+ Meer informatie

EEN ERELID AAN HET WOORD

INTERVIEW MET DE HEER C. DE BODE

8 minuten leestijd

Mijnheer De Bode, kunt u heel in het kort uw levensloop vertellen?

Ik ben geboren in 1933 in Capelle aan den IJssel en heb daar de lagere school bezocht. Daarna ben ik naar de mulo en kweekschool in Rottendam gegaan. Van 1954 tot 1964 was ik onderwijzer in Dirksland en van 1964 tot 1974 hoofdonderwijzer in Tholen en daarna in diezelfde funktie in Hendrik-Ido-Ambacht. Ik ben gehuwd, we hebben zes kinderen (waarvan twee getrouwd) en een schat van een kleindochter.

Hoe bent u met het jeugdwerk onder onze jongeren in aanraking gekomen? Van huisuit behoor ik tot de Gereformeerde Gemeenten en met deze gemeenten heb ik een bijzondere band. Al jong (ik was zo'n 14 jaar) ging ik naar de jongelingsvereniging. Daar werd' toen al zwaar geboomd door de ouderen, Onze voorzitter was toen (nu ds.) A. W. Verhoef. Op die J.V. heb ik veel geleerd (ook roken). Ik weet nog heel goed hoe zenuwachtig ik was toen ik m'n eerste onderwerp moest leveren. Het ging over Philippus Melanohton. Ik. bewaar 'het nog steeds. Al gauw bracht ik het tot sekretaris en dat bleef ik tot mijn vertrek naar Dirksland.

Weet u nog een leuke herinnering aan die tijd?

Nou leuk; ik weet nog, dat ik eens met nog een lid afgevaardigd werd om de jaarvergadering van de J.V. in Rotterdam-Z te bezoeken. Na de pauze werd er gelegenheid gegeven om, te feliciteren. Ik wilde gaan staan om vlug m'n prevelementje te doen van achter uit de kerk, maar die vlieger ging niet op. Ik moest van ds. de Blois helemaal naar voren komen en daar m'n felicitatie uitspreken. Als ik daar aan terugdenk voel ik. me nog blozen. Dat was eens maar nooit meer.

U hebt het nu steeds over de jongeüngsv& reniging, maar het doel van dit interview is om onze lezers iets te vertellen ov'.er hel ontstaan v\an de knapenverenigingen.

Dat is waar. Nou, dat is op veel plaatsen zo gegaan. Na de lagere school lieten we onze jongens eigenlijk los tot ze zo'n 16 jaar waren. Dan probeerden we ze op de J.V. te krijgen en dat lukte dikwijls niet. Om. deze kloof te overbruggen zijn er toen op verschillende plaatsen knapen-(en ook jonge-meisjes)verenigingen opgericht. Zo wilden we onze jongelui vasthouden en verenigingsminded maken. Toen in. 1953 de nieuwe kerk aan de Doormanstraat in Capelle aan, den. IJssel klaar was, hebben we daar ook een knapenvereniging opgericht. Met A. Krijgsman en m'n neef J. de Bode behoorde ik tot de eerste drie leiders.

Hoe was dat in Dirksland?

Toen i!k in 1954 daar voor de eerste keer de jongelings vereniging bezocht werd ik gelijk tot voorzitter gekozen. Dat heb ik met veel plezier 10 jaar volgehouden. De J.V. leidde toen ook een kwijnend bestaan. We zaten altijd maar met een klein groepje. We kregen de; jongelui haast niet naar de J.V. toen hebben we ook daar (natuurlijk in overleg met de kerkeraad) een knapenvereniging opgericht. Van te voren hebben we

een opwekkingsavond gehouden ondér leiding van ds. Van Gilst. Het onderwerp, dat ik teen gehouden heb had als titel: „De jeugd in de branding”.

Kwamen er jongens naar die pas opgerichte K.V.?

Nou en of. Er was zoveel animo voor, dat de groep al spoedig te groot werd. Die is toen gesplitst. Van zes tot half acht kwamen, de jongeren en daarna kwamen dan de ouderen.

Was er ook veel animo om leiding te geven?

Ach, dat was net als overal. De eerste jaren deed ik het alleen; later heeft de heer L. Knöps me fijn geholpen.

Wat deden jullie dan op de K.V.?

De eerste drie kwartier altijd bijbelonderzoek door een onderwerp, een vertelling of bespreking. Natuurlijk waren er ook veel kerkgeschiedenisopstellen. Na de pauze werd er geknutseld. Wat een bouwplaten zijn er in die tijd gemaakt!

Met wie, op welke wijze en wanneer kwam u in kontakt met mensen, die graag een landelijke vereniging wilden oprichten?

Dat zijn drie vragen. Op zekere dag verscheen er in „Daniël" een oproep voor leiders van K.V.'s om op 3 januari 1959 in Gouda samen te komen. Nu, daar ben ik heengegaan. Daar waren ook mensen uit Genemuiden, Vlaardingen, Capelle aan den IJssel en nog enkele plaatsen. Op die vergadering is toen een voorlopig bestuur benoemd om te proberen een Landelijk Verband van Knapenverenigingen op te richten. Ds. Hegeman, die toen in Genemuiden stond en daar op zaterdagavonden de jeugd van de straat af wilde houden, werd de eerste voorzitter en zelf werd ik sekretaris. Op 21 februari 1959 werd het, Landelijk Verband ook werkelijk opgericht. Het eerste bestuur bestond verder uit d, e heer P. Zoutendijk uit Vlaardingen en nog een tweetal.

Wat was jullie doel?

