+ Meer informatie

TER OVERWEGING

19 minuten leestijd

Ds. Egbert Brink, Het Woord vooraf. Uitg. De Vuurbaak Barneveld 2004 (5e druk), 220 blz, € 18,50

De auteur, predikant in de GKv, schreef enkele jaren geleden een boek met het oog op de belijdeniscatechese. Het bleek ook daarbuiten gebruikt te worden, o.a. als vervolg op een Alpha- of Emmaüscursus. Inmiddels beleefde het een vijfde druk. Dat is begrijpelijk, want het biedt veel goeds: een dogmatiek in notendop, maar dan speciaal met het oog op jongeren geschreven, in een heldere, prettig leesbare stijl die niet ten koste gaat van de diepgang. Actuele vragen (o.a. de evolutieleer, geloven na Auschwitz, de hernieuwde aandacht voor de Geest, overdoop, kinderen aan het Avondmaal, ziekenzalving) en steeds een overtuigd gereformeerd geluid. In de kantlijn vinden we steeds verwijzingen naar de Schrift en naar gedeelten uit de belijdenisgeschriften. De vragen aan het eind van elk hoofdstuk zijn zo geformuleerd dat ze stimuleren tot verder doordenken en doorspreken. Blij was ik ook met het hoofdstuk over Israël: daar klinkt een geluid dat tot voor kort zeker geen gemeengoed was in de GKv. Hier en daar zette ik een vraagteken bij uitdrukkingen, waarover ik nog wel eens zou willen doorpraten. Op bepaalde zaken had zeker dieper ingegaan mogen worden: ik denk aan de eerste bekering, de vraag wat een waar geloof is, de zelfbeproeving rond het Avondmaal, de hel (een onderwerp waar juist ook jongeren veel vragen over hebben). Maar ik heb vele passages van een uitroepteken voorzien. Met inachtneming van bovengenoemde opmerkingen wil ik het zeker aanbevelen: u zou als ambtsdrager dit boek zelfs als een goede ‘opfriscursus” ter hand kunnen nemen!

T.G. van der Linden, Dietrich Bonhoeffer. Een inleiding met kernteksten. Uitg. Kok Kampen 2005, 184 blz., € 12,50

De serie ‘Inleiding met kernteksten’ heeft een plezierige formule. In elk deel worden leven en denken van een belangrijk theoloog uit de geschiedenis van de kerk kort geschetst; daarnaast is een aantal teksten en tekstfragmenten van de betreffende theoloog opgenomen. In dit deel presenteert dr. Van der Linden de bekende theoloog Dietrich Bonhoeffer (1906–1945). Hij geeft een korte levensbeschrijving van hem, bespreekt op een evenwichtige wijze een aantal belangrijke thema’s in diens werk en geeft in grote lijnen aan hoe het werk van Bonhoeffer is verstaan en verwerkt. Voor een eerste kennismaking kan dit boekje goede diensten bewijzen.

J.M. Stolk, Johannes Calvijn en de godsdienstgesprekken tussen rooms-katholieken en protestanten in Hagenau, Worms en Regensburg (1540–1541). Serie Theologie en geschiedenis. Uitg. Kok Kampen 2004, 414 blz., € 37,50

De auteur van dit boek, dat diende als proefschrift aan de VU, is lid van de CGK te Heerde. Hij heeft onderzoek gedaan naar de rol die Calvijn heeft gespeeld in de godsdienstgesprekken die op initiatief van keizer Karei V in de jaren 1540–1541 hebben plaatsgevonden. Uit het gehele Duitse rijk kwam men samen om de problematiek van de godsdienstige verdeeldheid, zoals die door de Reformatie was ontstaan, te bespreken. Men moest een weg zien te vinden, gezien de ontwikkelingen in Engeland en de vorming van het Schmalkaldisch verbond van protestantse vorsten in Duitsland. Men werd ook door de Turken — de islam — naar elkaar toe gedreven!

