Italianen verbasterden dat tot amir en maakten het, helemaal op zijn Italiaans, een stuk langer tot amiraglio. Min óf meer in die vorm is het overgenomen door de Fransen, als amiral. In de Germaanse talen is er een d bijgekomen, admira(a)l. Zodoende lijkt ons woord admiraal helemaal niet meer op emir, maar toch heeft het dezelfde oorsprong. Zeer belangrijk is ook de verschuiving van betekenis; terwijl een admiraal alleen een vloot aanvoert, was een amiral ook wel bevelhebber van landstrijdkrachten.

Onder het bestuur van de emir (of amiraglio) kwam de Siciliaanse beschaving tot grote bloei. Speciaal ook de landbouw; het schijnt dat er veel suikeren katoenplantages geweest zijn. Nu waren suiker, dat toen alleen maar uit suikerriet werd bereid, en katoen in Europa onbekende produkten (men weefde toen meest met linnen en wol). De Italianen hadden er dus geen naam voor en ze namen de Arabische woorden voor katoen (qutun) en suiker (suggar) over. Bij de Italianen werd dit cotone en zucchero, bij de Fransen coton en sucre en eindelijk bij ons katoen en suiker. U ziet dat deze woorden een zeer lange reis gemaakt hebben.

Japon

Zulke lange reizen van woorden zijn dikwijls moeilijk na te gaan; bij Arabische ontleningen is dat dubbel moeilijk omdat er ook vrij veel via het Spaans gekomen zijn. Daarom ben ik blij dat ik nog van een vierde zeer belangrijk woord (behalve admiraal, katoen en suiker) heel zeker kan vertellen dat Tiet over Sicilië gekomen is, dat is japon. Ik dank dit aan het woordenboek van Von Wartburg'voor het Frans. Het komt van het Arabische djubba (lang wollen kleed, .niet alleen voor vrouwen). De Italianen zeiden giubba en de Fransen namen het over in de vorm van jupe. Hiervan leidden zij (de Fransen) jupon af en in het Nederlands werd het japon. (Over het woord japon, nu meestal vervangen door jurk, en zijn equivalenten in verschillende talen, zou nog heel veel te vertellen zijn. Jupe betekent thans rok en jupon onderrok, maar jupon moet vroeger ook nog schort betekend hebben en voorschoot, speciaal voor mannen. Ook het woord kamerjapon, dat lichtelijk aan het verouderen is, duidt een herenkledingstuk aan. Een paar jaar geleden is er in België een heel boek verschenen over het woord japon en alles wat eraan vastzit.)

Algebra

Onder de Arabieren op Sicilië (en trouwens in veel andere landen) waren ook knappe geleerden. Op Sicilië maakten ze vooral veel werk van algebra, een tak van wetenschap die in Europa vrij onbekend was. In het Arabisch heette algebra al-djabr d.w.z. herleiding (in de wiskunde); vereniging van gebroken of ontwrichte delen (in de medische wetenschap). De Italianen betoonden zich goede leerlingen en aan de Italiaanse universiteit van Salerno is al heel vroeg veel studie van algebra gemaakt. Daar werd al-djabr verbasterd tot algebra. Dit algebra bestaat nu nog, zowel in het Italiaans en het Nederlands als in vrijwel alle Westeuropese talen. Maar de geleerden zijn het er niet over eens of het al ineens een Italiaans woord geworden is. Sommigen denken dat het eerst door het Latijn van de Middeleeuwse geleerden is overgenomen en dat we het dus aan het Latijn te danken hebben. Ook andere wetenschappelijke termen uit het Arabisch zoals cijfer, zenit en alambiek komen via de beroemde universiteit van Salerno.

