+ Meer informatie

TER OVERWEGING

17 minuten leestijd

Dr. A. van de Beek (e.a.), Waar is God in deze tijd? De betekenis van de geschiedenis in de theologie van dr. H. Berkhof. Uitg. Callenbach, Nijkerk 1994. 216 blz. f 29,90.

Er zijn in het jaar waarin de emeritus hoogleraar dr. H. Berkhof zijn tachtigste verjaardag vierde, vier “Leidse lezingen” aan zijn theologie gewijd. De geschiedenis, waarover toen gesproken werd, is bij hem inderdaad een centraal thema. Heel bekend is zijn boek “Christus de zin der geschiedenis” (1958). De hoofdtitel van de bundel die aan Berkhof aangeboden is, zal mede met het oog op de actualiteit gekozen zijn.

Behalve de lezingen waarbij er een is van dr. C. Graafland en een van dr. H.M. Kuitert (“Berkhout: een theoloog die van twee wallen weet”), bevat het boek nog zeven bijdragen. Er is een interessante biografische schets bij van de hand van drs. A.W. Berkhout, die een zoon is van professor Berkhof.

Een werk dat op deze wijze samengesteld is. leent zich meer voor een aankondiging dan voor een recensie. Uitdagende uitspraken staan er genoeg in. Ik zou met sommige auteurs willen discussiëren, b.v. met Graafland, die de vanuit Apeldoorn gepubliceerde “Beknopte gereformeerde dogmatiek” bij zijn bespreking van Berkhofs leer van de Openbaring en de Schrift een orthodox alternatief noemt. Geen bezwaar! In deze dogmatiek staat, dat de openbaring van God de geschiedenis ingaat zonder in de geschiedenis op te gaan. Hoe kan Graafland dan schrijven, dat de openbaring van Van Genderen “niet werkelijk ingaat en ook opgaat in de geschiedenis”?

Wie belangstelling heeft voor de theologische vragen van deze tijd, zal in het boek het een en ander vinden om over na te denken.

Henri Veldhuis (red.), Onrustig is ons hart… Mens-zijn in christelijk perspectief. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer. 192 blz. f 29,90.

De auteurs van dit boek hebben met elkaar gemeen dat zij allen verbonden zijn of waren aan de Theologische Faculteit van de Rijksuniversiteit te Utrecht. Zij delen met elkaar de opvatting dat in de dogmatiek redelijke analyse en argumentatie een centrale plaats innemen. Zij proberen met hun bundel de niet theologisch geschoolde maar wel gemotiveerde lezer toegang te geven tot belangrijke onderwerpen die te maken hebben met het christelijke mensbeeld (antropologie). Zij willen aansluiten bij de centrale inzichten die in de hoofdstroom van de theologie-geschiedenis zijn verworven, hetgeen overigens niet betekent dat de resultaten altijd volledig sporen met de Leerregels van Dordrecht. De volgende onderwerpen worden behandeld: menselijk verlangen, vrijheid, liefde, zonde, geestelijke groei, seksualiteit, leven na de dood, samen kerk zijn en geloofsverantwoording. Ik was erg onder de indruk van het hoofdstuk “De richtlijn van liefde (over liefde tot jezelf, de naaste en God)” van Nico den Bok. Het hoofdstuk “In gesprek met God en mens” van Benno van den Toren geeft heel praktische aanwijzingen voor het gesprek met niet-christenen. Alle hoofdstukken worden afgesloten met een aantal gespreksvragen, zodat ze ook in groepsverband kunnen worden bestudeerd en verwerkt Aan te bevelen voor lezers met onderscheidingsvermogen, die gescherpt willen worden in hun denken over wie de mens is en mag zijn voor Gods aangezicht.

Jan Ridderbos, Strijd op twee fronten. Schilder en de gereformeerde ‘elite’ in de jaren 1933-1945 tussen aanpassing, collaboratie en verzet op kerkelijk en politiek terrein. Uitg. Kok, Kampen. Deel 1 424 blz.; deel 2 458 blz. f 120,-.