Calvijn ging er heen als afgevaardigde van een Duitse gereformeerde kerk, maar ook in opdracht van de gemeente die hij diende. Zelf wilde hij er graag Melanchthon ontmoeten. Luther zelf was op deze godsdienstgesprekken afwezig, en — helaas! — hebben Calvijn en hij elkaar nooit ontmoet. Men heeft elkaar als rooms-katholieken en protestanten niet gevonden, maar de fronten lagen ook niet geheel vast, en de uitkomst was dus niet voorspelbaar. We komen in dit boek een oecumenische Calvijn tegen, wie de eenheid van de kerk zeer ter harte ging. Daarbij ging hij soms heel ver; ik denk aan wat dr. Stolk op blz. 190v schrijft over de rechtvaardiging door de werken als bijbels gegeven, zij het ondergeschikt aan de rechtvaardiging door het geloof.

A.Th. van Deursen, Rust niet voordat gy ze van buiten kunt. De Tien Geboden in de 17e eeuw. Uitg. De Groot Goudriaan-Kampen 2004, 224 blz., € 18,90

De emeritushoogleraar voor nieuwe geschiedenis aan de Vrije Universiteit heeft ons opnieuw verrast met een boeiend boek. Hij heeft een tiental verklaringen van uitleg van de tien geboden in de Heidelbergse Catechismus uit de 17e eeuw met elkaar vergeleken. Het is een bont gezelschap geworden. Calvinisten, Voetianen en Coccejanen komen aan het woord. Er is nogal wat verschil tussen een vertegenwoordiger van de Nadere Reformatie (Bernhart Smytegelt) en een Coccejaan van de rationele richting (Henricus Groenewegen)! Bij alle onderlinge verschillen tekent zich toch ook een grote gemeenschappelijkheid af. Men is kind van de eigen tijd, en de interpretatie van de tien geboden weerspiegelt de Nederlandse samenleving van die tijd. Woorden waarin ik nooit een vloek gehoord heb als ‘sapperloot’ en ‘bijlo’ blijken wel als zodanig bestreden te zijn (62vv). In de uitleg van het zevende gebod trof mij hoe anders men tegen liefde en huwelijk aankeek. Verrassend was, dat de Utrechtse hoogleraar Cornells Poudroyen zich op grond van het achtste gebod tegen de slavenhandel keert (184v). Wat de andere auteurs ervan vonden, schrijft Van Deursen niet. Men was — net als wij — kind van de eigen tijd, en een boek als dit mag ons des te meer aansporen om te vragen naar de kern van het gebod van God. Dan valt er meer in de Heidelbergse Catechismus te leren dan bij deze theologen, is de indruk die dit boek bij mij achterliet.

A.A. van Houwelingen e.a. (red.), Demonstrant, lobbyist of gesprekspartner. De presentie van de kerk in de samenleving. Uitg. Kok Kampen 2004, 200 blz., € 24,90

Deze bundel is uitgegeven ter gelegenheid de totstandkoming van de PKN. In de kerkorde van de PKN staat dat ‘de kerk in haar belijden en handelen oproept tot vernieuwing van het leven in cultuur, maatschappij en staat’. De initiatiefnemers meenden daarom dat het goed zou zijn na te denken over ‘plaats, functie en roeping van de nieuwe kerk in de samenleving’. Met uitzondering van mr. A. Rouvoet zijn de scribenten allen theologen, vanuit diverse hoeken van de kerk. Twee andere politici, mevrouw Sterk en mevrouw Van den Hoven, beiden ook theologen, hebben het inleidende artikel geschreven. Hun stelling is dat de kerk te veel de neiging heeft zich als ‘demonstrant’ tegenover de samenleving te presenteren, maar vaak pijnlijk afwezig is als in het publieke debat het gesprek over belangrijke zaken wordt gevoerd. Dat is zeker iets om goed in de oren te knopen.

