+ Meer informatie

Gods Woord en het gezin

6 minuten leestijd

11

Verenigd gezinsleven.

Op de laatste bladzijde van het Oude Testament staat een bijzondere belofte met het oog op het gezinsleven. In de laatste verzen van het boek Maleachi horen we die belofte: „z iet. Ik zend ulieden de profeet Elia, eer die grote en die vreselijke dag des Heeren komen zal, en hij zal het hart der vaderen tot de kinderen wederbrengen, en het hart der kinderen tot hun vaderen; opdat Ik ziet kome en de aarde met de ban sla”.

’t Ziet er treurig uit in de dagen van Maleachi. Het volk is ver van de Heere afgeweken en van Zijn dienst. In de dienst der zonde wordt het volk voorgegaan door de priesters. Breuk op breuk komt openbaar. Allereerst de breuk met de Heere Zelf. Dan de breuk in het huwelijksleven. Er wordt trouweloos gehandeld tegen de huisvrouw der jeugd. Ook is er de breuk tussen ouders en kinderen.

Die laatste breuk kan niet uitblijven. Waar de godsvrucht schaars is en ook het overblijfsel maar weinig de kracht van de godszaligheid openbaart, daar blijft het niet verborgen in de gezinnen. De jongeren willen anders dan de ouders. En de ouders klagen over de kinderen en hun verval, zonder dat zij zelf wezenlijk anders openbaar komen.

Maar de Heere opent in deze belofte het uitzicht op een andere toekomst, n.l. die van een verenigd gezinsleven. Hij zal Johannes de Doper zenden, die in de geest en de kracht van Elia verschijnt. Door middel van zijn prediking zal de Heere een wonderlijk werk in het gezinsleven doen. We kunnen het misschien het beste weergeven met wat de kanttekening van onze Statenvertaling er van zeggen: „Zijn prediking zal zulk een kracht hebben in de harten der uitverkorenen door de werking van de Heilige Geest, dat zowel de vaders als de kinderen zich tot de Heere bekeren en Hem gezamenlijk dienen zullen”. Er komt dus vereniging tussen ouders en kinderen. Langs deze weg zullen zij elkaar in de Heere mogen vinden.

U zult vragen:„Wanneer wordt deze belofte vervuld?” Beperk de vervulling niet tot de tijd, dat Johannes de Doper gepredikt heeft. Deze prediking gaat door Gods genade door; de prediking waarin ernstig de noodzaak zan bekering wordt aangedrongen er naar het Lam Gods wordt heengewezen. En telkens wanneer die prediking door de Heilige Geest vrucht draagt in de harten brengt de Heerede vervulling van deze belofte mee. Bekering is een persoonlijke zaak. Geen vader of moeder kan een zoon of dochter bekeren. Hier wordt ook niet gesteld, dat hele gezinnen zonder meer bekeerd worden. Maar wel belooft de Heere, dat Hij een wonderwerk zal doen door en het hart der vaderen aan te grijpen, én het hart der kinderen. En dan heeft Hij er lust in weder te brengen tot elkaar. De Heere doet Zijn schepping niet teniet, maar openbaart de kracht van Zijn verbond inde vernieuwing van de door Hem geschapen levenskring van het gezin.

Heeft dat niet veel te betekenen voor de tijd, waarin wij leven? De situatie uit de dagen van Maleachi staat niet zover van ons af als wij misschien wel graag zouden willen. De beleving van de waarheid Gods is een schaars artikel. Bij een uitwendige vormendienst is er bij velen en groot gemis aan de ware godsvrucht. En juist dat gemis laat zich kennen in de verhouding in de gezinnen. Uiteraard willen we voorop stellen, dat we hier niet gaan generaliseren. Van twee zijden wordt de voorstelling gegeven, dat de jeugd altijd ijvert voor wat nieuw is en in ’t geheel geen lust heeft in het zoeken van de oude paden van Gods Woord. Ik geloof, dat we dan een valse tegenstelling maken, die niet beantwoordt aan de werkelijkheid: de ouderen zijn allen voor het bewaren van de oudere vormen b.v. in de eredienst, en de jeugd voor de nieuwere vormen. We Weten het gelukkig wel beter: er is altijd nog een belangrijk gedeelte van de jeugd, dat zich niet mee laat nemen met wat de geest van deze tijd biedt. Uiteindelijk is de jeugd toch ook allereerst f. ediend met het eerlijk brengen van de waarheid van Gods Woord. Op het bredere erf moeten zelfs zij, die zelf meedoen aan het marchanderen met Gods Woord, toegeven dat op plaatsen waar oudere vormen gehandhaafd blijven en niet gewild-populair gepreekt wordt de jongere mens en trouw en met groot getal opkomen. Het moge dan waar zijn, dat ook hier in niet gegeneraliseerd mag worden, voor mij staat het vast, dat dit beeld voor meer dan één kerkgemeenschap opgaat. Uiteraard ontkennen we daarmee niet, dat in het jongere leven over ’t algemeen meer een neiging is tot het losladen van de traditie, en in het oudere leven tot het willen vasthouden daarvan. Alleen willen we geen scheef beeld hebben, dat vaak mede bevorderd wordt doordat het gedeelte van de jeugd, dat zich blijft scharen onder de schriftuurlijke-bevindelijke prediking, niet tot het meest luidruchtige gedeelte behoort.

Laten we de kwaal hier dieper zien. ’t Gemis aan de godsvrucht bij ouderen en jongeren geeft de breuk. Wij zijn blij met gezinnen, waar aan de buitenkant een ernstige opvoeding en wandel naar Gods Woord is. Uiteindelijk gaat het om de eis des Heeren, waarom dit in ieder gezin gezocht moet worden. Toch wordt dan de rechte aansluiting aan elkaar gemist; er is geen vereniging met elkaar in de geestelijke dingen. In wezen ligt daar net zo goed de breuk.

Bij andere gezinnen komt die breuk openbaar. Botsingen en pijnlijke conflicten zijner vooral over de weg die bewandeld moet worden in het godsdienstige leven. Vader en moeder ijveren voor een getrouwe waarnemingdaarvan. De kinderen gaan mee de eerste tijd, gedwongen, maar na zekere tijd verlaten ze dit spoor. De ouders klagen over de kinderen en hun verval en de kinderen over de ouders en hun hardheid. Och, ieder weet uit eigen omgeving hoe pijnlijk het verschil openbaar komt. En geldt het niet heel vaak dat hierin het gemis aan de ware godsvrucht ten grondslag ligt? Alleen de rechte prediking van Wet en Evangelie is hier het middel waar God Zich van wil bedienen. Die prediking is het om het hart begonnen. Nooit komt er verenigd gezinsleven als van de eisen van die prediking afgedaan wordt. ’t Mag schijnen, dat zij, die alles willen opofferen - zelfs deze prediking - om de jeugd dienen, alles mee hebben. Vergeet dan niet, dat zij Gods Woord tegen hebben. En dat zegt genoeg.

De schaal kan wel eens veranderen. Wij hebben geen behoefte aan het gebruik van woorden die geen mens meer bergijpt. Maar op die schaal het oude zout! Let op uw zaak, ouders. Houdt uw kinderen thuis en in de kerk onder de zuivere prediking. Bidt de Heere om bekering voor uzelf en voor uw kinderen. Wijst de Heere op Zijn Woord, waar Hij niet af kan.

Daar wil Hij door Zijn wonderwerk vereniging geven van ouders en kinderen. Om samen Hem te vrezen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.