+ Meer informatie

Alles gekregen

16 minuten leestijd

„Mieke, ga jc dan even? " Wat geërgerd roept mevrouw Krans onder aan de trap haar dochter tot de orde.

Verschrikt kijkt Mieke op haar horloge, als ze haar moeder hoort roepen. Wat? Al half vijf' Ze was zo verdiept in de Nederlandse roman voor haar lijst, dat ze nergens meer aan gedacht heeft. „Joe. ik kom.”

Ze roffelt de trap af en grijpt haar jas van de kapstok. In de keuken is moeder aan het strijken.

„De tas met het boodschappenbriefje staat in de gang. Kijk je ook nog even voor een cadeautje voor Bas? ”

„Komt in orde, mam.”

Aanhalig komt Mieke even naast haar staan en legt plagend haar arm om moeders nek.

„Nou, malle", lacht moeder, „ga nu maar gauw. anders ben je nooit met het eten weer thuis. Heb je je bus ka art? "

Na de tas uit de gang gepakt te hebben, springt ze quasi in de houding:

„Alles in orde. majoor." „Tot straks, Micke-meisje."

Terwijl de bus de winkelstraat binnenrijdt, bekijkt Mieke het boodschappenlijstje. Ah. dat valt mee. Ze kan de meeste dingen in het warenhuis halen. Dan is ze gauw klaar. Kan ze rustig even rondkijken in de speelgoedzaak en daarna nog langs wat andere winkels lopen.

Gezellig, om weer eens in de stad te zijn. Hoewel het pas net november is. begint overal de sinterklaasdruktc al op gang te komen. Het lijkt elk jaar wel vroeger te beginnen. Maar misschien komt het ook wel door het zachte najaar, dat het nu veel eerder lijkt dan anders.

Bij de bushalte waar ze er uit moet, is het een hele drukte. Daardoor duurt het even voor ze zich door alle mensen heen geworsteld heeft. Dan laat ze zich meenemen met de stroom van het winkelend publiek.

„O. kom er eens kijken, wat ik in mijn schoentje vind. Alles gekregen, van die goede Sint."

Vrolijk klinkt het sinterklaasliedje over de hoofden van de mensen heen. Het wijsje pakt Mieke.

Op weg naar de speelgoedzaak loopt ze het opeens ongemerkt te neuriën. Een man. die haar inhaalt cn de melodie herkent, merkt lachend op: „Nou zus, dat wordt nog even wachten hoor."

Betrapt kijkt Mieke hem na, maar van binnen moet ze toch wel lachen om het voorval.

„Alles gekregen...." Ja. denkt ze dan stil. alles gekregen, maar niet van de goede Sint. Hier verder over nadenkend, somt ze voor zichzelf op. wat ze allemaal heeft gekregen. Het wordt een hele rij: ze is gezond: ze heeft een vader en een moeder die voor haar zorgen en haar helpen als dat nodig is: ze heeft een vriendin, met wie ze overal over kan praten; ze houdt van haar broertje en zusje: ze zit in een fijne klas; ze kan zomaar even op zaterdagmiddag boodschappen doen... In gedachten ziet ze tegenover alles wat zij heeft gekregen, allerlei mensen die het veel moeilijker hebben dan zij: mensen, die veel te lijden hebben, de vluchtelingen in de kampen, gehandicapten, eenzamen. Wat heeft zijzelf veel gekregen van dc Heere. Met dit kontrast voor ogen. schaamt zc zich dat ze hier zo weinig bij stilstaat.

Eens kijken, voor wie hij nu wal kan betekenen. Vanachter de kassa let Joost Meyer op dc mensen, die op de speelgoedafdeling rondlopen. De meeste drukte is nu wel voorbij. Hij heeft al heel wat verkocht vanmiddag. Wacht, dat meisje daar bij de lego lijkt er niet goed uit te komen. Op haar toelopend, ziet hij opeens dat het Mieke Krans is. Zijn pas inhoudend, neemt hij haar beeld in zich op. Dat Mieke hier komt! Ze is het meisje uit zijn klas, waarin hij de laatste tijd meer dan gewoon geïnteresseerd is. Geboeid kijkt hij even toe hoe zc enkele dingen oppakt cn weer terugzet. Hij weet even niet wat hij moet doen. maar overmoedig opeens, stapt hij op haar af. „Dag mevrouw, kan ik u soms van dienst zijn? " Verrast kijkt Mieke op. zijn stem herkennend. Joost ziet. dat ze langzaam een tintje donkerder kleurt. „Hoezo, werk jij hier? ", vraagt ze hem verbaasd. Met dc duimen onder dc kraag van zijn jasje, merkt hij bravourig op: „Speciaal aangesteld vanwege mijn goede kwaliteiten op het gebied van het verkopen van speelgoed."

