+ Meer informatie

Het leven van godsdienstige dorpsmensen

„Nu waren de boeren van Neveldijk op hun manier zeer christelijk"

4 minuten leestijd

In "Neveldijk" beschrijft D. Hogenbirk Jzn. „het leven van godsdienstige dorpsmensen", zoals de ondertitel zegt. Waarom? Hij constateerde een toenemend gemis aan preek-honger, zodat hij zich zette tot preken in verhaalvorm, ongetwijfeld in de hoop dat er wat nevels op zouden klaren. „Een gelukkige gedachte", noemde Risseeuw in 1930 deze poging. Het boek had toen al een vierde druk, nadat de eerste in 1925 was verschenen. Onlangs bracht uitgeverij De Groot Goudriaan een heruitgave op de markt van deze schetsen.

Hoe ziet het godsdienstig leven in Neveldijk eruit? De namen van de personen lichten meer dan een tipje van de sluier op: we komen de oefenaar Sijmen Donker tegen, we maken kennis met de predikanten Zuchter, Van Wettum en Ruimstra, we ontmoeten vrouw Klapwijk en Jannetje Stijfsel, maar ook Hein Vreugdenhil.

Spelonkie's en boeren
Wie is Donker? „Sijmen Donker had de naam een buitengewoon gegronde en zeer diep ingeleide christen te zijn, zoals men ze in de genade met een lantaarntje zoeken moest" (pag. 9). Toen het „opgeraapte geloof" hem uit de handen gevallen was, „was het een uitzien geworden, of het die Souvereine Vrijmacht nog eens mocht komen te believen en te behagen, om zijn wagentjes op de spoortjes van vrije ganade te zetten" (pag. 15).

De vrienden en vereerders van Sijmen werden op het dorp als de spelonkiemensen aangeduid. Wat denken ze van hun geestelijke leider? „En de zielen dachten, dat zulks (het feit dat Sijmen meer licht had dan zij, PJV) voortkwam van de Heere der heirscharen" (pag. 18).

Wie zijn de boeren in Neveldijk? „Nu waren de boeren van Neveldijk op hun manier zeer christelijk. Maar toch waren zij in deze hun christelijkheid niet zo ver gevorderd, dat het hen aan het hart ging hoe een knecht, die niet meer werken kon, toch eten moest" (pag. 22).

Wie is vrouw Zonneveld, bijgenaamd het mangelvrouwtje? „En dan werd het haar alsof er in 't ganse heelal geen plekje was, waar de Heere Zijn goedheid zo overvloedig uitstortte als in haar lage, kleine huisje en in haar schuldige bevende ziel" (pag. 29).

Verzekerd
Wie is Klaas van Riet? „Intussen ontplooide Klaas, die in de dingen van het geestelijk leven de lijdelijkheid minde, in verband met zijn huwelijksaanzoek de hoogste activiteit, wat volstrekt geen zeldzaamheid is onder lieden van dit slag" (pag. 46).

Wie is vrouw Van Beveren? „Wat kon zij genieten, als Klaas zo'n mooie doodstijding voorlas van een ziel, die een lange reeks van jaren in grote bekommering had doorgebracht, maar daags voor het sterven „tot volle ruimte" gekomen was, zodat de familie verklaarde te geloven, dat zij nu juichte voor de troon" (pag. 42).

Wie is Hein Vreugdenhil, bijgenaamd Hein de Mat? „Hij was flink verzekerd van zijn staat, want hij wist, hoe de Heere hem verschenen was van verre tijden, zeggende: „Gij zijt de Mijne"" (pag. 60). Hij houdt het niet uit tussen de muren van „kenmerken, gestalten en bevindingen". „De mensen die door de Heere Jezus zijn gered, hebben niets geweten van al die rompslomp, kenmerken, en toestanden, waarmee de oude schrijvers bladzijden hebben gevuld" (pag. 71).

Milde humor
Al deze mensen wonen in Neveldijk, waar een gezonde beschouwing van het geestelijk leven volgens de auteur geen gemeengoed is (pag. 63). De schetsen uit de kerkbode zijn door Hogenbirk op verzoek gebundeld. Met milde humor tekent hij —als leerling van Beets— het dagelijks leven van zijn dorpsgenoten. De humor en ironie gaan bij tijden over in spot, maar, zo schreef Hogenbirk in een nawoord: „In dit boek wordt wel gespot, maar niet met het heilige, wel om het heilige heilig te houden".

Wat wil Hogenbirk met zijn preekschetsen? „Het christelijk leven in ons goede land is, meer en verder dan men vermoedt, vervreemd van de eenvoudigheid des geloofs. Het is zelfs ontstellend, zoals in vele hoeken het Woord des Heeren van de plaats welke het hebben moet —de eerste en de hoogste plaats — weggeschoven wordt door eigenzinnig-vrome, het vlees behagende beuzelpraat". Hogenbirk groeide op in een „spelonkie-sfeer", „maar werd van deze overlast verlost door lezing van Kuypers en Kohlbrugges rijke, diepe geschriften", waarna hij gaan spreken is in de hoop dat „de gemeente Gods verbond en woorden als haar schatten mocht gadeslaan".

Evenwichtig
Risseeuw typeerde Hogenbirk in 1930 als een „gereformeerde dominee met een evenwichtige leer- en levensbeschouwing", als „een calvinist, die staat in de vrijheid". En wij? In zijn denken over verbond en bevinding is Hogenbirk een leerling van Kuyper, in zijn spreken over de oude schrijvers generaliserend. Wij zien zijn boek als een bundeling met humorvolle schetsen, waarin een waardevol tijdsbeeld gegeven is. Zowel zijn pleidooi voor het primaat van het Woord als voor het onderkennen van het verschil tussen ware bevinding en valse mystiek is ook nu actueel. Wat dat laatste betreft, kan echter niet ontkend worden dat hij „in reactie" schreef. En dat komt vaak wel de duidelijkheid, maar niet het evenwicht ten goede.

N.a.v. "Neveldijk. Uit het leven van godsdienstige dorpsmensen", door D. Hogenbirk Jzn.; uitg. De Groot Goudriaan, Kampen, 1990; 186 blz.; prijs 27,50 gulden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.