+ Meer informatie

Uit de kerkelijke pers

8 minuten leestijd

Ds. A. D. Goijert is van mening dat een kerkeraad de roeping heeft om op een pastorale manier te wijzen op de stijl bij begrafenissen. In "De Band van het Woord" (kerkbode van de hervormde gemeenten Eemnes- Buiten, Eemnes-Binnen en Lage Vuursche) schrijft hij hierover het volgende:

„In onze vorige Band schreven wij: crematie of begrafenis? Uiteraard vernam ik de reactie, dat iedereen dit toch zelf moet weten. Een christen leert echter vragen naar wat God wil in ons leven. Op allerlei terrein. Graag wil ik nog wat regels aan de begrafenis wijden. Ter bezinning. Men kan zich er over verbazen hoe weinig stijlvol velen bij een begrafenis gekleed gaan.

Met instemming neem ik een gedeelte over van een artikel over datzelfde onderwerp, wat ik tegenkwam in het blad "Om Sions wil". Het is geschreven door ds. De Knegt. Voor ons geen onbekende. Wanneer iemand nog vraagt naar Schriftbewijs, dan verwijs ik graag naar teksten als: Ps. 35:14, 38:7, 42:10, 43:2. Jeremia 8:21 en 4:2. Maleachi 3:14. Deze teksten leren ons dat het dragen van zwarte kleding in dagen van rouw een zinvol en veelzeggend gebruik is.

Hierover onder andere gaat ook het boek van dr. J. Hoek "Leven en dood in hoger hand". Dit boek lijkt mij een mooie aanvulling voor onze boekentafel in het Hervormd Centrum. Nu dan het citaat:

„Ofschoon wij niet mogen generaliseren, zijn wij van mening, dat er in de loop der jaren dienaangaande veel veranderd is. Toen wij een kleine twintig jaar geleden ons dienstwerk in de kerk en in de gemeente begonnen, waren vrijwel alle mannen en vrouwen bij een begrafenis in 't zwart gekleed en ging men niet in 't zwart, zo droeg men toch stemmige kleding. Zo nu en dan maken wij dit nog wel mee. Maar meestentijds niet! De begrafenisstoet is vaak niet alleen figuurlijk, maar ook letterlijk bontgekleurd. En dan die afschuwelijke spijkerbroeken die niet alleen door mannen en jongens, maar zelfs door meisjes en vrouwen bij een begrafenis worden gedragen. In één woord: smakeloos. Men schaamt zich er blijkbaar niet voor, ook al valt men daardoor op. Maar dat niet alleen. Uit de kleding kan men opmaken, dat de dood ver buiten de leefwereld ligt. Men weet er geen weg en geen raad mee. Dat blijkt trouwens ook wel uit de gesprekken die men aanhoort. Zij gaan over alles, behalve over de overledene en over de dood zelf die een ieder toch eens zal moeten ondergaan. Het schijnt wel alsof men dood is voor de dood!

En ontegenzeggelijk komt dit dan ook uit in de kleding. Wat hieraan te doen? Moet een kerkeraad of een predikant van tijd tot tijd hierop wijzen, dat men bij een begrafenis stijlvol gekleed behoort te gaan? Wij denken van wel, mits dit tenminste op een pastorale wijze gebeurt. Wanneer het als een wet wordt opgelegd, zal men niet zoveel bereiken, maar misschien wel, wanneer vanuit de Schrift op een pastorale manier wordt aangetoond, dat men bij een begrafenis anders gekleed gaat dan bij een bruiloft of in het gewone dagelijkse leven. Eigenlijk is het heel triest, dat wij hierover moeten schrijven. Daaruit kunnen wij immers opmaken, hoe allerlei gebruiken met name bij een begrafenis ook onder ons aan het wegebben zijn wat onder^ andere blijkt uit het feit dat men van rouwkleding niet meer weet of wil weten. En als iemand ons dan vraagt of het om de kleding gaat, geven wij als antwoord: neen, het gaat niet om de kleding. Het gaat om ons hart"".

In "Waarheid & Eenheid"(officieel orgaan van de Vereniging tot opbouw en bewaring van het gereformeerde leven "Schrift & Getuigenis") schenkt ds. J. B. van Mechelen aandacht aan de samensprekingen tussen de christelijke gereformeerden en de Nederlands gereformeerden.

„De "bevindelijke" gereformeerden, die zich volgens drs. L. van Driel (Nederlands Hervormd, en schrijvend in het Nederlands Dagblad 8-6-91) „in eigen ogen: de echte gereformeerden" achten, willen zich uit kerkelijke samensprekingen terugtrekken. Ds. G. Bouw, christelijk gereformeerd predikant van de Eben-Haëzerkerk (onderscheiden als 'zwaarder' van de eveneens Christelijk Gereformeerde Maranathakerk als de twee kerken "West" en "Oost"), voelt met andere vertegenwoordigers van de "behoudende flank" niets voor besprekingen over kerkelijke eenheid met Nederlands Gereformeerden en Vrijgemaakten. Eerst moet maar eens orde op zaken gesteld worden in eigen huis. Aldus Nederlands Dagblad.

Ds. H. C. van der Ent uit Elburg, redactielid van "Bewaar het Pand", beaamt dit standpunt. Hij merkt alleen op, dat ook andere kerken aan hetzelfde euvel mank gaan. Ds. Bouw denkt aan de Nederlands gereformeerden, die net zo min een eenheid vormen als de christelijke gereformeerden. Positiever is te spreken over de vrijgemaakt gereformeerden. Bij vrijgemaakten is iets te merken van toe-ëigening des heils, maar toch wellicht niet meer dan een wolkje als eens mans hand. En ds. Van der Ent ontzegt aan de vrijgemaakten elk bestaansrecht. Die hadden zich in 1944 direct hij de christelijke gereformeerden moeten voegen.