„Dat moet je dan eerst maar eens bewijzen."

„Zeg maar wat je zoekt."

„Als ik dat doe, is het voor jou niet moeilijk meer."

„Daar heb je gelijk in. Goed, vertel me dan maar voor wie het is. Een jongen of een meisje? ”

„Een jongen.”

„Leeftijd? ”

„Drie jaar.”

„Te besteden bedrag? ”

„Je lijkt wel zo'n ambtenaar", proest Mieke het opeens uit. „Om het je wat makkeli jker tc maken: kort gezegd zoek ik een leuk cadeautje voor mijn broertje van bijna drie. Hi j houdt het meest van dingen, die lawaai maken.”

Met haar meelachcnd, gaat Joost haar voor naar een ander schap. Na wat heen en weer gepraat wordt het uiteindelijk ccn mooie bromtol, waarbij een trein gaat rijden als hij wordt rondgedraaid.

Na het afrekenen kijkt Joost Miekc na. als ze met een „Bedankt Joost, je hebt me reuze geholpen", afscheid heeft genomen. Hij zal proberen haar gauw eens wat langer te spreken dan zojuist. Terwijl het werk hem weer roept, blijft hij met zijn gedachten bij haar.

„Jongelui, pagina vierenveertig bovenaan. Wc gaan beginnen!”

Het duurt even voor 5b naaide opdracht van meneer Clacsscn luistert. Langzaam verstilt het rumoer.

„Vertel me eens Bart. wat voor soort gedicht staat daar? "

„Een limerick, meneer.”

„De dichter, Ans? ”

„Struyte."

„Prima. Locs, wat voor rijmschema is dat? ”

„Ehm...." Stuntelig buigt Loes zich helemaal over haar boek.

„Nou? ”

„Moet je mijn bril soms even lenen? ”

Als de stilte voortduurt, begint meneer Clacsscn zich hoe langer hoe meer op te winden.

„Weet je nog hoe het gedicht heette? "

Timide herhaalt Loes het antwoord van Bart.

„Keurig, keurig. Rijmschema? "

„ababb". brengt Loes er dan mompelend uit.

„Ja hoor. ABABB." Schamper herhaalt meneer Claessen haar antwoord. En nog eens zegt hij, minachtend:

„ABABB. Je hebt het zeker weer goed geleerd. Loesje? En je kan ook zo goed kijken, hè uilskuikentje? Waar eindigt het eerste woord op? "

„Pater."

„En het tweede? "

„Lillater."

Zwijgend hoort de klas dc spot aan van hun leraar. Wat heeft Claessen. dat hij zich zo laat gaan vandaag? Kan Locs het helpen, dat ze het antwoord niet kan geven?

Claessen weet. dat het haar meer moeite kost dan de anderen in de klas. Zc begrijpen niet wat er is. Normaal houdt hij er altijd rekening mee.

Om te voorkomen dat de leraar tegen Loes blijft doorrazen, steekt Joost zijn vinger op.

„Ja? "

„Het is aabba. meneer."

Afgeleid door deze opmerking gaat de leraar verder met dc les.

„Oké, aabba. Wie weet er een andere limerick dan de hier genoemde? "

Opgelucht steken enkele hun vinger op.

„Karei? "

„Er was eens een kaasboer uit Gouda. Die zat om dc tafel z'n vrouw na. Maar zij riep heel vief: Je bent wel lief. Maar zit me nu niet achterna."

Dc klas ligt dubbel, als de wending, die Karei aan het gedicht geeft, tot hen doordringt. Ook meneer Claessen lacht tegen wil en dank mee. De prettige sfeer, die cr gewoonlijk in 5b heerst, keert door dit voorval gelukkig weer enigszins terug. „Nou kerel, mijn komplimenten. Hoe verzin je het om dit te maken van een bestaande limerick. Wie weet I hoe het had moeten zijn? Bea? "

Maar zij riep heel vief: Alles is relatief. Als ik iets harder loop. zit ik jou na."

