+ Meer informatie

COLUMN: DE WERKELIJKHEID ALS HERMENEUTISCHE SLEUTEL?

5 minuten leestijd

Het probleem

De titel van deze column schiikt eerder afdan dat ze aanspreekt, vermoed ik Toch kan ik van het onderwerp met loskomen, en ook met van de formulering. Ik moge de lezer uitnodigen vetder te lezen en met mij mee te denken over een thema dat voor een column misschien wat ongewoon is. De zaak gaat mij ter harte.

De vraag in de titel raakt het probleem van het verstaan van de Schrift. In hoeverre mogen wij onze ervaringswereld inbrengen in het verstaan van de Schrift?

Enkele voorbeelden

Ik geef enkele voorbeelden. Wij wijzen slavernij af als in strijd met de waardigheid van het mens-zijn. Slavenhandelaren behandelen mensen als koopwaar. Dat kunnen we niet meer aanvaarden. Wij kunnen het als bijbels gegeven ook met goed praten. Denk aan de vernietiging van volksstammen in het Oude Testament. Dat strijdt met ons gevoel van rechtvaardigheid.. Denk aan de polygamie. Het feit dat een man (Abiaham en David bijvoorbeeld) rustig meer dan één, ja zelfs heel wat vrouwen had. Hoe verdraagt zich dat met het monogame huwelijk?

En dan de positie van de vrouw: vanuit het levensgevoel in onze samenleving heeft een vrouw dezelfde techten op taken en posities als een man. Niet alleen in de maatschappij, maar ook - zo menen velen - in de kerk. Denk aan de veranderde visie op het huwelijk. Wel een belofte van trouw voor het leven (hoewel voor velen ook met noodzakelijk), maar in geen geval een huwelijk ten oveistaan van de overheid zoals vioegei algemeen gebruik was. Ik noem ook de waardering van homoseksualiteit. De consequenties van de veiaderde visie komen uit in de mogelijkheid van een huwelijk tussen twee mensen van hetzelfde geslacht.

De lezer begrijpt dat er veel meer voorbeelden zijn te noemen. Ik deed een met geheel willekeurige keus, maar toch met meer dan een keus.

Onze levenservaring en cultutirbeleving

De titel stelt voor de vraag, in hoeverre zijn onze culturele gebiuiken en verworvenheden mede bepalend voor de maniei waarop wij de Schrift lezen? In hoeverre kunnen en mogen ze dat zijn? Het argument voor een positief antwoord is voor een aantal theologen het feit dat Gods openbaring in onze werkelijkheid is ingegaan. Dat is toen gebeurd, in de tijd van de bijbelschrijvers. Dat gebeurt nu nog als wij westerse mensen van de twintigste eeuw de bijbel lezen. Onze totale ervaringswereld, zo zegt men, klinkt mee als wij de bijbel lezen. Wij kunnen de boodschap van die ervaringswereld niet tot zwijgen brengen als wij met de bijbel bezig zijn. Zouden we dat wel moeten doen, dan zouden we eeuwen terug moeten gaan in de geschiedenis. Dan zouden we uit onze tijd moeten stappen. Dat is toch volstrekt onmogelijk.

Wie het Woord van God als gezaghebbend, dus als volstrekt normatief aanvaaidt, kan niet om zijn werkelijkheidsbelevmg heen. Hij mag zijn ervaringswereld laten meespreken als hij de Schrift in haar betekenis voor vandaag wil verstaan.

Hier ligt de kein van het probleem. Wie met de bovengeschetste tedeneiing instemt, aanvaardt onze werkelijkheidsbelevmg als een sleutel tot het verstaan van de Bijbel; dus als een hermeneutische sleutel.

Voortgaande openbaring

Wie zo redeneert doet meer dan alleen de bijbel te onderviagen op wat de bijbel wil zeggen. Hij brengt in het ondeivragen van de bijbel naai zijn diepste bedoeling zijn eigen werkelijkheidsbelevmg als normatieve factoi mee. God heeft toen gesproken. God heeft echter ook m het heden gesproken. Dat spreken van toen (de bijbeltekst) en dat spreken van nu (onze werkelijkheidservaring) moeten samengebracht worden. Beslissend is dat onze werkelijkheidsbelevmg een eigen normatieve bijdrage levert aan het verstaan van de Schrift.

We kunnen bij deze opvatting eigenlijk met ontkomen aan de conclusie dat God zich na de afsluitng van de canon verder openhaalt in onze werkelijkheid Immers onze ervaringswereld wordt een normatief gegeven om de bijbel te verstaan.

Een mixture

Wie deze conclusie op zich laat inwerken, moet nog een stap verder gaan. Hij moet zover komen dat hij concludeert: God heeft Zich toen en daar geopenbaard. Wij aanvaarden het middel of het verslag daarvan (te weten de bijbel) als normatief. Maar daar kunnen we met bij blijven staan. Onze ervaringswereld heeft in dit hermeneutisch proces ook zijn aandeel te leveren. In onze ervarmgswereld spreekt God ook, want God is in onze wereld ingegaan.

Mijn conclusie is dan deze: Uit de combinatie ian wat de bijbel zegt en wat onze ervaring zegt, moeten we opmaken wat God nu zegt en van ons vraagt. Ik zou hier willen spreken van een mixture van twee bronnen.

Wie onze werkelijkheid als hermeneutische sleutel hanteert, kan aan het mixture-model met ontkomen. De lezer zal vragen hoe moet het dan wel? Deze beschouwing leg ik voor in het kader van een column. Daarom breek ik nu mijn verhaal af. Wellicht dat ik in een volgende column een ander aspect van dit hermeneutische vraagstuk kan bespreken. Een column is bedoeld om het nadenken van de lezer te stimuleren. Ik hoop dat ik dat hiermee heb gedaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.