+ Meer informatie

EUTHANASIE - EEN GOEDE DOOD?

3 minuten leestijd

‘Kijk, dit slik ik allemaal…’ Plompverloren zet ze de schoenendoos op tafel. Verwezen kijk ik er naar. Al die medicijnen.. elke dag? Ik ben bij een collega uit het verpleeghuis op bezoek. We deelden samen een kamer en ze heeft me net een paar dagen geleden verteld dat ze ongeneeslijk ziek is. Kanker, uitgezaaid naar ruggenmerg en lever. Ik heb haar vastgehouden en zo zijn we een tijdje blijven staan - zonder woorden. De dokter geeft haar nog een half jaar.

De volgende keer dat ik bij haar ben, vraagt ze of ik wil spreken bij haar uitvaart. Ik ben blij verrast als ze me vraagt iets te zeggen naar aanleiding van 1 Kor. 13. Want hoewel ik niet kan zeggen dat deze collega ongelovig is, staan we toch wel ver van elkaar af wat het geloof betreft. Ik zeg toe, hoewel ik er erg tegenop zie. Spreken op de begrafenis van een naaste collega is toch nog wat anders dan op die van een bewoner.

In de tijd die volgt, bezoek ik haar regelmatig. Ik bewonder haar om haar moed en doorzettingsvermogen, haar ‘niet klagen maar dragen’-mentaliteit en haar actief betrokken blijven bij het wel en wee van ons verpleeghuis. Meerdere keren gaan onze gesprekken de diepte in en komt het geloof ter sprake. Zo gaan bijna drie jaar voorbij…

Wat is ze dankbaar dat ze deze tijd heeft mogen ontvangen. Ze ervaart het als een geschenk, hoewel de weg steeds zwaarder wordt. Twee kleinkinderen heeft ze geboren zien worden en nu is haar schoondochter weer in verwachting. ‘Maar dit kleinkind zal ik niet meer zien’, zegt ze tegen me. Ze kan niet meer. Ze heeft gaten in haar lichaam en de pijn is niet meer te dragen. Als ze tenslotte wordt opgenomen in het ziekenhuis vraagt ze me om afscheid van haar te komen nemen. Daar zegt ze dat ze morgen euthanasie zal ontvangen. Ik schrik - want ik had van haar begrepen dat ze zover niet wilde gaan. ‘Ik heb vrede gevonden’, zegt ze, ‘het is goed’.

De verdere gang van zaken ervaar ik als onwezenlijk. Ze kan nog opstaan om met een omhelzing afscheid te nemen. Verward ga ik weg, allerlei gedachten spoken door mijn hoofd: - Heb ik in mijn gesprekken diep genoeg doorgevraagd? Heb ik dit tere onderwerp te tactvol behandeld? Had ik deze gang van zaken kunnen voorkomen? - maar één gevoel overheerst: dit is niet goed - het past de mens niet. Het lijkt alsof je je eigen stervensuur vaststelt. Dat euthanasie niet goed is, wist ik natuurlijk in theorie wel, maar nu ervaar ik het diep van binnen.

In het verpleeghuis heb ik vaak aan een sterfbed gestaan, blij dat er middelen zijn om het lijden te verzachten. Dat die vreselijke benauwdheid of die ondraaglijke pijn bestreden kan worden. Maar euthanasie is wezenlijk anders: er wordt ingegrepen met het doel om iemand te laten sterven. Net zoals ik hebt u als ambtsdrager wellicht ook in uw omgeving met euthanasie te maken gehad. Het lijkt wel of het steeds gewoner wordt. Worden we er nog door opgeschrikt? Durven we er over te spreken met doodzieke en levensmoede mensen?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.