Dr. Ph.L. Krijger, De tragiek van de schepping. Het geding rondom Marcion in de Nederlandse theologie van de twintigste eeuw. Uitg. Boekencentrum Zoetermeer 2005, 204 blz., € 19,90

Dr. Krijger (geb. 1938) promoveerde op 31 maart 2005 op deze studie aan de Vrije Universiteit. Zijn boek is een onderzoek naar de manier waarop Marcion (± 85–160) een rol heeft gespeeld in de Nederlandse theologie van de twintigste eeuw. Marcion nam radicaal afstand van het OT, en hield ook maar een klein NT over. Paulus was zijn held, omdat hij zo sterk de nadruk legde op de verlossing in Christus. De God van het OT, de Schepper, is in Marcions ogen een kwade god. Ook al deelt niemand zijn visie meer, toch is de vraag die hij aan de orde heeft gesteld — het bittere raadsel van de goede schepping — in de twintigste eeuw weer in alle scherpte op ons af gekomen. Dr. Krijger concentreert zich met name op K.H. Miskotte, die het — in onderscheid van bijvoorbeeld O. Noordmans — nadrukkelijk heeft opgenomen voor Zondag 10 van de Heidelbergse Catechismus. Met een toespeling op de zinsnede daaruit, dat ‘alle dingen niet bij geval, maar van Gods vaderlijk hand mij toekomen’, schrijft Miskotte aan ds J.J. Buskes over het overlijden van zijn vrouw en oudste dochter in 1946 ten gevolge van een besmetting met een tyfusbacil: ‘Als ik principieel iets uitzonder van het “alle ding” ben ik existentieel weerloos en een prooi van daemonen en typhusbacillen.’ Het mag duidelijk zijn dat het in dit boek niet gaat om haarkloverijen en detailkwesties, maar om diepe en existentiële vragen.

R de Reuver, Eén kerk in meervoud. Een theologisch onderzoek naar de ecclesiologische waarde van pluraliteit. IRTI Research Publication 3. Uitg. Boekencentrum Zoetermeer 2004, 360 blz., € 27,50

De auteur van dit boek is PKN-predikant in Boskoop, en promoveerde vorig jaar op deze studie bij prof.dr. A. van de Beek aan de Vrije Universiteit. De vraag is spannend: hoeveel ‘rek’ zit er in de kerk? Waar liggen de grenzen van het belijden? Is er een begaanbare weg tussen verabsolutering van de eigen confessionele positie enerzijds en een weinig zeggend pluralisme anderzijds? De auteur bespreekt deze vraag aan de hand van een aantal teksten uit het NT, die hij benadert vanuit de vraagstelling van zijn onderzoek, duikt vervolgens in de geschiedenis van de vroege kerk en gaat dan in gesprek met enkele hedendaagse theologen als Lesslie Newbigin (1909–1998) en G.D.J. Dingemans (1931).

De Reuver wil geen pluralisme binnen de kern zonder belijnd belijden. Maar hoe kan de kerk omgaan met de grote diversiteit die ze vertoont? In dit opzicht heeft De Reuver mij niet veel verder geholpen. Misschien komt dat wel omdat hij aan die periodes in de geschiedenis van de kerk, waarin de dingen op scherp stonden — ik denk aan de strijd om het dogma in de vroege kerk, de Reformatie, de Duitse kerkstrijd -, voorbijgaat.

B.S. Cusveller e.a. (red.), Christelijke oriëntatie in medisch-ethische onderwerpen. Lindeboomreeks nr. 13.

P.J. Lieverse e.a., Dood gewoon? Perspectieven op 35 jaar euthanasie in Nederland. Lindeboomreeks nr. 15. Uitg. Buijten & Schipperheijn Amsterdam 2003 resp. 2005, 222 resp. 190 blz., € 17,50 resp. 16,90.

