+ Meer informatie

Boeken over oorlogstijd zijn niet altijd oorlogsboeken

Christelijke of Sovjetkijk op het kinderboek

6 minuten leestijd

Kinderboeken moeten ons verleden, ons vaderland, onze heldendaden van lang geleden en recenter datum verheerlijken, trots en vaderlandsliefde bevorderen, oude overleveringen en volksverhalen doen herleven. Kortom, een meer dan doorsnee nationaal besef aankweken. Dat zijn zeker opvattingen uit „rechtse", „reactionaire" of zeer orthodox-reformatorische kringen? Mis! Je zou het wel denken, maar voorafgaande „literatuurtheorie" ontlenen wij niet aan hen die het drievoudig snoer GodNederland-Oranje hoog in hun krijgsbanier hebben, maar aan een officiële Sowjetrussische publikatie over de Moskouse uitgeverij van kinderboeken „Malysj" (de kleuter).

Dat klinkt anders goed vaderlandslievend. En waar de Russische pedagoog spreekt van Grote Vaderlandse Oorlog (is voor hen de Tweede Wereldoorlog vanaf 1941) kunnen wij gerust Tachtigjarige Oorlog invullen of, wat dichter bij huis, de Duitse bezetting der jaren '40. „Malysj" bestaat uit diverse redacties en afdelingen (diverse leeftijdscategorieën) en brengt jaarlijks zo'n zeshonderd nieuwe kinderboeken uit, soms in miljoenenoplagen. Daar zitten de Russische klassieken bij, voor kinderen bewerkt: Tolstoi, Tsjechov, Maksim Gorki.Poesjkin. (Dostojewski wordt niet ge.noemd. Dat kan toeval zijn, maar ook een aanwijzing dat deze auteur bij de huidige Sowjetpedagogen niet zo gevierd is.)

Heldenmedailles

Verder de klassieke sprookjes van Andersen en Grimm en boeken van Rudyard Kipling, Ch. Perrault, Russische volkssprookjes e.d. Voor schoolgaande kinderen echter ook titels als „Helden uit de Legende" en „Grootvaders Medailles". Die gaan dan resp. over de burgeroorlog in de begintijd van de rode revolutie en over de helden van wat overal de Tweede Wereldoorlog heet, maar bij de super-chauvinisten in Moskou de Grote Vaderlandse Oorlog. Alsof de helden van maarschalk Zjoekow die wereldbrand in hun eentje zouden hebben geblust! Een ander boekje heet „Helden van het Russenland" en je vraagt je af: leven er ook nog gewone niet-helden in het rijk van Gorbatsjov de Eerste?

Heldendom

Nu is vaderlandsliefde geen ondeugd en het in bewondering omzien naar het (groots of op z'n minst achteraf groots gemaakt) verleden geen schande. En in L. Pennings boeken hebben wij en vele generaties ook hét „heldendom" verheerlijkt gezien, al dan niet van Spionkop of Modderspruit. En wie de „ware", maar weleens aangedikte of door de tijdskloof vervormde, oorlogsbelevenissen leest die ook in onze kring met graagte worden verslonden van Veenhof tot Valkenburg moet erkennen dat oorlog een boeiend en spannend gegeven is.
Ik wil hier nu geen theorie op loslaten of het lezen van dit soort (kinder) boeken verslavend werkt of verruwing in denken en handelen bevordert. Dat zal wellicht meevallen omdat onze auteurs van kinderboeken het geweld en de gevechten niet verheerlijken of in detail uitbenen. Maar het blijft toch uitkijken, al kan ik persoonlijk niet merken blijvende schade te hebben opgelopen van K. Norels „Engelandvaarders" of de „Reis door de nacht" van Anne de Vries.

Vrederijk

Toch zal ik nimmer dulden dat onze kinderen met oorlogszuchtig speelgoed omgaan. Voor hen geen indianenpak, speelgoedtanks, geweertjes en pistolen. Kinderachtig of ver gezocht? Misschien, maar met het oog op het te verwachten Vrederijk waarin de oorlog niét meer zal worden geleerd acht ik het een juister, bijbelser, houding om kinderen ook in dit opzicht het „gij geheel anders" voor te houden. In datzelfde vlak ligt voor mij toch ook enigszins het oorlogskinderboek.
Natuurlijk acht ik de Maarten-Gunninkserie van oud-onderwijzer M. Kanis uit Rijssen niet een gevaar voor de geestelijke volksgezondheid van ons opgroeiend mensdom. En natuurlijk houd ik niet alle jeugdboeken die spelen in de jaren 1940-'45 voor verwerpelijk. En natuurlijk was Frits Hardeman er in zijn ingezonden brief „Oorlog" in „Opgemerkt" van 22 september helemaal naast toen hij mij aanwreef dat ik de ervaringen van onze voorouders maar wil vergeten.