Het Italiaans is een heel belangrijke „brugtaal" geweest tussen het Arabisch en de Europese talen. (Op zijn minst even belangrijk als het Spaans-; via het Spaans komen o.a. almanak, alkoof, giraffe, spinazie.) Maar het heeft ook nog andere dan Arabische woorden naar Europa geleid. Ook Perzische: azuur, karavaan, schaak, sjaal, tas; en Turkse: jakhals, kaviaar. Tenslotte zijn er nog enkele woorden die we langs twee wegen ontvangen hebben. Een voorbeeld: het Arabische kobba (koepelvormig vertrek) dat in het Italiaans cupola en in het Spaans alcoba werd (resp. ons koepel en alkoof).

Noormannen

Doordat de Italianen zulke goede handelaars waren, kwamen ze met al die volken uit Afrika (de Arabieren) en Voor-Azië in contact. Niet slechts in financieel maar ook in cultureel opzicht. Wie dus de aardrijkskundige ligging en historische gebeurtenissen in beschouwing neemt, kan al bijna met zekerheid zeggen dat dit grote taalkundige gevolgen heeft gehad, dat er langs die weg veel woorden zijn ontleend. Dat is dan ook gebeurd.

Maar daarmee is het stuk cultuurgeschiedenis dat we in deze ontleningen als het ware kunnen aflezen nog niet uit. In, de elfde eeuw (van 1061 tot 1091) werden de Arabieren van Sicilië verdreven, niet door de-Italianen, maar door een volk uit het hoge Noorden van Europa, de Noormannen. De Noorse beschaving had toen een hoogtepunt bereikt; de Noren oefenden ook invloed uit in Engeland en Frankrijk; de naam van de stad Norwich en die van de provincie Normandië herinneren daar nog aan. Een volk met zo'n expansiedrang kon ook het verre Sicilië er nog wel ,,even bij nemen"!

Van die tijd af is de stroom van Arabische woorden naar het Italiaans vrijwel afgebroken. En in de moderne tijd heeft de Arabische beschaving nooit meer zo gebloeid als in de vroege middeleeuwen. Daardoor behoeven de Europeanen nu weinig of geen algemene culturele begrippen meer van de Arabieren te leren. Wij zijn nu ,,knapper" dan de Arabieren en hebben hen heus niet nodig om aan de weet te komen wat algebra is of een cijfer of het zenit. En de Arabische landbouw en industrie geven ons ook geen aanleiding meer om woorden te ontlenen, zoals Europa vroeger deed met woorden zoals suiker, katoen en spinazie. De- Arabische beschaving steekt nu niet meer (ver) boven de Europese uit. Niet alleen de opbloei, maar ook het verval van een beschaving kan men terugvinden in het aantal leenwoorden.

Boekje

In onze tijd, een tijd van veel kranten en veel reizen, komen we dikwijls met typisch Arabische begrippen in aanraking. Om daarover te spreken hebben we Arabische woorden nodig, al of niet op religieus gebied: bedoeïenen, fellah harem, hegira, islam, kalief, koran, moskee, moslim (sommige van deze woorden zijn reeds oud). In het algemeen hebben deze hun Arabische, karakter veel beter bewaard dan de meeste andere die in dit artike). besproken zijn. Maar woorden op algemeen cultureel gebied overnemen, dat doen we nu niet meer, omdat de Arabische beschaving thans geen overwicht meer heeft.

Er is een boekje over Arabische woorden. Het is heel oud (verschenen in 1867) en het heet ,,Oosterlingen", door Prof. R. Dozy, kenner van het Arabisch. Wat er precies in behandeld wordt, staat in de ondertitel ervan: „Verklarende lijst der Nederlandsche woorden die uit het Arabisch, Hebreeuwsch, Chaldeeuwsch, Perzisch en Turksch afkomstig zijn". Het zijn er bij elkaar plm. 100; de verklaring ervan vraagt soms maar 1 regel, andere keren 3 à 4 pagina's. Wat hét Hebreeuws betreft, o.a. Amen, Hallelujah, Schibboleth, hierover geeft de schrijver heel weinig, omdat volgens hem „verdere ophelderingen in ieder Bijbelsch woordenboek zijn". Een heel mooi boekje.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.