+ Meer informatie

TER OVERWEGING

6 minuten leestijd

Pinchas Lapide en Ulrich Luz, Jezus de Jood, thesen van een jood, woord van een christen. 184 blz., f. 19,90. Uitg. Kok, Kampen.

De schrijver is een jood die door talrijke kleinere geschriften in het Duits en vertalingen ervan in ons land bekendheid geniet èn invloed heeft.

In dit boek worden drie stellingen verdedigd: 1. Jezus heeft Zich aan Zijn volk niet als Messias bekend gemaakt; 2. Het volk Israël heeft Jezus niet afgewezen; 3. Jezus heeft Zijn volk nooit verworpen. Jezus staat voluit in de traditie van het jodendom. Hij is bijzonder, maar de Messias niet.

Smartelijk is het te lezen hoe er op het Nieuwe Testament kritiek wordt geoefend. Alleen ten koste van het wegsnijden van tal van teksten en het verminken van verbanden kan die stelling „bewezen” worden. Met schaamte moet worden gezegd dat de auteur zich beroepen kan op historisch-kritische studies van protestantse auteurs! Een van hen, Ulrich Luz uit Bern, gaat op de stellingen in. Hij gaat een heel eind mee met Lapide. Hij geeft hem het dogma van de kerk cadeau. Het is mij niet duidelijk, waarom hij Jezus dan toch beslissend kan achten voor het leven van mensen. De Koninkrijksge-dachte van het Nieuwe Testament heeft haar kracht daarin, lijkt mij, dat Jezus als de Messias het Rijk van genade brengt. Dat Rijk is Hij Zelf met al de woorden en daden, waarvan het Nieuwe Testament ons vertelt. Zonder deze belijdenis zal elk verweer tegen Lapide haar kracht missen. Dat is voor mij de conclusie uit het lezen van dit boek.

E.A. Knevel e.a.. Verkenningen in Genesis, f. 24,90. Uitg. Kok, Kampen. Uitgegeven in de serie Theologische Verkenningen.

Dit boek bevat lezingen die uitgesproken zijn voor de microfoon van de EO. Zij gaan in op de historisch-kritische methode, die bij de uitleg van Genesis wordt gehanteerd. Dan blijft er van de eenheid van het boek Genesis niet zoveel over. Zeven auteurs behandelen verschillende problemen. Verrassend is dat het doormeten van de vooronderstellingen laat zien hoe inconsequent en zichzelf of elkaar tegensprekend de historischkritische auteurs zijn! Er zijn in dit boek prachtige voorbeelden van zulke kritiek op de kritiek te vinden. Daarbij blijft het niet. De schrijvers dragen zelf ook oplossingen en verdedigbare verklaringen aan. Het boek is niet enkel negatief. Integendeel. Er zit veel materiaal in dit boek verwerkt. Het is geen boek om op één avond uit te lezen. Het is echt een studieboek. Wie argumenten in handen wil krijgen en serieus met de problemen van Genesis bezig wil zijn, kan hier terecht. Mijn bezwaar is dat het boek een wat brokkelige indruk maakt. Maar dat was gezien de verscheidenheid van auteurs niet te vermijden. Ze spreken elkaar niet tegen, maar vullen elkaar aan.

Verklaring van Jesaja, door Calvijn, deel 1 en 2. 415 en 391 blz. Per deel f. 77,50. Uitg. De Groot-Goudriaan, Kampen.

Met vreugde kondig ik de verschijning van deze vertaling aan. De serie is op Jozua, Daniël en een deel van Jeremia en nog twee delen van de vier boeken van Mozes na compleet. Ook van Jesaja zullen er nog twee delen verschijnen.

Drie kenmerken zijn te noemen van Calvijns commentaar op de Bijbeltekst: 1. eerbied voor de Schrift, uitkomend in het luisteren naar de tekst, woord voor woord, en in kennis van de grondtalen; 2. het doortrekken van het Oude Testament tot op Jezus Christus en het volle heil in Hem; Christus is voor hem de sleutel voor het verstaan van het Oude Testament; 3. praktische toespitsingen naar het leven van de lezer! De combinatie van deze drie maakt het lezen tot een genoegen en verrijking, ook als men wel eens van mening verschilt.

