+ Meer informatie

Pastoraat aan werkzoekenden

9 minuten leestijd

De werkloosheid in Nederland is nog steeds hoog. Het aantal werkzoekenden daalt weliswaar, maar begin 2016 is nog steeds 6,5% van de Nederlandse beroepsbevolking werkloos. We hebben het dan over zo’n 580.000 werklozen. Het grootste werkloosheidsprobleem zien we bij de langdurig werklozen (iedereen de langer dan 12 maanden werkloos is). Dit zijn er totaal 240.000, waarvan ruim 60% ouder is dan 45 jaar. De langdurige werkloosheid in deze leeftijdsgroep stijgt nog steeds, terwijl het aantal langdurig werklozen onder de 45 jaar daalt.

Motieven om te werken

Om te kunnen begrijpen wat het verlies van werk betekent voor iemand is het goed om eerst te kijken naar de motieven die mensen kunnen hebben om te werken. Ik noem er een aantal:

• Inkomen

Allereerst werken mensen om inkomen te verwerven. Je moet tenslotte in je levensonderhoud voorzien.

• Verplichting

Een ander veelvoorkomend motief is het gevoel dat werken een plicht is. Zoals God het bij de zondeval zei: “Zweten zul je voor je brood, totdat je terugkeert tot de aarde, waaruit je bent genomen.”

• Roeping

Een ander motief dat we veel tegenkomen is het roepingsbesef. Het meest komt dat natuurlijk voor bij predikanten en kerkelijk werkers, maar het speelt bijvoorbeeld ook vaak een rol bij mensen die werkzaam zijn in de zorg en in het onderwijs.

• Identiteit

Voor veel mensen heeft het werk dat ze doen ook te maken met hun identiteit. Werk geeft status en prestige. Voor deze mensen geldt: je bent wat je doet (en verdient).

Verlies van werk

Wanneer je werkloos wordt betekent dit dat het motief om te werken verdwijnt. Allereerst betekent dat minder inkomen. In veel gevallen kan deze teruggang voor een belangrijk deel worden opgevangen dankzij ons uitkeringsstelsel. Daarnaast spelen andere aspecten een rol bij het verlies van werk. Bij veel mensen, zeker bij christenen is dit vaak belangrijker dan de inkomensdaling. Het ongewild niet meer kunnen voldoen aan de plicht om in je eigen levensonderhoud te voorzien kan leiden tot gevoelens van schaamte en tekortschieten. Wanneer je werk als een roeping beschouwt kan het verlies ervan je in geestelijke nood brengen. En wat doet het met je als jouw status en maatschappelijke positie verdwijnen met het verlies van werk?

Rouwproces

Verlies van werk is voor veel mensen zo ingrijpend dat het goed vergeleken kan worden met een rouwproces. De verwerking verloopt ook hier in fases. Allereerst is er vaak sprake van ontkenning. Het feit dat je jouw baan hebt verloren grijpt zo diep in dat de waarheid geheel of gedeeltelijk wordt ontkend. Vervolgens ontstaat er vaak boosheid, namelijk op de omstandigheden, de werkgever, God, de omgeving. Veel mensen proberen het verlies van hun baan te verwerken door het gevecht aan te gaan of zichzelf doelen op te leggen. Men doet er bijvoorbeeld alles aan om maar zo snel mogelijk weer een baan te vinden. Wanneer de werkloosheid niet verwerkt kan worden en het niet direct lukt een nieuwe baan te vinden leidt de machteloosheid die gevoeld wordt vaak tot een depressiefase. Uiteindelijk zal de werkloosheid aanvaard worden en zoeken mensen naar nieuwe mogelijkheden om invulling te geven aan hun leven. Voor iedereen verloopt de verwerking van werkloosheid anders, maar over het algemeen zijn de bovengenoemde fasen erin te herkennen. Het is goed hiervoor oog te hebben in de (pastorale) omgang met werklozen in de gemeente.

