+ Meer informatie

Promotie ds. Golverdingen

6 minuten leestijd

DV 4 maart is een bijzondere dag voor onze ambtsbroeder ds. M. Golverdingen. Hij hoopt dan zijn proefschrift ‘Vernieuwing en verwarring. De Gereformeerde Gemeenten 1946-1950’ te verdedigen. Dit tot verkrijging van de graad van doctor in de godgeleerdheid aan de Theologische Universiteit van de Christelijke Gereformeerde Kerken te Apeldoorn. Uit meeleven met onze broeder en de zijnen willen we onze lezers kennis laten maken met een samenvatting van zijn kerkhistorisch onderzoek en zijn daarbij gevoegde stellingen.
Hiermee willen we ook ons respect tot uitdrukking brengen, dat zijn jarenlange studiezin op deze manier mag worden bekroond. Hierbij onze hartelijk felicitatie namens de lezers van ons kerkelijk blad!
Door zijn kwetsbare gezondheid moest er met de datum wat geschoven worden. Maar nu mag het door Gods goedheid dan toch zo ver zijn. Ook het onderwerp moest beperkt worden. Zijn oorspronkelijke voornemen ook de periode van 1950-1953 bij zijn wetenschappelijk onderzoek te betrekken kon helaas niet uitgevoerd worden. Zeer tot zijn spijt, want we weten hoe zorgvuldig hij te werk wil gaan. Op de inhoud van de dissertatie zal ds. J.J. van Eckeveld in De Saambinder in een latere fase ingaan. We hopen op een gezegende middag in Apeldoorn!


STELLINGEN
behorende bij het proefschrift van M. Golverdingen, te verdedigen op dinsdag 4 maart 2014 aan de Theologische Universiteit van de Christelijke Gereformeerde Kerken te Apeldoorn

1.
De officiële koers van de Gereformeerde Gemeenten ten aanzien van de emigratie-beweging in de tweede helft van de jaren veertig van de twintigste eeuw moet als positief worden gewaardeerd.
Contra: Enne Koops, De dynamiek van een emigratiecultuur, 2010, blz. 175, 176.

2.
De Indonesische kwestie in de jaren 1946-1950 functioneerde als katalysator in het proces van vernieuwing dat zich met name in het jeugdwerk van de Gereformeerde Gemeenten voltrok.

3.
Omdat theologische zelfcontrole niet de sterkste zijde was van R. Kok, was zijn drang tot publiceren in de jaren 1946-1950 binnen de Gereformeerde Gemeenten een belangrijke factor in het complex van moeilijkheden, waarin hij verwikkeld raakte.

4.
De verklaring van G.H. Kersten op de classis Barneveld van 1 juni 1948 over het aanbod van genade maakte het R. Kok mogelijk predikant in de Gereformeerde Gemeenten te blijven, al was hij door Kersten op een aantal punten in zijn prediking gecorrigeerd en was een fors aantal geprononceerde uitspraken door hem herroepen.

5.
Kerkelijke conflicten zoals in de Gereformeerde Gemeente van Veenendaal in de jaren 1948-1950, kunnen als regel worden herleid tot een gebrek aan goede communicatie of het niet of onvoldoende praktiseren van de heiligmaking.

6.
Het kerkrechtelijk denken vanuit de regels van de Dordtse Kerkorde vertoonde in de jaren 1948-1950 in de Gereformeerde Gemeenten een ongekend diepe inzinking. De onkerkrechtelijke behandeling van R. Kok door de Generale Synode in 1950 was daarvan een voorbeeld.

7.
De schorsing van R. Kok door de Generale Synode in 1950 berustte op een betreurenswaardig misverstand ten aanzien van het begrip belofte, dat verschillend werd geïnterpreteerd door hem en door de Synode.

8.
Het besluit van de Generale Synode van 1950 om de door M. van de Ketterij geïnstitueerde tweede gemeente te Veenendaal op te nemen binnen het kerkverband van de Gereformeerde Gemeenten, werd gedragen door een zich ontplooiend subjectivisme.