Stappen deze dominee's uit, tenminste wanneer er een vereniging met genoemde gereformeerden komt? Ds. Bouw is ook hierin tamelijk Gereformeerde Bond-achtig, dat hij niet uitstapt, zolang hij zijn werk mag doen, want eigenlijk kon hij dan nu al uitstappen. Dus verwant met gereformeerden in de Hervormde Kerk. al zijn er nog verschillen met die kerk.

Het is klaar, maar ook triest te moeten constateren, dat nu de waarheid uit de mouw komt. Tijdens de beroering rond ds. J. Westerink, respectievelijk deputaten voor samenspreking met woordvoerder P. den Butter, heb ik reeds opgemerkt, dat het duidelijk is, dat deze groep wel sprak van een roeping tot samenspreking, maar klaarblijkelijk voor vereniging niets voelde. Zodra ik in die kringen het woord "roeping" vernam, was ik gewaarschuwd, dat er met dat woord slechts een verschansing werd opgeworpen tegen de doorbraak naar vereniging. Nu is dus het hoge woord eruit. Dat is triest en zeer teleurstellend, maar het is goed, dat de werkelijkheid nu aan het licht gekomen is. Eigenlijk is het in de Christelijk Gereformeerde Kerken zelf al niet best uit te houden. Men doet zijn werk, net als de "Bond" in de Hervormde Kerk. Vereniging met anderen zou alleen de positie van de "Bewaar-het-panders" verzwakken, dat wil zeggen van de eigenlijke gereformeerden. Vroeger werd het mij kwalijk genomen als ik zo iets zei -hoewel iedereen het al honderd jaar wist-, nu zeggen de geestverwanten van de onderhandelaars het zelf. En... ik herinner maar... buitenstaanders hebben maar nooit begrepen, dat de verantwoordelijkheid van de plaatselijke pastor een andere is dan die van een onderhandelaar-deputaat voor eenheid! Ook andere christelijke gereformeerden snapten niet veel. Nu komt het uit en... ik geef ze (niet wat de tactiek betreft, maar wel wat de inhoud betreft) ook nog gelijk".

In "Mariginaal" van "De Wekker" (orgaan der Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland) gaat prof. dr. W. van 't Spijker in op het recht van de gemeente.

„Herhaaldelijk komt men in de officiële bescheiden, die geproduceerd zijn rond 1892, de term tegen: "het recht van de gemeente". Ook in allerlei brochures en pamfletten ontmoeten we haar. Wat was de bedoeling van deze verwijzing naar het recht van de gemeente anders, dan een poging om te voorkomen, dat de gemeenten werden overgebracht in een ander verband, aan welke transactie zij zelf part noch deel hadden gehad. Een zwaar verwijt was het, toen gezegd werd, dat er een Vereniging tot stand zou komen, die de rechten van de gemeente buiten beschouwing had gelaten. Min of meer kunstmatig, van boven af opgelegd, als een superstructuur, waaronder combinaties van gemeenten te zijner tijd zouden kunnen plaats hebben. Opvallend is, dat dit bezwaar gemakkelijk aan de kant werd geschoven. Immers men was van oordeel, dat deputaten, commissies, kleine bestuurlijke praatkringen en dergelijke meer, de gemeenten wel vertegenwoordigden. Achter gesloten deuren werd heel wat verhandeld, wat later op openbare vergaderingen als in kannen en kruiken, onder de hamer van de voorzitter doorging. Kuyper spreek jaren later over notulen van geheime vergaderingen, die althans in 1911 nog voorhanden waren. Er werd genotuleerd, maar voor wie en door wie? De zaken waren geheim. Daar om moet men altijd de Acta van de synoden rond 1892 met enig historisch voorbehoud lezen. En waren het alleen maar die Acta!

Met het recht van de gemeente is een zeer bijbels gegeven, een zeer reformatorisch principe in geding Waarom spreken wij over kerk-recht? Het is het recht in de gemeente. Niet over de gemeente allereerst, tenzij men alleen aan Christus denkt, wien rechten over zijn gemeente geheel en al onvervreemdbaar zijn. Maar een kerk of gemeente die in Hem is vrijgemaakt door het geloof heeft daar meer recht ontvangen. Geen recht van predikanten of deputaten of zelfs van synoden ook, dan alleen in diens staan van de rechten van de gemeen te zelf. Die rechten gaan ver. Zo ver dat we nog steeds met Luther van oordeel zijn, dat de gemeente recht heeft om te oordelen over de leer „Gij hebt niet van node dat iemand u lere, want gij zelf hebt de zalving van de Heilige en gij weet al deze dingen". Recht van de gemeente is het recht van de Heilige Geest, die in alle waarheid leidt. Een reformatorisch grondrecht, dat berust op het koningschap van Christus door zijn Geest. Oordeel zelf! Dat zegt de Schrift! Naar de genade Gods die aan de gemeente verleend is, heeft zij ook te oordelen. Die rechten kunnen niet verkort worden, of...

Inderdaad, de gemeente heeft in 1892 haar rechten genomen, in het geval van de Vereniging waarvan velen hadden gezegd: Broeders! (let wel: broeders!) nú nog niet. En zo ook niet: Bij ons, over ons, zonder ons. Of is het soms een schande, dat een gemeente haar rechten, die immers ook die van Christus zijn, neemt?"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.