+ Meer informatie

Ir. A. van Malgedem:

„Tijd is geen geld, tijd is genade"

15 minuten leestijd

Met de stijging van de welvaart veranderde ook de levensstijl van de westerse samenleving. De reclame werd verfijnd om de consument over te halen niet-noodzakelijke produkten aan te schaffen. Status werd daarbij een belangrijk motief Wat de buurman bezit, moet jij ook hebben. Nu de gereformeerde gezindte in z'n algemeenheid de onderste sporten van de maatschappelijke ladder ruimschoots is gepasseerd, is ook daar de vraag actueel hoe we het aardse goed hebben te beheren. De Groningse ingenieur A. van Maldegem signaleert een bijna kritiekloze aanpassing aan het schema van de wereld. „Vroeger hadden we het over het rijke roomse leven, maar tegenwoordig kun je wel spreken over het rijke reformatorische leven."

Zijn pleidooi voor matigheid, aandacht voor het milieu en de verwerking van bijbelse noties in het economisch handelen leverde hem de bijnaam "de groene SGP'er" op. Hij glimlacht erom. Eén ding is zeker: ingenieur Ries van Maldegem. eigenaar van adviesburo RIES (Raad In Elke Situatie), laat zich moeilijk in een hokje passen. De bezinning op belangrijke politieke, maatschappelijke, ethische en theologische thema's moet naar zijn stellige overtuiging veel grondiger worden aangepakt dan nu gebeurt. „Er wordt in onze gezindte veel geschoffeld, maar weinig gespit. Daardoor staat het tuintje er op het eerst gezicht aardig bij, maar ondergronds woekeren de wortels van het onkruid voort." Gefortuneerde gezindte Zonder dat hij zich de mantel van een armoedeprofeet wenst aan te meten, heeft de alternatieve ondernemer zijn vragen bij de gemiddelde levensstijl in de gereformeerde gezindte. De deugd van soberheid wordt veelal slechts met de mond beleden. „Vroeger hadden we het over het rijke roomse leven, maar tegenwoordig kun je wel spreken over het rijke reformatorische leven. De gefortuneerde gezindte. Met de toename van de welvaart zie je allerlei trekjes van vermaterialisering naar voren komen. Er wordt nogal eens op gewezen dat door onze gezindte toch behoorlijk wordt gegeven. Ik ontken dat niet, maar heeft het vaak niet iets van een afkopen van verantwoordelijkheden? Dat is overigens iets wat je in onze hele maatschappij ziet. Ouders kopen de verantwoordelijkheid voor de opvoeding af door hun kinderen naar de crèche te brengen en ze ter compensatie te verwennen met mooie cadeaus. Zo is men onder ons nog wel bereid een gift te geven voor een goed doel, mits er verder niet wordt gezeurd. Een moderne vorm van aflaathandel. Er zijn er relatief weinig die zich actief voor de kerk, een partij of een vereniging in willen zetten."

Modepatroon
Waardoor wordt het consumptief gedrag in de gereformeerde gezindte gekenmerkt? „In de sfeer van wereldse vermaken zie je nog duidelijk een stuk terughoudendheid. Voor dagelijkse levensbehoeften als huisvesting, kleding en meubilair geldt het omgekeerde. Daarbij zie je dat status een belangrijke rol speelt. Vanuit een sobere levenshouding kijk je vooral naar de doelmatigheid, de duurzame gebruikswaarde van een produkt. Die waarde moet niet bepaald worden door het uiterlijk of de beoordeling ervan door de sociale omgeving, die zich weer laat leiden door de trend van de dag. Ook in reformatorische kring hebben de wereldse normen in de consumptie de overhand gekregen. Het modepatroon loopt gelijk op met dat van de wereld, alleen de uiterlijke vormgeving is anders. Trends worden gereformatoriseerd. Het ziet er wat zwaarder en donkerder uit. Positiefis dat men in het algemeen de spullen goed onderhoudt. Daarin zie je toch nog iets van het bijbels rentmeesterschap terug."

