+ Meer informatie

PASTORAAT AAN DEMENTERENDEN

8 minuten leestijd

In de lofzang van Maria wordt pastorale zorg op een prachtige manier omschreven. De Heiland heeft ‘omgezien naar’ of ‘oog gehad voor’ haar (Luk. 1:4). De Here God heeft door naar haar om te zien haar leven ‘zin’ gegeven, haar ‘gevoel van eigenwaarde’ versterkt. Ze is echt iemand in Gods ogen, van grote waarde, kostbaar.

OOG VOOR ELKAAR

Dat is het geheim van ‘pastor’ of ‘naaste’ zijn. We mogen de hoeder van onze zuster of broeder zijn. Dat is de reden waarom het woord ‘elkaar’ zo dikwijls in het Nieuwe Testament voorkomt, zoals professor J.P. Versteeg in zijn boekje ‘Oog voor elkaar’ ons duidelijk gemaakt heeft. Natuurlijk geldt dit voor herderlijke zorg aan iedereen, maar voor pastoraat aan dementerenden in het bijzonder. Bij hen zijn de hersencellen aangetast. Deze sterven langzaam af met als gevolg dat de gedachten steeds minder worden. Zij verliezen in steeds grotere mate de ‘grip’ op het leven. Er treedt desoriëntatie van persoon, tijd en plaats in hun leven op. Wie ben ik, hoe oud ben ik, waar woon ik? De samenhang, dat wat structuur aan het leven geeft, ontglipt hen. Het ‘ik’ wordt bedreigd en dat maakt onzeker. Naar henzelf toe, maar niet minder naar de ander, naar de omgeving toe. Langzaam maar zeker ontglipt alles hen. En, zo kan de vraag bij hen opkomen: wie ziet er nog naar ons om en kunnen wij hem of haar die naar ons omziet wel vertrouwen? Ziet God, op Wie wij vertrouwden nog wel naar ons om? Zijn wij nog steeds kostbaar in Zijn ogen?

IEMAND LEREN KENNEN

Pastoraat heeft alles te maken met iemand kennen of leren kennen. Het leren kennen van iemand behoort tot de eerste taken van de pastor in de ontmoeting met dementerenden. In een gesprek probeert je het levensverhaal van iemand te ontdekken. Op een zo aangenaam mogelijke, maar doordachte en gestructureerde manier ga je dan een tocht maken door de herinneringen van de persoon met dementie. Zo krijg je een beeld van zijn of haar belevingswereld. Hoe was uw jeugd? Bent u getrouwd? Hebt u kinderen? Wat was uw werk? Bent u gelovig? Dit zijn vragen die daarbij aan de orde komen. In een zorginstelling maakt men dikwijls samen met de levenspartner of familieleden een levensboek aan de hand van verhalen en foto’s. Ook in de thuissituatie is dat heel nuttig.

Het kennen van de levensgeschiedenis is voor de pastor van belang om tot goede en vruchtbare contacten te komen. Bij beginnende dementie is een samenhangend gesprek dikwijls nog goed mogelijk. In een verder gevorderd stadium van dementie kan een levensboek aanknopingspunten voor een gesprek bieden. Zo’n levensverhaal is waardevol voor de pastor, maar niet minder belangrijk voor de persoon die zijn of haar levensverhaal vertelt. Het voorkomt vereenzaming. Hij beleeft dikwijls veel plezier aan het ophalen van vooral positieve herinneringen. Het vergroot zijn gevoel van eigenwaarde. Zij krijgt zicht op wie of wat zij is, wat zij gepresteerd en beleefd heeft en hoe zij gevormd is.

Als het vertrouwen gewonnen wordt, komen ook negatieve herinneringen aan de orde zowel uit het dagelijkse leven als uit het geloofsleven. Al deze herinneringen helpen om de balans van het leven op te maken. Hoe men met God, zijn naaste, zichzelf in het reine kan komen.

IK BEN BIJ JE

‘Ik Ben bij je zoals Ik bij je Ben’, zo zou je de aan Mozes geopenbaarde eigennaam van God kunnen omschrijven (Ex. 3:14). Zo moet een pastor er ook zijn in de levens van de personen die hij bezoekt. In hun levensfase en omstandigheden waarin zij zich nu bevinden. Dat laatste is bij dementerenden van groot belang. Dementie, het ‘weggaan van de geest’, zoals de letterlijke vertaling luidt, is namelijk een proces dat zich in verschillende fasen voltrekt.

DEMENTIE IN FASEN

Het is goed om kennis te nemen van de fasen in de ontwikkeling van dementie en van de verschijnselen die daarbij optreden. Te noemen zijn:

1. ‘Het verdwaalde ik’

De eerste verschijnselen doen zich voor zoals vergeetachtigheid, geheugenstoornissen waarbij dingen uit een recent verleden worden vergeten. Als gevolg daarvan wordt men onzeker, gaat de spontaniteit afnemen, wordt soms een passieve houding aangenomen en frustraties gaan optreden, die zich uiten in boosheid, verdriet, angst, somberheid.