Wie deze beide delen ter hand neemt, komt zeker onder de indruk van de brede bronnenstudie waarop dit boek - dat de schrijver als dissertatie diende - is gebaseerd. Telkens weer wordt aangegeven waar bijv. in een archief iets te vinden is (hoewel, als het om een boek gaat, dan ontbreekt weleens de pagina). Blijkbaar is bijv. niet nagetrokken wat De Wekker van 8 januari 1943 precies schreef - in elk geval niet wat nu op blz. 298v. (deel 2) staat! De gewekte indruk wordt zonder twijfel overstemd door respect voor de wijze waarop het gevonden materiaal is verwerkt. Al heeft de schrijver uiteraard zich kritisch ten opzichte van zijn - om zo te noemen - hoofdpersoon, wijlen prof. Schilder opgesteld, in hoofdlijnen is deze opstelling positief en geeft zij uiting aan een zekere sympathie. Hetzelfde kan niet direct gezegd worden over de tekening die van Schilders opponent, wijlen prof. H.H. Kuyper, wordt gegeven. Zoals de ondertitel reeds aangeeft wordt een in ons nationale en kerkelijke bestaan diepingrijpende periode beschreven, de jaren ’33 tot ’45, die in het kader van dit boek wellicht het best aan te duiden zijn als jaren van de ‘pre’-bezetting en bezettingsjaren. In 21 hoofdstukken worden deze jaren behandeld. Wie die tijd zelf heeft meegemaakt, zal veel herkennen. Voor wie op afstand de gang van zaken rondom prof. Schilder in de Geref. Kerken en in ons land destijds nagaat, zal het onbegrijpelijk zijn dat het zò toeging in kerk en samenleving. Boeiend is de beschrijving die dr. Ridderbos geeft. Maar ik kan me voorstellen dat juist iemand die die tijd niet heeft meegemaakt, met vragen blijft zitten. Immers, wanneer gesteld wordt dat de ‘twee fronten’ (kerk en politiek) vooral in een tijd als beschreven is, alles met elkaar te maken hadden, elkaar tot in de kern beïnvloedden, en het ene front, het politieke met ál wat dat tóén inhield, zo breed en boeiend is beschreven, terwijl het andere front nauwelijks verder komt dan het woord ‘leergeschillen’, dan blijven de vragen, dan zijn de uitermate vage aanduidingen wat die geschillen inhouden, niet dienstig om meer begrip te krijgen. Blijkens een mededeling onlangs vraagt de auteur zich nu af of z’n titel wel zo gelukkig gekozen is. Misschien was de ondertitel juister geweest? Hopelijk vindt hij moed en tijd om dat andere front ook nog eens zo boeiend en breed te beschrijven - en dan met inbegrip van ‘1892’, nu zovaak gebagatelliseerd en genegeerd? Hoe gecompliceerd een en ander ook moge zijn, zou het feit dat de ‘gelijkschakelaars’ van de jaren ’33-’45 hun idealen van ‘centralisme’ enz. (1, 296) verwerkelijkt hebben kunnen zien in onze dagen, omdat ‘aanpassing’ en ‘collaborate’ het bij de kerkelijke ‘elite’ (d.i. leidende figuren in de kerk) gewonnen hebben dan omzeild kunnen worden? Zou de ‘Entkonfessionalisierung des öffentlichen Lebens’ (2, 44) zoals vele kerkelijke leiders die nu voorstaan, niet als een succes van hùn beleid zijn geannexeerd? En hoe komt het dat de latere “Doorbraak” een halve eeuw later toch geslaagd is te noemen? Misschien, als de ‘twee fronten’ in hun samenhang en volle omvang aan de orde waren gekomen, zouden vragen als deze een aanzet tot antwoord hebben ontvangen. Ongetwijfeld is er nog meer te noemen uit de blijkens de herdenkingen van dit jaar zo vaak onbegrepen en misschien ook wel onbegrijpelijke tijd, dat vermelding en bespreking waard is, maar het bovenstaande zij voldoende om de aandacht op dit boek te vestigen.

Dr. J. Reiling, Hebreeën. Een praktische bijbelverklaring in de serie Tekst en Toelichting. Uitg. Kok, Kampen 1994. 155 blz. f 35,-.