Ontsporend
Prof Velemagafin een interview voor deze serie aan dat het materialistische denken in de gereformeerde gezindte de laatste tien jaar sterk is doorgebroken. Herkent u dat?
„Ja, zowel bij de ouderen als onder de jeugd. Lekker hard werken, goed verdienen, dat is voor velen het ideaal. Men is sterk carrièregericht. Dat wordt nog versterkt door een scheiding die wordt aangebracht tussen geestelijke en stoffelijke zaken, geloof en geld. Dan krijg je al snel een ontsporend gedrag. Daar komt bij dat kritiek op de bestaande economische verhoudingen in de verdachtenhoek terecht is gekomen, doordat die vooral uit links-socialistische kring naar voren werd gebracht." Die houding wordt nog versterkt door het falen van het socialisme? „Men ziet er in ieder geval een bevestiging in van de opvatting dat het kapitahsme de enige zinvolle economische theorie is, die een beroep doet op de eigen verantwoordelijkheid, de eigen inzet, het arbeidsethos. Dat wordt onder ons positief gewaardeerd. Terecht. Ook in het terugdringen van de staatsinvloed kan men zich heel goed vinden. Tenzij directe eigen belangen in het geding zijn. Dan zie je dat er ineens heel anders gereageerd wordt en de portemonnee het wint van het principe. Wat dat betreft wordt er niet altijd consequent gehandeld op het terrein van de economische verhoudingen."

Vicieuze cirkel
„Voor de gevaren van het kapitalisme is men in onze gezindte altijd wat blind geweest. Ik waardeer de vrijheid die het kapitalisme biedt aan de individuele ondernemer. Maar we moeten niet uit het oog verliezen dat het ten diepste een normloos systeem is, waarin korte-termijnwinst hoger wordt gewaardeerd dan continuïteit op lange termijn. Het is geen systeem dat het rentmeesterschap eerbiedigt. Ook de groeigedachte van het kapitalisme is door reformatorische ondernemers veel te klakkeloos overgenomen. Groei schijnt noodzakelijk te zijn. Daarbij wordt meestal vergeten dat de winst wordt bepaald door het verschil tussen kosten en opbrengst. Niet alleen omzetvergroting maar ook kostenbesparing vergroot de winstmarge. Voor groei zijn meestal kredieten nodig, die de kosten verhogen, waardoor je weer gedwongen wordt tot omzetvergroting. Een vicieuze cirkel, die tot een overbelasting van mens en milieu leidt. De stelling dat alleen het socialisme heeft gefaald, is mij dan ook te karikaturaal. Het socialisme had in ieder geval oog voor het gevaar van verpaupering. Dat mis je in het kapitalisme. In dat opzicht heeft ook het kapitalisme gefaald. Neem de verpaupering van de Amerikaanse samenleving, waar een enorme onderklasse is ontstaan. Denk aan de aantasting van het milieu door overproduktie en verspilling. In Nederland zie je dat die negatieve invloeden van het kapitalistische systeem door wetgeving worden getemperd. Er is bij ons sprake van een sociaal kapitalisme. Dat is duidelijk te verkiezen boven het uitgesproken kapitalisme dat je in een land als Amerika aantreft."

Middelmatigheid
Hoe verklaart u dat de gereformeerde gezindte, waar men weet heeft van bijbelse noties als vreemdelingschap en rentmeesterschap, zo gericht is geraakt op het materiële?
„Ik denk dat daarin meerdere factoren een rol spelen. In de eerste plaats algemene factoren, zoals de overheersende "no-nonsense" tijdgeest, de imponerende technologie en de bereikbare, verleidelijke overdaad. Voor de gereformeerde gezindte komt daar nog een versmalde sociale samenstelling bij. Mede omdat men bij ons niet weet om te gaan met kritische vragen, nemen veel hoog-opgeleiden afstand van het geloof of verdwijnen naar de grotere kerkverbanden. De sociale onderlaag is eveneens slecht vertegenwoordigd. Werklozen zijn er weinig door de hoge arbeidsmoraal. Fabrieksarbeiders zijn ondervertegenwoordigd door de zondagsarbeid in veel produktiesectoren. Daardoor is de reformatorische gezindte in de meest letterlijke zin van het woord een middenstandsgebeuren geworden. Een modale groep van economisch actieve mensen, met relatief veel zelfstandige ondernemers. Die gelijkvormige samenstelling leidt er snel toe dat men het gemiddelde uitgavenpatroon in de eigen kring als maatstaf neemt. Iedereen doet het immers zo. Het gevolg is eenzijdigheid, ongezonde verburgerlijking en gezapigheid. Ik zeg wel eens: de matigheid is in onze gezindte vervangen door middelmatigheid."

