+ Meer informatie

Een bladzijde voor en van onze jeugd

7 minuten leestijd

Een praatje vooraf.

Zo, de oplossingen van de derde serie zijn allemaal binnen en ik moet zeggen dat jullie het er goed afgebracht hebben. Enkelen hadden er wel een paar fout, maar dat geeft niets, je krijgt nog volop gelegenheid om je achterstand in te halen. Ik ben van plan om acht opgaven te plaatsen, dus je kunt nog vooruit. De jongeren hadden alles goed; jammer, dat ik er twee keer Mozes gezet had; ik las het pas in „Daniël", dus veranderen kon ik het niet meer. Jullie hebben allen twee keer Zippora gezet en dat is natuurlijk goed. Hier komen de antwoorden:1. Eva. 2. Ada (Zilla). 3. Sara (Hagar, Ketura). 4. Rebekka. 5. Lea (Rachel, Bilha, Zilpa). 6. Asnath. 7. Zippora. 8. Naomi. 9. Ruth. 10. Jochebed. 11. Zippora. 12. Hanna (Peninna). 13. Michal (Abigaïl, Ahinoam, Haggith, Bathseba). 14. Elisabeth. 15. Saffira.

Bij vraag 6 hebben er enkelen Maria gezegd; zij dachten aan de moeder van de Heere Jezus. Ook dat is goed gerekend. De 15 antwoorden voor de groten zijn:

1. Augustinus. 2. 354. 3. Thagaste. 4. Monica. 5. Patricius. 6. Carthago. 7. Rome. 8. Ambrosius. 9. Milaan. 10. Hippo. 11. Pelagianen. 12. Donatisten. 13. „De stad Gods" e.a. 14. 430 (429.431). 15. Vandalen.

Hebben jullie je antwoorden vergeleken? Alles goed? Prima! We gaan nu weer 20 namen opzoeken uit de Bijbel. Deze opgave is zowel voor de kleinen als de groten.

De vierde opgave.

Vader en Zoon.

Dit opstel handelt over twee koningen van Juda. De eerste koning heette (1), hij was nog maar een jongen van zeven jaar toen hij gekroond werd. Zijn vader heette (2). Zijn grooimoeder (3), de dochter van de goddeloze (4) en (5), had de gehele koninklijke familie om laten brengen. maar hij was gered door (6), de vrouw van de hogepriester (7). Als hij eenmaal koning is, wordt de eredienst hersteld, zelfs wordt de priester van Baal (8) gedood. Na de dood van de hogepriester laat de koning toe, dat de afgodendienst hersteld wordt. De priester (9), die het volk waarschuwt wordt gedood. De koning van Syrië, (10) trekt nu tegen Jeruzalem op, maar wordt door grote geschenken omgekocht. De koning wordt vermoord door (11) en (12) als hij ziek is. Nu wordt zijn zoon (13) koning; zijn moeder heette (14). Nadat hij de moordenaar van zijn vader gestraft heeft verslaat hij de (15). Hij trekt zelfs ten strijde tegen (16), de koning van Israël, maar nu wordt hij verslagen bij (17) en een gedeelte van de stadsmuur van (18) wordt afgebroken. Later moest de koning vluchten naar (19) en hier werd hij vermoord. Nu wordt z'n zestienjarige zoon (20) koning. Dat ziet er nogal moeilijk uit, niet? Toch valt het wel mee; lees maar goed in 2 Koningen en 2 Kronieken, dan heb je de antwoorden zo. Vader en moeder helpen de kleintjes wel? De antwoorden wil ik graag voor de Kerstdagen hebben. Dat kan toch wel?

Vragen.

Ik heb de vorige keer gevraagd aan de lezers of zij boeken kenden over Livingstone. Ik heb uit de lezerskring hierop antwoord gekregen. Hartelijk dank.

Liginstone de Padvinder door Basil Mathews.

Livingstone de Zwerver door P. de Zeeuw.

De Uitgevers Maatschappij „West-Friesland" in Hoorn geeft de „Klim op" reeks uit. Eén van de deeltjes van deze serie behandelt Livingstone. Wie nog meer wil lezen over de zending in donker Afrika, schaffe zich aan: „Het geheim van de grijze rivier" door Hein Kray (Kok-Kampen). Hierin wordt Stanley behandeld. Dus, zendingsvrienden, er is genoeg.

Rien de Jong uit Stolwijk wil wel eens weten hoe het precies zit met de dood van koning Saul. Hij is wat in de war gebracht door de kanttekeningen. Ik heb het ook nog eens na gelezen en inderdaad zijn de kanttekeningen hier wat vaag.

In 1 Sam. 31 : 4—6 lees je dat Saul zich zelf doodde. De geschiedenis van 2 Sam. 1 verhaalt de leugens van een Amelekiet, die dit verhaal opdiste om een grote beloning te krijgen. Begrijp je het nu beter. Rien?