Het eerste boek is de tweede, geactualiseerde druk van een boek dat voor het eerst in 1992 uitkwam. Diverse thema’s worden in kort bestek besproken, zoals anticonceptie en abortus provocatus, reageerbuisbevruchting, erfelijkheidsonderzoek en gentherapie, levensbeëindiging en zorg voor stervenden, orgaantransplantatie en alternatieve geneeswijzen. Het boek opent met een inleiding in de gezondheidszorgethiek (een mond vol!), en bevat naast de bespreking van inhoudelijke thema’s ook een beschrijving van het Nederlandse zorgsysteem en een instructieve bijdrage over rechten van patiënten in de Nederlandse wetgeving. De ontwikkelingen in de gezondheidszorg gaan snel. Daarom kon de eerste druk niet ongewijzigd herdrukt worden. Het is zeer te begroeten, dat een ‘update’ van dit waardevolle handboek is verschenen.

Het tweede boek biedt wat de ondertitel belooft: vanuit diverse hoeken perspectieven op 35 jaar euthanasie in Nederland. De hoofdtitel is raak: is deze dood in ons land gewoon geworden? Het boek ademt echter niet een geest van klacht en protest. Eerlijk erkent men, dat actieve levensbeëindiging vandaag in ons land minder wordt toegepast dan wel het geval geweest is. Die ontwikkeling heeft alles te maken met de voortgeschreden palliatieve zorg, zoals die in hospices wordt geboden.

De auteurs zien de vragen waarvoor we door de voortschrijdende medische mogelijkheden zijn komen te staan nuchter onder ogen. Ze laten zich ook niet ontkennen. Op basis van een zorgvuldige weging van wat er in ons land aan gedachtevorming en praktijk heeft plaatsgevonden komt men tot heldere lijnen, die begaanbare wegen wijzen. Een bundel om dankbaar voor te zijn, en om goed te gebruiken.

Gijs Dingemans, Getuigen gaan praten. Op zoek naar de betekenis van Jezus. Uitg. Kok Kampen 2002, 142 blz., € 14,90

Dit boekje van de hand van de Groninger emeritushoogleraar praktische theologie is het eerste in een drieluik, waarin hij voor een breder publiek verslag doet van zijn lezing van bepaalde bijbelgedeelten. Dit deel handelt over het Nieuwe Testament. Dingemans is gaan praten met Paulus, en met de verschillende evangelisten. Dat levert dan onder meer de bewering op, dat Paulus naar de volken wilde (14, 21), en dat ook Jezus open stond voor andere volken (17), zonder dat de beslissende betekenis van Christus’ kruis en opstanding daarbij aan de orde komt. Die is ook niet beslissend volgens de auteur: joden worden namelijk gerechtvaardigd door zich te houden aan de tora, en niet-joden door hun verbondenheid met de dood en de opstanding van Jezus Christus (23v).

In de ‘gesprekken’ met de getuigen komen bijbelgedeelten aan de orde. Dat er geen gedetailleerde exegese kan worden gegeven binnen de omvang van een boek als dit, is duidelijk, maar dan is het des te meer van belang dat die exegese wel heeft plaatsgevonden. Op verschillende plekken valt echter te vrezen dat Dingemans er geen goed commentaar bij heeft open gehad; dan denk ik bijvoorbeeld aan wat hij schrijft over de gelijkenis van ‘de wijze en de dwaze meisjes’ (68) en over die van de ‘onrechtvaardige rentmeester’ (84).

Dr. Y. van den Akker-Savelsbergh, Het onzevader: een meerstemmig gebed? Een tekstsemantisch onderzoek naar het onzevader in de versie van Mattheüs (Mt. 6,9b-13). Uitg. Boekencentrum Zoetermeer 2004, 392 blz., € 26,90

Dit boek heeft de schrijfster als dissertatie gediend. Het is een prachtig voorbeeld van een detailstudie, die verrassende lijnen trekt naar het geheel van het evangelie naar Mattheüs. Na een minutieus taalkundig en exegetisch onderzoek worden lijnen getrokken naar de bergrede en naar het geheel van de woorden en werken van Christus. Wie met wijsheid omgaat met de literair-kritische methode die in deze studie gehanteerd wordt, kan veel plezier hebben van dit nauwgezette onderzoek.

