+ Meer informatie

"Kernvraag" verzoekt bezinning op krijgseed

Geestelijken consulteren krijgsmacht

2 minuten leestijd

LEIDSCHENDAM — Er is een herbezinning nodig op de krijgseed. Dat schrijven de negen medewerkers aan de pas uitgegeven brochure "De krijgseed". De studie, die verschijnt als nummer 97 in de reeks "Kernvraag" van de hoofden van dienst van de protestantse en roomskatholieke geestelijke verzorging in de krijgsmacht, is de eerste over deze materie sinds 1970. In dat jaar verscheen een nu uitverkochte publikatie over de officierseed.

Sedert 1984 moet de eed worden afgelegd door alle beroeps- en reservepersoneel van de krijgsmacht. Dat komt door het in dat jaar ingevoerde Algemeen Militair Ambtenarenreglement (AMAR). Tot die tijd gold de verplichting alleen voor de officieren.

Binnen de krijgsmacht gaan vraagt men zich echter steeds meer af of de eed/belofte van trouw aan de Koningin en de krijgstucht nog wel relevant is nu nationale gevoelens van veiligheid en bescherming van nationale waarden op een „bijna dramatische wijze" worden bepaald door de wereldomvattende realiteit. De schrijvers verwijzen hierbij naar de recente oorlog in de Golf.

Echt nodig?

De schrijvers in "Kernvraag" vragen zich af of de eed/belofte nog wel echt nodig is en of deze nog wel echt iets essentieels toevoegt aan de verhouding militair/overheid. Volgens luitenant-kolonel J. A. van Reijn telt alleen de eigen verantwoordelijkheid om naar eer en geweten te handelen.

Oud-hoofdluchtmachtpredikant ds. A. Karreman vindt het een gevaarlijke overweging dat de eed zou moeten worden herzien omdat de historische context zich sinds 1814 zo sterk heeft gewijzigd. „Dat is even gevaarlijk als de vraag, of wij niet toe zijn aan een nieuwe tekst voor ons volkslied".

Harvey Cox

Karreman citeert met instemming de Amerikaanse theoloog Harvey Cox. Deze meent dat de religie van een volk niet enkel fantasie en hoop omvat, maar ook geheugen en heimwee. „Het is een levende compilatie van liederen en plechtigheden, die een volk gedurende zijn geschiedenis verzamelt. Een schat van herinneringen, zonder welke het geen toekomst heeft".

Volgens Karreman komt het er bij een zijns inziens „broodnodige" herbezinning op de eed op aan dat de oude, klassieke bewoordingen vanuit hun historische context doorzichtig worden gemaakt voor het heden. Zonder deze „klassieke" scholing zou het voor elke burger in uniform onmogelijk moeten zijn om de eed/belofte af te leggen, zo vindt hij.

De brochure bevat tevens een analyse van meningen onder het personeel van de krijgsmacht. Aan zestien geestelijk verzorgers van de verschillende krijgsmachtonderdelen werd gevraagd vraaggesprekken te houden met vier of vijf militairen over hun persoonlijke beleving van de eed/belofte en de wijze waarop zij daarop werden voorbereid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.