+ Meer informatie

INTERVISIE ONDER PREDIKANTEN hulp onder lotgenoten — een zelfhulpgroep

7 minuten leestijd

PREDIKANTEN IN ZWAAR WEER

Bovenstaand is een korte beschrijving van een intervisiebijeenkomst zoals ik die ca 7 jaar in het westen van het land met christelijke gereformeerde collega’s heb meegemaakt. Sinds zo’n 3 jaar doe ik hetzelfde met nederlands gereformeerde collega’s in de regio Utrecht, omdat ik na een paar jaar toe was aan een andere, nieuwe groep. En ik moet zeggen: het helpt mij enorm.

Nogal wat gemeentepredikanten verkeren in zwaar weer. Ontkennen heeft echt iets van ‘de kop in het zand steken’. Ik doe geen uitspraak over een exact getal of percentage. In dit blad is hiervoor al eerder aandacht gevraagd (AC maart 2007, pag. 31). Opbouw –opinieblad voor de Ned. Geref. Kerken- wijdde in September 2008 een themanummer aan deze zaak onder de veelzeggende titel ‘Werkers in een veranderende kerk’. Vgl. ook Dienst –toerusting ambtsdragers binnen de Geref. Kerk vrijg. (pag. 2w)- van januari/februari 2002 waarin tegen deze achtergrond wordt geschreven over werkbegeleiding van predikanten en kerkenraadsleden.

Ik ga hier niet de problematiek rond predikantswerk beschrijven. Maar omdat intervisie tegen de achtergrond staat van ‘predikanten in zwaar weer’ wil ik er wel een paar aanstippen, die zich juist hier doen gelden. Ik benoem hier geen privéontwikkelingen van de predikant of in zijn gezin, waardoor hij in problemen raakt; daar zijn andere instanties voor. Relevant zijn de werkgerelateerde problemen, en daarom schets ik enigszins die, welke tot intervisie aanleiding geven. Ik maak gebruik van elders gegeven typeringen.

Waardoor raken sommige predikanten ‘in de berm’:

• een incidentele ongelukkige combinatie tussen predikant en gemeente;

• een predikant kan veranderingen in zijn werk(omgeving) niet bijbenen; te denken valt aan: aanpak prediking, catechese, pastorale zorg, missionaire roeping, gemeente-opbouw;

• veranderingen in het leiderschap van de gemeente, waardoor de leidersrol van de predikant aan flinke veranderingen onderhevig is;

• werkdruk en taakopvatting, als die onverantwoorde vormen aannemen;

• ontbrekende collegiale hulp.

Vormen van werkbegeleiding

Niet alleen via intervisie wordt er aan werkbegeleiding van predikanten gedaan.

Daarom benoem ik eerst kort een paar gebruikelijke vormen:

• mentoraat: een mentor is vaak een oudere, in ieder geval ervaren collega die een jongere collega inleidt in het werk;

• coaching: een coach helpt je om werk-gerelateerde problemen onder ogen te krijgen. Coaching is individuele begeleiding door iemand al of niet uit je omgeving, die daar meer of minder deskundig in is; een coach is iemand die naast je staat, die luistert, motiveert, stimuleert in het nemen van initiatieven. Een coach houdt je de spiegel voor en zo krijg je inzicht in je functioneren;

• supervisie: een supervisor geeft een intensieve vorm van begeleiding. Bij supervisie gaat het om het persoonlijk functioneren van de predikant. Via een intensief leertraject onder leiding van een (deskundige) supervisor word je je bewust van je eigen functioneren en leer je in een bepaalde situatie effectiever te functioneren. In die één op één situatie leer je als ‘supervisant’ over jezelf;

Intervisie, waar het in dit artikel om gaat: in een intervisiegroep van ca 6-8 deelnemers komen regelmatig mensen van hetzelfde beroep bij elkaar om elkaar op te scherpen door adviezen over vraagstukken uit de praktijk.

‘EEN COLLEGIALE WERKBESPREKING

‘Intervisie is een collegiale werkbespreking van predikanten. Het is een didactische methode waarbij predikanten leren van elkaars werkproblemen door middel van hulp van collega’s teneinde het functioneren in hun werk te optimaliseren.’ Deze omschrijving is in 1996 door ds. Erik Veenhuizen in de kring van het Evangelisch Werkverband in de toen nog Verenigde Protestantse Kerk in Nederland in wording gegeven. In en vanuit het EW is de intervisie onder predikanten sterk gepropageerd. Deelnemers zijn meestal gemeentepredikanten, maar er kunnen ook pastorale werkers meedoen, die in een gemeente werkzaam zijn.

Wat is nu het verschil tussen intervisie en de andere drie genoemde werkvormen?

Coaching, supervisie en mentoraat in vergelijking met intervisie:

• tijdelijk karakter;

• actuele, acute problematiek;

• één-op-één situatie;

• geen gelijke positie.

