+ Meer informatie

Voortdurend in touw

4 minuten leestijd

Op geregelde tijden wordt in het zendingsarbeid in Rhodesia het Heilig Avondmaal gehouden. Eigenlijk moet ik zeggen: er worden Avondmaalstijden gehouden. Het gaat niet als bij ons: voorbereiding, Avondmaal en nabetrachting, maar zoals het in de Vrije Schotse kerken de gewoonte is, zo gaat het ook in het zendingsgebied. Over de vorm is in deze artikelen al meer geschreven. Al enkele dagen van te voren komen cle mensen naar cle plaats waar het sacrament zal worden bediend. Dan hebben er verscheidene bijeenkomsten plaats; er wordt met de mensen gesproken over verschillende moeilijkheden; kortom, de voorbereiding neemt een zeer voorname plaats in.

De voorlaatste week in mei van het vorige jaar werd Avondmaalstijd gehouden in Ingwenya, de plaats waar al meer over gesproken is. Het was zeer aangenaam en verkwikkend. Er heerste een geest van broederlijke liefde. Van alle kanten waren ook nu mensen opgekomen. Verscheidene bezoekers vroegen om lidmaatschap. Na onderzocht te zijn, kon echter niemand worden aangenomen. Er was gebrek aan kennis en bevinding.

Een vrouw, clie onder censuur was geweest, werd van de censuur ontheven. Ze was niet wettelijk getrouwd, maar nu was haar man gestorven, zodat ze weduwe was. Haar werden enkele vragen gesteld, waaruit we kunnen afleiden, onder welke moeilijke omstandigheden gelovigen zich hier vaak bevinden.

Men vroeg haar: „Aangezien u nu weduwe bent, hebben de familieoudsten u reeds aan één van de naastbestaanden gegeven? " Hierop volgde een ontkennend antwoord.

Een volgende vraag luidde: „Daar u tevens uw kind wilt laten dopen, begrijpt u, dat dit inhoudt, clat u zelf verantwoordelijk moet zijn voor het grootbrengen van dat kind? " De vrouw mocht het dus niet aan één van de familieleden geven.

Alle mogelijke voorvallen vragen om een oplossing. Een week voor de Avondmaalstijd kwam een man bij Van Woerden om een Bijbel te kopen. Dat kon natuurlijk gebeuren en graag ook. Deze man had twee vrouwen en beide vrouwen waren bij hem. Nu kwam de tweede vraag: of hij asjeblieft in de kerk mocht komen, want hij had horen zeggen, dat mannen met meer dan één vrouw niet binnen gelaten werden.

Van Woerden antwoordde hem, dat ieder zeer welkom is, niet om in de kerk te komen, maar om tot Christus te komen, met al onze vrouwen en met al onze zonden.

Wat was cle man verheugd dit te horen! Wat komt er in een zendingsgebied veel kijken! De werkers zijn voortdurend in touw; de dagen en avonden zijn steeds gevuld. Geregeld vragen de kerkdiensten veel voorbereiding. Op de scholen moet toezicht uitgeoefend en de boekhouding vraagt veel hoofdbrekens.

Zij, die hun taak in alle ernst opnemen, hebben een zwaar verantwoordelijk werk te verrichten. Wat hebben ze wijsheid nodig en vertrouwen, dat de Heere dit zendingswerk laat geschieden tot cle eer van Zijn Naam en tot de komst van Zijn Koninkrijk. Dan wordt de arbeid licht, omdat men weet, dat we zijn op een terrein waar God ons hebben wil. En als we weten, clat de kerken in het moederland met geld en gebeden achter ons staan, verzoet dit het zo vaak bittere werk in cle rimboe.

Voor Van Woerden komt er nog bij dat hij maar heen en weer moet trekken. Iedere veertien dagen moet hij cle zondag-over naar Ingwenya. Op zondag moet hij dan twee diensten leiden en 's zaterdags zijn er steeds noodzakelijke dingen te doen voor Miss Nicolson, het hoofd van de Ingwenya-mission sinds Mr. Miller vertrokken is. Voor Miss Nicolson is de verantwoordelijkheid erg groot, daar er geen europese mannen te Ingwenya zijn; zij is de enigste blanke in dat gebied.

Meestal heeft Van Woerden slechts een kwartier de tijd om zijn koffer te pakken. Aan alles moet hij denken. Vooral cle medische dienst valt zwaar. Er is zo veel ellende wat het lichamelijke betreft en die nood moet ook worden gelenigd, vaak met zeer bescheiden middelen.

Al deze werkzaamheden zijn nodig om het Koninkrijk des Heeren te doen komen. Wat legt dan de Heere veel, zeer veel aan een mens ten koste! Wat moet de Heere meer aan Zijn wijngaard doen dan Hij al gedaan heeft?

Als wij dan bedenken hoe wij zo rijk zijn gezegend door geboren te mogen worden in een christenland! Van jongsaf cle weg zijn voorgehouden, clie we gaan moeten, de weg, die naar het Leven leidt!

Dan zouden wij wel beschaamd moeten zijn, als we tot nu toe ons van het zendingswerk niets hebben aangetrokken.

Als er geen andere motieven waren om mee te werken aan het zendingswerk, dan alleen uit dankbaarheid, dat wij Gods Woord van onze prille jeugd hebben mogen horen, dan was het al genoeg om alles te doen wat onze hand vindt om te doen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.