Dr. I.P. Bejczy, Een kennismaking met de middeleeuwse wereld. Uitg. Coutinho Bussum 2004, 223 blz., € 27,-

De docent Middeleeuwse geschiedenis aan de Radboud Universiteit te Nijmegen geeft in dit boek een overzicht van de boeiende periode van de vijfde eeuw tot ongeveer 1500. Daarbij staat de West-Europa centraal. Niet alleen politieke, maar ook sociale, culturele en theologische onderwerpen worden besproken op zo’n manier dat studenten en andere belangstellenden snel wegwijs gemaakt worden in de middeleeuwse wereld. Het feit dat dit boek zijn tweede druk beleeft, onderstreept het belang van deze studie.

Ds. R. van Kooten, Ons leven is van God. Het zesde gebod. Uitg. Den Hertog Houten 2004, 367 blz., € 20,90

In de serie ‘Hoe lief heb ik Uw wet’ behandelt de auteur in dit boek het zesde gebod. Het wordt al snel duidelijk dat het niet alleen gaat over moord en doodslag, want het zesde gebod vraagt in allerlei verbanden eerbied voor het leven dat God ons gegeven heeft. Lijnen worden getrokken naar allerlei actuele situaties van vandaag: abortus, euthanasie, erfelijkheidsonderzoek, genetische manipulatie, orgaantransplantatie. Op pastorale wijze komt ook zelfdoding ter sprake. Natuurlijk wordt niet voorbijgegaan aan een bespreking van de argumenten voor en tegen de doodstraf in onze huidige samenleving. Als bijzonderheid kan nog vermeld worden dat dit boek is opgedragen aan prof.dr. W.H. Velema, met wie de schrijver zich zeer verwant weet.

Ds. R. van Kooten, De laatste brief. 2 Timotheus aan jonge christenen uitgelegd. Uitg. De Groot Goudriaan 2005, 286 blz., € 18,50

Dit boek is ontstaan uit een prekenserie die de schrijver over 2 Timotheüs heeft gehouden. In een bijna vers voor vers verklaring wordt de lezer in korte stukjes meegenomen door het hele bijbelboek. Al gebruikt de schrijver een meditatieve stijl, toch wordt aan de bijbeltekst zelf nauwkeurig aandacht gegeven. Er zijn gespreksvragen toegevoegd, zodat ook bijbelstudiegroepen snel met dit boek aan het werk kunnen.

Wim Rietkerk, Die ver is, is nabij. In de relatie met God komt de mens tot zijn recht. Uitg. Kok Kampen 2005, 187 blz., € 14,90

Religie is een ‘hot item’ in onze huidige samenleving. Helaas is die aandacht vaak negatief getint door bijv. moorden en terroristische daden waar religieuze motieven (mede) aan ten grondslag liggen. Wim Rietkerk wil tegenover allerlei karikaturale voorstellingen in dit boek laten zien wat het christelijk geloof nu werkelijk inhoudt. Deze korte introductie in het christelijk geloof richt zich op onderwerpen als: bidden, wandelen met God, Gods leiding in het leven, groeien in genade. Met voorbeelden uit de actualiteit probeert de schrijver te laten zien dat echt geloof een mens tot zijn bestemming brengt, terwijl gebrek aan geloof, of verkeerde vormen van geloof leiden tot ontmenselijking. Bij alle mooie dingen die gezegd worden over intimiteit met God en de kunst van het wachten op zijn leiding, vond ik het opvallend dat juist in dit boek zo weinig gezegd wordt over het komen tot geloof in God als startpunt van de relatie waarin de mens tot zijn recht komt.

