+ Meer informatie

Kerken vol onbekeerden

5 minuten leestijd

Alweer enige tijd geleden schreef een meneer die ik wel eens ontmoet heb en die het me niet kwalijk zal nemen als ik hem mijn vriend noem, een artikel in het Reformatorisch Dagblad met als thema "kerk en hulpverlening". Hij poneerde: Kerk en hulpverlening horen bij elkaar. Constateerde dat die uit elkaar dreigen te groeien. Met psycho-sociale nood weet de kerk eigenlijk niet om te gaan. „Nodig is", schrijft hij, „dat de christelijke hulpverlening de band met pastoraat en gemeente weer meer inhoud gaat geven." Hij somt dan een aantal ontwikkelingen op die er de oorzaak van zijn dat gemeente en hulpverlening zo uit elkaar zijn gegroeid. „We zien een toenemende rationalisering van de prediking en een verarming van het pastoraat en het gemeentelijk leven. Vergelijk maar eens de sterk pastoraal-psychologische literatuur uit de tijd van de Reformatie (Luther!) en de Nadere Reformatie met huidige publicaties. Het valt me op dat er onder gereformeerde hulpverleners zo veel reserves voorkomen om onbevangen christen te zijn in de hulpverlening. Weet men Gods Woord op een gepast moment aan de orde te stellen en het gebed een plaats te geven?"

Technisch knap
Een passage om over na te denken. Wat is "rationalisering van de prediking"? Dat moet volgens mij betekenen dat er meer en meer met het verstand gepreekt wordt en minder en minder uit het gevoel of uit het geloof In de gereformeerde gezindte laten wij er ons nogal op voorstaan dat onder ons nog de bevindelijke prediking gevonden wordt. Onderwerpelijke prediking noemt men dat. Is misschien dit type prediking gerationaliseerd, in die zin dat hetgeen de gelovigen ondervinden op de weg des heils weliswaar technisch knap, maar verder zonder gevoel en zonder innerlijke betrokkenheid van prediker en gemeente wordt uiteengezet? Het gevolg daarvan zou kunnen zijn dat de gemeente als het ware afcheckt of alle facetten van, en alle stadia in het leven des geloofs wel in de juiste volgorde genoemd zijn, maar zich verder volkomen vrijblijvend opstelt. Die mogelijkheid bestaat zeker, denk ik, en ik geef graag toe dat we dan met een gerationaliseerde, voorwerpelijke, niet-appellerende prediking te doen hebben.

Hoop
Het euvel zal voorkomen, maar de vraag dringt zich op: Hoe weet mijn vriend dat? Kun je dat constateren, bij voorbeeld door Nederland rond te trekken? Zijn er maatstaven om het af te meten? Dit kun je niet meten, lijkt mij; het gaat hier om een subjectieve interpretatie van wat iemand om zich heen ziet en hoort. En daarom zou het best kunnen dat anderen over deze zaak een verschillende, misschien zelfs tegengestelde indruk hebben. Dat is namelijk met mijzelf het geval. Ik heb het gevoel, ik heb hoop, dat in onze tijd die rationalisering van de prediking, die -wellicht- onder ons geheerst heeft, juist afneemt. Het zal er misschien mee te maken hebben hoe je luistert en hoeveel hoop je zelf voor de kerk hebt. Én hoop hebben voor de kerk mag toch? Moet toch? De gevoelige, gunnende, appellerende prediking zal er altijd blijven. Daar zal de Heere zelf voor zorgen. En als die trend zich mocht voortzetten (weliswaar hebben wij dat als kerken niet verdiend, maar God is getrouw), dan zullen onder de gereformeerde hulpverleners de reserves om onbevangen christen te zijn in hun werk ook verminderen of verdwijnen.

Bidden
Als hulpverlener onbevangen christen zijn. Wat een mooie uitdrukking! Dat betekent uiteraard niet dat je de persoon die bij jou om raad komt, een gereedliggende bijbeltekst als dooddoener in de hand stopt en dan de deur uitloodst. Nee, bij waarlijk christelijke hulpverlening moeten we echt naast elkaar gaan zitten. Een beetje op de grote Hogepriester lijken, die in alle benauwdheden mede benauwd is. De vraag: Bid jij wel eens? zou je toch minstens wel kunnen stellen. Voor die vraag hoefje trouwens geen hulpverlener te zijn. Een ouderling zou dat ook gerust kunnen vragen. Het wordt echter wel moeilijk als je dat zelf -ten diepste- ook maar zo zelden doet. En denk ook niet gering over het vaak voorkomend antwoord: „O ja, maar dat helpt ook niet." Dat is niet gemakkelijk te pareren, ook niet voor een onbevangen christen.

Niet gemakkelijk
Mensen, jongens, meisjes, die onbevangen, eenvoudig, argeloos voor hun geloof uitkomen, hebben het niet gemakkelijk onder ons. Als gauw ben je verdacht; je wordt meer met rust gelaten als je jezelf nadrukkelijk het predikaat "onbekeerd" opdrukt. Soms denk ik dat dit virus zozeer om zich heen gegrepen heeft, dat er in de gemeente, op de catechisatie, alleen maar kalmte en instemming voelbaar is als je de mensen uitsluitend vanuit dit negatieve uitgangspunt benadert. Ze niet wijst op hun vele en velerlei voorrechten. Op het verschil tussen hen en die vele duizenden tieners die de Heere overgeeft aan het goeddunken van hun eigen hart. Als je dat wel doet zijn ze er als de kippen bij om te zeggen: „Ja, maar die zijn heus niet slechter dan wij, hoor; u doet net of wij beter zijn." Ik zei eens een keer, op huisbezoek, tegen een jeugdige moeder: „Ben je wel eens blij als het zondag is en je mag opgaan naar Gods huis? Branden je genegenheên dan wel eens?" Ze keek me aan met verwonderde blik, waaruit je kon aflezen: „Wat is dat nou toch voor luchte praat; je doet net alsof ik bekeerd ben."

Omgekeerd?
We zijn daarmee aan het andere eind van het spectrum gekomen. Niet meer het positivisme, het verbondsautomatisme, het vrolijk juichend christendom is het gevaar dat onze gezindte bedreigt; niet de kerken vol met bekeerde mensen, maar net andersom, de kerken vol met onbekeerde mensen, naar hun eigen zeggen. Mensen die zich daarop beroemen, zich erop laten voorstaan, van iets anders niet willen horen. Is er sprake van een omkering van alle waarden? Belijdt de gemeente in de avonddienst het apostolicum, maar dan met het woordje niet in elk artikel? Is zij daar naartoe gepreekt, overigens met de beste bedoelingen?
Moge de Wind opnieuw de hof doorwaaien!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.