+ Meer informatie

... die mens is geworden [I]

ACTUELE OPVATTINGEN VAN BONHOEFFER

6 minuten leestijd

'Wie zich nu aan de geringste mens vergrijpt, vergrijpt zich aan Christus, die mensengestalte heeft aangenomen en in Zich zelf het evenbeeld van God voor al w een menselijk gezicht draagt, heeft hersteld.' Dietrich Bonhoeffer, Navolging.

In de tweede helft van 1999 is erg veel commotie ontstaan naar aanleiding van de voorstellen van het tweede Paarse kabinet. Met name het voorstel om een voortijdige beëindiging in de vierentwintigste week van de zwangerschap toe te staan heeft de nodige protesten opgeroepen. Het meest indringende protest was afkomstig van de predikant G. H. Baudet. In een Open brief heeft hij het kabinet bepaald bij één van de consequenties van haar voorstellen, namelijk dat hij nu - vanwege zijn handicap - niet zou hebben geleefd als in de tijd van voor zijn geboorte de huidige (diagnostische) middelen beschikbaar zouden zijn geweest.

Mede naar aanleiding van dat protest wordt in deze serie artikelen aandacht besteed aan een aantal passages uit de postuum verschenen en fragmentarisch gebleven Ethiek (1943) van Dietrich Bonhoeffer, die aan actualiteit nog niets hebben ingeboet. Hierbij valt in het bijzonder te denken aan de constateringen dat men meent middels rationele middelen een nieuwe gezonde mensheid te kunnen scheppen en dat men gezondheid als hoogste waarde is gaan beschouwen, waaraan alle andere waarden moeten worden opgeofferd. Nadien is er weinig veranderd. Datzelfde kan worden gezegd van de huidige waardering van het begrip 'natuur' in de ethiek. Het is in de huidige gezondheidsethiek niet (meer) vanzelfsprekend dat het lichaam tot het wezen van de mens behoort, zoals Bonhoeffer in Schepping en val (1933) heeft betoogd. Met name voor de waardering van het leven van mensen met een verstandelijke handicap heeft dat consequenties.

Om dat duidelijk te kunnen maken, maak ik onder meer gebruik van het hoofdstuk over het 'natuurlijke leven'. Bonhoeffer spreekt daarin namelijk over 'angeborener Idiotie'. Hoewel tegenwoordig niet meer wordt gesproken over idiotie, maar over zwakzinnigheid, kan de inhoud van dit hoofdstuk ook in deze tijd van betekenis zijn voor het theoretisch denken en spreken over mensen met een verstandelijke handicap. Om deze betekenis te kunnen doordenken wordt in het vervolg van deze serie artikelen niet alleen aandacht besteed aan het begrip 'gezondheid' (§ 1), maar ook (in de tweede aflevering) aan het begrip 'natuur' (§ 2), de lichamelijkheid van mensen met een verstandelijke handicap (§ 3) en (in de derde aflevering) de christologische invulling en fundering (§ 4) daarvan, waarover Bonhoeffer een en ander heeft geschreven.

1. Gezondheid als hoogste waarde Dat een steeds groter deel van ons menselijk bestaan wordt beschreven en geduid in termen van gezondheid en ziekte, maakt duidelijk dat gezondheid in de afgelopen decennia een erg voorname plaats is gaan innemen in de hiërarchie van waarden. Gezondheid is volgens de arts en filosoof Wim Dekkers een dermate grote waarde - zo niet de hoogste waarde - geworden, dat zij in belangrijke mate zowel binnen als buiten de gezondheidszorg ons denken en doen is gaan bepalen.

Het is een ontwikkeling die niet op zichzelf staat, maar in samenhang kan worden gezien met de tendens om de waarde van het menselijk leven af te meten aan de kwaliteit van dat leven. Dat leidt doorgaans tot een zeer geringe waardering van het leven van men- at sen met een verstandelijke handicap. Een voorbeeld daarvan is het spreken over leven dat niet meer menswaardig zou zijn. Het is een erg subjectieve manier van spreken en kan niet aan de hand van 'objectieve' maatstaven worden vastgesteld. Met Bonhoeffer kan verder worden ingebracht dat de waarde van het leven niet kan zijn gelegen in de subjectieve levensaanvaarding, noch in het oordeel van de gemeenschap over dat - al dan niet gehandicapte - leven. Niet voor niets stelt Bonhoeffer iets verder in zijn Ethiek, dat:

'het onderscheid tussen levenswaardig en levensonwaardig leven vroeg of laat zal leiden tot de vernietiging van het leven zelf.'