Dr. J.P. Bommel, Godsdiensten van de wereld. Uitg. Shaker Publishing Maastricht 2005, 342 blz., € 35,-

In dit boek wordt een overzicht geboden van het ontstaan en de geschiedenis van de grote wereldgodsdiensten. Er is veel informatie te vinden over hindoeïsme en boeddhisme, maar nog breder komen jodendom en islam ter sprake. Ook nieuwere religieuze bewegingen worden besproken zoals Mormonen, Jehova’s Getuigen en New Age. Niet alleen probeert de auteur de posities van de verschillende godsdiensten op een integere manier weer te geven, maar hij verantwoordt daarnaast ook zijn eigen christelijke overtuiging.

Prof.dr. M.P.J. van Knippenberg, Existentiële zielzorg. Tussen naam en identiteit. Uitg. Meinema Zoetermeer 2005, 133 blz., € 14,50

Ieder mens gaat zijn eigen levensweg tussen wieg en graf. Existentiële zielzorg biedt een model van pastoraat dat zich nauw aansluit bij de levensverhalen van mensen. Op weg tussen naam en identiteit worden drie dimensies onderscheiden: de verhaallijn ronde de beleving van 1. tijd, 2. ruimte en 3. transcendentie. Terecht wordt in dit boek aandacht gevraagd voor de manier waarop mensen over zichzelf vertellen. Levensverhalen laten zien hoe mensen over zichzelf denken en kunnen anderen maken tot reisgenoten op de weg. Moeite heb ik met de manier waarop God volgens de lijnen van het bestaande model in de existentiële zielzorg wordt ingevouwen in de levensverhalen van mensen (p. 81–110).

Dr. A. de Reuver, Hermann Friedrich Kohlbrugge. Uitg. Kok Kampen 2005, 192 blz., € 14,50

H.F. Kohlbrugge, In Zijn Beeld. Brieven van Kohlbrugge bewerkt, ingeleid en van aantekeningen voorzien door T. van Es. Uitg. De Groot Goudriaan-Kampen 2005, 349 blz., € 24,90.

Twee boeken rond de bekende 19e eeuwse prediker uit Elberfeld. Het eerste boek is van de hand van prof. De Reuver, bijzonder hoogleraar vanwege de Geref. Bond aan de Rijksuniversiteit te Utrecht, die al heel lang studie maakt van Kohlbrugge (dat bleek indertijd al rond zijn promotie). Eerst krijgen we een inleiding met aandacht voor de historische context en betekenis van Kohlbrugge, daarna zes hoofdstukken waarin inzicht wordt gegeven in de meest markante thema’s in diens theologie (o.a. het OT als sleutel tot het evangelie, het Woord dat vlees geworden is, het aangevochten geloof, het welbehagen van God). In een — wat ik zou willen noemen — tweede deel van het boek vinden we een aantal fragmenten uit geschriften van Kohlbrugge: o.a. Christus en de Schriften, Het Woord heeft onder ons gewoond, De taal van de Geest, het parool ‘nochtans’, Gods verkiezing een open boek. Een diepgravende studie!

Het tweede boek volgt op twee eerdere publicaties, nl. Gouden kleinood en Toevlucht. Het is een verzameling brieven en brieffragmenten van Kohlbrugge. We krijgen o.a. inzicht in een briefwisseling die ontstaan is rond een contact met Maria Schey, n.a.v. een conflict dat deze kreeg met haar plaatselijke predikant, nadat ze onder invloed van Kohlbrugge tot verandering was gekomen. Deze verzameling brieven wordt voorafgegaan door een verhandeling over Kohlbrugge en het Beeld (de schrijver wil het met een hoofdletter weergegeven hebben, omdat het woord staat voor het ‘in Christus zijn’, blz. 15) Gods, als een centraal thema in diens theologie; het klinkt immers in veel van de brieven door.

Joke Bosch, Hier is ons kind. De doop en daarna. Uitg. Boekencentrum Zoetermeer i.s.m. de IZB 2005, 32 blz, € 4,90.

