+ Meer informatie

Godsdienstonderwijs

3 minuten leestijd

Eind oktober presenteerde minister Van der Hoeven een tamelijk positief rapport van de Onderwijsinspectie over de islamitische scholen in ons land. De meeste van deze scholen vormen geen belemmering voor de integratie van allochtone leerlingen in ons land. Slechts een enkele school roept wat dat betreft twijfels op.

Bij dat onderzoek waren echter de godsdienstlessen buiten beschouwing gebleven. Was de kans niet groot dat juist in die lessen de leerlingen een afkeer van de westerse samenleving wordt bijgebracht? Worden die lessen niet misbruikt om een nieuwe generatie fundamentalistische strijders te kweken?

Godsdienstlessen brengen echter zozeer de identiteit van de school tot uitdrukking, dat de Onderwijsinspectie daar, vanwege de grondwettelijk vastgelegde vrijheid van richting, vanouds buiten blijft. Dat is altijd zo geweest ten aanzien van het christelijk onderwijs. Ook de islamitische scholen kunnen zich daarop beroepen.

Een meerderheid in de Tweede Kamer denkt daar echter anders over. Zij wil de bevoegdheden van de Onderwijsinspectie verruimen. Bij de behandeling van de onderwijsbegroting deze week zal daarover een motie worden ingediend. Alleen de christelijke partijen verzetten zich hiertegen.

De Onderwijsinspectie zou volgens de kamermeerderheid haar ruimere bevoegdheden ten aanzien van het godsdienstonderwijs ook moeten toepassen ten opzichte van de christelijke scholen. Volgens sommigen is ook daar sprake van een, weliswaar inheems, fundamentalisme. Brengen de leerkrachten ook daar de kinderen niet allerlei opvattingen bij die volstrekt in strijd zijn met de moderne cultuur?

Op christelijke scholen van gereformeerde signatuur zal dat zeker het geval zijn. Daarvoor sturen de ouders hun kinderen juist daarheen. Ze willen hen afschermen van de veelszins goddeloze en zedeloze cultuur van onze tijd en hen laten onderwijzen overeenkomstig Gods Woord.

Het zou wel eens kunnen zijn dat dit in onze maatschappij steeds minder getolereerd wordt. Tegen een aan de moderne tijd aangepast christendom zal men niet zoveel bezwaar maken. Er is dan nauwelijks verschil meer tussen christendom en humanisme.

Maar wie in het godsdienstonderwijs de kinderen bij wil brengen dat zij uit zichzelf geheel onbekwaam zijn tot enig goed en geneigd tot alle kwaad, tenzij zij door de Gods Geest wedergeboren worden, roept ongetwijfeld veel ergernis op. Is dat nu pedagogisch verantwoord? zo zullen velen vragen.

Daarbij zullen reformatorische en andere orthodoxe scholen zeker hun best moeten doen om misverstanden te voorkomen. Maar er zijn grenzen. Op een gegeven moment geldt: "Hier sta ik. Ik kan niet anders. God helpe mij. Amen." Met een religieus relativisme, waarbij godsdienstonderwijs vooral neerkomt op het bijbrengen van respect voor andere godsdiensten en levensovertuigingen, kunnen we niet meegaan.

Dat politici zich tegenwoordig bezorgd tonen over islamitische terreurbewegingen, is zeker terecht. Dat men in de gaten wil houden waar zich mogelijk in Nederland in het moslimmilieu fundamentalistische cellen vormen, is heel verstandig. Dat men daarbij tevens aandacht schenkt aan islamitische scholen en ook aan het daar gegeven godsdienstonderwijs, daarvoor zijn in de huidige situatie goede argumenten te vinden.

Maar het is volstrekt onjuist om te doen alsof zich op orthodox-christelijke scholen vergelijkbare situaties voordoen als op bepaalde islamitische scholen.

Ten diepste stuiten we hier op het probleem dat de overheid het verschil niet meer weet tussen waarheid en leugen, tussen ware en valse godsdienst, en neutraal wil zijn op een terrein waar men in wezen niet neutraal kan zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.