Hij verzet zich niet alleen tegen het doden van onschuldig leven, maar wijst ook op de levensbeschouwelijke wortels die aan dat doden ten grondslag liggen. Hierbij denkt hij in het bijzonder aan dragers van erfelijke ziekten. Niet minder dubieus in de huidige gezondheidsethiek is de tendens tot opheffing van het onderscheid tussen ziekte en zieke. Een identificatie van beide begrippen zou, volgens de moraal-theoloog Theo Beemer, kunnen leiden tot de uitschakeling van dragers van (toekomstig) leed. Dat is, gezien de huidige stand van zaken in de gezondheidszorg, niet onmogelijk. Er wordt steeds meer nadruk gelegd op het voorkómen van de geboorte (of van het verder leven) van zieken en gehandicapten. De idee van een vermijdbaar toekomstig lijden is dan ook een niet onbelangrijke uitgangspositie in het morele debat. Sommige ethici achten het voor de foetus beter om niet geboren te worden. Met een beroep op het argument van het voorkómen van het aan de handicap verbonden ernstige lijden van het kind zelf, wordt selectieve abortus moreel gerechtvaardigd.

Het is een ontwikkeling die niet kan worden losgezien van de huidige ontwikkelingen op medisch-technologisch gebied. Al deze ontwikkelingen

Deze serie artikelen bestaat uit drie afleveringen. In de eerste aflevering wordt het leven van mensen met een verstandelijke handicap geplaatst tegen de achtergrond van de huidige ideeën over gezondheid die in onze samenleving heersen. Met het spreken over de natuur als gevallen schepping wordt nader, in de tweede aflevering, ingegaan op de waardering van het leven van mensen met een verstandelijke handicap. In de derde aflevering wordt dat leven verstaan vanuit de menswording van God, in Jezus Christus. Speciale aandacht gaat uit naar de lichamelijkheid van de mensen met een verstandelijke handicap.

hebben onmiskenbaar bijgedragen aan de toenemende beheersbaarheid van nagenoeg alle terreinen van het leven. Zo opent, aldus Jan Rolies, de huidige vooruitgang op met name het gebied van de genetica:

'een nieuwe horizon aan mogelijkheden voor kennis en beheersing van het menselijk lichaam. De goddelijke predestinatie is vervangen door de genetische programmatie. De mens is vanaf zijn geboorte drager van ziekten die zich pas op latere leeftijd zullen manifesteren.'

De keerzijde van de vooruitgang op medisch-technologisch gebied en dedaarmee gepaard gaande kennis en beheersing van het menselijk lichaam is, dat er steeds meer eisen worden gesteld aan de kwaliteit van het leven. Het leven zelf is een product geworden. Zo kan tegenwoordig de kwaliteit van het nageslacht niet alleen worden beïnvloed, maar ook worden vastgesteld. Dat heeft onmiskenbaar haar weerslag op de waardering van het leven van mensen met een verstandelijke handicap en is bepalend voor het wel of niet aanvaarden van dat gehandicapte leven, dat wordt geboren óf voortijdig wordt geaborteerd. Het geloof in de onbeperkte mogelijkheden van de techniek heeft niet voor niets de verzoening met het onvermijdelijke en het onveranderbare aanzienlijk bemoeilijkt, zo niet onmogelijk maakt. Hiermee wordt niet alleen duidelijk dat de technologische ontwikkelingen steeds meer ons leven zijn gaan bepalen, maar ook dat de daarmee samenhangende - technische - manier van denken ons ertoe aanzet om alles wat is te onderwerpen, in plaats van het te 'laten zijn'.

A. A. W. J. RIETMAN, KAMPEN

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.