Ongewild heeft Kareis limerick een balorige stemming in de klas gebracht. Hoe hij het ook probeert, dc leraar krijgt er geen serieuze werksfeer meer in. Daarom gaat hij over op iets anders.

„Weet je wat, jongelui, gaan jullie maar eens proberen om zelf een limerick tc maken. Je kunt kiezen: je levert de volgende keer minstens twee originele limericken in of. voor de minder rijmlustigen, een opstel van duizend woorden."

Uit de klas klinkt natuurlijk heel wal protest, als ze beseffen wat er van hen verwacht wordt. Toch zijn er, die deze opdracht een leuke uitdaging vinden.

„Mieke? "

„Heeft li titels voor een opstel? "

„Hmm. Oké. ik geel'jullie drie onderwerpen voor een limerick en drie voor een opstel. Hel cijfer telt twee keer."

De klas reageert opnieuw met een hoorbaar protest. Sommigen werpen een wat beschuldigende blik op Karei. Uiteindelijk pakl iedereen pen en papier. Meneer Claessen zet ondertussen de titels op het bord:

Limericken: - huiswerk Opstel: - feest - thuis - geschenk - vakantie - school

„Ziezo, jongelui. Aan het werk dan maar. Het beste opstel en de beste limerick komen in de schoolkrant."

Met de pen in haar mond. staart Mickc naar het bord. Haar ogen blijven steken bij het eerste woord van de opstellen: geschenk. „Alles gekregen...." Plotseling zingt het sinterklaasliedje weer in

haar hoofd. Het is net, alsof er een lampje gaat branden. Er begint ccn idee te groeien. Enthousiast haalt ze dc pen uit haar mond. Opeens is er een woordeloos gebed in haar. om haar gedachten onder woorden te mogen brengen.

Dan buigt ze zich over haar blaadje. Turend naar de eerste lege regel, kan ze het begin niet gelijk krijgen. Haar gedachten laten zich nog niet vangen in woorden. Daarom begint ze maar met het opschrijven van dc titel.

Geschenk. Kon ze nu maar zulke goede opstellen schrijven als Joost! Hij zal er vast iets moois van maken.

Het voorval met Locs slaat Mieke nog helder voor de geest. Ze is erg verontwaardigd dat meneer C'laessen haar zo gemeen behandelde. Ze wil proberen daar iets over tc schrijven. Het begin voor een opstel kan ze niet te pakken krijgen. Wacht, ze zal eens proberen om een limerick te dichten. Ze schrijft gewoon op wat ze denkt.

„Alles gekregen Dat is een zegen! Wees maar heel blij. Met wat u zei. Maakt u mij heel verlegen.”

Hè nee, dat is niet mooi. Nog maar eens iets proberen.

„U kreeg vast meer. Het doet mc zeer Dat u mc sart. Ik denk verward. Kan ik het helpen, meneer? ”

Het wordt eigenlijk niet zoals ze wil. Mieke begint nu zomaar wat te rijmen. En dan staat het er onverwachts toch:

„Het gebeurde in de klas Waar ik eens leraar was: Ik lachte om een domme meid Tot bij een lim cric ke n wedst rijd „Alles gekregen - ccn grote zegen". was wat ik las."

Ja, dat bedoelt ze. Opgelucht haalt Mieke adem. Ze leest het nog een keer over. Wacht, ze kan „domme" beter wat afzwakken. Stel je voor dat Locs het te lezen krijgt, dat staat zo onaardig. Ze piekert even. waardoor zc het vervangen kan. Ze vindt niets wat beter in het gedichtje past. Hopelijk begrijpt Loes dat ze het niet gemeen bedoelt.

Misschien wordt Claessen wel boos om wat ze schreef. Het kan Mieke niet zoveel schelen. Het is zijn eigen schuld. Als leraar op een christelijke school hoort hij te weten dat niemand zichzelf heeft gemaakt. Locs kan er toch niets aan doen dat zij meer tijd nodig heeft dan de anderen? Het is gemeen van hem om haar daarmee voor schut tc zetten.

Mieke is er niet helemaal gerust op of Claessen haar rijmelarij zal kunnen waarderen. Maar zc besluit om het toch in te leveren. Het kost haar hoogstens een paar dagen in spanning zitten. Dat moet ze er maar voor over hebben.