Jannie Boogaard uit Grijpskerke wil nu eens graag weten wat Ambrosius tegen Monica gezegd heeft: „En kind van zulke gebeden " of „Een kind van zoveel gebeden...." Nu Jannie, dat is moeilijk te zeggen. Sommige schrijvers zeggen „zulke" en weer anderen „zoveel." Zowel het woordje „zulke" als „zoveel" sluiten alle verdienste uit. Slechts Gods genade heeft ook Augustinus gered.

Jan Pleiter uit Rijssen is het nog niet eens over de tweede serie vragen. Ik heb gezegd dat de Spaanse landvoogd Parma in 1592 overleed. Dit is toch zo Jan? Requesens is landvoogd geweest van 1573 tot 1576. Kijk het nog maar eens na in je geschiedenisboek.

Een gedicht.

Hoe een slavin de vijand overwon.

Des vijands ruiters renden wild door 't land. Aan alle kant was 't rood van bloed en brand. Wat spieren had moest mee in slavernij. De grijsaard en de zuig'ling slechts bleven vrij. Men dreef de knapen en de meisjes voort Als slavenvolk naar 't verre, vreemde oord. Een meisje stapte peinzend in de rij. „In liefde o God, " zo bad ze, „denk aan mij. Ik schaam mij Uwer niet in 't vreemde land. O, leid mij, door de zorgen, aan Uw hand." Bij 't kiezen van zijn deel in d' oorlogsbuit Zocht juist de generaal dit meisje uit. Hij bood haar zijne vrouw bij thuiskomst aan. Zo is zij in des vijands dienst gegaan. Ze heeft haar plicht daar nauwgezet betracht; Ze heeft er vreugd en zonneschijn gebracht. Wat niemand wist werd haar geopenbaard Haar goede meester was melaats verklaard. Toen heeft zij fier gesproken van haar God: „Stel in Zijn hand, o heer, uw smartelijk lot. Reis naar mijn land, vertoon u Zijn profeet. Mijn God zal u verlossen van uw leed." Hij is gegaan — hij is gezond gekeerd En heeft de God van zijn slavin geëerd.

Ingestuurd door Rien de Jong uit Stolwijk.

Uit de natuur.

Pinguïns

Veel mensen denken dat de pinguïns op de Zuidpool hun eieren leggen en daar broeden, omdat ze beslist in een koud klimaat willen zijn, maar dat is niet zo. De pinguïns zijn in hun broedtijd op de Zuidpool, omdat ze absolute rust zoeken en die kunnen ze alleen hier vinden. Daar zijn geen andere dieren, die hen wegjagen. In de winter zwemmen ze in groepen bij elkaar en eten erg veel vis. Ze moeten zoveel mogelijk eten, want als ze gaan broeden krijgen ze er weinig kans meer voor.

Als het voorjaar komt op de Zuidpool dan smelt op het land, enkele kilometers aan de kust, de sneeuw weg en is de steenachtige bodem, bedekt met mos, gras en grint zichtbaar. De pinguïns voelen dat het voorjaar is en dat het tijd wordt om te gaan broeden. Ze gaan dan twee aan twee wandelende het land op en lopen vier dagen. Nu hebben ze een rustig plekje om te broeden. Ze zoeken een plaatsje onder een uitstekende rotspunt of slepen stenen bij elkaar om een rond nest te maken. Altijd leggen ze hun eieren op een hoop grint, zodat deze niet op de vochtige grond liggen. Meestal leggen ze twee tot vier eieren en dan gaat het vrouwtje broeden.

Het mannetje heeft de laatste dagen zo hard gewerkt om het nest klaar te krijgen, dat hij nu het eerst aan de beurt is om te gaan eten. Dan gaat hij vaak met nog meer vermoeide pinguïnmannetjes, weer vier dagen wandelen naar de kust terug. In die tijd wordt bijna niet gerust. Aan de kust houden ze vakantie. Ze klimmen op de rotsen, duiken in het water, stoeien met elkaar en eten zoveel mogelijk vis om weer aan te sterken. Zes dagen blijven ze aan de kust en dan gaan de mannetjes aan de vier dagen lange terugtocht beginnen. In de broedkolonie weten ze precies hun eigen nest terug te vinden. Ze voeren nu de vrouwtjes eerst wat reserve vis, die ze in een keelvoorraad bij zich hebben.

(Wordt vervolgd)

Zo, dit is de eerste helft van 't opstel van Henk Mijnders uit Lisse; keurig Henk, de volgende keer komt de rest. Voor dit maal weer allen hartelijk dank.

Pr. Bernhardlaan 27, Dirksland.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.