+ Meer informatie

De Spoorbaan van Lammert Kiewiet

"Dan zeg ik: "Jongens, die baan komt nooit af"

9 minuten leestijd

Als jochie kreeg Lammert Kiewiet z'n eerste trein. Sindsdien stak hij vele duizenden uren in het spoor en de aankleding ervan. Zowel in Eibergen als in Beek en Donk stichtte hij een club voor minnaars van de modelspoorbaan. Hij stond ook aan de wieg van een overkoepelende federatie, die tienduizend hobbyisten bundelt. Een leven zonder z'n zolderkamer is voor de Brabander ondenkbaar. Portret van een oprechte spooramateur.

Als Lammert Kiewiet over zijn modelspoorbaan begint te spreken, is hij niet meer te stuiten. Naar goed gebruik werkt hij de boodschap uit in drie punten. Eén: de voorbereiding. Twee: het landschap. Drie: het rijdend materieel. De conclusie: een modelspoorbaan hoeft niet duur te zijn. Het begon met een treintje dat hij in z'n prille jeugd kreeg. „Zo'n opwind-geval." Met extra rails van een vriendje legde hij op zolder een forse spoorbaan aan, onder een bed door. Het opgewonden locomotiefje placht steevast onder het bed afgelopen te zijn. Het euvel werd opgelost door een stoommachientje van Lammert op het onderstel te monteren. „Na veel pijn en moeite lukte dat. Het ding marcheerde. We waren dol-enthousiast. En ik ben dat enthousiasme nooit meer kwijtgeraakt. De sfeer, de romantiek, de techniek van de trein, daar is niets mee te vergelijken. Zeker een stoomlocomotief is zoiets geweldigs... Bij Apeldoorn loopt een voormalige 53'er. Dat is al een flinke. Maar nou moet je je eens voorstellen dat je naast een 01 staat. Die heeft drijfwielen van twee meter tien. Twéé meter tien. Dan lopen de rillingen toch over je rug."

Afgunstig
In de studiejaren werd de hobby op een laag pitje gezet. De oorlogsjaren leenden zich ook niet erg voor liefhebberijen. Maar in '57 vatte Kiewiet de draad weer op. Zoon Jan kreeg op z'n verjaardag van opa een trein op batterijen. Merk Trix. Vanuit zijn ooghoeken keek Kiewiet afgunstig toe. Al snel bleek dat het speelgoed de generatiekloof overbrugde. Pa was zo mogelijk nog enthousiaster met het treintje bezig dan de zoon. Na verhuizing naar een woning met een grote zolder konden ze de vleugels uitslaan. Het vertrek werd volgelegd met rails en bijbehorend materieel. Door een nieuwe verhuizing, naar Uden, moest alles weer in de doos. Pas in Eibergen, waar Kiewiet halverweg de jaren zeventig bedrijfsleider werd van Interwand, kwam na het vertrek van Jan opnieuw een zolder vrij. In dezelfde tijd ontdekte hij tijdens een vakantiereis in Zuid-Duitsland een lijntje dat hem innerlijk raakte. Hij besloot het na te maken.

Piepschuim
Kort voor zijn verhuizing naar Beek en Donk in 1983 deed de modelbouwer een schokkende ontdekking. Hij zat met zijn hobby op het verkeerde spoor. „De natuur was er eerst en daarna is pas de trein gekomen. Dat betekent dat je de trein body moet geven, in een landschap moet laten lopen. De zin moet geven om daarin te lopen." Een artikel over de Wiesentalbahn in het blad Miba (miniatuur banen) zette definitief de wissel in zijn denken om. In '85 bezocht hij met een club spoorliefhebbers het bewuste gebied en was meteen verliefd op dit stukje Duitsland. Het jaar daarop ging hij er met een vriend voor veertien dagen naartoe, om de verschillende dorpjes die hij na wilde maken fotografisch vast te leggen. Tegelijk begon hij met het verzamelen van schetsen en plattegronden van oude stationsgebouwen en emplacementen. Na gedegen voorbereiding begon hij op de zolderkamer van zijn nieuwbouwwing zijn droom te realiseren. Te beginnen met het timmeren van een houten stellage langs alle wanden, waarop de ondergrond van de modelbaan kon worden bevestigd. Met geverfd zaagsel, uit metselzand gezeefde steentjes en lapjes rubber werden grasland, spoortalud en wegen aangelegd. De bergen werden opgetrokken uit piepschuim.