„Mieke, mag ik een eindje met je meerijden? " Wat verlegen komt Joost op haar toe bij het fietsenhok.

„Ja. dat is best. Ik ga vast naar dc uitgang."

De drukte bij de lietsen maakt het onmogelijk om daar op elkaar le wachten. Joost moet zijn fiets nog pakken en zijn tas opbinden. Ondertussen verheugt hij zich erop, dat hij nu wat langer met Mieke kan praten. Dat hij er voor om moet fietsen, maakt hem weinig uit. Het is veel te fijn dat hij het eindelijk heeft durven vragen.

Eenmaal naast haar. krijgen ze het automatisch over de opdracht van meneer Claessen.

„Wat heb jij geschreven?

Zeker weer een prachtig opstel? "

Met een zucht kijkt Mieke naar Joost. „Jij kunt altijd zo mooi schrijven."

„Ik heb een verhaal geschreven over ccn meisje van school, dat in de vakantie een geschenk op mijn afdeling kwam kopen."

„Dat meen je niet."

„Jawel hoor. Je mag raden welk geschenk het meisje meenam."

„Heb je daar echt over geschreven? "

Als ze naar hem kijkt, weet ze niet of hij het nu werkelijk meent. Ze ziet in zijn blik wel iets anders en daarom weel ze niets meer te zeggen.

Zwijgend rijden zc een poosje verder. Dan vraagt Joost waar zij over geschreven heeft.

„Ik heb een limerick gemaakt over Loes."

„Hoe dan? "

„Ik vond het niet eerlijk, dat Claessen haar zo voor gek zette. Toen heb ik geprobeerd om daar iets over te schrijven."

„Hoe heb je dat gedaan? " Mieke zegl het gedichtje op, dat zc geschreven heeft. Er over verder pratend, omwikkelt zich een heel gesprek tussen beiden over hoe bevoorrecht ze eigenlijk zijn, vergeleken met veel anderen. Het wordt een vertrouwelijk gesprek, waarin Mieke de opmerking maakt:

„Soms voel ik me heel ondankbaar, want vaak sta ik er helemaal niet bij stil. hoeveel ik heb gekregen. Dan let ik veel meer op wat ik allemaal nog wil hebben." „Ja. dat heb ik ook. Dan kan ik het niet uitstaan dat ik niet krijg, wat ik nu net nog wilde."

Joost zwijgt even en voegt er dan wat beschroomd aan toe: „We zouden veel vaker moeten bidden, wat ik eens las: U. Die ons zoveel hebt gegeven, geef ons nog één ding: een dankbaar hart." „Ja, dat is zo", beaamt Mieke. Alsof ze zich schamen voor hun vertrouwelijkheid verspringt hierna het gesprek weer naar wat ze in dc klas meemaken. Ze zijn nog lang niet uitgepraat als ze bij het punt komen, waarop ze afscheid van elkaar moeten nemen.

„Sukscs met je huiswerk, Mieke. Tot ziens.”

Met een laatste armzwaai gaan ze ieder in hun eigen

richting. Joost kijkt nog ccn keer achterom.

„Dag Mieke-meisje-van-me." Maar dat hoort Mickc niet. Nog niet.

Afwachtend komt klas 5b bij meneer Claessen de klas in. Vanmiddag zal hij de uitslag van de schrijfwedstrijd bekend maken. Ze vragen zich af. wie cr tot de winnaars behoort.

Nadat iedereen is gaan zitten, opent dc leraar één kant van het bord. Daar heeft hij de limerick opgeschreven, die hij het beste vindt. Als de klas het leest, wordt het heel erg stil. Op het bord staat het gedichtje, dat Mieke maakte.

„Voor we er verder over praten, laat ik jullie eerst mijn reaktie zien." Met een snelle beweging zwaait de leraar nu ook de andere kant van het bord open. Dc klas leest:

„Ik schrok me naar. Want het was waar: Gemeen plaagde ik Locs. Nu vraag ik pardoes: Vergeven jullie het mij met elkaar? ”

Mickc heeft snel gelezen wat er staat. Ze kijkt naar Loes. benieuwd als ze is naar haar reaktie. Ze ziet haar gezicht oplichten. Spontaan steekt Loes haar vinger op. als ze het gedichtje gelezen heeft. „Loes? "

„Heel graag, meneer." ..Dank je wel. Loes. Dat is meer dan ik verdiend heb. Ik heb vorige week heel gemeen tegen jc gedaam."