Professionalisering
Heeft men te weinig oog gehad voor de schaduwzijde van scholing en maatschappelijke vooruitgang?
„Op zichzelf is een goede opleiding positief te waarderen. Het probleem is dat scholing te eenzijdig een examentraining is geworden. Ook zie je weer de scheiding tussen het natuurlijke en het geestelijke. Bij de "ongevaarlijke" exacte vakken worden de onderliggende godloze vooronderstellingen blindelings geaccepteerd. Zo hanteert men als vanzelf o een materialistisch wereldbeeld. Het godsdienstonderwijs krijgt wel de nodige aandacht, maar bestaat voornamelijk uit memoriseren en is toegespitst op de geloofsleer. Bij maatschappijleer behandelt men onderwerpen als emancipatie, euthanasie en racisme. Aan praktische economische ethiek wordt weinig aandacht besteed. Wat is er nu in reformatorische kring verschenen als het gaat om vragen als "hoe ga je om met geld, met een baan, met carrière maken?" Bijna niets. Door de professionalisering van de maatschappij worden mensen gedwongen steeds specialistischer te worden. De in de schepping gegeven veelzijdigheid van het individu komt daardoor onder druk te staan. Mensen voelen zich op veel gebieden al snel leek. Gaan zich daarin ook passief opstellen. Dan kom je in een soort slachtofferrol terecht. Je denkt niet kritisch meer mee, maar laat je meesleuren in de stroom. De gereformeerde gezindte gaat vrij klakkeloos mee in dat proces. De reformatorische scholen bieden in het algemeen een goede vakopleiding, maar stimuleren niet direct een zelfstandige, kritische houding. Door de verzuiling is de confrontatie met andersdenkenden bovendien minimaal. Reformatorische jongeren zijn eraan gewend geraakt om langs anderen heen te leven. Met gevolg dat ook de leerzame kritiek van andersdenkenden wordt gemist."

Doelmatig
Hoe ziet u de taak van een decaan op een reformatorische school?
„Die heeft in de eerste plaats een adviserende taak. Studie en beroep moeten aansluiten bij iemands talenten. Maar daarnaast moet er aandacht zijn voor het totale leefpatroon. Naast de baan is er nog heel wat meer te doen, zowel op kerkelijk als op maatschappelijk terrein. Ik heb bewust voor een studie gekozen waarbij ik mijn mogelijkheden behoorlijk groot kon houden. Dan heb je de mogelijkheid om van baan te veranderen als je van mening bent dat je werk niet meer doelmatig of dienstbaar is. Werk moet niet alleen geld opleveren, het moet ook zinvol zijn. Daar ligt voor mij een belangrijk bezwaar tegen bijvoorbeeld het hele speculantengebeuren. Daarin valt ongetwijfeld heel wat geld te verdienen, maar wat voor wezenlijke bijdrage lever je ermee aan de instandhouding van de maatschappij? We moeten leren om banen te beoordelen op hun totaIe waarde. Voor een workshop heb ik dat eens concreet gemaakt door mensen een paar personeelsadvertenties te laten analyseren, aan de hand van een aantal vragen. Wat is het werkelijke nut van deze baan? Welke gevolgen heeft deze baan voor de gezinshuishouding? Welke ruimte is er voor een christelijke zondagsviering? Wat zijn de consequenties voor je persoonlijke levensstijl? Dan blijkt dat veel banen ondanks de ronkende, uitdagende teksten de toets van de kritiek niet kunnen doorstaan."

Geldjunk
„Daarbij denk ik niet alleen aan sectoren als de amusementsindustrie, maar ook aan de bureaucratie. Is het een christelijke levensvulling om jaar na jaar ingewikkelde formulieren te ontwerpen, die vervolgens door anderen fout worden ingevuld? Met name bij grote werkgevers als de overheid zie je dat mensen in geval van reorganisatie vechten voor hun baantje in plaats van eerlijk toe te geven dat hun werk niet zinvol meer is. Of nooit geweest is." Zeker een christen zou de consequenties moeten trekken als zijn werk niet zinvol is, ook als hij er een riant salaris mee verdient? „Inderdaad. Je moet dan actief naar iets anders uit gaan zien. Zorg ervoor dat je zo'n overstap kunt maken. Velen, ook in onze gezindte, zetten zichzelf klem door hun uitgaven mee te laten stijgen met hun inkomsten. Je moet voorkomen dat je een geldjunk wordt, verslaafd aan de maandelijkse overboeking van een groeiend salaris. Als je bewust kiest voor een sobere levensstijl en je daar ook consequent aan houdt, kun je met het overschot van je inkomen bewuste keuzen maken. De praktijk is dat de meeste mensen een huis kopen dat net iets te duur is. Met gevolg dat de keuze voor een andere baan niet gemaakt kan worden als ze daardoor een paar maanden zonder inkomen zitten of teruggaan in salaris. Oppervlakkig gezien leiden ze een goed leven, maar in werkelijkheid zijn ze inkomensslaaf Bij een goed inkomen biedt een sobere levensstijl de luxe dat je keuzemogelijkheden groot zijn. Je kunt eens onbetaald verlof nemen voor een ideëel doel. Of een sabbatsjaar inlassen voor verdieping en dienstbaarheid."

