+ Meer informatie

EEN BEVEL VAN DE PAASVORST

4 minuten leestijd

Ontwaak, gij die slaapt en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten. Efeze 5:14

Een wonderlijk bevel, ais we er op letten, wie die „slapenden" zijn. De kanttekening zegt terecht: „dat zijn zij, die de geestelijke slaap der zonde en de dood der zonde slapen". Het is dus een bevel tot dode zondaren.

Maar wie richt nu het woord tot doden! Wie gaat preken op een kerkhof. De hier bedoelde „slapenden" hebben toch geen oren om te horen? Een geestelijke slaper kan wel dromen, en heeft dan vaak schone vergezichten; is zelf de held van zijn dromen. Hij droomt van geld en goed, eer en genot, of van vroomheid en van de hemel, maar...hij ligt aan de rand van het verderf. En belangstelling voor wat tot of over hem gezegd wordt, heeft hij niet. Hij weet niets en wil ook niets weten, want dan wordt zijn slaap gestoord.

Daarom, als hij al eens even opschrikt, zegt hij: laat mij slapen, val mij niet lastig! Spreek mij niet van de eis tot bekering! En zelfs die de Heere vrezen en zijn ontwaakt, kunnen nog zó slapen en dromen, dat zij liefst ook maar met rust worden gelaten.

En toch ontwaak, gij die slaapt en sta op uit de doden. Opstaan uit de doden, afgesneden van de levenswortel...hoe is dat nu mogelijk! Is dit bevel niet je reinste dwaasheid?

Goed, maar dan is het de dwaasheid der prediking. De dwaasheid waarvoor Ezechiël werd ingewonnen, zodat hij tot dorre doodsbeenderen ging profeteren, dat zij zouden leven. Die dwaasheid in de ogen van de wereld, is in werkelijkheid de kracht van de Opgestane, Die dood geweest is en zie, Hij lééft. Het is de kracht van het Woord, dat in den beginne was d.w.z. het Woord ging aan het leven vooraf, en is er de Schepper van.

Ja, dan zijn allen, die uitgaan met dat Woord, hier en tot aan de einden der aarde, mede-arbeiders van Hem, Die de dingen, die niet zijn, roept als of ze waren. In dat Woord was het Leven, en het Leven was het Licht der mensen. De Zon der gerechtigheid is opgegaan. De dag des heils is aangebroken. Nú is het de welaangename tijd, nú is het de dag der zaligheid. Het is dag, hoog dag. We zien de schaduwen van de avond al vallen. Deze Zon der gerechtigheid gaat niet onder, maar de wereld verliest haar licht en wordt in duisternis gehuld.

Daarom nú, juist nú: „Ontwaak gij, die slaapt en sta op uit de doden! Het is 't hoog bevel van de Heere der heren. Zou deze opdracht dan niet voldoende zijn om gehoorzaamheid te vorderen? Wee mij indien ik dit hoog bevel negeer. Het is de opdracht van de Levensvorst en dáárom is ze levend en krachtig.

Neen, het ontwaken en opstaan komt niet voort uit een levensbeginsel in u of mij (dat is er niet), maar uit het leven in Hem, Die de dood ovenwon en het leven en de onverderfelijkheid aan het licht heeft gebracht. Jezus leeft en daarom is het Woord krachtig; de Heilige Geest draagt de kracht van Zijn opstanding in het Woord, daarom zal het niet ledig wederkeren, maar doen wat God behaagt. En het behaagt Hem door de dwaasheid der prediking zalig te maken, die geloven.

Daarom is het ook, dat wij in de weg van het ontwaken en opstaan waarlijk in het licht komen:....en Christus zal over u lichten. Niet door over onze dood te préten, maar door op te staan, als de verloren zoon. Ja, dan verdwijnt de duisternis en zij, die gebonden zaten in de schaduw van de dood over hen is een licht opgegaan. „Zie, de duisternis zal de aarde bedekken en donkerheid de volkeren; doch over u zal de HEERE opgaan, en Zijn heerlijkheid zal over u gezien worden, en de heidenen zullen tot uw licht gaan...."

RIJSSEN DS. J. H. VLI

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.