Intervisie kenmerkt zich in vergelijking met coaching, supervisie en mentoraat door:

• (meer) permanent karakter;

• collegiaal overleg;

• gelijke positie;

• adviezen vanuit eigen werkervaring.

INTERVISIE-AGENDA

Gemeentepredikanten zijn niet direct de makke schapen in het hok. Juist zij kunnen in hun bijeenkomsten wel wat structuur en goede leiding gebruiken. Hoe ziet zo’n bijeenkomst eruit? Er is op een vorige bijeenkomst al afgesproken wie voordien een casus aan de anderen op ca één A4 toezendt. Na het rondje ‘persoonlijk bijpraten’ hanteren we in mijn huidige intervisiegroep het volgende schema:

1. reflexie casus vorige bijeenkomst; door indiener (5 minuten);

2. nieuwe casus: toelichting en leervraag; door indiener (5 minuten);

3. persoonlijke vragen noteren om informatie; door allen (5 minuten);

4. informatieronde: verheldering situatie, de moeite, het probleem van de indiener; door allen (15 minuten);

5. persoonlijk noteren van analyse en advies; door allen (10 minuten);

6. analyse en advies; allen behalve de indiener (20 minuten);

7. reflexie op analyse en advies: wat spreekt mij aan, wat kan ik, wat ga ik doen?; door indiener (5 minuten);

8. dringende vraag of opmerking over gehouden intervisie; door allen (5 minuten);

9. afspraken volgende bijeenkomst; door allen (5 minuten).

We zijn als groep een paar keer deskundig begeleid door Arine Brouwer van het STAGG in Houten en hebben in overleg met haar de bovenstaande agenda vastgesteld. Met deze aanpak houden we elkaar bij het doel van de intervisie-bijeenkomst.

HOE INTERVISIE WERKT

Je komt als intervisiegroep bij elkaar om iets te leren. Je moet je dus bewust zijn dat het meer is dan elkaar in een collegiale ontmoeting iets verteilen over (problemen in) je werk. Het is een weg die je vrijwillig ingaat, waarbij je zelf mag kiezen welke casus je inbrengt, welke leervraag je stelt en wat je met de collegiale adviezen doet. Het is een ontmoeting op voet van gelijkheid, en niet de leraar-leerling situatie, waarbij je nadien je kennis moet tonen. Je probeert via deze leerweg de kwaliteit van je werk te verbeteren door kritisch naar je eigen functioneren te kijken, ideeën op te doen, bemoedigd en gestimuleerd te worden, advies te krijgen.

Je bepaalt in overleg zelf wat je als concreet stuk eigen werk inbrengt. Het gaat niet om allerlei theologische visies of theorieën in te brengen, maar iets waarmee je bezig bent of was. Je legt dat aan collega’s voor en zegt waarover je iets wilt horen.

Je zoekt geen hulp bij een deskundige, maar bij collega’s. Het is dus een soort zelfhulpgroep. De ingebrachte problematiek is dan wel bijzonder voor jezelf, maar geeft bijna altijd herkenning bij de collega’s. Vanuit hun eigen ervaring en kennis brengen zij advies uit. Al is het elke keer op de inbrenger van de casus gericht, allen leren ervan voor hun eigen functioneren. Ieder is verantwoordelijk voor het goed verlopen en slagen van dit proces. Iedere deelnemer wil leren de eigen werkproblemen op te lossen en daardoor beter te functioneren in het ambtelijke werk. Maar je leert er ook je werkproblemen te formuleren, analyseren en adviezen te geven.

De vertrouwelijkheid van wat er tijdens een intervisie wordt gezegd is vanzelfsprekend, maar verdient wel aandacht. Dat is ook de reden dat ik nauwelijks een onderwerp kan noemen wat er tijdens zo’n sessie wordt besproken. Vaak zijn het gesprekssituaties die je inbrengt; waarin het contact niet goed verliep, een botsing plaatsvond, misverstanden bleken, geen contact tot stand kwam enz. enz. Natuurlijk kun je ook situaties uit het gemeentelijke groepsgebeuren inbrengen, zoals in catechisaties bv. Stroeve verhoudingen binnen een kerkenraad of met een kerkenraadslid. Maar het moet wel steeds over je eigen rol daarin gaan, en niet om een theoretische of theologische benadering.

Ik heb goede ervaring met intervisie. Ik heb het ook nodig (gehad). Mijn ervaring is ook dat je daardoor minder eenzaam bent, collega’s beter leert kennen en meer uit de soms niet te vermijden eenzame positie als gemeentepredikant wordt bevrijd. Ik kan het dus van harte aanbevelen.

Ds. K.T. de Jonge (1946) is predikant van de CGK-NGK te Nieuwegein

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.