2. ‘Het bedreigde ik’

Nu is echt sprake van beginnende dementie. Het kortetermijngeheugen laat het steeds meer afweten. Desoriëntatie treedt op. Etenstijden worden vergeten (tijd). Buitenshuis verdwaalt men soms (plaats). Men weet niet meer wie er net op bezoek is geweest (persoon). Dagelijkse vaardigheden zoals schrijven, de afwas doen e.d. nemen af. Men gaat zich daardoor onzeker voelen, soms overvalt hen angst of paniek. Somberheid en verdriet doen zich meer voor.

3. ‘Het verborgen ik’

Hier is te spreken van matige dementie. De dagelijkse handelingen kunnen niet meer worden uitgevoerd en de geheugenproblemen nemen toe. Als gevolg daarvan gaat men steeds meer in het verleden leven. Het praten en het begrijpen van wat er gezegd wordt is niet goed meer mogelijk. Men gaat zich onaangepast gedragen. De dementerende heeft nu doorgaans de hele dag zorg nodig en kan niet meer alleen gelaten worden.

4. ‘Het verzonken ik’

De dementie heeft nu een ernstige vorm aangenomen. De dementerende praat niet meer, begrijpt heel weinig, herkent zo goed als niemand meer. Hij trekt zich helemaal in zichzelf terug. Zijn of haar leven draait om eten, warmte, slapen.

Als pastor of als bezoeker ‘ben je er’. Ben je in het leven en in de levensfase van de demente naasten aanwezig. Zie je om naar hen. En in de fase van het dementeringsproces waarin hij of zij zich bevindt zoek je een mogelijkheid om in contact te komen. Wanneer het (nog) mogelijk is roep je hen terug in het heden of verplaats je je in hun verleden, dat nu hun heden is en/of prikkel je hun zintuigen. Zo ben je zingevend bezig, schenk je hen eigenwaarde. Je bent immers bij en met hem of haar. Ze zijn kostbaar in je ogen.

VOED HET OUD VERTROUWEN WEDER

Wat doe je als pastor in praktische zin als je op bezoek gaat bij dementerenden? Je brengt hen in de kring van het Licht, in de bedding van Gods genadige aanwezigheid. Daarbij staan je een aantal middelen ter beschikking: Bijbelwoorden, gebeden, geestelijke liederen, rituelen. Al die middelen vormen voor hen dikwijls een oase in de woestijn van het leven. We hopen daarbij dat zij zich het zoeken van God, het geloof in God, het liefhebben van God, uit hun ‘jeugdjaren’ en uit de ‘goede dagen’ zullen herinneren. Dat kan hen troost, verlichting, vreugde bieden, op dat moment. Doorgaans houden ze dat moment niet vast. Het ligt slechts vast bij God Zelf. Wij bidden, graveer hem of haar in Uw handpalmen.

Het zal duidelijk zijn dat waar nog een samenhangend gesprek gevoerd kan worden, in de beginfasen van dementie, een pastoraal bezoek zinvoller lijkt dan bij hen die nauwelijks meer kunnen reageren. Dat kan te maken hebben met de manier waarop in de gereformeerde traditie ‘geloof’ of ‘vertrouwen’ wordt benoemd. Geloof wordt, heel Bijbels, kennen en vertrouwen (Hebr. 11:1) genoemd en in de Heidelbergse Catechismus wordt het zo ook in antwoord 21 beleden. Het kennen komt voort uit het horen van het Woord. Het vraagt dus om begrip, een kunnen verstaan van het Woord. De beloften in je opnemen en daarop je vertrouwen stellen. Geloven is antwoorden op wat men gehoord heeft. Het kennen en vertrouwen in die zin geeft vastheid. Maar bij een dementerende gaat uitgerekend dit element hoe langer hoe meer ontbreken. Men hoort, maar is het gehoorde soms direct al vergeten.

Bij pastoraat aan dementerenden, waarbij zij in het lichtkring van het Evangelie gebracht worden, moet je een ding niet vergeten. In de ontmoeting met God is in het verleden overdracht geweest. Het licht van het Evangelie heeft hen omschenen en ze hebben het in meerdere of mindere mate in zich opgenomen. Welnu… opnieuw in het licht van het Evangelie gebracht worden kan herinneringen oproepen, punten van herkenning. Herkenning door een Bijbelwoord, een geestelijk lied, gebaren, het vouwen van de handen, het handen uitstrekken tot zegen. Alle zintuigen kunnen daarbij worden ingeschakeld. Geloven heeft dus met meer te maken dan met verstand alleen. In het spreken is ‘eenvoud’ vereist. Het oude vertrouwde moet ook altijd aanwezig zijn. Zo wordt het oud vertrouwen gevoed. Het zingen van geestelijke liederen waarmee men dikwijls van jongs af aan vertrouwd geraakt is, is een vaak door God gezegend middel om het oud vertrouwen wakker te roepen en te voeden.

Pastoraat aan dementerenden is een dankbare taak. Het vraagt van de pastor een goede voorbereiding. Als je naar hen omziet is het vereist dat je hen ‘kent’ en nog nader leert kennen. Inzicht in het ziektebeeld van dementie is onmisbaar om in ‘hun zich steeds wijzigend heden’ bij hen te kunnen zijn. Zo kan onder Gods zegen het oud vertrouwen weer worden gevoed.

Drs. C.J. van den Boogert (1946) diende de kerken sinds 1977 als predikant, zowel in Nederland als in Israël, en ging in 2011 met emeritaat

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.