+ Meer informatie

Voor de jeugd

8 minuten leestijd

Beste Jongelui!

Gideon 8 Richt. 6 : 13 v.v.

Gideon is door de Engel des Heeren aangesproken en had tot hem gezegd: De Heere is met u, gij strijdbare held! (Zie vorig art.)

Gideon is daarmede niet uit de moeilijkheden, waarin hij verkeerde. Hij kan het nog niet bekijken dat het zo is. „De Heere is met u...”. Het leek nergens op. Alles was tegen! Doch dat tegenslagen een bewijs kunnen zijn, dat de Heere met Z’n volk is, daar had Gideon nog geen kijk op. Zo gaat dat zo menigmaal. We leven thans in een tijd van voorspoed. Welvaart, wordt dat genoemd. Het gaat praktisch iedereen goed. Zeker, als men er aan denkt hoe het er in verleden tijden naar toe ging. Doch dat we nog mogen leven in vrede en nog zoveel andere voorrechten hebben, die onze voorgeslachten moesten missen, is op zichzelf heus nog geen bewijs van de gunst des Heeren. Het tegendeel kon wel eens het geval zijn. Een land, een volk, een familie, een gezin, een persoon is heus nog niet gezegend, omdat alles zo op wieletjes loopt. Want men kan ook met z.g.n. voorspoed geslagen worden, terwijl er achter tegenspoed een grote zegen verborgen kan liggen. Ik ben zelfs bang, dat de voorspoed in het heden de mensen meer kwaad doet, dan de tegenspoed in het verleden. Want wat is het resultaat van de welvaart? Men komt er niet mee in de verlegenheid voor God. Men gaat er veeleer nog steeds verder mee bij God vandaan. En ik geloof, dat juist onze jonge mensen hiervoor gewaarschuwd moeten worden. We zeggen wel, om dat het ons van kindsbeen af zo is voorgehouden, dat we „alles verbeurd en verzondigd hebben”, doch in de praktijk zijn er niet zo velen die dat „beleven”! En daar komt het tenslotte op aan.

Gideon legt zijn vragen de Heere voor. Uit die vragen, (zie nogmaals vs. 13) blijkt dat Gideon tot een volk behoorde, dat een rijk verleden kende. Het was een volk waar de Heere in het verleden Zich veel mee had bemoeid. Hij had het uit Egypteland opgevoerd, vele wonderen hadden dat volk vergezeld. Maar nu... de Heere had het volk verlaten. Gideon kende dus blijkbaar goed de geschiedenis van zijn volk. Dat is ook een punt. Ik zou er niet op ingaan, als de praktijk niet geleerd had, hoe nodig dit is. Want kennen onze jonge mensen de geschiedenis nog? Ik bedoel dan allereerst de „Bijbelsche geschiedenis”. Daarin toch openbaart de Heere Zich in het bijzonder. Wil men de Heere leren kennen, dan is de kennis van de geschiedenis een onmisbare zaak. Er staat toch niet voor niets in de bijbel geschreven: Onderzoekt de Schriften, want die zijn het, die van Mij getuigen? Maar wie doet dat nog? Werkelijk de Bijbel onderzoeken, is een zaak die zeer schaars gevonden wordt. Op de scholen geeft men er niet meer die aandacht aan, die het vroeger had. Op het verenigingsleven, voorzover het met allerhande kunst en vliegwerk, nog in stand gehouden wordt, staat het Schriftonderzoek nog wel als nummer één op het programma. Doch of dit altijd als „nummer één” uit de bus komt, waag ik te betwijfelen. Althans, menigeen die met de jeugd te maken heeft, klaagt erover, dat er bij de jeugd zo ontzaggelijk weinig bijbelkennis is. De meest eenvoudige geschiedenissen weet men niet meer. Dat kan alleen maar funest werken voor de toekomst. Want men groeit op deze wijze steeds verder van de Bijbel af, dat is ook van God. Hiermede wil ik natuurlijk niet zeggen dat de zaak alleen met het kennen van een hoop feiten, gered is. Maar het is toch het aloude beproefde middel, door de Heere gebruikt, om mensen te bekeren. Hij doet dat nog altijd door Zijn Woord.