Kerkeraden opwekken om K.V.'s op te richten om de jeugd bij dë gemeente te houden; het onderlinge kontakt van leiders bevorderen om ervaringen uit te wisselen, enz. Kortom het elkaar zoveel mogelijk stimuleren.

Bestond er toen ook al een bondsdag?

Nee, dat woord durfden we toen nog niet te gebruiken. We hielden wel onze jaarvergaderingen. Deze werden in verschillende plaatsen gehouden. Ik herinner me nog: Zeist, Lisse, Vlaardingen, Barneveld, Dirksland. We hadden dan twee sprekers en na afloop gingen de verenigingen nog het een en ander in de omgeving bezoeken. Soms werd er iets georganiseerd voor alle verenigingen. Zo maakten we vanuit Vlaardingen een rondvaart door de havens van Rotterdam en na afloop van de jaarvergadering in Lisse brachten we samen een bezoek aan de Keukenhof. Als d.e jaarvergadering in zicht kwam, hadden we op de verenigingen altijd veel leden, want de jongelui hadden wel zin in een reisje. De meeste kerkeraadsleden zorgden er wel voor dat die reizen voor de jongelui niet te duur werden.

Later zijn toch ook de jonge-meisjesverenigingen erbij gekomen?

Inderdaad, de naam van het Landelijk Verband werd toen wat uitgebreid en voortaan waren ook de leidsters op de huishoudelijke vergaderingen aanwezig.

Wie hebt u zoal als voorzitter meegemaakt?

We begonnen met ds. Hegeman, daarna ds. Elshout, ds. Van de Noorfc en ds. Den Boer. Aan allen bewaar ik: de prettigste

herinneringen; wat waren ook de bestuursvergaderingen gezellig en ongedwongen.

Waarom is het Landelijk Verband eigenlijk opgeheven?

Niet alleen ons Landelijk Verband groeide, maar ook onze Jeugdbond. Als we zouden gaan samenwerken in één organisatie zouden we uiteraard groter en sterker zijn. Dan zouden we mensen kunnen aantrekken, die zich in het jeugdwerk zouden specialiseren, dan zouden we rijkssubsidie kunnen krijgen en dan zouden we een eenvoudig bondsbureau op kunnen zetten. Het bestuur van de Jeugdbond heeft ons tot een samenspreking uitgenodigd en het resultaat was, dat wij ons Landelijk Verband opgeheven hebben en een onderdeel van de Jeugdbond werden; de zogenaamde sektie -16. Ik zeg het nu maar met enkele woorden, maar u begrijpt wel dat er toen veel vergaderd is. Met de heren Kole, SchouWstra (inmiddels overleden) en Davidse hebben we toen het eerste ontwerp van de statuten gemaakt. Een hele zaterdag hebben we toen bij mij thuis in Tholen vergaderd.

U bent toch ook medewerker van Daniël geweest?

Ja, op verzoek van mijnheer Ho gen doorn uit Gouda, die jarenlang sekretaris van het Landelijk Verband van jongelingsverenigingen geweest is en redakteur van „Daniël", ben ik in 1960 begonnen met schrijven voor de jeugd van t.ien tot zestien. Dat was een prettig werk en daar zijn-heel fijne kontakten gelegd. De jongens en meisjes mochten toen ook zelf iets insturen. Ik ben toen ook begonnen met een puzzelrubriek.

U bent toch ook nog enige jaren lid van het bondsbestuur geweest?

Ja, na de fusie kwam ik erin namens —16. Dat was wel een vermoeiende tijd. Veel vergaderingen en dan die reizen naar Zeeland 's avonds laat.

Wanneer bent u uit het bondsbestuur gegaan?

In 1974 heb ik me terug moeten trekken op advies van de dokter. Het jaar daarvoor ben ik ernstig ziek geweest en het was beter om wat „baantjes" af te stoten. Ik heb toen ook met pijn in mijn hart me teruggetrokken. Dit, werk deed ik altijd met veel genoegen en ik bewaar veel mooie herinneringen aan die jaren. Tot mijn verwondering kreeg ik bij mijn afscheid niet alleen een mooi cadeau (een dia-projektor met scherm), maar ook het ere-lidmaatschap van de Jeugdbond aangeboden. Voor dat laatste ben ik nog steeds erg dankbaar, want ik' krijg alle uitgaven van de Jeugdbond toegestuurd en zo blijf ik volledig op de hoogte van alles. Ook bezoek ik graag dë bondsdag.

Ziet u nu veel verschil tussen het jeugdwerk van „vroeger" en nu?

Veer versohil? Ja, hoe moet ik het zeggen. Natuurlijk is er veel verschil in de organisatie van het geheel. De leiders en leidsters kunnen nu terugvallen op het bondsbureau en de jeugdwerkadviseurs. Wat een werkmateriaal hebben .we nu niet, terwijl we het in de eerste jaren allemaal zelf uit moesten denken. Ja, dan is er inderdaad veel verbeterd. Toch was het vroeger met al die „doe-het-zelvers" erg intiem.

Hebt u nog een laatste opmerking of oproep tot onz'e ongeren?

Ik geloof, dat ik dan maar één ding moet zeggen: Bewaar het pand u toebetrouwd. Ik hoop, dat al onze verenigingen bij de eenvoudigheid van de Bijbel mogen blijven. Dit bijbelonderzoek moet de eerste en de voornaamste plaats blijven innemen. Onze verenigingen mogen niet gaan ontaarden in alleen maar gezelligheids-en ontspanningskLubs.

Mijnheer De Bode, hartelijk dank voör uw bereidwilligheid om ons het een en ander te vertellen over het begin van de knapenverenigingen. Al hebt u niet die kontakten meer zoals vroeger, het werk onder onze jongeren heeft toch altijd nog een warme plaats in uw hart.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.