+ Meer informatie

Zijner handen werk (33)

6 minuten leestijd

Palm en Ceder

I. DE PALMBOOM

De palm nam in het Israëlietische volksleven een belangrijke plaats in: , En er waren geslotene venstertjes aan de kamertjes, en aan hunne posten inwaarts in de poort rondom henen; alzo ook aan de voorhuizen, de vensters nu waren rondom henen inwaarts, en aan de posten waren palmbomen". (Ezech. 40 : 16.) Ezechiël zag ze hier staan in „de gezichten Gods" betreffende de herstelling van de tempel. Eveneens kwamen ze voor in de tempel van Salomo als versiering: En al de wanden van het huis, in het ronde, graveerde hij met uitgesneden graveringen van cherubs, en van palmbomen, en opene bloemen, van binnen en van buiten." (1 Kon. 6 : 29) In de omgeving van Jericho in het Jordaandal groeiden er in Mozes' tijd zoveel, dat Jericho zelfs de Palmstad werd genoemd: En het zuiden en het effen veld der vallei van Jericho de palmstad, tot Zoar toe." (Deut. 34 : 3) Bij de instelling van het Loofhuttenfeest lezen we: En op de eerste dag zult gij u nemen takken van schoon geboomte, palmtakken, en meien van dichte bomen, met beekwilgen; en gij zult voor het aangezicht des Heeren, uws Gods, zeven dagen vrolijk zijn." (Lev. 23 : 40) Toen de Heere Jezus Zijn koninklijke intocht in Jerusalem deed, „namen (ze) de takken van palmbonen, en gingen uit Hem tegemoet, en riepen: osanna! Gezegend is Hij, Die komt in de Naam des Heeren, Hij, Die is de Koning Israëls!" (Joh. 12 : 13.)

Genoeg om aan te tonen, dat palmen veel in Kanaan voorkwamen. De hoogopgaande stam is een toonbeeld van kracht; de altijd groene bladeren trotseren regen en zonneschijn, koude en hitte, zelfs het bruisen van de stormen. Hiermede vergelijkt de psalmist de rechtvaardige: De rechtvaardige zal groeien als een palmboom; hij zal wassen als een cederboom op Libanon." (Ps. 92 : 13.)

Tegenwoordig komt de palmboom in Kanaan niet zo veel meer voor als vroeger. Een groot gedeelte van Palestina lag eenmaal in de woudgordel. Thans heeft het bosgebied weinig grotere boomgroepen. Reeds bij hun vestiging in Kanaan zijn de Israëlieten begonnen, bossen om te hakken. De akker werd boven het woud geacht: Jozua nu zeide tot henlieden: ewijl gij een groot volk zijt zo ga op naar het woud, en houw daar voor u af in het land der Ferezieten en der Refaïeten, dewijl U het gebergte van Efraïm te eng is." (Joz. 17 : 15) en drie verzen verder: Maar het gebergte zal het uwe zijn; en dewijl het een woud is, zo houw het af, zo zullen zijn uitgangen de uwe zijn" enz. Ook in later tijd ging de ontbossing door: Is het niet nog om een klein weinig, dat de Libanon in een vruchtbaar veld zal veranderd worden, en het vruchtbare veld voor een woud geacht zal worden? (Jes. 29 : 17) Daar bomen het regenwater vasthouden, zit men tegenwoordig door de ontbossing in de nieuwe staat Israël met de handen in het haar. Herbebossing is de enigste oplossing en dat doet men dan tegenwoordig ook veel. Genoeg over dit zeer interessante onderwerp. Later misschien meer hierover.

Het kan best zijn, dat de palmboom, evenals de ceder (waarover hieronder) ten prooi zijn gevallen aan de ontbossing. In ieder geval zijn er thans maar weinig plaatsen meer, waar men onder de palmen wandelt. Er zijn slechts palmboompjes aan de mond van de Kison, bij Gaza, en aan de beek van Egypte. Bij Jericho zijn tegenwoordig ook maar weinig palmen meer. Zoeken wij deze plaatsen op een kaart van Palestina op, dan zijn het de vlakten, waar de palmboom nog groeit: de kustvlakte en de Jordaanvlakte.

De palmboom kan een hoogte bereiken van ongeveer 20 m. De rechtopgaande stam is geheel zonder takken. Bovenaan zit een waaiervormige kruin. De bladeren zijn dus ver van de grond af, zodat er niet veel schaduw onder is. De wortels groeien diep de grond in. Dat zal ook wel de reden zijn, waarom de boom nog op zeer onvruchtbare bodem wil groeien.

Tussen de onderste bladeren hangen de vruchten, de bekende dadels, geelbruin van kleur. Het vlees van de verse dadel moet zeer smakelijk en voedzaam zijn, alleen de schil is hard'. De dadels, die in ons land op de markt komen, zijn gedroogd. De oogsttijd valt van Augustus tot October en per boom plukt met ± 40 kg vruchten.

Het nut van de palm is groot: De dadels zijn overbekend. Uit deze verse dadels bereidt men een heerlijke wijn. Van de bladeren wordt een soort manden gemaakt en van de bast o.a. bezems.

N.B. De beschreven palmboom niet verwarren met de cocospalm, die o.a. in Indonesië groeit.

II. DE CEDERBOOM

Tot nog toe hebben we van de bomen steeds vruchtbomen behandeld en hoewel we daar nog niet helemaal mee klaar zijn, willen we eerst de onder Israël zo zeer beroemde ceder bespreken, hoewel het geen vruchtboom is. Het is nl. een naaldboom, echter veel groter dan onze dennen of sparren. Men noemt hem wel eens de koning der bomen. Een enkele maal ziet men hem bij ons in parken ook wel.

In Kanaan zelf kwam de boom niet voor, maar groeide vooral op de Libanon in Syrië. Salomo gebruikte het hout bij de tempelbouw. Toen groeiden er op de Libanon nog zoveel, dat Salomo tachtigduizend houwers op het gebergte had (1 Kon. 5 : 15.) Het hout is hard en zeer duurzaam. Knoesten zitten er niet in en het is sierlijk rood geaderd. Bovendien ruikt het lekker. Ook werden vaak de afgodsbeelden van cederhout gemaakt.

Tegenwoordig zijn de cederen bijna van de Libanon verdwenen (ontbossing — zie hierboven bij de palmboom.) Hier en daar staat nog een kleine boom, nog is er een bosje van 400 bomen bij Bescherreh, wat de reiziger laat vermoeden de heerlijkheid van de vroegere wouden in dit gebergte. In dit bos staan nog zeer oude bomen, sommigen zeggen van 3000 jaar oud. De stammen zijn zo dik, dat vijf mensen ze niet kunnen omspannen.

Roekeloos heeft men ze vroeger weggekapt. Dikwijls legde men onder aan de stam een vuurtje rondom de boom aan om ze op die manier door te branden. Thans plant men weer jonge bomen aan, maar dikwijls gaan die weer dood, doordat schapen en geiten de bast er afknabbelen.

't Rechtvaardig volk zal bloeien, Gelijk op Libanon, Bij 't koestren. van de zon, De palm en ceder groeien. Zij, die in 't huis des Heeren, In 't voorhof zijn geplant, Zien door des Hoogsten hand Hun wasdom steeds vermeeren. (Ps. 92 : 7.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.