+ Meer informatie

ELISA’S TRANEN

5 minuten leestijd

„En de man Gods weende” (2 Kon. 8: 11).

Elisa bevindt zich in Damaskus, de hoofdstad van Syrië. Daar moet hij een oude opdracht van de Heere uitvoeren; hij moet n.l. Hazaël tot koning over Syrië zalven. Deze Hazaël is een speciale afgezant van Benhadad, die tot dan toe koning is. Maar Benhadad is ziek en nu heeft Benhadad door middel van Hazaël aan Elisa laten vragen of er nog genezing voor hem zal zijn. Het antwoord van Elisa is voor Benhadad zeer ontmoedigend. Benhadad zal niet meer beter worden. Dat moet Hazaël maar tegen zijn koning gaan zeggen. En dan, als Elisa dit gezegd heeft, dan zit de profeet stil voor zich uit te staren. Hij verheugt zich niet over de aanstaande dood van Benhadad, die voor Israël zo vijandige koning. Met grote ogen staart Elisa voor zich uit en zie, ineens vullen zich die starende ogen van de profeet met tranen en Elisa begint te wenen.

Hazaël ziet verwonderd op. Wat mag de reden van die tranen zijn? Hazaël is er verlegen mee. En hij vraagt Eiisa: Waarom weent mijn heer? Dan zegt Elisa het. Hij weent, omdat hij in de geest al het kwaad en al het leed ziet, dat Hazaël Israël zal aandoen. Steden verbranden, mannen doden, kinderen verpletteren, zwangere vrouwen open snijden. Ja, Hazaël zal daartoe in staat zijn: hij wordt immers koning over Syrië.

Dan zal hij Israël de oorlog aandoen. Ja, hij zal overwinnen. Niets en niemand zal hij ontzien en met wrede hand zal hij zijn slachtoffers maken. Hij heeft maar één doel: Israël uitmoorden. Zo zal Hazaël zich straks openbaren. Elisa heeft dat in de geest gezien. En om dat leed, dat over Israël komen gaat, weent hij.

Maar, zijn die tranen dan nodig? Heeft Israël die oordelen dan niet verdiend? Ja, dat is waar. Israël staat zwaar schuldig tegenover de Heere. Elisa weet dat wel. Maar toch begint Elisa hier te wenen. Banden der liefde verbinden hem aan het volk waarover zoveel leed gaat komen. En zijn ziel schreit. Elisa’s tranen spreken van zijn liefde tot het zondige volk. Net zoals Jeremia is het bij hem: Och, dat mijn hoofd water ware en mijn oog een springader van tranen; zo zou ik dag en nacht wenen over de verslagenen van de dochter mijns volks. Tranen van liefde voor het volk des Heeren, omdat dit volk de dag van haar bezoeking niet heeft bekend en niet heeft gezocht, wat tot haar vrede diende.

Maar, dan openbaren die tranen van Elisa nog wat anders. De rampen, die hij aanschouwt, zijn Gods straffen over de zonde. God duldt de zonde niet. Daarom is de zonde ook zo ernstig. Elisa’s tranen laten ons de ernst van de zonde zien. En van de zonde heeft Israël zich niet bekeerd. Elisa weent, omdat het volk zo onbekeerlijk is. De grootheid van het kwaad, dat is de diepste oorzaak van de tranen.

Verstaan we dat? Zijn er in ons leven ook tranen, die voortkomen uit de wetenschap, neen, niet van de straf der zonde alleen, maar van de ernst der zonde? Die tranen, die daar geschreid worden, wanneer een mens gaat zien, dat hij tegen een goeddoend God gezondigd heeft. Dat wenen kan niet worden gemist. Daarom zal mijn ziel in verborgen plaatsen wenen, zei eens Jeremia. De tranen, die uit de ogen wellen, als we aan Gods voeten neerzinken en daar met diepe smart erkennen: Wee mij, dat ik zo gezondigd heb - het kan in ons leven niet worden gemist. Want de zonde is zo ernstig. Die breekt de band met God stuk. En dat kunnen we zelf nooit herstellen. Er is van ons uit geen weg meer. Als we dat zien, komen dan niet de tranen? De wenende Elisa is een type van de Heere Jezus. Ook Hij weent. Over de gevolgen van de zonde weent Hij. En ook over de zonde zelf. Heel wat keren heeft Hij in Jeruzalem het Evangelie verkondigd. Maar ze hebben zich niet laten vergaderen. Ze hebben niet gewild. En als Jezus dan voor de laatste maal de stad ziet, dan weent Hij. Dan weent Hij, omdat het volk zo onbekeerlijk is. Hij weent, omdat het volk door de ernst van de zonde, verloren moet gaan.

Moet de Heiland ook over u wenen? Hoe vaak heeft de Heere u al genodigd? En hebt ge tot nog toe niet gewild? O, dat kan zo toch niet blijven. Nog breidt de Heere Zijn armen naar u uit. Als u blijft weigeren, o, dan zult u eeuwig wenen en bittere tranen schreien, omdat u de liefde des Heeren versmaad hebt. Sta stil op uw levensweg. Mijn onbekeerde vriend, ziet u niet in Jezus’ oog die tranen blinken? Die tranen gelden u. Hij weent, omdat u Hem missen kunt. Hij weent, omdat gij u naar het verderf haast. Hij begeert zo gaarne uw zaligheid.

Ja, Jezus weent. Ook over de gevolgen van de zonde. Zie Hem staan aan het graf van Zijn vriend Lazarus. Tranen van liefde en medelijden komen in Zijn ogen. Ja, waarlijk, we hebben een Hogepriester, die medelijden kan hebben. Hij blijft niet op een afstand staan, als de Zijnen smart hebben. Hij neemt deel aan hun moeite en rouw.

Treurende zondaar, de wenende Heiland spreekt: Zalig, die treuren, want zij zullen vertroost worden. Voor Hem was de diepe zielsontroering, opdat de wateren van uw ontroerde ziel zouden worden gestild. Jezus’ tranen melden de blijde boodschap, dat Hij de tranen van smart over de zonde, de tranen van rouw en smart, die aan Hem geschreid worden, inschrijft in Zijn register en verzamelt in Zijn fles.

Elisa’s tranen zijn in Christus vervuld. Ze hebben in Hem hun hoogtepunt en hun eindpunt bereikt. Daarom zal er in de hemel niet meer geweend worden. God wist de laatste tranen weg. Geen tranen meer vanwege de zonde. Geen tranen meer vanwege de dood.

De vrijgekochten des Heeren zullen met gejuich in Sion komen. Eeuwige blijdschap zal op hun hoofden zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.