+ Meer informatie

OP DE WACHTTOREN

6 minuten leestijd

Verbroedering met Rome.

Een symptoom van de eindtijd is ook de verbroedering met Rome. Calvijn en Brakel noemden de paus de Antichrist, maar het protestantisme van onze tijd koerst al meer en meer in de richting van erkenning van de paus, en spreekt bij voorkeur over „onze roomse medechristenen”, en „onze roomse broeders”. Zulks in navolging van de paus zelf, die sprak over „onze gescheiden broeders en zusters”.

Dit wordt dan een verbetering van het geestelijk en kerkelijk klimaat genoemd. De weg naar de eenheid ziet men opengebroken.

Nu moet het ons niet verwonderen, dat, als het protestantisme geestelijk verarmt, de ver’ roomsing al meer en meer baan gaat breken. [ Dit is eenlangzaam, maar steeds voortgaand proces.

Wij hebben dat in de loop der jaren al meer en meer zien groeien. Denk maar aan de ’ verroomste liturgie in protestantsekerken, het [ verroomste kerkgezang, verroomste predij king, huwelijksbevestigingmetpastoorenpre dikant op de kansel, oecumenische avond’i maalsvieringen, en straks komt dan ook nog de oecumenische bijbelvertaling Zo gaat het proces voort van de zgn. éénwording der kerk, het proces van de verbroedering met Rome, met als eindresultaat, wat de paus l bedoelt: het weer worden opgenomen in de moederschoot der kerk van Rome!

Zouden we dit geen ernstig symptoom van de eindtijd kunnen noemen? Het ware broederschap berust op bloedver " antschap.

In geestelijke zin kan alleen het bloed van Christus de ware broederband vormen. De Schrift zegt in dit verband: „Een is uw Meester! en gij zijt alien broeders!”

„De roomse’kerk — zo zegt een zeker schriftverklaarder — vindt hier een scherpe bestraffing, die tevens voor ons het bewijs bevat, dat haar godsdienst ten enenmale verwerpelijk is te achten, daar zij het waagt om haar opperhoofd als vader niet alleen, maar zelfs als heilige vader te begroeten”.

En wat zegt onze belijdenis van die geestelijke bloedverwantschap? On ze belijdenis zegt, dat Rome juist de algenoegzame waardij van het bloed der verzoening loochent! Zij spreekt niet alleen over een vervloekte afgoderij als het gaat over het misoffer, maar zij zegt ook: „Geloven dan die ook aan de enige ZaligI maker Jezus, die hun zaligheid en welvaart bij de heiligen, bij zichzelf, of ergens elders zoeken? Neen zij!, maar zij verloochenen met de daad de enige Heiland Jezus, ofschoon zij met de mond in Hem roemen, want van tweeen een: of Jezus moet geen volkomen [ Zaligmaker zijn, of die deze Zaligmaker met een waar geloof aannemen, moeten alles in Hem hebben, dat tot hun zaligheid van node is”.

Zo blijft van de ware broederschap met Rome ff maar weinig over. Denken wij hierbij aan de goddeloze carnavalfeesten, die aan delijdensI weken plegen vooraf te gaan, waarbij dron-1 kenschap en uitleving der zonden door de kerk wordt.getolereerd, dan is het toch zeker wel een zeer bedenkelijk symptoom in dat , roomse broederschap te roemen!

De wachter op de wachttoren zou u daarom willen raden Mattheiis 12 : 49 en 50 eens te lezen: „En Zijn hand uitstrekkende over Zijn discipelen zeide Hij: Ziet Mijn moederenMijn broeders! Want zo wie de wil Mijns Vaders doet, Die in de hemelen is, dezelve is Mijn broe-1 der, en zuster, en moeder”.

De Spring-Paus.