Meneer Claessen gaat op zijn stoel zitten.

„Jullie begrijpen dat ik inderdaad schrok, toen ik Miekcs gedicht las. Het drong opeens tot me door. dat ik iets aan het doen was, wat ik helemaal niet mocht doen." Met enkele woorden probeert hij uit te leggen, waarom hij fout was. Hij verwoordt hiermee verschillende gedachten van Mieke. Niet hij heeft in de hand. hoeveel leerlingen kunnen cn begrijpen. God is het. die iedereen zijn eigen gaven meegeeft.

Eerlijk geeft meneer Claessen toe. dat hij het er de vorige keer heel moeilijk mee had. dat hij vaak zoveel uil moet leggen, zonder dat het resultaat lijkt te hebben.

„Maar nogmaals, dat ik dat op jou afreageerde. Locs. was heel min van mij."

„Het is wel goed zo. hoor meneer. Ik neem het u niet kwalijk", antwoordt zc hem. „Meneer? "

„Ja. Mieke? "

„Zet u het gedicht maar niet in de schoolkrant. Dat hoeft niet iedereen tc weten." „Dankjewel, meid. Dat is fideel van je."

Nu het voor hem afgehandeld is. steekt de leraar in hem de kop weer op.

„We gaan verder, jongelui. Zoals ik jullie beloofde, is er ook een beste opstel. Van wie zou dat zijn. denken jullie? "

Vrijwel iedereen kijkt naar Joost. Ook in de klas staat hij bekend als de beste schrijver. Meneer Claessen bevestigt het vermoeden van de klas.

„Joost heeft een leuk verhaal geschreven over zijn vakantiewerk. Hij beschrijft hoe op een dag een aardig meisje een cadeautje voor haar broertje bij hem kwam kopen. Het zou me niet verbazen, als dal aardige meisje hier in de klas zit."

Het ontgaat sommigen niet. dat zowel Joost als Mieke na deze opmerking verlegen voor zich kijken. Claessen gaat er verder niet op in. Het wordt tijd om nu werkelijk te gaan beginnen.

„Jongens, nemen jullie pagina vijftig maar voor je. We zullen het gaan hebben over het sonnet."

Nadat iedereen de les voor zich heeft, herneemt het gewone schoolleven weer zijn gang.

Na de les blijft klas 5b op het plein nog napraten over

Claessen. Een groepje meisjes komt om Mickc heen staan. „Wat goed zeg. dat je die limerick gemaakt hebt", prijst Bea haar.

„Je hebt er Loes reuze mcc geholpen", vult Claar haar aan.

Loes. die net aan komt lopen, beaamt dit.

„Hartelijk bedankt voor je hulp. Mieke."

Mickc wuift de haar toegezwaaide lof weg. „Kijken jullie nou maar niet maar mij. zeg. Dat heb ik ook gekregen, hoor", antwoordt zc bescheiden.

Als ze opkijkt, ontmoet ze de warme blik van Joost, die haar laatste woorden heeft opgevangen.

„Ik vind het goed van Claessen. dat hij zo eerlijk durfde toegeven dat hij het fout had gedaan", merkt Loes op. Het hele groepje is het met haar eens.

„’t Is toch een fijne vent", vindt Karei.

„Nou! Ik vond het ook helemaal niet bij hem passen om zo uil tc varen de vorige keer", meent Joost.

Met elkaar praten ze nog wat door over de verschillende leraren, waar ze les van hebben.

„Jongens, ik ga er van door. Anders ken ik morgen mijn repetitie niet."

Door deze opmerking van Bea valt het groepje van lieverlee uiteen.

Als Mieke naar haar fiets loopt, komt Joost naast haar. „Zoveel te hebben gekregen, is werkelijk een grote zegen, hè? "

De opmerking van Joost lijkt gewoon het vervolg te zijn op hun vorige gesprek. Tegelijkertijd is het de samenvatting van hun beider gedachten. Meer hoeft er op dit moment niet gezegd te worden. Stil rijden ze even later naast elkaar, op weg naar huis.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.