9.
De algemene genade (gratia communis) staat niet geheel los van Christus.
Dat laat zich niet met G.H. Kersten in zijn Gereformeerde Dogmatiek (I, blz. 106-107) logisch beredeneren, maar vraagt met Joh. Calvijn in zijn Institutie gelovige gehoorzaamheid aan het Woord door ervan af te zien op alle vragen een voor ons menselijk denken bevredigend antwoord te formuleren. Vergelijk voor de vindplaatsen bij Calvijn J. Douma, Algemene genade, 1966, blz. 216-222.

10.
De uitroep in 1 Kor. 1:12c.: ‘En ik van Christus’ moet worden gelezen als de presentatie van een werkelijke partij in de gemeente. Contra: R. Dean Anderson, 1 Korinthiërs, 2008, blz.42.

11.
Het is onjuist in het verzoek van Mozes aan Hobab (Numeri 10:31) een symptoom te lezen van ongeloof of kleingeloof. Contra: A. Noordtzij, Het boek Numeri, Kampen, 19572, blz. 113.

12.
De Heidelbergse Catechismus als leerboekje voor de catechisatie, met een hedendaagse didactische vormgeving van de kernen daarvan, verdient in de catechese grote aandacht en heeft ook historisch gezien voorkeur boven het overigens zeer te waarderen boekje Voorbeeld der Goddelijke Waarheden van A. Hellenbroek.


Samenvatting proefschrift M. Golverdingen ‘Vernieuwing en verwarring. De Gereformeerde Gemeenten 1946-1950’

Deze studie geeft een helder beeld van de geschiedenis der Gereformeerde Gemeenten van 1946-1950.
Op basis van grotendeels onbekende bronnen beschrijft de auteur allereerst een tiental nieuwe ontwikkelingen, zoals de landelijke verspreiding van de brochure De Jeugd in nood, de verschijning van het jongerenblad Daniël, het ontstaan van een drietal nieuwe landelijke organisaties, alsmede de uitgave van het kinderblad De Kleine Gids en de prekenserie Uit den Schat des Woords. De schrijver plaatst de onderzoeksgegevens tegen de achtergrond van het tijdsbeeld van die jaren: de wederopbouw, de doorbraakgedachte, de militaire inzet in Indonesië, de migratie naar Canada.
Bij de vele activiteiten - opvallend met name was de uitbouw van het verenigingsleven - ontbraken spanningen niet geheel. Alle lijnen kwamen samen op de vergadering van de classis Barneveld, gehouden op 1 juni 1948. Een confrontatie daar tussen ds. G.H. Kersten en ds. R. Kok eindigde in een verzoening. In Veenendaal, de gemeente die Kok diende, bleef een tegenstelling bestaan over leer en prediking, die begin 1949 leidde tot een breuk. De studie biedt een analyse van de problemen, die bijdraagt tot de vergroting van het inzicht in kerkelijke conflicten.

De minderheid in de gemeente Veenendaal ging over tot het beleggen van eigen kerkdiensten aan de Kegelbaan.
De kwestie beheerste de Generale Synode in de zomer van dat jaar. De situatie werd nog complexer toen een predikant tegen het besluit van de Synode in een tweede gemeente te Veenendaal institueerde. Het Curatorium nam vervolgens het initiatief om een buitengewone Generale Synode bijeen te roepen, die op 11 en 12 januari 1950 bijeenkwam.

Dit onderzoek biedt een uitvoerige, zorgvuldige reconstructie van deze Synode, gegrond op nieuwe bronnen.
De behandeling van een door de classis Dordrecht ingediende klacht over leer en prediking van ds. Kok leidde tot de schorsing van de predikant. Hij zou zich schuldig hebben gemaakt aan de ‘vereenzelviging van de beloften met het aanbod van genade’.
In het slothoofdstuk van deze studie vergelijkt de auteur de commentaren op deze uitspraak van de zijde van de Generale Synode en die van de Veenendaalse predikant. Hij constateert dat er sprake was van een betreurenswaardig misverstand.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.