Smulpaap
Wat is voor u de essentie van een christelijk heheer van het aardse goed? „Die kun je in twee woorden samenvaten: rentmeesterschap en gemeenschap, Aan de ene kant draag je verantwoordelijkheid voor wat je is toebedeeld. Daarin komt het rentmeesterschap openbaar. Maar het > vruchtgebruik ervan moet je in liefde met je naaste, en met name met mede-christenen, delen. Marx propageerde dat de produktiemiddelen in handen van de arbeiders moeten worden gegeven. Dat is een zeer eenzijdige visie, maar je moet niet doorslaan naar de andere kant. Het is opvallend dat armen en vreemdelingen in het Oude Testament het recht hadden om de produktiemiddelen van de rijken te gebruiken. Ze kregen niet uit de overschotten een deel toebedeeld, maar mochten zelf nalezen op de akker. In feite werd een stuk onbenutte produktiecapaciteit aan de armen overgedaan, die zo door eigen arbeid en inspanning een eerlijk stuk brood verdienden. Die gedachte is bij ons verloren gegaan. Bijna niemand denkt erover om part-time te gaan werken ten gunste van een ander die geen werk heeft. In ons geven denken we vooral in termen van geld, terwijl vaak meer behoefte bestaat aan onze tijd of kennis. Je ziet trouwens ook in het geven van aalmoezen vreemde elementen de kop opsteken. Gesponsorde lichaamsbeweging en loten voor een goed doel hoort volgens mij meer in de roomse dan in de protestantse traditie thuis. Om maar te zwijgen over het eten van stroopwafels of pannekoeken voor Somalië. Dan ben je gewoon een schijnheilige smulpaap."

Roofbouw
In hoeverre is de nood van de wereld een steekhoudend argement voor een matig leven ?
„Niet in de zin dat je mensen in armoedegebieden direct helpt door je te onthouden van de overvloed die hier aanwezig is. Wel door de voorbeeldfunctie. Door de massamedia is de wereld een dorp geworden. Via de tv dringt onze levensstijl door tot in de armoedigste hutten aan de andere kant van de wereld. Je moet mensen niet verleiden tot het overtreden van het tiende gebod door de begeerte als het ware uit te lokken. Dat geldt overigens ook in eigen kring. Als mensen met leidinggevende functies een wat overdadige levensstijl hebben, zie je dat de mensen onder hen zich daarbij aanpassen. Als je in zo'n functie een sobere levensstijl handhaaft, voorkom je dat het middenkader boven z'n stand gaat leven." Wat verstaat u onder een matig leven ? Rijkdom en armoede zijn zeer relatieve begrippen. „Ik gebruik in dit verband graag het woord functionaliteit. Wat heb je echt nodig? Je hebt een aantal basisbehoeften die vervuld moeten worden om op een leefbare wijze aan het sociale verkeer deel te kunnen nemen. In het algemeen geldt dat een milieubewuste houding vanzelf tot een soberder levensstijl leidt. Niet om milieubewustheid tot een doel in zichzelf te maken, maar op grond van het rentmeesterschap waartoe we geroepen zijn. Het plegen van roofbouw door een overdadige consumptie is niets anders dan het schenden van Gods schepping en het bestelen van toekomstige generaties."

Kwetsbaar
Hoe ernstig zijn de gevolgen van het materialisme?
„Ernstiger dan men in het algemeen denkt. Je ziet een verwekingsproces optreden. Als je weelderiger leeft, ben je lichamelijk en geestelijk kwetsbaarder. Naarmate je meer hebt, kun je minder hebben. De oude uitdrukking "kerken van goud, christenen van hout" heeft nog steeds zeggingskracht. Materialisme veroorzaakt dorheid, een gebrek aan werfkracht. Daar komt nog bij dat de vanzelfsprekendheid van een modale levensstijl bij evangelisatie de aansluiting met de lagere sociale klasse belemmert. Aan de andere kant is voor het doorbreken van de materialistische gezindheid niet in de eerste plaats het bezit zelf, maar vooral de hoedanigheid van het bezitten essentieel. We moeten gaan beseffen dat tijd geen geld, maar genade is."

Volgende keer (slot): ds. A. Beens over verwarring en verstarring.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.