+ Meer informatie

„Oldambt en Veenkoloniën hebben goede kansen

Onderzoek: Omschakeling in landbouw wel nodig

3 minuten leestijd

GRONINGEN - De landelijke gebieden van het Oldambt (34.000 ha) en de Veenkoloniën (49.000 ha) in Groningen en Drenthe hebben goede ontwikkelingskansen voor (melk)veehouderij, vollegrondsgroenteteelt en glastuinbouw. De akkerbouw blijft echter de komende tien tot vijftien jaar het landschapsbeeld bepalen. Voor de verbetering van het woon- en werkklimaat en het milieu is het nodig dat er in beide gebieden meer bos, natuur en water komt.

Dat zijn enkele belangrijke conclusies van een onderzoek naar de toekomstperspectieven van het Oldambt en de Veenkoloniën (het TOV-onderzoek), dat gisteren in Groningen werd gepresenteerd. Het onderzoek werd in opdracht van de provincies Groningen en Drenthe uitgevoerd door de Grontmij, de Rijksuniversiteit Groningen en de Landbouwuniversiteit Wageningen en is gesubsidieerd door de ministeries van landbouw, natuurbeheer en visserij, VROM en economische zaken.

Aanleiding voor de studie was de malaise waarin de akkerbouw in beide gebieden al jaren verkeert. Veel boerderijen staan leeg, gronden liggen braak en het bevolkingsaantal loopt terug. Het TOV-onderzoek doet een aantal aanbevelingen om deze situatie te verbeteren. De aanbevelingen richten zich op zowel het toekomstperspectief van de huidige akkerbouw als op alternatieve bestemmingen.

Belangrijkste conclusie is volgens de onderzoekers dat andere landbouwactiviteiten dan akkerbouw de meeste kans van slagen hebben. Zij pleiten voor omschakeling naar (melk)veehouderij, glastuinbouw en vollegrondsgroenteteelt. Die leveren de meeste werkgelegenheid op met de minste kosten voor de overheid.

Woningbouw

Tegelijk zien de onderzoekers in deze omschakeling een oplossing voor de ruimtelijke problemen. Door het verplaatsen van de (melk)veehouders en glastuinbouwers naar het Oldambt en de Veenkoloniën komt er ruimte vrij voor woningbouw. Dit vraagt wel om aanpassing van het rijksbeleid, zoals het soepeler omgaan met melkquota en mestregels. Alleen dan kan volgens de onderzoekers het verplaatsen van bedrijven werkelijk gestimuleerd worden.

Volgens het TOV-onderzoek zal ongeveer een derde deel van de bestaande akkerbouwbedrijven het op eigen kracht redden in de toekomst, mits die bedrijven worden vergroot of starten met andere landbouwactiviteiten. Een derde deel zal door gebrek aan opvolgers binnen vijftien jaar verdwijnen. De resterende bedrijven zullen wel voor akkerbouwers bestemd blijven, maar zij zullen hun inkomen moeten aanvullen met nevenactiviteiten, zoals natuur- en landschapsbeheer, groenteteelt en recreatie.

Bossen

Bij het laatstgenoemde denken de onderzoekers aan het aanleggen van een ongeveer 1000 hectare groot meer en het realiseren van bossen. Dit gaat de overheid zo'n 100 tot 130 miljoen gulden kosten. Volgens de provincies Groningen en Drenthe zijn dergelijke initiatieven alleen mogelijk als ook het bedrijfsleven meewerkt.

De Groningse gedeputeerde drs. G. Beukema liet gisteren in een eerste reactie op het onderzoek weten de uitkomsten ervan te zullen gebruiken voor het opstellen van het nieuwe Streekplan. Volgens hem is realisering van de aanbevelingen „in grote mate afhankelijk van de bedrijven zelf'. Volgens de Drentse gedeputeerde drs. S. B. Swierstra „passen de onderzoeksresultaten binnen het beleid van de provincie Drenthe". Hij pleitte voor extra overheidsmaatregelen in het Oldambt en de Veenkoloniën om „reeds gedane investeringen in beide gebieden niet verloren te laten gaan".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.