De emeritus nieuwtestamenticus van Utrecht heeft in deze serie de uitleg van Hebreeën verzorgd. Hij doet dat met kennis van zaken en consciëntieus. Jezus is de Zoon van God (christologie van boven). Hij is op aarde gehoorzaam geweest aan de Vader. Zijn leven op aarde wordt duidelijk getekend (christologie van beneden). De verzoening is er niet slechts een tussen mensen in de verandering van hun gezindheid (ethiek), maar ook in cultische termen. Het offer moest worden gebracht.

De auteur volgt de tekst op de voet en probeert zo de bedoeling van de schrijver naar ons toe te brengen. Het praktische uit de ondertitel zal vooral zien op het feit, dat wetenschappelijke bagage is weggelaten. Een waardig deel in de serie.

Drs. H. Algra (red.), Informatieboekje voor de Nederlands Gereformeerde Kerken, 1955. Uitg. Buijten & Schipperheijn, Amsterdam. 264 blz. f 16,75.

lets later dan het jaarboekje van de Christelijke Gereformeerde Kerken verschijnt het informatieboekje van de Nederlands Gereformeerde Kerken. Het vertoont de vertrouwde opzet. Het jaaroverzicht beslaat niet minder dan dertig bladzijden (inclusief foto’s). Er wordt breed geïnformeerd over de gang van zaken. Het statistisch overzicht beslaat negen bladzijden (inclusief de toelichting erop). Het is een inzichtgevende toelichting. Evenals het jaarboek voor onze kerken is dit informatieboekje een onmisbare handleiding.

Dr. P.N. van der Laan (red.), Tijd voor Gods Woord. Bijbeloverdenkingen van ‘Vrouwzijn’-tv. Uitg. Kok, Kampen 1995, samen met de EO. 100 blz. f 17,90.

Verschillende (vrouwelijke) auteurs van geestelijk zeer verschillende herkomst verzorgen bijbelstudies voor de EO-tv. Negenentwintig zijn in dit boekje opgenomen. Het zijn gedachten en levenservaringen die aan de hand van een bijbeltekst worden meegegeven. Er is telkens een vraag voor persoonlijke beantwoording en voor groepsbespreking. Het ene stukje spreekt meer toe dan het andere.

Soms gaat men wel erg methodisch te werk in de aanwijzingen voor het leven met God.

Brede Kristensen, Het midden van de wereld. Een deel in de serie ‘Bij-tijds Pastoraat’. Uitg. Kok, Kampen 1994. 151 blz. f 29,50.

Op de achterflap lezen we een korte toelichting op de bedoeling van de auteur. Wij leven in een schijnwereld. Steeds meer mensen hebben belangstelling voor zingeving, levensvragen en spiritualiteit.

Onderwerpen die met deze vragen samenhangen, worden behandeld. Ik noem er enkele: Omgaan met de Schrift, onder de titel Licht; over nieuw leven, onder de titel Ruimte; over dienstbetoon en materialisme, onder de titel Geen prijskaartjes; over beproeving, onder de titel Als door vuur heen; over leiding en verantwoordelijkheid, onder de titel Dwalen en ontdekken.

De auteur tracht een bijbels antwoord op de problemen te vinden. Hij gebruikt een originele stijl. Enkele gespreksvragen en een gebed sluiten de overwegingen af.

Ik vind het niet gemakkelijk tot een goed oordeel te komen. Elk hoofdstuk is op zichzelf een kort essay. Binnen elk hoofdstuk treffen we aforismen aan, op zichzelfstaande uitdrukkingen die het overdenken waard zijn. Het boek vertoont minder samenhang dan ik zou wensen. Daar zit een stukje van mijn moeite. Naar mijn gedachte had duidelijker gemaakt moeten worden, welke plaats dit deel inneemt in de serie ‘Bij-tijds Pastoraat’. Niettemin geeft het boek in zijn variatie stof tot nadenken. Wellicht dat iemand er ook stof in kan vinden voor een inleiding op een gesprekskring.

