+ Meer informatie

Zuidhollands afval nog steeds mondjesmaat naar buitenland

Provincie naarstig op zoek naar meer stortmogelijkheden

4 minuten leestijd

DEN HAAG — Nog steeds wordt er mondjesmaat Zuidhoilands afval over de landsgrenzen getransporteerd. Vanuit het Haagse provinciehuis zijn de afgelopen maanden de banden met de directies van vuilverbrandingsinstallaties in Brugge, Glasgow en eentje in de buurt van Londen evenwel nauwer aangehaald. Om te voorkomen dat het misloopt, worden calamiteitenafspraken gemaakt. Voor het geval dat er vertraging optreedt bij de aanleg van stortplaatsen. „We kunnen niet gokken", aldus milieugedeputeerde J. van de Vlist(PvdA).

Met enige zorg wordt in het Zuidhollandse provinciehuis gekeken naar de datum van 1 januari 1992. Met het wegvallen van de Europese binnengrenzen wordt de concurrentie op de afvalmarkt alleen maar groter. Het is dan nog verleidelijker om onze rommel te vervoeren naar landen als Frankrijk en Italië, waar de normen voor de vuilverbranding veel lager Zijn. Terwijl Van der Vlist juist een einde wil maken aan het elders verbranden en opslaan van onze rommel. De vele milieuaffaires blijven de provincie achtervolgen. Het vooral door het Belgische milieuschandaal in Mellery besmette blazoen van ZuidHolland moet weer schoon worden.

De Zuidhollandse milieugedeputeerde meent dat er in Nederland volop stortruimte is. „Maar als de protinc-ies er samen niet uitkomen, het Rijk niet ingrijpt en er onvoldoende capaciteit is, heb je geen keus. Daarom zijn we bezig met zogenaamde uitvoerverkenningen. Overigens voldoen de vuilverbrandingsinstallaties in België en Engeland waarmee wij zaken doen, aan dezelfde normen als onze installaties in bij voorbeeld Dordrecht en Rotterdam".

Niet onder de knie

Nog steeds heeft ook de provincie Zuid-Holland het gigantische afvalprobleem niet onder de knie. De cijfers liegen er niet om. Ieder jaar komt er ruim 5 miljoen ton bouw-. sloop- en bedrijfsafval vrij. Daarvan wordt al ongeveer 70 procent hergebruikt. Het restant, circa 1,5 miljoen ton, kan niet worden gebruikt of verbrand en wordt gestort. Door preventie zal dit jaarlijkse restant binnen tien jaar dalen tot naar verwachting 1,2 miljoen ton.

In de provincie wordt daarnaast jaarlijks ruim 2 miljoen ton huishoudelijk afval en bedrijfsafval verbrand. Dat is ruim 300.000 ton meer dan de vijf in werking zijnde vuilverbrandingsinstallaties aan capaciteit bieden. Het overschot zal vermoedelijk nog groeien tot meer dan 450.000 ton per jaar. De problemen met het verbrandbare afval zijn verergerd door de sluiting van enkele afvalverbrandingsinstallaties, vertraging in de bouw van nieuwe en inbouw van installaties voor rookgasreiniging in de bestaande.

De verwerking van het niet te hergebruiken en niet-verbrandbare afval is in 1990 en 1991 vrijwel volledig vastgelopen. De grote stortplaatsen in Zoetermeer en Bergschenhoek zijn vorig jaar gesloten en nieuwe voorzieningen zijn niet bedrijfsklaar. De overschotten worden nu elders (in het land) gestort, op basis van een retourverplichting.

Derde Merwedehaven
Naarstig wordt gezocht naar de DEN HAAG - J. van der kunnen niet gokken". snelle ingebruikname van nieuwe stortplaatsen. De plaatsen zijn bekend, maar het echte stortwerk kan in twee van de drie gevallen niet spoedig beginnen. De provincie mikt op de Derde Merwedehaven in Dordrecht, die als alles volgens plan verloopt eind dit jaar of begin volgend jaar gebruiksklaar is.

Daarmee kan men ongeveer tien jaar vooruit. De stortplaats Lickebaert in Vlaardingen laat, door onder meer tegenwerking van de gemeenteraad, nog een aantal jaren op zich laten wachten. Ten slotte is er De Hoge Nes in Zwijndrecht/Heerjansdam, een in 1992 in gebruik te nemen stortplaats voor het bergen van overschotten aan verbrandbaar huishoudelijk en bedrijfsafval. De laatste is hard nodig, omdat met de realisatie van een nieuwe vuilverbrandingsinstallatie op Ypenburg ook vele jaren gemoeid zal zijn.

Met enige goede wil kan men tot september/oktober dit jaar vooruit. Gehoopt wordt dat het groeiende hergebruik de afvalstroom enigszins zal indammen. Echt optimistisch is Van der Vlist niet. Tijdens een informatiemiddag over het afvalstoffenbeleid meende hij dat de provincie de fase van de „beperkte zekerheid" nog steeds niet is ontgroeid. Volgens hem is gebleken dat zelfs bij een vlotte medewerking van de plaatselijke autoriteiten en het uitblijven van belangrijke tegenstand, het realiseren van een stortplaats ten minste vier jaar kost. Daarom moet „tussen nu en het jaar 2015 nog een zo'n slag worden geslagen". De provincie zoekt de zekerheid, zodat de komende tijd opnieuw gezocht zal worden naar extra stortplaatsen. •

Spanningen

„Voor Dordrecht, Heerjansdam en Vlaardingen hebben we geen tijd gehad om lang af te wegen", aldus de gedeputeerde, die beseft dat de uitvoering van het afvalstoffenbeleid de nodige spanningen oproept. „Spanningen omdat de beleving en de positie van bij voorbeeld de gemeenteraden een andere is dan de onze. Ideologische spanningen omdat wordt aangedrongen op hergebruik en vermindering van de afvalstroom. Dat laatste hebben wij echter niet in de hand, omdat er altijd een prijs-kwaliteit-discussie zal zijn. Wanneer grondstoffen elders goedkoper zijn dan dat er hier reststoffen kunnen worden opgewaardeerd, staan we machteloos. We hebben de prijzen wereldwijd niet in de hand. Kijk maar naar het oud papier".

Een al te grote voortvarendheid van de overheid op dit terrein kan volgens hem zelfe averechts werken. „Als je reclycling stimuleert en het hergebruik niet voor een langere tijd kunt garanderen, zakt de positieve houding van de mensen juist in. Dan loopt het helemaal mis met de preventie".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.