+ Meer informatie

Godsdienstvrijheid

4 minuten leestijd

Paus Johannes Paulus II heeft in verband met Wereldvredesdag van 1 januari 1991 gezegd dat mensen niet moeten proberen hun eigen 'waarheid' aan anderen op te leggen. Hij hoopt half augustus een bezoek te brengen aan Hongarije. Daar kan hij tonen of hij de woorden voor Wereldvredesdag ernstig bedoeld heeft.

Op 18 augustus namelijk wordt in de gereformeerde hoofdkerk van Debrecen een oecumenische kerkdienst gehouden. En enkele behoudende Hongaarse predikanten hebben het voorstel gelanceerd dat de paus dan maar een krans moet leggen bij het achter die kerk gesitueerde standbeeld van de Hollandse admiraal Michiel de Ruyter. Dat standbeeld staat er omdat De Ruyter in 1676 te Napels 26 —voornamelijk gereformeerde— vanwege hun geloof gevangen genomen predikanten van de galeien bevrijdde. Er is echter geen kijk op, dat de paus de gevraagde krans ook werkelijk legt. Het programma In het aprilnummer van de te Debrecen verschenen "Civis Krónika" maakt er geen melding van.

Als paus Johannes Paulus II nu eens wèl tot zoiets bereid zou zijn, zouden ook de uitlatingen van deze week van zijn Nederlandse bisschoppen wat geloofwaardiger worden. Die bisschoppen schreven namelijk, in verband met de viering van de komende Bevrijdingsdag op 5 mei en tegen de achtergrond van de gebeurtenissen in Oost-Europa: Een samenleving die het recht op vrijheid van godsdienst en levensovertuiging miskent, tekent haar eigen vonnis. De vraag mag gesteld worden hoe dit pleidooi van de Nederlandse bisschoppen en de pauselijke uitspraak zich verhouden tot onze kerkgeschiedenis. Volgens de bisschoppen is de toetssteen voor de kwaliteit van de samenleving de manier waarop rechten van minderheden worden gehandhaafd. Hoe beoordelen zij dan anno 1991 de handelwijze van kerk en inquisitie in de zestiende-eeuwse Nederlanden? Of wagen zij zich niet aan een uitspraak daaromtrent?

De vraag blijft inmiddels, of het waar is dat miskenning van het recht op godsdienstvrijheid gelijk staat met het tekenen van eigen vonnis. Niemand mag denken dat wij de godsdienstige problematiek in Oost-Europa gering achten. Waar de macht van het communisme tanende is, komt echter openbaar dat er ook nog andere belangrijke factoren zijn dan alleen die van de godsdienstvrijheid.

Het communistisch systeem heeft niet alleen gelovigen onderdrukt. Het heeft ook gefunctioneerd als de 'weerhouder' van gigantische etnische problemen. Tegenstellingen die niet alleen de Sowjet-Unie betreffen. De Hongaren hebben het niet alleen in Roemenië maar ook in Slowakije zeer moeilijk. Moraviërs en Sileziërs zetten zich scherp af tegen de Tsjechen.

Natuurlijk is godsdienstvrijheid van groot belang voor het functioneren van een samenleving. Toch is de stelling van de Nederlandse bisschoppen aanvechtbaar. Omdat in hun redenering niet ter sprake komt de vraag voor welke godsdienst er vrijheid wordt gevraagd. Ook het aanvaarden van algehele vrijheid tot het uitoefenen van andere dan de gereformeerde religie —het rooms-katholieke geloof, de islam, allerlei sekten— houdt in zekere zin een vonnis in. „Wie God verlaat, heeft smart op smart te vrezen".

Daarbij hoeft niemand ons —als wij in de zin van artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis pleiten voor een bevoorrechte positie van de gereformeerde religie— in exclusieve zin onverdraagzaamheid verwijten. Vele voorstanders van absolute godsdienstvrijheid tonen zich niet minder onverdraagzaam. Bij voorbeeld in het door hen gewenste verbod op de mogelijkheid dat een orthodox-protestants schoolbestuur een homoseksuele leraar ontslaat.

Ook de 'verdraagzaamheid' der verdraagzamen heeft grenzen. Nog recent schreef mr. Th. van Boven in "Woord en Dienst" dat geen enkele vrijheid absoluut is. „Ook aan de godsdienstvrijheid kunnen door de wet beperkingen worden gesteld". Namelijk wanneer rechten en vrijheden botsen.

Deze beperkingen hebben ons gereformeerde volksdeel al sedert minstens tien jaar bedreigd via een Wet gelijke behandeling. Niet als politiek ideaal, maar wel in de dagelijkse praktijk, verkiezen wij dan toch een uitspraak zoals van Johannes Paulus II, dat het het onvervreemdbare recht is om van het eigen geloof te getuigen en dit te praktiseren, individueel en maatschappelijk. Dat heet van twee kwaden het minst kwade kiezen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.