Het is een voorrecht dat iedere kerkganger of ieder gezin door deze serie met Calvijns uitleg bekend en vertrouwd kan worden. Voor een ambtsdrager een niet genoeg te waarderen hulpbron! Aanschaf van de serie in haar geheel is tamelijk kostbaar. Koop wat verschijnt en ga dan terug naar wat verschenen is. Deze boeken zijn hun geld waard!

W. Bakker e.a., De doleantie van 1886 en haar geschiedenis. 284 blz., f. 55,-. Uitg. Kok, Kampen 1986.

Dit boek is wat opzet betreft te vergelijken met dat over de Afscheiding. Beide bundels zijn voornaam uitgegeven. De artikelen zijn van talrijke noten voorzien. Dat is een bewijs van de deskundigheid van de auteurs. Opmerkelijk is dat het eerste hoofdstuk gaat over „Een samenleving in verandering” (prof. Wieringa) en het laatste over „De Doleantie en de Nederlandse samenleving” (prof. D. Kuiper). Het cultuur-historisch en sociologisch onderzoek neemt een grote plaats in dit boek in. Daartussenin de kerkhistorische en theologische feiten. Wat mij opviel is dat het boek een sterk beschrijvend, registrerend karakter draagt. Dat gebeurt met kennis van zaken. Ik denk vooral aan de bijdrage van Van den Berg en W. Bakker: ook aan die van Augustijn. Op de achtergrond blijft de spiritualiteit. In „Lezen en leven” gaat Schram in die richting. Wie het hoofdstuk van Van ’t Spijker uit het boek over de Afscheiding er naast legt, merkt het verschil. De Doleantie is verleden tijd. Zo wordt er over geschreven. „Samen op weg” onderstreept dat. Een boek dat de moeite waard is voor wie historisch geïnteresseerd is. Uit vergelijking van beide boeken blijkt dat de Afscheiding iets geheel anders geweest is dan de Doleantie.

Nogmaals: Waarom? Over lijden, schuld en God. Leidse lezingen. 126 blz., f. 24,50. Uitg.Callenbach,Nijkerk 1986.

In dit boek wordt ingegaan op het gelijknamige boek van de Leidse dogmaticus, dr. A. van de Beek, dat reeds eerder besproken werd. Een groep afgestudeerden heeft het initiatief genomen tot wat heet: Leidse lezingen. De eerste studiedag werd gewijd aan het boek van de genoemde hervormde, kerkelijke hoogleraar.

Zijn collega’s uit Leiden en enkele van daarbuiten geven hun zienswijze op zijn boek. Ze prijzen het, ze bekritiseren het en…..weten er eigenlijk niet goed raad mee, is mijn indruk, leder kritiseert en waardeert vanuit eigen vooronderstellingen. Dat betekent evenzoveel standpunten als er schrijvers zijn plus dat van de besprokene. Het meest verhelderend is wellicht nog het antwoord dat Van de Beek achterin schrijft. In antwoord op de vraag van een student of hij zeker weet dat het goed komt, namelijk het werk van God in deze wereld, antwoordt hij ontkennend. Jammer, want de Bijbel geeft toch een niet onduidelijk antwoord. Zijn antwoord hangt, lijkt me, samen met Van de Beeks visie op wat de Bijbel over God zegt.

Bij de schrijvers ontbreekt een duidelijk confessioneel gereformeerd theoloog. Jammer, die stem had een bijdrage kunnen leveren die nu echt ontbreekt.

In de Reveil-serie verschenen als nr. 220 en nr. 221 preken van resp. Johannes Beukelman over de kerstboodschap aan de herders en van Dionisimus Bouman over Gods wijze leiding met Zijn volk.

Deze brochures worden uitgegeven in het kader van het „Smytegelt-fonds” door drukkerij Pieters te Groede. Prijs per exemplaar f. 1,50 excl. porto.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.