+ Meer informatie

Leer en Leven

5 minuten leestijd

(20.)

I. Het Woord Gods. (s.)

Het zal U dus al wel duidelijk zijn geworden, dat do Heilige Schrift in alle delen genoegzaam is tot zaligheid en dat zij, wat de hoofdwaarheden betreft duidelijk en klaar is, al moeten we toegeven, dat er nog vele raadsels overblijven, die we niet zo dadelijk vermogen op te lossen.

Niettemin worden vele vragen van ons opgelost en in een helder licht geplaatst, wanneer we bezien op welke wijze de boeken der H. Schrift beschreven zijn. De inkleding, de w ij z e, waarop ons de dingen worden medegedeeld, is van het grootste belang. Immers, we hebben hier voor ons het Woord van God, waarin Hij Zichzelf geopenbaard heeft. Hij is de Auteur, de Maker, de Schrijver van dat Woord. Met dit Zijn Woord beoogt Hij Zijn doel, namelijk de verheerlijking van Zijn Naam en Deugden. En nu komt die Almachtige God door Zijn Woord tot ons. Hij spreekt daarin tot ons, doch niet steeds op dezelfde wijze. Nu, de manier en de w ij z e, waarop Hij Zich aan de mens in Zijn Woord openbaart is van grote, ja onschatbare betekenis, tot recht begrip van deze Godsopenbaring!

Dat is onder ons mensen toch immers ook zo! U kunt toch ook op verschillende wijze spreken? Wie tegenover vreemden de beleefdheid streng in acht neemt zal tegenover zijn huisgenoten meer de gewone omgangsvorm gebruiken. Tegen een vreemde „jij" en „jou" te zeggen is zeer onopgevoed, doch in de huiselijke kring is het gewoon. Ook zullen kinderen tegenover hun ouders en ouderen een andere uitdrukkingswijze hebben, dan omgekeerd volwassenen tegenover kinderen.

Een eenvoudig voorbeeld kan verhelderend werken. Een predikant zal bijv. de gelijkenis van de verloren zoon moeten behandelen. Nu hangt het van zijn toehoorders af, hoe hij dat doen zal. Staat hij voor k i n-deren, dan zal hij de voorkeur geven aan de vertellende vorm. Moet hij deze gelijkenis echter aan zijn catechisan ten duidelijk maken, dan zal hij de verklarende vorm gebruiken. .Op de kansel echter, wanneer hij spreekt tot de gemeente is de toepassende vorm te verkiezen.

Op verschillende wijze kan de mens zich dus tegenover anderen uitdrukken en die gave bezit God op oneindig volmaakte wijze. Het behoeft ons dus niet te verbazen, dat de Heere op onderscheiden manier en in allerlei vorm in de Heilige Schrift Zijn Woord bekend maakt.

Vóórdat er een beschreven Woord was, was er al velerlei wijze van Godsopenbaring geweest. Toen maakte God Zijn wil bekend door dromen, door gezichten, door toespraken, door engelenverschijn i n g , door stemmen in donderslagen, enz.

Thans willen we uuze aandacht Depaien bij de verschillende spreekwijzen, ons in het Woord Gods gegeven, waarvan de Heere Zich heeft willen bedienen. We willen deze openbaringswijzen in 4 grote groepen verdelen, die we dan noemen: de grondvormen der Heilige Schrift.

1. Het verhaal.

2. De onderwijzing.

3. De profetic.

4. Het lied.

Over ieder van deze grondvormen willen we wat uitvoeriger handelen, opdat we ook in die weg meer van de rijkdom en heerlijkheid, die in Gods Getuigenis verborgen is, mogen ontdekken.

Het verhaal vraagt het eerst onze aandacht. Deze wijze van vertelling, door Godzelf in de Bijbel gebruikt, wordt vooral dienstbaar gemaakt aan het mededelen van verschillende gebeurtenissen, die hebben plaats gevonden. In het verhaal treedt de historie op de voorgrond. Hier wordt geschiedenis geschreven. En die geschiedenis vindt zijn oorsprong in het Paradijs, daar vangt de geschiedenis van het Godsrijk op aarde aan. Alle personen, toestanden en voorvallen, die voor dat Godsrijk betekenis hebben, worden in de Schrift verhaald.

We hebben het al eens eerder gezegd, maar herhalen het hier: De Bijbel geeft niet een verhaal van mensen, ook niet val volkeren, zelfs niet een compleet verhaal van de Vaderlandse Geschiedenis van het volk Israël, maar hij geeft een verhaal van de voortgang van het rijk Gods op aarde. Steeds is — mits ge opmerkzaam het Bijbelverhaal naspeurt — de hand des Heere n in alle gebeuren op te merken. Natuurlijk staat dat er niet altijd uitdrukkelijk bij, maar niettemin is het zo!

Uit sommige Bijbelgedeelten blijkt dat overduidelijk. Lees maar eens na in Uw Bijbel, hoe de Israëlieten door de Schelfzee (Rode Zee) trokken. Isracl ging droogvoets door het midden van de zee cn diezelfde wateren verdelgden de Egyptenaren. En wat leest ge clan in Ex. 14 : 30 en 31? „Alzo verloste de HEERE Israël aan die dag uit de hand der Egyptenaren; en Israël zal de Egyptenaren dood aan de oever der zee. Ook zag Israël d e g r o t e h a n d, d i e d e H E E R E aan de Egyptenaren bewezen had; en het volk vreesde de HEERE, en geloofde in de HEERE, en aan Mozes, zijn knecht."

In al de verhalen des Bijbels dienen we dus de leidende hand Gods op te merken. Wie zo het leven der Bijbelheiligen beschouwt, moet zich verwonderen over de wondere leiding des Heeren in dat leven. Jozef moest er tegenover zijn broeders van uitroepen: „Gijlieden wel, gij hebt kwaad tegen mij gedacht; doch God heeft dat ten goede gedacht; opdat Hij deed, gelijk het te dezen dage is, om een groot volk in het leven te behouden."

In het verhaal Iaat de Heere z ij n werke n zien. Daarin komt uit, wat Hij doet in, met en voor de mensenkinderen. Als U dus in Uw Bijbel leest, behoeft ge U niet af te vragen: „Hoe is het toch tenslotte met die of die afgelopen? " maar ge hebt na tc gaan, wat dé Heere in die gebeurtenissen met de mensen doet en werkt. Het gaat niet om de daden deimensen, maar om de grote daden des Heeren, die in elk Bijbelverhaal uitkomen en die spreken tot ieder, die oren heeft ontvangen om te horen, wat dc Geest door het Woord te zeggen heeft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.