Financieel beheer
Het tekent de oprechte amateur. Niet met handenvol geld naar de speciaalzaak, om alles kant en klaar te kopen, maar als het even kan uit waardeloos materiaal iets nieuws scheppen. Verroest kippegaas, oude lappen, karton, niets is te slecht. Bij spreekbeurten houdt hij zijn gehoor voor dat de hobbyist met drie zaken rekening heeft te houden. De ruimte in huis, in de tijd en in de portemonnee. „Als je getrouwd bent, moet je daarover tot overeenstemming zien te komen met de directeur van de huishouding. Daarnaast moet je de nodige fantasie heb- > ben om creatief iets op te kunnen bouwen. De ware hobbyist is niet alleen de architect en ontwerper, maar ook de bouwheer van zijn modelbaan. De handjes moeten kunnen wapperen. Je moet verstand hebben van houtbewerking, schilderen, elektriciteit, verlijmingstechnieken, solderen, bewerking van allerlei andere soorten materialen... Dat zijn de grondprincipes waar ik altijd van uitga. Als die zaken in redelijke mate aanwezig zijn, kun je rustig met deze hobby beginnen. Het is de meest veelzijdige liefhebberij die er bestaat. En nu de clou. Nou hoor je altijd: die hobby is zo duur. Dan schud ik met m'n hoofd en zeg ik: nee mensen, die hobby hoeft niet duur te zijn."

Ontwerp
De fout die velen maken is, dat ze in een bevlieging materieel gaan kopen, zonder dat er een deugdelijk plan ligt. Pas als ze een leuk berglandschapje hebben nagemaakt, komen ze erachter dat de sprinter die ze al hadden aaangeschaft totaal niet in zo'n omgeving past. Kiewiet raadt, op grond van zestig jaar ervaring, nieuwelingen dan ook aan om te beginnen achter het tekenbord. Als er een gedetailleerd ontwerp ligt, is de tijd daar om de ondergrond te gaan maken. Pas bij de vervaardiging van het landschap hoeft de keus voor het spoor te worden gemaakt. Tractiemateriaal en wagons zijn nog weer van later orde. ,Je moet geduld op kunnen brengen", betoogt Kiewiet met grote overtuigingskracht. „Als je in de jaren waarin je met de opbouw bezig bent voor elke verjaardag van alle familieleden en vrienden materiaal vraagt, dan kun je zonder dat het je veel kost iets moois opbouwen."

Modelspoorclub
Rest nog het probleem dat slechts weinig mensen voldoen aan alle criteria waaraan de modelspoorbaanbouwer moet voldoen. Ook daarin is door Kiewiet voorzien. In Eibergen stichtte hij een club van spoorminnaars. In Beek en Donk net zo. De Modelspoorclub OostBrabant telt inmiddels ruim 110 leden, onder wie één dame. Binnen de club, die wekelijks bijeenkomt, zijn tal van specialisten vertegenwoordigd. Daardoor kunnen de leden elkaar tot een hand en een voet zijn. Via het samenbindend orgaan "Pantograaf' worden ze bovendien op de hoogte gehouden van allerlei wetenswaardigheden. Daarnaast beschikt de club over een uitgebreide bibliotheek en videofilms, organiseert ze excursies en nodigt sprekers en doeners uit. Om tot een verdere bundeling van kennis en kracht te komen, werd in '88 op initiatief van Kiewiet, zijn vriend Luit en twee bestuurders van de club, in Hoogeveen de Nederlandse Modelspoorfederatie gesticht. Ruim tachtig clubs, met in totaal zo'n tienduizend leden, zijn bij dit overkoepelend orgaan aangesloten. ,Je hebt spoorhobbyisten in allerlei soorten", weet Kiewiet. „Er zijn erbij met een combinatie van landschap en spoor. Anderen hebben geen ruimte om een compleet landschap na te maken en houden het bij een kopstation waar ze gaan rangeren. Zo doet ieder het op z'n eigen manier en binnen de mogelijkheden waarover hij beschikt."