Risicogroepen

Niet iedereen loopt evenveel kans om (langdurig) werkloos te worden. Wanneer je ouder bent dan 45 jaar neemt de kans op het vinden van een nieuwe baan snel af. De kans op langdurige werkloosheid is onder deze groep het grootst en neemt snel toe bij het stijgen van de leeftijd. Naast de eerder genoemde problemen vraagt bij deze groep het financiële aspect bijzondere aandacht. Het overheidsbeleid is erop gericht de duur van werkloosheidsuitkeringen te bekorten. Nu krijgt iemand nog maximaal 38 maanden een WW uitkering, dit loopt de komende tijd terug naar maximaal 24 maanden. Tegelijk wordt de leeftijd waarop mensen een AOW-uitkering ontvangen verhoogd naar minimaal 67 jaar. Iemand van 55 jaar die zijn baan verliest en weinig kans heeft op iets nieuws loopt dus het risico om zo’n 10 jaar geen uitkering te krijgen. Wanneer er sprake is van een eigen huis met overwaarde of een partner met inkomen bestaat er meestal geen recht op een bijstandsuitkering. Het gevolg kan ingrijpend zijn: armoede totdat de pensioenleeftijd bereikt wordt.

Een andere risicogroep vormen de jongeren. Wanneer niet snel na het afronden van een opleiding werk gevonden wordt lopen jongeren de kans om langdurig werkloos te raken of te ‘verzanden’ in kleine baantjes zonder perspectief, die niet aansluiten op hun opleiding. Jaarlijks komen opnieuw grote groepen jongeren na het afronden van hun opleiding op de arbeidsmarkt. Zij hebben de meest recente kennis en komen dus het eerst in aanmerking voor vacatures waarvoor geen ervaring gevraagd wordt. Als gevolg hiervan kunnen jongeren ook makkelijk de aansluiting met de arbeidsmarkt verliezen en terecht komen in langdurige werkloosheid.

Verborgen werkloosheid

Niet alle werkloosheid is direct herkenbaar. Niet iedereen die zijn baan verliest is hierover even open naar de omgeving. Dit maakt het moeilijk om hiermee goed pastoraal om te gaan. Vooral bij oudere gemeenteleden is soms niet duidelijk of ze ongewild werkloos zijn geraakt of al met (vroeg)pensioen zijn.

Er is nog een categorie gemeenteleden waarbij sprake kan zijn van verborgen werkloosheid. Dit zijn de zogenaamde zzp’ers. Mensen die ervoor gekozen hebben als zelfstandige te gaan werken. Zij zijn niet in loondienst bij een werkgever, maar verhuren zichzelf, vaak op uurbasis. We komen deze zelfstandigen tegen in alle beroepsgroepen, maar vooral in de zorg, in de bouw en in de (zakelijke) dienstverlening. Soms is deze zelfstandigheid een bewuste keuze, maar in veel gevallen is het een verlegenheidsoplossing. Wanneer het niet lukt om weer een baan te vinden kiezen veel (oudere) werknemers ervoor zelfstandig te worden. Met name onder deze laatste groep vinden we veel verborgen werkloosheid. In de praktijk is het niet eenvoudig een goed bestaan op te bouwen als zelfstandige.

De positie van zelfstandigen is kwetsbaar. Het inkomen is afhankelijk van het aantal opdrachten dat verworven kan worden. In tegenstelling tot werknemers ontvangen zelfstandigen geen uitkering wanneer ze geen werk hebben. Ook zijn veel zelfstandigen niet verzekerd voor inkomensverlies bij ziekte en is er vaak geen sprake van pensioenopbouw.

Rust inbouwen

De natuurlijke neiging van veel mensen na het verlies van hun baan is om zo snel mogelijk weer werk te gaan zoeken. Dat is begrijpelijk, maar niet altijd verstandig. Vaak is het beter om even rust in te bouwen. Het verlies van een baan moet verwerkt worden. Werkloosheid is vaak een goed moment om na te denken.

Waarom ben je ontslagen?

Had dit alleen te maken met buiten jou liggende oorzaken of kun je er ook voor jezelf iets van leren?

