+ Meer informatie

De schoolstrijd

5 minuten leestijd

(VII.)

De Scherpe Resolutie

In het Liberale kamp was er na de dood van Thorbecke een merkbare verandering gekomen. Waren zij voorheen de kampvechters geweest voor de vrijheid van het individu, van de enkeling dus, meer en meer kwam het belang van de gemeenschap bovenaan te staan. In de practische politiek had dit ten gevolge dat zij voorstanders werden van schooldwang en staatsschoolwezen. Kappeyns van de Capelle, de organisator van de Liberale partij, voerde in 1874 het pleidooi voor leerplicht. Wij weten hoe hierin een groot bezwaar lag voor de voorstanders van het Chr. Onderwijs, omdat er dan gewetensdwang werd uitgeoefend op die ouders die woonden op een plaats waar men niet de kinderen naar een Chr. School kon zenden. Toen dit bezwaar in de Tweede Kamer naar voren werd gebracht, luidde het antwoord van Kappeyne: „Zegt men, dan onderdrukt gij de minderheid, dan zou ik bijna zeggen: Wel nu, die minderheid moet maar onderdrukt, want dan is zij de vlieg die de ganse zalf bederft en heeft zij in onze Maatschappij geen recht van bestaan." Door het onderwijs wilden de Liberalen de richting beheersen, waarin zich het volk zou ontwikkelen. Daarom eisten zij herziening van de schoolwet van 1857, zó dat de openbare school allesbeheersend zou worden.

Dreigde er dus een groot gevaar voor de Chr. School, bij de voorstanders van het Chr. Onderwijs was er grote verdeeldheid. Daar was allereerst de tegenstelling tussen etischen en confessionelen, waarover we reeds eerder schreven. Voorts waren er tegenstellingen over de te voeren practische politiek. Moest men streven naar verlichting van de lasten door tegemoetkoming uit de publieke kassen? Sommigen waren hier volstrekte tegenstanders van. Bij de voorstanders was er nog weer geen eenstemmigheid over het hoe. Kuyper bijvoorbeeld zag deze geldelijke steun als een recht. Hij redeneerde: De Overheid bespaart op haar uitgaven doordat er bijz. scholen zijn. Het is billijk dat dat terugbetaald wordt (het restitutiestelsel).

Door de twisten verflauwde de activiteit. Er kwamen steeds minder nieuwe Chr. scholen. Groen greep kort voor zijn dood (1876) weer terug naar zijn oude ideaal: de openbare school met facultatieve splitsing. De strijd zou zich echter anders ontwikkelen door de indiening van de Schoolwet van Kappeyne, die intussen minister was geworden (1879). Met recht werd deze wet genoemd de Scherpe Resolutie tegen het Chr. Onderwijs. Wel bracht deze wet betere schoolgebouwen en meer onderwijzers voor het Openbaar Onderwijs. Maar ook voor de bijzondere scholen werden hogere eisen gesteld aan de gebouwen, terwijl de kwekelingen, die in de overbezette klassen van de bijzondere scholen vaak uitkómst gebracht hadden, nu uit de school moesten verdwijnen. Werd deze wet aangenomen, dan zou het bijzondere onderwijs voor zodanige lasten komen, dat de opheffing van menige school tegemoet gezien kon worden.

Het Volkspetitionnement

De vereniging voor Chr. Nationaal Schoolonderwijs komt dan met een voorstel om een volksbeweging te organiseren, teneinde de Koning te verzoeken de Wet niet te bekrachtigen met zijn Koninklijke handtekening. Kuyper oordeelde dat men dit verplicht was aan het Huis van Oranje dat door de omstandigheden gemaakt werd tot een representant van het Liberalisme. Overal in het land verrezen comité's, die de handtekeningen verzamelden en allerwege werden bidstonden gehouden. 3 maanden later ging een commissie met Elout aan het hoofd het petitionnement aan de Koning aanbieden op het Loo. Er waren 300.000 handtekeningen verzameld, Chr. onderwijs begerend voor 115.000 kinderen. Tijdens de indrukwekkende rede van Elout betuigde de Koning enkele malen luide zijn instemming. Het protestantse volksdeel had enige hoop.

Maar ook Kappeyne liet niet los. In een rapport drong hij er sterk op aan, dat de Koning zou tekenen. Het zogenaamd dubbel betalen (schoolgeld voor de Chr. school en belasting ten behoeve van de Openbare school) achtte hij daarin „de prijs voor de vrijheid van onderwijs die de grondwet van 1848 waarborgde."

Groot was de teleurstelling toen de Koning enkele weken later toch de Wet tekende. Echter, de Scherpe Resolutie met de daarop gevolgde petitie-beweging had tot gevolg dat de belangstelling bij het Chr. volksdeel voor de Chr. school weer levendig werd. De comité's die de handtekeningen hadden ingezameld, werden omgezet in blijvende comité's, die zich landelijk aaneensloten onder de naam van: De Unie: „Een School met de Bijbel". Zij zamelden nu geld in voor de noodlijdende scholen. Ontzaglijk veel is er geofferd en het aantal bijzondere scholen werd juist steeds groter. Spoedig Ook kenterde het politieke getij.

In 1863 was er een pauselijke encycliek verschenen, die het neutrale onderwijs afkeurde. Sedert die tijd kregen ook de Roomsen belang bij bijzondere scholen en Rome en Dordt werden bondgenoten. Een bondgenootschap, dat tevoren door Kuyper scherp en op goede gronden (met name in De Standaard) veroordeeld was. Langzamerhand kwamen nu de vruchten van deze samenwerking. Onderscheidene nieuwe schoolwetten gaven verruiming in financieel opzicht aan de bijzondere scholen (Mackay in 1889; Kuyper in 1905; Heemskerk in 1911.)

Tenslotte kwam er door middel van een politieke overeenkomst tussen „links" en „rechts" een grondwetswijziging tot stand, welke uitging van de volkomen financiële gelijkstelling tussen het openbare en het bijzondere onderwijs. (1917). De nieuwe Onderwijswet die deze financiële gelijkstelling regelde kwam in 1920 van minister de Visser.

Waren er voorheen zo menigmaal bidstonden gehouden voor het Chr. Onderwijs, nu werden er dankstonden gehouden (waarvan de bekendste is die in de Domkerk te Utrecht) Begrijpelijk, en toch.....

Waren de tijden van de bidstonden niet beter? In een slotartikel hopen we onze gedachten over eer en ander te laten gaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.