Olietank
De Brabantse bouwer mag niet klagen. Zijn echtgenote laat hem volledig vrij. Ze prijst zich gelukkig dat hij niet de hele dag beneden loopt rond te klungelen, zoals menige gepensioneerde heer. Gulhartig heeft ze hem de hele zolderverdieping ter beschikking gegeven. In een vitrine aan de muur van de voorzolder wachten de glanzende locs (nog steeds merk Trix) op het moment dat de aanleg van Wiesentalbahn voltooid is. De zolderkamer waar het allemaal gebeurt houdt het midden tussen expositieruimte. atelier, bloemisterij en timmermanswerkplaats. Dag aan dag werkt de amateur hier aan de uitwerking van zijn ontwerp, dat inmiddels voor een groot deel gerealiseerd is. Heiligenstadt, Forchheim, Muggendorf en Streitberg staan al. Voor het decor van de plaatsen is gebruik gemaakt van foto's uit foldermateriaal, dat na eindeloos knippen, schuiven, meten en plakken ineen is gepuzzeld. De huizen ervoor zijn opgetrokken uit kunststof platen, karton en wegwerpmateriaal. Ze ogen verrassend echt, net als de bergen, de elektriciteitspalen, de stations, de wegen, de weilanden met koeien, het riviertje waaraan minuscule figuurtjes met handdoeken gereed staan om te baden. De olietank op het emplacement van een van de dorpjes komt uit de plaatselijke apotheek. Oorspronkelijk zaten er harttabletjes in, voor de motor van de noeste bouwer.

Bomen
In de vervaardiging van bomen heeft Kiewiet een rijke ontwikkeling doorgemaakt. Hij begon met IJslands mos, dat op kleur werd gebracht. Later ging hij ook geconserveerde herfstaster gebruiken. Van een bloemist die opruiming hield, nam hij een voorraad gedroogd zeegras uit het CarailDisch gebied over. „Ideaal om een boom te maken, omdat de structuur er al in zit." Maar de koning onder Kiewiets bomen is de uit koperdraad vervaardigde woudreus, die hij bespuit met bevlokkingsmateriaal. In het midden van de kamer is een uitloper van de Wiesentalbahn gepland, met daaraan de dorpjes Ebermannstadt en Gasseldorf De laatste plaatsen van het mammoet-project. Maar daarmee is het einde volgens de architect nog niet bereikt. „Mijn kleinkinderen vragen wel 's: Opa wanneer is die baan nou af? Dan zeg ik: Jongens, die baan komt niet af Wel rijklaar, maar niet af Als het hele landschap er staat en ik kan gaan rijden, dan heb ik nog een waslijst van dingen die aangescherpt of verbeterd moeten worden. En dat is maar goed ook. Wat zou ik anders moeten doen."

Treintje spelen
De kosten heeft hij aardig in de hand weten te houden. Aan locomotieven en wagons is zo'n vierduizend gulden gespendeerd. Aan overig materiaal nog eens zo'n bedrag. Uitgesmeerd over tientallen jaren is het een acceptabel bedrag. Wordt ook de geïnvesteerde tijd in geld omgezet, dan stijgen de kosten van de modelspoorbaan tot duizelingwekkende hoogte. De laatste jaren is Kiewiet er een uur of veertig per week mee zoet. „Je hebt alle mogelijke dingen om handen, ter vervolmaking van je plan", verklaart hij. „Neem alleen die achtergrond. Weken ben ik daarmee bezig geweest. En dan al die gebouwen, de wegen, de elektriciteitspalen, de poppetjes... Om nog maar niet over de bomen te praten. Met een koperdraadboom ben ik zo drie dagen bezig." Een enkele keer is er een onverlaat die hem vraagt hoe hij het volhoudt om als volwassen mens jaar in jaar uit met treintjes te spelen. Hij heeft geen licht geraakt karakter, maar zo'n opmerking doet hem zeer. „Zoiemand weet niet wat hij zegt. Ik ga er niet eens tegenin. Ik neem hem gewoon mee naar boven. Dan staan ze paf Zeg nou zelf, dit is toch geen treintje spelen. Dit is landschapsarchitectuur!"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.