Als je weer een nieuwe baan zoekt moet die dan vergelijkbaar zijn met je vorige baan of is het tijd voor iets nieuws?

Is het verlies van je baan alleen maar een negatieve ervaring of ontstaan er zo misschien nieuwe kansen?

Er zijn veel mogelijkheden om ondersteuning te krijgen bij dit proces. Professionele loopbaancoaches kunnen helpen om de juiste vragen te stellen en goed zicht te krijgen op eigen mogelijkheden en beperkingen. Bovendien zijn zij vaak goed op de hoogte van de situatie op de arbeidsmarkt en de (on)mogelijkheden om weer werk te vinden in een bepaalde richting. Er zijn goede christencoaches die ook oog hebben voor de geloofsvragen die een rol kunnen spelen bij het verwerken van werkloosheid en het zoeken van een nieuwe baan. Het is belangrijk om in de pastorale praktijk oog te hebben voor de mogelijkheden die er zijn om gemeenteleden hierin te laten ondersteunen.

Ander perspectief

Veel mensen hebben de neiging werk vooral te waarderen wanneer het betaald wordt. Zeker onder christenen is het gebruikelijk je in te zetten binnen kerk en maatschappij. Toch wordt vrijwilligerswerk vaak gezien als iets dat je ‘erbij’ doet, naast een betaalde baan. Wanneer je ontslagen wordt geldt je als ‘werkloos’, hoeveel nuttig werk je ook doet. Laten we als kerk en maatschappij blij zijn dat er nog steeds zoveel mensen zonder betaald werk zijn die in staat en bereid zijn om zich in te zetten op plekken waar voor betaalde krachten geen ruimte (meer) is.

In beweging blijven

Wanneer je ontslagen wordt of geen betaald werk kunt vinden is het belangrijk niet bij de pakken te gaan neerzitten. Zowel bij de verwerking van een ontslag als bij de zoektocht naar een nieuwe baan is het van belang in beweging te blijven. Dat bedoel ik zowel letterlijk als figuurlijk. Letterlijk in beweging blijven bijvoorbeeld door te gaan sporten. Dit helpt om teleurstellingen te verwerken. Figuurlijk in beweging blijven is minstens zo belangrijk. Werk vinden is in deze tijd vooral een kwestie van ‘netwerken’. Hoe meer mensen weten wat je zoekt, des te groter is de kans dat er een nieuwe baan gevonden wordt. Ook het doen van vrijwilligerswerk houdt je in beweging en zorgt dat je in contact blijft met anderen.

Wat kan de kerk doen

Allereerst is het van groot belang dat er zicht is op de situatie binnen de gemeente. In het pastorale werk binnen de gemeente moet duidelijk zijn welke gemeenteleden te maken hebben met werkloosheid en welke problemen dit bij hen veroorzaakt. In de pastorale omgang met werkzoekers moet oog zijn voor het proces dat mensen na een onvrijwillig ontslag doormaken. Niet te snel met oplossingen klaar staan, maar goed luisteren naar de wensen en behoeften van de werkloze. Dat betekent dat het niet altijd verstandig is mensen te activeren om zo snel mogelijk weer een nieuwe baan te zoeken. Ongewenst ontslag vraagt om bezinning. Voorkom ook dat te veel gedacht en ingevuld wordt voor de werkloze. “Jij hebt nu toch wel tijd, dus kun je makkelijk wat extra werk in de kerk doen”. Het is misschien een begrijpelijke, maar geen goede benadering. Respecteer een werkloze, laat hem of haar eigen besluiten nemen.

In veel kerken zijn netwerkgroepen van werkzoekers actief. Vaak gebeurt dit in samenwerking met andere kerken of gemeenten. Elkaar ontmoeten, ervaringen delen, samen de Bijbel lezen en samen bidden helpt om op een goede manier om te gaan met de eigen situatie. Het werkt relativerend en bemoedigend en vaak met verrassende resultaten.

Bert Moolhuizen is lid van de CGK Emmen en voorzitter van de werkgroep Diaconaat in de Samenleving (DiS) van het deputaatschap diaconaat van de CGK.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.