+ Meer informatie

Overlijden ds. J. B. Bel

5 minuten leestijd

RONDKIJK

Met droefheid is in de kring van onze Geref. Gemeenten vernomen, dat in de leeftijd van 66 jaar op vrij onverwachte wijze is overleden ds. J. B. Bel te Krabbendijke. Hij was de laatste tijd ernstig lijdend aan hartzwakte waarvoor hij zelfs een poos totale rust was voorgeschreven. Na Pasen mocht hij éénmaal per zondag preken, maar alras deed hij het twee keer en nam ook weer diensten in andere gemeenten waar. De nood in onze gemeenten is ook zo groot, waarom het sterven van ds. Bel niet alleen voor de gemeente van Krabbendijke maar voor al onze gemeenten een groot verlies is.

Ds. Johan Bastiaan Bel is geboren 17 febr. 1893 en werd in 1942 kandidaat. Zijn eerste gemeente was Dirksland op het eiland Goeree Overflakkee, waar hij zich 23 sept. 1942 aan verbond, na bevestigd te zijn door ds. W. C. Lamain, thans te Grand Rapids Amerika. Hij diende op dit eiland al de gemeenten als consulent; het waren er toen naast Dirksland zeven; waarvan hij wel eens zei: „de zeven gemeenten van Klein Azië." Ds. Bel heeft daar de bezettingstijd meegemaakt en. vooral in de hongerwinter van '44 zich zeer beijverd om aardappelen en andere voedingsmiddelen naar het vaste land te verzenden, soms schepen vol. Middellijk heeft hij daarmee veel mensen, vooral leden van de gemeente te Rotterdam, die reeds door hongeroedeem waren aangetast, het leven gered. In de bezettingstijd moest hijzelf enige tijd onderduiken en hebben de Duitsers hem een korte tijd gegijseld maar toch weer losgelaten. Sedert zijn verblijf in Dirksland is ds. Bel (na de bezetting) drie maanden in Amerika en Canada geweest, waar hij de gemeenten aldaar heeft gediend.

In augustus 1949 verwisselde hij van standplaats en nam het beroep naar de gemeente Krabbendijke aan. Hij is aldaar tot zijn dienstwerk ingeleid door ds. Dieleman.

Deze grote gemeente, die volgens het jaarboekje 803 leden en 693 doopleden telt, heeft hij 10 jaar mogen dienen. De laatste zondag dat hij voor zijn gemeente optrad was op 5 juli, waarbij hij in het morgenuur het H. Avondmaal heeft bediend en 's avonds nabetrachting gehouden. In de week daarop kreeg hij ernstige hoofdpijnen en een bloeduitstorting, waaraan hij woensdag 15 juli is overleden.

Maandag 20 juli is het stoffelijk overschot van ds. Bel onder grote belangstelling ter aarde besteld, waarbij met meerdere predikanten vertegenwoordigers van de kerken uit Zeeland, en verder uit vrijwel het gehele land tegenwoordig waren. Schrijver dezes is er ook bij aanwezig geweest en het is hem opgevallen, dat deze prediker, bekend en bemind door zijn eenvoud, bij zijn begrafenis zo'n grote eer is bewezen.

Ds. L. Rijksen van Rotterdam West leidde in de geheel gevulde kerk vooraf een rouwdienst, waarbij hij uit Ps. 77 heeft gesproken, zeer in het bijzonder over het 14e vers: „O God! Uw weg is in het heiligdom, wie is een groot God gelijk God? " Het is niet onze bedoeling van deze rouwdienst en grafrede's waarbij ds. P. Honkoop van Yerseke sprak namens de classis Goes en ds. W. Hage te Middelburg namens de particuliere Synode Zuid verslag te geven— we stippen slechts een en ander aan, omdat het verlies van een predikant ons allen treft. Inzonderheid ook de jeugd. In de rouwdienst heeft ds. Rijksen beklemtoond, dat ds. Bel voor de jeugd grote liefde had; zijn catechisanten lagen hem na aan het hart. Eens, toen hij ergens beroepen was, leek het of hij van zijn gemeente werd losgemaakt, maar de jeugd, zijn catechisanten, hielden hem nog het meeste vast. Het is dan ook de reden geweest, dat hij voor dit beroep heeft bedankt. Toen ds. Rijksen dit in de rouwdienst vertelde, maakte dit merkbaar grote indruk. Want de vraag mag toch wel eens bij onze jonge mensen opkomen, wat hebben wij aan zijn lessen, wat heeft het catechetisch onderwijs nagelaten? Dit geldt evengoed voor de aangehoorde predikatiën: gaat het zondag aan zondag zó maar aan ons voorbij?

Ds. Bel heeft het loon eens getrouwen dienstknechts mogen ontvangen. Daar is op de begrafenis wel duidelijk getuigenis van gegeven. Op ongedachte en onverwachte wijze heeft de Heere hem afgelost van Zijn post om te beërven dat grote goed, dat de Heere in en door Christus voor al Zijn volk heeft bereid. Ja, van de leraars staat in Daniël 12, dat zij zullen blinken als de glans des uitspansels en die er velen rechtvaardigen, gelijk de sterren altoos en eeuwiglijk. Zo moge Hij maar worden nagestaard. Er is alleen een ledige plaats bij de achtergebleven weduwe en kinderen, een ledige plaats in de grote gemeente Krabbendijke en in al onze gemeenten. Nu zal de Heere zéker voor Zijn Kerk instaan tot het eind der eeuwen en het moge tot troost zijn dat Hij alleen alle ledigheid kan vervullen, maar er moge toch ook gebed gevonden worden, dat de rijen onder onze weinige predikanten mogen worden aangevuld en jonge dienaren mogen worden uitgestoten om in Zijn wijngaard te arbeiden. Anderzijds — het gemis wordt het meest gevoeld bij het heengaan en bij het sterven — laten wij het waarderen wanneer wij het voorrecht hebben een predikant te mogen bezitten. De opkomst naar 's Heeren huis, de opkomst naar catechisaties enz. niet nalaten, opdat die predikanten hun werk niet al zuchtende moeten doen, waarvan wij de oorzaak zouden zijn. Daar komt bij, dat men met dit nalaten en verzuimen zichzelf bedriegt en beetneemt, want het gaat toch om ons eeuwig zieleheil. „Want. zij waken voor uwe zielen" staat er in Hebr. 13 : 17. En dat wordt niet alleen van depredikanten gezegd, maar van de „voorgangeren", waaronder we dus ook de ouderlingen verstaan, die in de gemeenten „voorgaan" en catechetisch onderwijs geven. Laat dus uw plaatsen niet ledig staan!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.