+ Meer informatie

Het primaat van de psalmen in de eredienst

10 minuten leestijd

In mijn studententijd (de jaren 70 van de vorige eeuw) speelde in de Christelijke Gereformeerde Kerken telkens weer de vraag: ‘Wat mis je als je geen gezangen zingt?’ Er werden toen in de CGK geen gezangen gezongen, behalve de zogenaamde Enige Gezangen. Maar vrije liederen waren uit den boze.

Toch bleef de vraag komen om ook andere liederen te mogen zingen. Tientallen jaren werd het niet toegestaan. Tientallen jaren waren er gemeenten die het toch deden. ‘Want’, zeiden ze, ‘je mist iets als je geen gezangen zingt in de eredienst. Het is toch vreemd dat de gemeente van de Heer Jezus Christus in haar lied niet direct hoorbaar de naam van Jezus Christus mag noemen?’ Die kritiek had ook ik in mijn studententijd. En ook als predikant heb ik altijd gepleit voor andere kerkliederen naast de psalmen.

Vandaag de dag is het zingen van gezangen en liederen van allerlei soort, maat en gewicht zo vrij geworden, dat de generale synode zich genoodzaakt zag om aan deputaten eredienst te vragen: ‘Help de kerken. Want anders zien ze door de bomen het bos niet meer en wordt nog werkelijkheid waar de vaders van de Afscheiding voor hebben gewaarschuwd, namelijk dat we via ‘sirenische minneliederen’ van de waarheid van het evangelie zouden afdwalen.’ Zo letterlijk zei de synode dat niet. Maar men vroeg wel: ‘Geef ons handvatten om liederen te kunnen toetsen of ze wel of niet geschikt zijn voor de eredienst.’

En zo werd Zuiver Zingen uitgegeven, een handreiking bij het toetsen van liederen voor de eredienst.

De situatie nu

Er worden nu totaal andere geluiden gehoord dan in mijn studententijd. Moeten we nog wel langer psalmen zingen in de kerk? Mis je wat als je geen psalmen meer zou zingen? Je moet hier en daar haast in de verdediging als je een pleidooi voert om psalmen te blijven zingen in de kerk. Wat voor mij altijd vanzelfsprekend was, blijkt ook in de CGK niet overal nog zo vanzelfsprekend te zijn. Steeds weer hoor je geluiden dat het zingen van psalmen problematisch is (geworden). Daarbij speelt de muzikale smaak een rol, maar dat niet alleen.

Factoren die het zingen van psalmen moeilijk maken

Eén van de factoren die het zingen van psalmen moeilijk maakt, is de taal. Een psalm - of je nu de bijbeltekst neemt of de berijming daarvan - is poëzie. En poëzie wordt lang niet door iedereen genoten. Het wordt ook niet door iedereen begrepen. Veel mensen vinden dat een tekst meteen te begrijpen moet zijn. Zelfs bij de psalmtekst uit de Bijbel verzuchten mensen soms hardop of stil: waarom zegt de dichter het niet ‘gewoon’.

Daarom bestaat er vaak niet alleen moeite met de psalmen, maar ook met liederen uit bijvoorbeeld het ‘Liedboek voor de kerken’, of het nieuwste liedboek, ‘Liedboek, zingen en bidden in huis en kerk’. Daar kom je om zo te zeggen ook nog psalmtaal tegen.

Ook de inhoud kan een barrière vormen. Wat moet je bijvoorbeeld met wraakpsalmen? Wij hebben geleerd dat we de vijanden moeten liefhebben. Daar past toch geen oproep tot wraak bij? Gevoelens van wraak kunnen we ons in sommige gevallen nog wel voorstellen, maar je mag die gevoelens blijkbaar niet uiten.

Een derde factor is: je komt er zo weinig direct iets van Jezus tegen. In de Lutherse traditie is dat opgelost door liederen te schrijven die weliswaar geent zijn op de psalmen, maar waarin toch onmiddellijk over Jezus wordt gesproken. Het bekende lied ‘Een vaste burcht is onze God’ is Luthers versie van Psalm 46. In een oude vertaling kom je daarin de passage tegen: ‘Vraagt gij zijn naam, zo weet/ dat Hij de Christus heet/ Gods eengeboren Zoon’. In een berijmde psalm van gereformeerde snit is dit ondenkbaar.

Bij dit alles speelt ook nog het eigene van de tijd een rol. Het leven is flitsend en flexibel geworden. We hebben moeite om ons lang op één punt te concentreren. Het moet telkens weer anders om nog boeiend te blijven, en het moet spontaan zijn om nog authentiek te zijn.

