+ Meer informatie

„Gerechtigheid als geschenk“

6 minuten leestijd

Toen ik in de vijftiger jaren als jonge en pas beginnende ouderling werd toegevoegd aan een oude en ervaren ambtsbroeder, kwamen op huisbezoek steevast begrippen als heils¬orde ter sprake. Begrippen als roeping, geloof en bekering, rechtvaardigmaking, heilig¬making en verheerlijking waren in die tijd voor vrijwel elk kerklid herkenbare zaken, doordat er in prediking en catechese ruim aandacht aan werd gegeven. Ik herinner mij nog zeer goed de vaste uitspraak van mijn oude medebroeder op adressen waar men in onzekerheid leefde rond de vraag of men persoonlijk ook werkelijk mocht delen in Gods vergeving in Christus, namelijk dat de Here God geen nette christenen maar god-delozen rechtvaardigt. In zijn geestelijk spraakgebruik hanteerde hij ook dikwijls het begrip „rechtvaardigmaking in de vierschaar van de consciëntie”.

Vijf en dertig jaar verder kan men zeggen dat een begrip als rechtvaardigmaking uit de geestelijke omgangstaal nagenoeg is verdwenen, behalve dan misschien in rechtsortho-doxe kring, waar door velen nog goed wordt geweten met welke gedachten dit begrip vanuit de Schrift en de oude belijdenissen van de kerk is gevuld. In de catechismuspre-diking en op catechisatie komen begrippen als rechtvaardigmaking en heiligmaking na¬tuurlijk nog wel aan de orde omdat zij uiteindelijk heel essentiële geloofszaken uit¬drukken, maar er is vandaag toch een tendens om moeilijke begrippen uit de oude ge-loofsleeer niet meer te gebruiken. Dat kan men misschien als positief waarderen, voor zover men daardoor ontkomt aan een automatisch en schematisch gebruik van deze be¬grippen. Maar men moet het naar mijn overtuiging als negatief, dat is als vervlakking, aanmerken voor zover geen nieuwe woorden voorhanden zijn die genoegzaam uitdruk¬ken waarom het in de grond der zaak bij deze oude geloofsbegrippen gaat.

Voor mij ligt uit de serie „Bij-Tijds-Geloven” het boek „Gerechtigheid als geschenk” van prof .dr. J. van Genderen. Al enige tijd geleden is het verschenen. Aan de vele posi¬tieve recensies die dit boek kreeg, voeg ik er op deze plaats graag nog één toe. En om dan maar te beginnen waarmee een boekbespreking meestal eindigt: het hoort in de boekenkast van elke ambtsdrager te staan en de inhoud behoort het geestelijk eigen¬dom te zijn van een ieder, die geroepen is om de gemeente geestelijk leiding te geven. Want waar is wat in de inleiding van het boek staat, namelijk dat naast de Heilige Schrift het reformatorisch belijden vanwege zijn Schriftuurlijk karakter, voor de heden¬daagse discussies rond geloof en leven nog steeds een waardevolle bijdrage vormt. Dan is het alleen maar toe te juichen als een poging wordt gedaan om bij het licht van de Schrift in verstaanbare woorden voor nu uiteen te zetten waarom het gaat in de ge¬loofsgeheimenissen, waarover in de oude belijdenissen van de kerk wordt gesproken.

De rechtvaardiging door het geloof mag wel als één van de grootste geheimenissen wor¬den aangemerkt. „De rechtvaardiging in de bijbelse zin van het woord is te omschrijven als een genadige daad van God, die zondige mensen vrijspreekt van schuld en straf en hun recht geeft op het eeuwige leven. Dat heil schenkt Hij in Christus en dat mogen wij nu geloven!” Aldus de auteur bij de inzet van zijn boek. En hij laat erop volgen dat de christenheid en de theologie over dit geloofsgeheimenis nooit uitgedacht zullen raken. Persoonlijk en in ons ambtelijk bezigzijn zullen we het geheimenis van de rechtvaardi¬ging van de zondaar blijvend moeten doordenken en beleven, willen we niet losraken van het hart van het Evangelie der verzoening. Dat gevaar is in onze tijd levensgroot aanwezig. Aan het begin van zijn boek wijst de schrijver erop dat onze tijd de vragen rond de recht¬vaardiging van de zondaar als enkeling achter zich heeft gelaten. Het heil heeft zich ver¬legd van het persoonlijke naar het algemene. Van het heil voor straks is het heil voor nu gemaakt. „Wij worden geconfronteerd met een consequente horizontalisering van het heil” (pag. 11). Bekommernis om het persoonlijke heil wordt vandaag al gauw als een vorm van zelfzucht gezien (pag. 12). De vraag van de moderne mens is niet meer: hoe krijg ik een genadige God, maar: Wie en waar zijt Gij, o God.

Verdiepend

Na op pagina 13 te hebben gewezen op de samenhang tussen de verschillende aspecten van het heil (de Vader verkiest tot het heil, de Zoon verwerft het en de Heilige Geest maakt het ons deelachtig), gaat de schrijver op de volgende pagina’s in op de discussies en theologische verschillen rond de rechtvaardiging en op de actuele vragen rond dit the¬ma tussen Rome en de reformatie. Wat weergegeven wordt over de uitspraken van het concilie van Trente in tegenstelling tot wat de reformatie belijdt, is uitermate leerzaam.

Dat geldt ook van de pagina’s waarop de schrijver de visies op en de interpretaties van de rechtvaardiging bij theologen als Karl Barth en Paul Tillich natrekt en van commen¬taar voorziet. Dat alles na eerst op duidelijke wijze te hebben aangegeven met welke woorden in het Oude en Nieuwe Testament over de vergeving van zonden wordt ge¬sproken. Als de bijbellezer, ook de ambtsdrager, misschien wel eens moeite heeft gehad met de tegenstelling die er lijkt te zijn tussen de rechtvaardiging door het geloof van Paulus en de rechtvaardiging door de werken van Jacobus, dan wordt in dit boek dui¬delijk gemaakt dat er tussen deze twee apostelen zeker geen tegenstelling bestaat. Bij beiden ging het om een geschonken geloof dat door de liefde werkt. Men zou ook kun¬nen zeggen: om een geloof waarin de samenhang tussen rechtvaardiging en heiliging waarneembaar is. Ook op die samenhang gaat het boek in een apart hoofdstuk in.

In het hoofdstuk „de kerk en de verkondiging van de rechtvaardiging” wordt met kracht gesteld dat dit stuk van de geloofsleer met overtuiging en in duidelijkheid vanuit de Schrift door de kerk blijvend moet worden verkondigd. En wanneer dat vanwege de vervreemding van de oude kerktaal in eigentijdse termen en beelden gebeurt, is dat niet erg, als de kernwoorden van de Heilige Schrift naar diepte en draagwijdte er maar niet onder lijden of worden vervangen, aldus de schrijver.

Op ambtsdragers - en dan met name op de ouderlingen - rust de plicht erop toe te zien dat in de prediking aan wat de bijbel over de rechtvaardiging als geschenk van God zegt, recht wordt gedaan en zij moeten het tot hun taak rekenen op huisbezoek de aan hun zorg toevertrouwde gemeenteleden vanuit dit geloofsstuk te troosten en richting te wij¬zen. Dit boek, dat een uitgave van Kok-Kampen is en slechts f. 20,75 kost, zal hen daar¬bij kunnen helpen en wellicht ook voor hun eigen leven verdiepend kunnen werken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.