Wie een geschenk zoekt rond de doop van een kindje van de eigen familie of van de gemeente, doet er goed aan in de keuze bovengenoemd kleinood te betrekken. Op eenvoudige, aansprekende wijze worden vanuit het gereformeerd belijdenis verschillende aspecten van de doop onder de aandacht gebracht. Een mooie lay-out, frisse tekeningen en foto’s komen daar nog eens bij. Een stimulans voor de ouders om in die weg verder te gaan en zo hun kinderen voor te gaan in het geloof.

Drs. J.A. Meijer, De man in de schaduw. Heinrich Bullinger en zijn Tweede Helvetische Confessie. Uitgave van de Willem de Zwijgerstichting 2005, 71 blz., € 4,30 (bij donateurschap 3,50).

De auteur trad onlangs terug als hoogleraar Nieuwtestamentisch Grieks en oud-christelijk latijn aan de Universiteit van de GKv en daarmee ook als gastdocent van ‘Apeldoorn’. Deze publicatie is een voorproefje van de binnenkort te verschijnen volledige vertaling van (onder andere) de Tweede Helvetische Confessie, die dan zal zijn voorzien van een geannoteerde en uitvoerige inleiding. Deze deeluitgave bevat 10 hoofdstukken van de THC, waaronder een artikel over huwelijk en gezin. Ook is opvallend in hoofdstuk 17 een gedeelte over meningsverschillen en twisten in de kerk. Het geheel doet met verwachting uitzien naar wat binnenkort — naar de belofte van de Willem de Zwijgerstichting — zal komen.

Irving L. Jensen, Zelf aan de slag met Romeinen. Grace Publishing House Veenendaal 2005, 128 blz., € 11,50.

De brief aan de Romeinen is niet eenvoudig te lezen. Wanneer er daarom met veel enthousiasme een werkboek wordt aangekondigd onder het motto: ‘Dit is wat christenen in Nederland nodig hebben!’, neemt men het met spanning ter hand. Helaas geldt voor mij dat ik het niet kan aanbevelen; een aantal kleine slordigheden (zoals op blz. 9: de brief aan de Hebreeën zou ‘waarschijnlijk’ van Paulus zijn en op blz. 34 een wel erg vlot voorbijgaan aan 1:24–27) is nog te overkomen. Argwanender wordt men wanneer men de definitie van de gemeente ziet staan op blz. 13: ‘de groep mensen die God op aarde vertegenwoordigen (…) alle wedergeboren mannen en vrouwen…’. Je bent nieuwsgierig naar de plaats van het verbond in deze visie. Welnu, die blijft mistig: de kans om er duidelijkheid over te verschaffen (in 6:1–4, in relatie met 4:10–12) laat de schrijver volledig voorbijgaan; hij répt zelfs niet over de doop. Tot slot, maar men ging het allengs vermoeden: de visie op het behoud van Israël, 11:26, vereist meer doordenking dan men vindt op blz. 103v.

Andrew Fuller, Aller aanneming waardig. Over de oproep tot geloof. Uitg. De Groot Goudriaan-Kampen 2004, 284 blz., € 19,90.

Mag je onbekeerden tot geloof oproepen? De ontkenning van deze vraag, zoals opkomend bij het Engelse hypercalvinisme in de 18e eeuw (maar hier en daar ook nog de reformatorische traditie binnen ons eigen land heden ten dage), was voor Andrew Fuller aanleiding tot diepgaande studie. Langzaam maar zeker groeide hij naar de overtuiging dat het juist onbijbels is de oproep tot geloof uit de Schrift weg te laten. In dit boek legt hij verantwoording af van de vraag hoe verkiezing en oproep tot geloof, onmacht en verantwoordelijkheid (begrippen die elkaar logischerwijs lijken uit te sluiten) bijbels met elkaar te verenigen zijn. Hij deed dat op dusdanig overtuigende wijze, dat hij tweemaal een eredoctoraat ontving. Fuller, destijds baptistenpredikant, kan met deze gegevens nog steeds tot zegen zijn voor de kring waarin de gestelde vraag levendig is. Drs. P.L. Rouwendal zorgde voor de vertaling van het werk en een bijbehorende inleiding.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.