Mr. J.W. van Dommelen, drs. P. Eikelboom, drs. Ft. van Kooten, Echtscheiding, een onmogelijke werkelijkheid. Een pastorale, psychologische en juridische handreiking. In de serie Praktisch en Pastoraal. Uitg. Groen, Leiden 1995. 164 blz. f 24,95.

Een breedvoerige voorlichting vanuit de bijbel, de praktijk, de kerk, het pastoraat en de werkelijkheid. Dat is een hele opsomming. Zo is het boek ook geschreven. Breed, vol en veel, maar wel waardevol. Ik noem de titels van de hoofdstukken: De Bijbel over Gods bedoeling met het huwelijk. Oorzaken van huwelijksontwrichting. De Bijbel over echtscheiding. Pastoraat bij huwelijksproblemen. Relatieproblemen en hulpverlening. Scheiding en recht. Tucht en pastoraat na echtscheiding. Verder leven na echtscheiding.

De schrijvers (een predikant, een jurist en een hulpverlener) schrijven met veel invoelingsvermogen. Ds. R. van Kooten heeft in verscheidene boeken over dit thema geschreven. Hij verwijst daar zelf ook naar. Overspel wordt als enige grond voor echtscheiding erkend. Ik zou kwaadwillige verlating in de discussie willen betrekken. Er wordt aangedrongen op intensief pastoraat.

Ook over echtpaar-therapie wordt gesproken en over hertrouwen. De kerkeraad kan geen kerkelijke bevestiging toestaan van een tweede huwelijk, als er bij een of bij beide partners sprake is van een onwettige scheiding. Door heel het boek heen wordt deze regel vastgehouden.

Het is een boek dat praktische hulp biedt en om persoonlijke overweging vraagt.

Wim Haan en Anton van Harskamp (red.), Haat en religie. Uitg. Kok, Kampen 1994. 176 blz. f 34,50.

In de serie van het Bezinningscentrum van de VU verschijnt dit boek. Het gaat terug op een cursus die in 1993/94 als Studium Generale is gegeven. De colleges zijn tot (soms tamelijk uitvoerige) hoofdstukken uitgewerkt.

Vanuit verschillende godsdiensten en godsdienstige stromingen wordt het thema besproken: boeddhisme, islam, hindoeïsme, Nietzsche, emancipatie-theologieën, de Nederlandse orthodoxe Protestanten, het Amerikaanse fundamentalisme.

Er is een hoofdstuk over Calvijns Voorzienigheidsleer (prof. Van Egmond) en een over het Oude Testament (N.A. Schuman). Heerkens ter Borg schrijft over religie en haat.

De lezer ziet: een zeer veelzijdige bundel, die de pluriformiteitsopvattingen aan de VU weerspiegelt. De bijdrage over het Oude Testament lijkt me eenzijdig, die over het orthodoxe protestantisme beschrijft, maar peilt niet wat de besprokenen beweegt.

Een bundel die ik met gemengde gevoelens heb gelezen: respect en teleursteliing.

Mevr. P.A.J. van Dijke-Reijnoudt, e.a., Ons kind heeft een verstandelijke handicap. Een christelijke handreiking bij de opvoeding. In de serie Praktisch & Pastoraal. Uitg. Groen, Leiden 1995. 186 blz. f 24,95.

Dit boek biedt wat de ondertitel belooft. Het geeft informatie over de verschillende graden en vormen (oorzaken) van een verstandelijke handicap. De auteurs tekenen met groot invoelingsvermogen wat ouders doormaken, die een gehandicapt kind krijgen. Eigenlijk zou alleen al hierom iedere predikant, ouderling en diaken dit boek moeten lezen. Er wordt geschreven over hulp van alle kanten, opvoeding in het gezin en wonen in een ander huis (uithuisplaatsing) en fungeren in de kerkelijke gemeente. De nadruk valt op de houding van de gemeente naar het gezin toe. Ook wordt geschreven over de geestelijke opvoeding en houding van het kind. Verwezen wordt naar de passage in de Dordtse Leerregels over Gods beloften voor Jong stervende kinderen.

