+ Meer informatie

De preek In discussie

6 minuten leestijd

Het is een merkwaardig verschijnsel, dat ook de theologische wetenschap in de ruimste zin des woords aan een zekere mode onderhevig is. Dat blijkt onder meer uit het feit, dat vrijwel tegelijkertijd boeken verschijnen over hetzelfde onderwerp. Weliswaar is het niet mogelijk, in ons blad alle boeken die aan de markt komen te bespreken, maar het kan toch geen kwaad, eens te weten, waarover de belangstelling in andere kringen uitgaat. Juist omdat we met vele dingen niet mee kunnen gaan, is het nodig, daartegenover samen onze houding te bepalen.

Belangstelling voor alles, wat met eredienst en preek te maken heeft, is er in ons land altijd geweest. Enigszins ironisch heeft iemand eens op gemerkt, dat het Nederlandse volk een volk van kaasboeren en van theologen is. Het is wel waar dat, terwijl andere wetenschappen vrijwel uitsluitend door vaklieden beoefend worden, de theologie nu eenmaal een wetenschap is, waarvan ook de „leek" verstand heeft of meent te hebben. Ik kan me niet indenken, dat er nog eens een boek zal verschijnen onder de titel: „Hoe vindt U dat er geopereerd moet worden? " Of: „Hoe oordeelt U over de rechtspraak in ons land? " Maar niemand verbaast zich over de titel van een onlangs verschenen boek:

„Hoe vindt U dat er moet wordenP" gepreekt

In dit boek geven een aantal bekende theologen (prof. van Stempvoort, prof. van Ruler, ds. van Ginkel, ds. Okke Jager, ds. Straatsma, ik noem er slechts enkele) onafhankelijk van elkaar hun mening over de wijze, waarop zij menen, dat het Woord van God verkondigd moet worden. Dus een boek van „vaklieden" vóór „leken."

Afgezien van cle gewaagde titel (het is immers minder belangrijk hoe theologen vinden dat er gepreekt moet worden, dan hoe Gods Woord daarover oordeelt) vind ik het boek zelf een weinig geslaagd experiment. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken clat sommige predikanten zelf niet weten, hoe ze hun gemeente moeten benaderen om cle afval tegen te gaan. Dat geldt niet voor alle opstellen, althans clat van prof. van Ruler steekt m.i. boven cle andere uit. Maar na het lezen van verschillende van deze beschouwingen zou ik de schrijvers willen vragen: , Dominee, zoudt U het niet eenvoudig met het Woord gaan proberen? " Het is toch wel opmerkelijk, dat cle mensen door allerlei gewaagde experimenten slechts tijdelijk voor de kerk gewonnen worden en dat de kerken, waarin het Woord nog zuiver verkondigd wordt, elke zondag weer vol zijn. Als cle Schrift meer gezag had in cle kerken, zou het verschijnen van dit boek niet nodig geweest zijn.

Een predikant, die overigens zeer ver van ons afstaat, schreef over dit boek onder meer het volgende: „Dit boek helpt cle dominee niet, het helpt m.i. ook de gemeenteleden niet. Jammer, dat het werd uitgegeven." (Ds. H. A. Visser in Herv. A'dam, 23 jan. 1960) We zijn het hoewel misschien om andere redenen, met deze uitspraak volkomen eens. „Jammer, clat het werd uitgegeven." Dat zouden we ook kunnen zeggen van een ander boek, dat ook al handelt over dominees en preken, namelijk het boek van de twee journalisten D. van cler Stoep en Herman Felderhof, getiteld:

„Opnieuw in de houten broek"

In 1940 woonden de heren Van der Stoep en Felderhof een aantal kerkdiensten bij en gaven daarvan tamelijk subjectieve verslagen in een boek „In cle houten broek", dat destijds veel opgang maakte. („De houten broek" is een oud-Hollandsr naam voor „preekstoel.")

Aangemoedigd door hun succes hebben ze in 1959 voor de tweede maal een kruistocht door ons land ondernomen om te horen, hoe er in Nederland gepreekt wordt. Het resultaat heeft deze vreemde „hoorcommissie" neergelegd in een smaakvol uitgegeven werk, „Opnieuw in

de houten broek." (Uitg. Bosch en Keuning te Baarn).

Hier zijn dus geen theologen, maar journalisten aan het woord. Ik vind dat nogal een hachelijke onderneming, als twee overigens bekwame verslaggevers zich gaan wagen aan het „verslaan" van kerkdiensten. Ik vraag me af, of de eredienst, de ontmoeting tussen God en Zijn gemeente, een gebeuren is, dat blootgesteld mag worden aan de kritiek van journalisten.

Verder moet geconstateerd worden dat het boek niet vrij is van een bepaalde tendenz. Van de 18 verslagen kerkdiensten zijn er niet minder dan 7 Gereformeerd en juist deze diensten werden over het algemeen gunstig beoordeeld.

Wat ons het meest interesseert, is het verslag van een dienst in de Ger. Gem. te Borssele, geleid door ds. M. Heerschap. De waardering voor deze prediking was wel uiterst gering. Hoewel Van der Stoep zelf zegt: „Het is verwaten een dienst in de Ger. Gem. mee te maken en zich te verbeelden dat men dan het godsdienstig leven van deze meno e» sen gepeild heeft, " heeft hij toch de Ger. Gem. naar deze ene maatstaf gemeten.

Dat zijn kritiek niet zozeer gericht is tegen een bepaalde kerk, maar meer tegen de bevindelijke prediking bewijst wel het verslag van een dienst onder leiding van ds. A. Vroegindewey te Veenendaal, die als vertegenwoordiger van het z.g.n. Ger. Bondstype werd uitgekozen. In beide gevallen worden termen gebruikt als „puritanisme, lijdelijkheid en mystecisme" en dat alles wordt goedmoedig toegeschreven aan de invloed van „oude schrijvers", aan de kracht van de opvoeding en aan de aardrijkskundige ligging. Het boek heeft dan ook een uitgesproken neo-calvinistische inslag.

We zijn niet Rooms en daarom plaatsen we geen boeken op de „Index". Het kan soms goed zijn, te weten, hoe anderen over ons denken en wat er in andere kringen leeft. Wie echter deze boeken in handen mocht hebben, of krijgen, die weet dan alvast, waar hij of zij aan toe is.

Er verschijnen gelukkig ook nog boeken over kerk en preek, waarvan iets goeds valt te zeggen. Henk de Jong, die omstreeks een jaar geleden een boekje van kerkhistorische aard schreef onder de titel „Preekstoel op, preekstoel af" heeft thans een soortgelijk werkje het licht doen zien:

„Kerkbank in, kerkbank uit"

(Uitg. Zomer en Keuning, Wageningen). Dit tweede werkje, een vlot geschreven en even keurig verzorgd als het eerste, geeft ons opnieuw een aardige kijk op het kerkelijk leven in vroeger eeuwen. Liefhebbers van de vaderlandse kerkgeschiedenis zullen er enkele aangename en leerzame uren aan beleven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.