Het Nieuwe Testament, de synagoge en de psalmen

Toch kunnen we in de kerk niet zomaar om psalmteksten heen. In het Nieuwe Testament komen we citaten uit het Oude Testament tegen. Een groot deel daarvan komt uit het boek van de psalmen. De eerste christenen waren Joden. In de liturgie van de synagoge spelen de psalmen een belangrijke rol. En dat gaat weer terug op de eredienst in de tempel. Psalmen hebben hun vaste plaats gekregen tussen lezingen en gebeden, in de getijden van morgen-, middag- en avondgebed, en in bijzondere diensten als huwelijk en begrafenis. De keuze van de psalmen was bepaald. Zo hebben de dagen van de week bijvoorbeeld een vaste psalm gekregen. De joodse traditie ziet op een of andere manier een verband tussen de gekozen psalmen en de scheppingsdagen. Op de grote feesten wordt het Hallel gezongen, de psalmen 113-118. Er worden bij liturgische handelingen bepaalde psalmverzen gereciteerd die de betekenis van de handeling onderstrepen. Zo horen bij bepaalde schriftlezingen ook bepaalde psalmen. Vermoed wordt ook dat het niet voor niets is dat het psalmboek uit vijf bundels bestaat, naar analogie met de vijf boeken van Mozes.

Die teksten die dagelijks, wekelijks, jaarlijks terugkeren, zetten zich vast in de hoofden van mensen en als het goed is ook in de harten. Het is dus niet verwonderlijk dat we in het Nieuwe Testament veelvuldig citaten of toespelingen op de psalmen vinden. Die teksten hadden vlees en bloed aangenomen bij de mensen. De eerste nieuwe liederen die je in het Nieuwe Testament tegenkomt, de Lofzang van Maria, de Lofzang van Zacharias en de Lofzang van Simeon, liggen qua sfeer en taal dan ook dicht tegen de psalmen aan.

Dat laat iets van de continuïteit zien, iets van de eenheid tussen het Oude en Nieuwe Verbond. Als we het Nieuwe Testament binnenstappen, stappen we niet een totaal andere wereld binnen in vergelijking met het Oude Testament. Vervulling van het oude betekent niet een streep door het oude, maar dat het oude tot volheid is gekomen. De witte bladzijde tussen het Oude en Nieuwe Testament is geen diepe gracht of een dikke scheidingsmuur. Het is meer een markeringspunt waarbij het oude nieuwe vergezichten krijgt, die ook beslissend zullen zijn.

Vanuit dit gezichtspunt is het haast vanzelfsprekend dat we de psalmen op een of andere manier veelvuldig tegenkomen in het Nieuwe Testament.

Psalmen als spiegel van het (geloofs)leven

Daarnaast verwoorden psalmteksten ook gevoelens en omstandigheden waarin mensen zich (hebben) kunnen herkennen. Tussen klacht en lofzang zit een scala aan menselijke ervaringen die in de psalmen zijn verwoord. Het Oudtestamentische psalmboek is een door de Geest geinspireerd gebedenboek. Het valt te verwachten dat daarvan door de gelovigen gebruik wordt gemaakt.

Een belangrijker reden waarom we de psalmen zo veelvuldig tegenkomen in het Nieuwe Testament is de messiaanse duiding van de psalmen. Men heeft in de psalmen de stem van Christus gehoord tot de Vader, of de stem van de gemeente (als het lichaam van Christus) tot Christus, of de stem van de profetie over Christus.

Rond de kruisiging van Jezus worden bijvoorbeeld veel psalmteksten geciteerd. Tegen de Emmaüsgangers zegt Jezus dat in ‘wet, profeten én psalmen’ over Hem geschreven is. De psalmen vormen de stem van Christus of gaan op een bepaalde manier over Christus. Er zijn ook citaten die de stem van de gelovige/gemeente weergeven tot Christus. Denk bijvoorbeeld aan de stervende Stefanus in Handelingen 7 (Ps. 31:6).

Psalmen en de kerk

Wat we in het Nieuwe Testament tegenkomen, heeft zich in de vroege kerk alleen maar voortgezet. De psalmen vormen het lied- en gebedenboek van Christus en dus ook van het lichaam van Christus, de kerk. Zo hebben de auteurs uit de tijd van de martelarenkerk en de kerkvaders over de psalmen geschreven. De vroege kerk heeft het zingen en bidden van de psalmen in de liturgie als iets vanzelfsprekends overgenomen van de synagoge, aanvankelijk tot in de zangwijzen toe. Bij liturgie moeten we dan niet alleen denken aan de zondagse erediensten, maar ook aan de getijden, het dagelijkse morgen-, middag- en avondgebed waarin de psalmen een grote plaats hebben. In de kloosters wordt dat nog steeds beoefend.