Dit boek is een waardevolle handleiding voor ouders, familie en ambtsdragers. De handleiding draagt het sympathieke karakter van een handreiking. Achterin vindt men adressen van instellingen die hulp bieden. Geef aandacht aan dit boek.

H.A. Speelman, Calvijn en de zelfstandigheid van de kerk. Uitg. Kok, Kampen 1994. 264 blz. f 49,50.

Over deze Amsterdamse dissertatie, verdedigd aan de VU, is al veel geschreven. De schrijver gaat uit van de Reformatie in Bern en in Genève. Hij tekent de ontwikkelingen daar. Verder komt de calvinistische kerk in Frankrijk ter sprake en de geschiedenis van de kerk in Nederland van 1572-1578.

De grondstelling is, dat Calvijn geen zelfstandigheid van de kerk tegenover de staat heeft gewild. Hij zag veel meer een eenheid. De kerk misschien niet in dienst van, maar wel onder de heerschappij van de staat.

Een boek dat een revolutie betekent met betrekking tot het behandelde thema. Elders is door verschillende auteurs gewezen op de beperktheid en daarmee op de zwakte van de onderbouwing. Ook mij heeft de schrijver niet overtuigd. Ik heb node gemist hoe deze ‘praktijk van Calvijn’ zich verdraagt met de Institutie en zijn Commentaren. Wie zo veel omver haalt, moet zich ook verantwoorden ten overstaan van de zojuist genoemde geschritten.

De auteur heeft een rijke kennis van de historie. Hij zou zijn boek aangevuld moeten hebben met kennis van andere gegevens uit Calvijns oeuvre. Respect en tegelijk niet overtuigd.

Rochus Zuurmond, Verleden tijd? Een speurtocht naar de ‘historische Jezus’. Uitg. Ten Have, Baarn 1994. f 29,90.

De schrijver is hoogleraar voor bijbelse theologie in Amsterdam. Hij bespreekt uitvoerig en populair (met een wetenschappelijke ondergrond) de vraag wat we omtrent de historische Jezus kunnen weten. Men lette op de aanhalingstekens in de ondertitel.

Jezus heeft bestaan. Hij is God. Dat is echter niet hetzelfde als wat de Kerk belijdt. Hij heet God om wat in hem zichtbaar is geworden en wat in hem (twee keer kleine letter!) tot uitdrukking is gebracht. Hij is in zijn opstanding uit de dood machtiger gebleken dan alle machten van corruptie en verderf. De historische Jezus is verleden tijd. De verkondigde Jezus is, was en komt.

Het gaat niet om de persoon en zijn werk, maar om de boodschap, die kennelijk ook zonder historische feiten betekenis heeft. Een oude theorie in een nieuw jasje! Met vertoon van wetenschappelijkheid voorgedragen. Het boek wordt ontsierd door allerlei denigrerende kwalificaties van collega’s.

E.A.M. Fischer, Waarheid is één, werkelijkheid twee. Reflecties op de Kerk van Rome, de cultuur van het Westen en de orde van het Rijk Gods. Het bovenschrift luidt: Pluralis Majestatis. Uitg. Gooi & Sticht, Baarn 1994. 332 blz. f 47,50.

De ondertitel is erg breed, zo ook de inhoud van het boek. Het beschrijft een stuk geschiedenis, van vroeger en vooral van jonger datum, waarin Rome en de cultuur van het Westen centraal staan.

Het komt erop neer dat Rome haar tijd niet verstaat. De orde van het Rijk van God vraagt om een radicale heroriëntering.

De schrijver is een man die veel van de geschiedenis af weet en ook van zijn kerk. Hij schrijft wel erg breed; soms op twee bladzijden geen enkele nieuwe alinea. Ik heb het boek aanvankelijk geboeid gelezen. Later werd ik erdoor vermoeid. Het slot bevat geen verrassing. De kerk moet met de veranderingen van haar tijd meegaan. Dat is het dan.

Johannes A. van der Ven, Religie in fragmenten. Een onderzoek onder studenten. Deel 20 in de serie Theologie en empirie. Uitg. Kok, Kampen 1994. 300 blz. f 64,90.

