+ Meer informatie

Tandbederf komt veel voor bij Marokkaantjes en Turkjes

Staat gebit hangt samen met opleiding ouders

2 minuten leestijd

AMSTERDAM - Turkse en Marokkaanse kleuters van vijf en kinMeren van elf jaar oud in Amsterdam hebben twee keer zoveel last van icariës (tandbederf) als hun Nederlandse en Surinaams/Antilliaanse leefïtijdsgenoten. Van de Turkse en Marokkaanse kleuters is gemiddeld 26 ^procent cariës-vrij, tegenover 55 procent bij Nederlandse en ISurinaams/Antilliaanse kinderen. Op elfjarige leeftijd is die verhouding |30 tegen 45 procent.

I De kwaliteit van de kindergebitten ïhangt sterk samen met het opleidingsniveau van de ouders. Hoe hoger de opleiding en hoe beter de beheersing van de Nederlandse taal, hoe minder groot de schade aan de kindergebitten. Dat blijkt uit een onderzoek dat de GG & GD Amsterdam heeft verricht in samenwerking met het Nederlands Instituut voor Preventieve Gezondheidzorg TNO in Leiden.

Aanleiding tot het onderzoek was de verontrustende achterstand die kinderen van Turkse en Marokkaanse afkomst op het gebied van de gebitsverzorging leken op te lopen vergeleken bij hun Nederlandse leeftijdsgenoten. Onder de Nederlandse jeugd komt tandcariës de laatste twintig jaar steeds minder voor.

Uit landelijke onderzoeken bleek echter dat de totale hoeveelheid tandbederf onder Turkse en Marokkaanse kinderen twee tot drie maal zo groot was. In Amsterdam werden 674 kinderen van vijfjaar en 619 van elf jaar onderzocht. De ouders van de kleuters werden geïnterviewd, terwijl de elfjarigen op school een vragenlijst invulden.

Het opleidingsniveau van de ouders —en daarmee ook de kwaliteit van de gebitten van de kinderenhing sterk samen met het land van herkomst. Meer dan 60 procent van de Marokkaanse ouders die werden geïnterviewd had geen schoolopleiding genoten. Meer dan de helft van de Turkse en Marokkaanse ouders sprak niet of nauwelijks Nederlands.

Mondeling

De uitkomst, aldus de onderzoekers, rechtvaardigt een extra inspanning op het gebied van de bevordering van mondgezondheid van Turkse en Marokkaanse kinderen. De voorlichtingsboodschap moet mondeling in de moedertaal van de migranten worden overgebracht. Daarnaast zouden deze groepen kunnen worden gestimuleerd de Nederlandse taal te leren, aldus de GG & GD en TNO.

Met name Turkse en Marokkaanse ouders moeten preventieve handelingen worden bijgebracht, zoals het vanaf het eerste levensjaar poetsen van het gebit van hun kinderen en erop toezien dat de kinderen het later ook zelf doen. Uit het onderzoek is gebleken dat tandenpoetsen bij Turkse en Marokkaanse kinderen minder een gewoonte is dan bij Nederlandse en Surinaams/Antilliaanse jeugd. Van de Nederlandse kinderen poetst 83 procent tweemaal daags of vaker.

Turkse en Marokkaanse kinderen, en in iets mindere mate de Surinaams/Antiliaanse kinderen, bezochten in groten getale de schooltandarts in plaats van de huistandarts. Reden om, aldus de onderzoekers, schooltandverzorging in het vervolgonderwijs te continueren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.