Dat zelfs de paus over „onze gescheidenbroe-1 ders en zusters” heeft gesproken, zou dan op een verbetering van het geestelijk en kerkelijk klimaat moeten wijzen. Dr. J.J. Buskes schreef j echter in „Tijd en Taak”: „Het optreden van paus Paulus heeft me vrijwel altijd doen denken aan de Echternacher springprocessie, drie ?f sprongen vooruit, twee sprongen achteruit. i’j Met dit verschil, dat ik bij Paulus vaak het gevoel heb, dat hij niet drie sprongen vooruit, en twee achteruit deed, maar dat er bij hem op de drie sprongen vooruit, altijd driespron-;’ gen achteruit volgden”.

Van verbetering van het geestelijk en kerkelijk r klimaat blijft dan maar weinig over.

Hoe blijkt dit trouwens duidelijk, als het gaat: over de zo hoog geroemde vrijheid van godsdienst, door Rome verkondigd.

Onder het Hitler-regiem werd ook zoiets als! vrijheid van godsdienst verkondigd, maar dit ibleek niet anders te zijn dan een vrijheid aan de banden van het fascisme, gelijk inMoskou ook een vrijheid van godsdienst is aande banden van het communisme.

Zo werd laatst een predikant in Italie, nl. ds. Gian Luigi Giudici, veroordeeld, omdat hij de mensen duidelijk maakte, dat leerstukken als Maria’s onbevlekte ontvangenis, de onfeilbaarheid van de paus en het vagevuur, geen bijbelse grond hadden. Hij werd veroordeeld omdat Italie wel kentde vrijheid van meningsuitingen, maar dat betekent niet, dat men de dogma’s van de roomse kerk openlijk mag bestrijden. Een dergelijk optreden kan gestraft worden met maximaal drie jaar gevangenisstraf.

Spanje met zijn nieuwe godsdienstwetten geeft daar ook het duidelijk voorbeeld van.

Doet uw ogen wijd open, u zult bemerken, dat Rome in wezen niets is veranderd!

Wat heeft men hoog geroemd over het laatst gehouden vaticaans concilie. Daar zou een grote verbetering en toenadering moeten worden geconstateerd. Maar hebt u wel eens gelezen wat bij de aanvang van het concilie is geschied? Twee duizend bisschoppen hebben de eed van trouw moeten afleggen aan de officiele leerstukken van de roomse kerk! De eed van trouw, ook aan wat op het concilie van Trente is beslist, waar de vloek werd uitgesproken over alien, die het Evangelie van Gods rijke genade zouden belijden en beleven in strijd met de leer der roomse kerk!

Dit begin van het concilie bestempelt dan ook haar einde!

De stem van Calvijn.

Gaat het over de toenadering tot Rome dan wordt ook Calvijn vaak geciteerd. Men wijst er dan op, dat zelfs een man als Calvijn heeft toegegeven, dat er zelfs in Rome nog wezenskenmerken van de ware kerk zouden zijn te vinden. Men vergeet echter wat Calvijn nog meer heeft gezegd. Calvijn immers heeft ook gezegd: „Maar dewijl daarentegen aldaaruitgeblust zijn, de merktekenen, die wij in deze siputatie bijzonderlijk moeten aanzien, zo zeg ik, dat elke vergadering, enhetganselichaam des pausdoms, de wettige vorm en gedaante van een kerk niet heeft” (IV. 2,12). „Zij hebben eindelijk in plaats van de dienst des Woords, scholen der goddeloosheid en stinkputten van allerlei dwalingen. Derhalve, of ze zijn volgens deze reden geen kerken, of daar zal geen merkteken meer overblijven, door hetwelk de wettige vergaderingen der gelovigen van de bijeenkomsten der Turkenzouden kunnen onderscheiden worden” (IV 2, 10). Deze stem van Calvijn roept dan ook tot bezinning in onze tijd van verbroedering met Rome.

De ware broederschap — zo hoorden wij — staat in de band met Jezus’ bloed, en dan zegt de Schrift: „Want en Hij, Die heiligt, en zij die geheiligd worden, zijn alien uit een, om welke oorzaak Hij Zich niet schaamt hen broeders te noemen”. „Want die Hij te voren gekend heeft, die heeft Hij ook te voren verordineerd den beelde Zijns Zoons gelijkvormig te zijn, opdat Hij de eerstgeborene zij onder vele broeders”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.