Volgens Bonhoeffer is het psalmboek het gebedenboek van Jezus Christus in de meest eigenlijke zin. Tegelijk is dit het gebedenboek van de gemeente van Jezus Christus. Wanneer de gemeente psalmen bidt en zingt, klinkt via haar de stem van Christus. Toen in de tijd van de reformatie werd nagedacht over het lied in de eredienst, werd door Calvijn het lied dat gezongen werd ook geschaard onder de categorie gebeden. Daarbij had hij Augustinus in gedachten die gezegd heeft dat zingen dubbel bidden is. Het muzikale aspect van een tekst maakt een tekst blijkbaar indringender. Misschien is dat het belangrijkste dat we van de traditie kunnen leren: de psalmen vormen samen een gebedenboek en niet allereerst een liedboek. In die stroming van het protestantisme waarin met name de Nadere Reformatie een rol heeft gespeeld, heeft men over het algemeen moeite met gebedsteksten die vooraf opgeschreven zijn. Dat geldt ook voor meer evangelische stromingen. Een gebed wordt dan pas als echt gezien als het spontaan uit het hart opkomt en wordt uitgesproken. Het gebed als uiting van wat er in je hart leeft. In de joodse traditie ligt dat anders, evenals in die traditie in het christendom waar men het getijdengebed kent. Wat in de psalmen gezegd wordt, is lang niet altijd rechtstreeks tot God gericht. Maar de teksten worden in de liturgie wel voor zijn aangezicht uitgesproken en krijgen zo een gebedskarakter. De psalmen reciterend voeg je je in de structuur van de traditie van Gods volk dat leeft voor Gods aangezicht. Ons leven met zijn ups en downs en Gods daden van gerechtigheid, liefde, genade, barmhartigheid worden in zijn tegenwoordigheid onder woorden gebracht.

Het primaat van de psalmen.

Er is alles voor te zeggen om het primaat van de psalmen in de eredienst te erkennen. Daarbij gaat het niet allereerst om het aantal psalmen dat gezongen wordt. Maar wel om de psalmen als oriëntatiepunt en ijkpunt in de eredienst.

Uit eerbied voor en in navolging van de Heer die zelf op letterlijk de meest cruciale momenten van zijn leven op aarde de psalmen in de mond heeft genomen, past het de gemeente als het lichaam van Christus om dat ook te blijven doen, totdat Hij komt. Als Hij er kracht en moed en troost uit heeft geput, zou dat dan voor ons niet meer gelden?

De psalmen scheppen niet alleen verbondenheid met de Heer, maar ook met het volk waaruit de Heer is ontsproten, Israël. De persoon en het werk van Christus vormen een smartelijke breuk tussen Israël en de kerk. Het liturgische gebruik van de psalmen in zowel de synagoge als de kerk laten in ieder geval de verbondenheid en verwantschap zien. Het gebruik van de psalmen in beide tradities zou ook aanleiding kunnen zijn tot het gesprek aangaande de Messias.

In de psalmen worden ervaringen en emoties onder woorden gebracht waar we niet altijd zelf woorden voor hebben. We hoeven het niet allemaal zelf te bedenken.

De psalmen bewaren ons voor de eenzijdigheid om alleen maar te zingen van het persoonlijke heil dat ons in Christus geschonken is. De schepping en de (verhoudingen in de) volkerenwereld worden in en door Hem vernieuwd. In de psalmen worden ons woorden aangereikt om daarvan te zingen.

Een structurele omgang met de psalmen is ook vormend voor het persoonlijk gebed en voor het scheppen van nieuwe liederen.

Een vaste orde bij het gebruik van de psalmen in de eredienst bewaart de gemeente voor het gevaar om te drijven op emoties of omstandigheden. Het geeft ook structuur aan de eredienst en gaat willekeur of persoonlijke voorkeur tegen.

Psalmen biddend en zingend voegt de gemeente/het gemeentelid van vandaag zich in de traditie van Israël en de kerk der eeuwen. Er zit iets in van de gemeenschap der heiligen uit verleden, heden en toekomst.

Ds. Groenleer is sinds 22 juni 2014 emeritus predikant. Hij is voorzitter van het deputaatschap kerk en Israël.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.