De tijdsomstandigheden spreken hierin ook eer groot woord mee. Vroeger was er niet zovee „levensvulling” als er vandaag onze jonge mensen wordt voorgezet. Vroeger was de radio nie’ zo in. De lektuur stond over het algemeen op een hoger pijl. De televisie was een ongekende zaak. Na de oorlog is dit alles op een „schrikbarende” manier veranderd. Men kan op geen enkel werk meer komen, waar de radio de „leegte’ niet op moet vullen. De lektuur die men leest is in veel gevallen sexueel geladen, afgestemd, geheel op het zondige hart van de mens. Hiermede zeg ik natuurlijk niet dat de sexuele kant var het leven op zichzelf een zondige zaak is. Integendeel! Het is een schepping van God. Als men daar rein over denken kan, dan is het een zaak zo schoon, om er klein en stil van te worden Dan is het werkelijk iets heiligs. Maar het mooiste wordt gemaakt tot het slechtste, door de manier waarop het gepresenteerd wordt. De „heilige geheimen” van het leven worden te grabbel gegooid, ze worden door het slijk gesleurd. De zinnen van de mensen worden er door bedorven, vooral van de jonge mensen. Ten deze mag er wel veel gebeden worden om voor de verleidingen, die er op dit terrein zijn, bewaard te worden. En dan de televisie! Het is er des avonds stil van op de straten. Enkele jaren geleden maakte men er reclame voor, met deze slagzin: „Met de T.V. de wereld in huis”. Men bedoelde er mee: Als je T.V. hebt, dan behoef je de wereld niet meer rond te rijzen om wat van de wereld te zien, want het wordt je allemaal thuis op dat scherm gepresenteerd. Men brengt je in Amerika, Afrika, Azië enz. Men laat je zelfs mee-leven met alles wat er op de maan gebeurt. Het is in één woord: Geweldig!

Veel mensen - hoe weinigen nog niet? - hebben daarom de „wereld” in huis gehaald. Maar het is dan wel heel letterlijk „de wereld”, in de ongunstige zin van het woord. Dat is de wereld in z’n Gode vijandig gezinde gerichtheid. Het resultaat van deze „wereld” in huis, is, dat degenen die vroeger zich nog van „de wereld” zochten te distancieëren, steeds meer „wereldsgezind” worden. Steeds meer begint, mede onder invloed van de T.V. naar buiten tekomen, wat er eigenlijk in het hart des mensen schuil gaat. En dat is „van nature” niet veel goeds. Ik zou zeggen, jongens en meisjes, kijkt het maar goed na, van „binnen” en dan denk ik, als je nog enig besef hebt van wat „zonde” is, dat je me gelijk zult moeten geven.

Al deze dingen, zonder daar verder over uit te gaan weiden, zijn mede oorzaak, dat „de kennis”, die zo nodig is tot zaligheid en die men alleen maar uit het Woord verkrijgen kan, toegepast door de Heilige Geest, steeds minder wordt. Zodoende groeit er een geslacht op dat geheel van God en Zijn Woord vervreemd. We keren tot het „heidendom” terug. En dan is het „moderne heidendom” veel en veel erger dan het „antieke heidendom”. De duivel is in zijn presentatie van alles wat „T.”ot „V.”erderf leidt ontzaggelijk geraffineerd. Hier kunnen onze jonge mensen niet genoeg voor gewaarschuwd worden. En onze ouderen, op wier schouders de taak der opvoeding rust, moeten deze dingen ook onder de ogen worden gebracht. Ze moeten hun kinderen op de gevaren wijzen, zonder ophouden, voor al datgene wat er vandaag aan de orde is.

Men behoeft heus niet te denken, dat men dan een kluizenaarsleven moet leiden en dat de kinderen daardoor wereldvreemd zullen worden, in de zin van niet-te-weten-wat-er-te-koop-is. Want juist als men de ogen open heeft voor de gevaren, waardoor jong en oud omringd worden, komt men er achter, wat-er-in-wereld-te-koop-is.

Wie daar goed achter komt, kan wel eens „bang” worden als hij het tempo ziet, waarin alles voort ijlt naar het einde. En dan kan niets ons redden. Het zou dan toch verschrikkelijk wezen, jonge vrienden en vriendinnen, als je je tijd dan verbeuzeld zoudt hebben, door je leven te vullen met allerhande zaken, die in het uur van het grote gericht alleen maar tegen je kunnen getuigen.

Zoekt daarom alles te weren, uit hoofd en hart en huis, wat tot zonde verleidt en van de Heere aftrekt. En zoekt kennis te vergaren uit het Woord van God, opdat je uit de geschiedenissen de God van het Woord zult mogen leren kennen. Want dit is toch het eeuwige leven, dat ze U kennen, de enige en waarachtige God, en Jezus Christus, Dien Gij gezonden hebt.

Het zou mij niet verwonderen, als er verschillenden zijn, die denken, tijdens het lezen van dit artikel, dat ze op een zijspoor worden geleid, wat ons onderwerp betreft. Ik geloof echter, als je de moeite neemt, om over het geschrevene na te denken, dat we niet zo ver van huis zijn geraakt. En zulk een klein uitstapje zal niemand in deze „vakantietijd” mij kwalijk nemen. Ik hoop dat al mijn vrienden er winst mee zullen doen.

En dan ga ik nu maar weer afscheid nemen tot de volgende keer.

Jullie vergeten toch de „zesde” ontmoetingsdag te Doornspijk niet hè? Het is zaterdag 25 augustus.

Verblijf met hartelijke groeten van jullie aller vriend

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.