Geen romantiek

Maar Hardeman is boekhandelaar en verkoopt ook graag de Maarten-Gunninkserie en hij begreep niet dat mijn opmerkingen (in een artikel over de CLKbeurs) over oorlogsboeken: „Je begint met Kanis en straks zit je volop in H. H. Kirst en Norman Mailer" licht ironisch waren bedoeld. Al blijf ik staande houden dat er ten diepste niets heldhaftigs en romantisch is aan oorlog en dat een overdosering, zelfs van „christelijke oorlogsboeken" (als die zo genoemd mogen worden) niet goed is, omdat onze oorlogen nu eenmaal niet de oorlogen des Heeren zijn.

Vijandbeeld

En „historische" kinderboeken en oorlogskinderboeken vertellen - christelijk ofniet - nooit het hele verhaal, werken altijd eenzijdig beeldvormend of sterk in zwart-witschema's. Als het denken over onze vaderlandse geschiedenis of over de oorlogen die ons land voerde of over plaats en taak van ons Oranjehuis bij ons publiek alleen maar gevoed wordt door dat wat we lazen als kind en wanneer daar geen latere correctie op volgt, dan heeft zelfs zo'n kinderboek bedenkelijke kanten.

Eén voorbeeld: wie ooit intens gegrepen werd door de spannende verhalen van L. Penning over de Boerenoorlogen tegen de Rooineks zal later moeilijk aanvaarden dat blanke Afrikaners van Hollandse (en Duitse en Franse) stam een volstrekt onbijbelse bevolkingspolitiek kunnen voeren. Vriend- en vijandbeelden ontstaan niet pas aan de universiteit, maar worden in kinderboeken ontwikkeld.

Kanis & Gunnink

Maar dit alles belet ons niet om toch te wijzen op de vlot geschreven serie boekjes van meester Kanis, die vanwege een koffiemerk zijn serie „Maarten Gunnink" noemt. Uitgever Ligtenberg spreekt over „spannende oorlogsboeken over de echte belevenissen van Maarten en zijn makkers" en dat laatste klopt wel.

Want Kanis liet mij weten dat meer dan tachtig procent waar gebeurd is omdat hij zijn eigen belevenissen (en die van zijn vader en anderen) te boek stelt. De rest is „van horen zeggen" ingevoegd, maar Kanis benadrukte dat de straks tien deeltjes tellende serie vanaf 10 mei 1940 tot enkele maanden na de bevrijding teruggaat op feiten. Hij wijst de kwalificatie „oorlogsboeken" van de hand, maar de uitgever wil dat.

Kanis: „De serie wil wél zijn het reilen en zeilen van een gezin met jonge kinderen uit de orthodoxe hoek in oorlogstijd maar in veel hoofdstukken komt de oorlog niet voor. En romantiek en heldenverheerlijking zeer sporadisch en alleen als ze op de werkelijkheid berusten."

Slecht getekend
Zes deeltjes zijn er nu uit: Na „Vreemde soldaten" en „Val in de bunker" volgden recent „Voor joden verboden", „V is Victorie", „Vuur over de stad" en „Vergeefse vlucht". Moeten alle titels met een V. beginnen?
Plaatsen van handeling zijn - gezien de omslagen met Lebuïnuskerk, Koornmarktspoort en en Bovenkerk - vooral Deventer en Kampen. Maar de illustraties van G. Lammers zijn niet zozeer heldhaftig alswel soms ronduit lachwekkend. Dat moet beslist anders.
Ook tellen de boekjes geenszins 96 blz. per deel, zoals de uitgever in zijn aanbiedingslijst beweert, maar hooguit 84 tot 87 blz. Ze kosten een tientje per stuk en lijken me geschikt om voor te lezen, en om zelf te lezen vanaf plm. zeven jaar. En beroepsmilitairen zullen onze zonen door het lezen van déze boekjes niet worden...


Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.