De serie heeft bekendheid gekregen door publikaties uit Nijmegen. In dit boek wordt verslag gedaan van enquêtes in Nijmegen. Drie onderwerpen zijn aan de orde geweest: Zingeving, Religiositeit en Kerkelijkheid. In tweehonderd bladzijden worden de enquêtes met antwoorden afgedrukt, plus een flinke literatuurlijst.

De resultaten zijn opvallend: wel religiositeit (sterker naarmate de ouders kerkelijk meeleefden) maar weinig kerkelijke betrokkenheid. Er worden niet minder dan zestien aanbevelingen gedaan met het oog op de (r.-k.) studentenkerk. Die zijn meer technisch en formeel van aard dan kerygmatisch of structureel. Voor wie met studenten te maken heeft, is dit een boek waaraan men veel kan ontlenen.

Luco J. van den Brom, Zin in theologie. Uitg. Kok, Kampen 1995. 32 blz. f 10,-.

Met deze rede heeft de auteur zijn hoogleraarsambt in de dogmatiek aan de Rijksuniversiteit in Groningen aanvaard (mei 1994).

Hij komt uit de godsdienstwijsgerige school van Brummer (Utrecht). Zijn rede is naar dat patroon opgezet. Het doet mij wat vreemd aan dat een dogmaticus een intreerede houdt zonder breed op de tekst van de Bijbel in te gaan. Wie wil weten hoe er in de godsdienstwijsbegeerte over zin wordt gedacht, kan hier terecht. Op de laatste bladzijden wordt een citaat uit Job 9 gegeven en naar Openbaring 5 verwezen (een mythische voorstelling), waaruit blijkt dat de geschiedenis zich beweegt naar een door God gesteld doel. Er wordt ingegaan op God de Schepper en op Pasen. De zin van Golgotha is dat daar iets van God tot uitdrukking komt, zo concludeert de oergemeente uit de Paaservaring. Dat woorden als offer, losprijs, uitdelging en reiniging van zonden metaforen zijn, wordt gesteld zonder nadere toelichting. De lezer vraagt zich af welke dogmatiek hierachter zit. Wel moet gezegd worden dat het onderwerp indringend en informatief wordt behandeld. Het viel mij op dat het boek van dr. W. Stoker ‘Is vragen naar zin vragen naar God?’ niet wordt genoemd.

Ik zou het betoog meer bijbels dan wijsgerig gehad willen hebben.

A.C. Zijderveld, De paradox van het alledaagse. Uitg. Kok Agora, Kampen 1995. 184 blz. f 29,90.

Reeds eerder besprak ik de bundeling artikelen, die verscheen onder de titel ‘De parvenu-cultuur’. Deze bundel bevat artikelen die als korte essays eens per veertien dagen zijn verschenen in Het Financieel Dagblad.

Zijderveld heeft aandacht voor het gewone van het ongewone, en voor het ongewone van het gewone. Daarop slaat de term paradox. Hij observeert scherp en typeert raak. Hij drijft met mensen noch verschijnselen de spot. Wel laat hij van beide zien, wat opmerkelijk is zonder dat de meeste mensen het opmerken. Het boekje is een beknopte kritiek op de hedendaagse cultuur en samenleving, mild en raak, ontdekkend zonder dat de lezer de moed wordt benomen.

Ik noem enkele onderwerpen: De querulant, Muren, Geluiden, Devies, Gezichten, Uniform, Ambtsgewaad en distinetie, Ambt en charisma, Besmette groepen.

Ik heb van dit boekje genoten.

Jacqueline van der Waats, Een lichtglans van hierboven. Een keuze uit haar religieuze poëzie. Verzameld en ingeleid door drs. C.R. van den Berg. Uitg. De Groot Goudriaan, Kampen 1995. 48 blz.

Dit bundeltje religieuze gedichten, gekozen uit het werk van Jacqueline van der Waals is een gouden kleinood, Annunciatie, Sinds ik het weet, Afscheid, en gedichten naar aanleiding van teksten of perikopen uit de Bijbel vindt men hier bijeengebracht.

Een mooi geschenk van een kerkeraad of een ambtsdrager aan mensen die moeilijke wegen moeten gaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.